Ark (26)
Lezen: 1 Samuël 7:1-2
Ter plekke heeft men in Beth-Semes in samenwerking met de inwoners van Kirjath-Jearim wat bedacht. De ark is overgebracht naar het huis van Abinadab, een inwoner van Beth-Semes.
Omdat er niets gebeurt, concludeert men dat men goed gehandeld heeft, maar is die conclusie terecht? Ogenschijnlijk hervat het gewone leven zich nu de ark een veilig onderkomen heeft. In Beth-Semes is de rust weergekeerd. In Kirjath-Jearim kabbelt het leven verder. Maar zonder opzienbarende gebeurtenissen voltrekt er zich onder de oppervlakte van het gewone leven een geestelijke ommekeer. Zo eenvoudig als het beschreven wordt, geschiedt het ook. De ark is in Kirjath-Jearim, de dagen gaan voorbij, de dagen worden twintig jaren en dan? Dan klaagt het ganse huis Israëls den HEERE achterna! Dit betekent dat Israël zich voor God schuldig weet. Men is God kwijt, kan Hem niet missen, maar weet ook niet hoe het goed moet komen, omdat men alles verzondigd heeft. Het achternaklagen van de HEERE staat voor de houding die het volk tegenover de Heere aanneemt. Men veracht God niet langer, maar volgens de HEERE klaagt men zichzelf bij Hem aan. Dezelfde houding neemt bijvoorbeeld eeuwen later de Syro-Fenicische vrouw aan (Markus 7:24- 30). Smekend om genade volgt ze de Heere Jezus. Deze houding is een direct gevolg van het overtuigende werk van Gods Geest, Die een verbroken zondaar aan Jezus’ voeten legt. Deze verslagenheid is ontstaan door de aanwezigheid van de ark. In deze geestelijke ommekeer zien we waarvoor God de ark bedoeld heeft. De ark is niet gegeven om te doden, maar om te behouden. Door de ark wil God onder Zijn volk wonen. God woont alleen bij een gebroken hart en een verslagen geest. De ark is hét middel van de Heere om het hart van een zondaar te breken, opdat God bij hem kan wonen. Om dat te bereiken doet God drie dingen: Hij bewerkt een geestelijke inkeer, Hij geeft een geestelijke leider in de persoon van Samuël en Hij verslaat de Filistijnen. Al die weldaden vloeien voort uit de ark des verbonds.
,,Droefheid over de zonden is nodig, maar moet niet altijd duren. Ik raad u aan af en toe de voet af te wenden van de beangstigende overdenking van uw wegen.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020
Terdege | 178 Pagina's