Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Evangeliseren is net sportvissen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evangeliseren is net sportvissen

Laurens Knöps: „Ik ga vooral op zoek naar degenen die helemaal geen kennis van het christelijk geloof hebben”

7 minuten leestijd

Laurens Knöps trekt er graag op uit. Om lekker te gaan vissen bijvoorbeeld. Maar ook op sociaal gebied is de inwoner van Nieuwe-Tonge (Goeree-Overflakkee) een echte pionier. Als lid van het evangelisatieteam in Roosendaal voelt hij zich als een vis in het water. De verbinding zoeken met andere mensen en praten over wat er écht toe doet, dat is zijn passie.

Vanwege de coronacrisis zit een reportage van het evangelisatiewerk in Roosendaal er helaas niet in. Maar wie er een beeld van wil krijgen hoe het er normaal gesproken eens per maand aan toe gaat in een winkelcentrum in de Brabantse stad, is bij Laurens Knöps (43) uit Nieuwe- Tonge aan het goede adres. Ook via een interview op afstand weet hij het werk dichtbij te brengen.

Het is inmiddels drie jaar geleden dat Knöps gevraagd werd of hij mee wilde doen aan het evangelisatiewerk. Net daarvoor was hij na twaalf jaar gestopt als zondagsschoolmeester. „Ik heb me best even achter de oren gekrabd, want dit was toch echt iets heel anders”, erkent hij. „Maar ik dacht op een gegeven moment: waarom vraag ik me eigenlijk af of evangelisatie iets voor mij is? Het is immers een opdracht. Ik ga én moet dit doen, wetende dat God mensen bekeert en werkt in de harten van mensen.”

De hersteld hervormde gemeente van het Zeeuwse Sint-Maartensdijk had het voortouw genomen in de zoektocht naar vrijwilligers voor het evangelisatieproject in Roosendaal. De groep bestaat inmiddels uit zo’n twintig personen. Knöps, zelf lid van de hersteld hervormde gemeente Nieuwe-Tonge, neemt op persoonlijke titel deel aan de groep. „Niet om me ergens van te vrijwaren, hoor. Maar ik dien de hele achterban en niet slechts één kerk.” Hij typeert zichzelf als een pionier en een verbinder.”

MET WELKE MENSEN KOMT U IN CONTACT TIJDENS HET EVANGELISEREN?

„In Roosendaal kom je van alles tegen. Mensen met een islamitische achtergrond, rooms-katholieken en niet-gelovigen. Maar ook mensen die kerkelijk zijn opgegroeid of die lid zijn van een evangelische beweging. Ik ga vooral op zoek naar degenen die helemaal geen kennis van het christelijk geloof hebben. Die kun je natuurlijk niet uitzoeken, maar ik ga af op het gevoel dat ik krijg als ik iemand aanspreek. Dan kijk ik eerder naar gedrag dan naar uiterlijk.”

HOE STEEKT U ZO’N GESPREK IN?

„Vaak begin ik algemeen. Bijvoorbeeld met een opmerking over het weer of de vraag wat iemand aan het doen is. Dat klinkt heel laagdrempelig, maar je moet natuurlijk eerst proberen de verbinding te maken.”

WELKE REACTIES KRIJGT U ZOAL?

„Mensen hebben niet altijd tijd voor een gesprek. Ze zijn gejaagd, omdat ze met een doel naar het winkelcentrum zijn gekomen. Ouderen hebben vaak wel tijd, terwijl jongeren zich meer openstellen. Waar de jeugd best wil praten over dingen waarover ze niet eerder gehoord hebben –de naam van Jezus, of dat ze bekeerd moeten worden– zijn het vaak ouderen die afgestompt reageren of teleurgesteld zijn over zaken uit het verleden.”

VINDT U HET WERK WELEENS MOEILIJK?

„Ja. Zeker in het begin. Toen werd alles compleet bij mezelf afgebroken. Het lukte me maar niet om verbinding te maken met mensen. Het leek alsof de duivel op mijn schouder zat en zei: Wat ben jij hier aan het doen? Maar mijn gebed was telkens weer: Heere, geef mij de vrijmoedige Geest. En geef dat er aandacht mag zijn bij de mensen. Gelukkig kwamen er momenten waarin ik wel aansluiting vond en er sprake was van openheid. Na zulke ontmoetingen kom ik bemoedigd thuis.”

IS ER OOK NAZORG NA EEN GESPREK?

„Het liefst zou ik mijn telefoonnummer geven en zeggen dat mensen me kunnen terugbellen. Dat is ook weleens gebeurd. Maar eigenlijk is dat niet zo goed mogelijk, omdat we geen vaste locatie hebben vanwaar onze activiteiten plaatsvinden. De commissie is momenteel bezig om in Roosendaal te zoeken naar een gebouw waar een soort inloophuis of rustplek gecreëerd kan worden.”

DE CORONACRISIS MAAKT HET ER NIET MAKKELIJKER OP.

„Ik vind het jammer en verdrietig dat de activiteiten stilliggen. Het is ongetwijfeld zo dat God Zijn bedoeling heeft met de coronacrisis. Tegelijkertijd zie ik dat er, ondanks alle beperkende maatregelen, andere wegen worden gebaand. Ik werk voor een grote organisatie met 400 personeelsleden. Wij hebben van onze werkgever ruimte gekregen om met collega’s een gebedsgroep te vormen. Hierin merk ik Gods wijze raad en leiding op.”

LEEFT HET EVANGELISATIEWERK BINNEN DE KERKELIJKE GEMEENTEN?

„In behoudende kerken merk je dat evangelisatie snel wordt gezien als iets activistisch. Maar mijn idee is wel dat er de laatste jaren steeds meer kerken aandacht voor vragen.”

HOE ZOU HET KOMEN DAT ER WEINIG BELANGSTELLING IS VOOR DIT WERK?

„Dat vraag ik me ook weleens af. We kunnen van alles: winkelen, leuke dingen bedenken, heel makkelijk praten. Maar waarom dít niet? Het belangrijkste is: er lopen allemaal zielen die op weg en reis zijn naar de eeuwigheid, ook in Roosendaal. Al moesten mijn ogen daarvoor ook door genade worden geopend.

”Je verliest er niets mee als je je kwetsbaar opstelt”

Misschien is er een te hoge drempel gecreeerd rond het woord ”evangelisatie”. Dan zouden we wellicht eens goed aan die term moeten schudden. Ik ken kinderen van God van middelbare leeftijd of ouder van wie ik denk: van hen gaat zo veel uit. Die komen ook wel in winkelcentra en hebben dan contact met anderen, ook over geestelijke zaken. Maar misschien voelen veel mensen zich toch te gesloten of vinden ze het moeilijk om te spreken over wat er in het hart leeft.”

WAAROM ZOU IEMAND DIE NIET VEEL MET EVANGELISATIE HEEFT, DAT WERK TOCH MOETEN DOEN?

„We leven in een pluriforme samenleving. Daarin zie je van alles en leer je met mensen omgaan. Door schade en schande word je wijs. Je verliest er niets mee als je je kwetsbaar opstelt. Mensen zijn vaak bang dat ze commentaar en een weerwoord krijgen. Dat krijg je ook. Je leert dat het waar is: Indien gij om Christus’ Naam gesmaad wordt, zult gij zalig worden. Ja, er staat zelfs: zíjt gij zalig. Dan moet alles eraf wat van mij is. Het werk houdt je een spiegel voor en vraagt om zelfverloochening. Dan ga je vragen stellen. Wie ben je als mens? Wie is de Heere Jezus voor jou? Daarover nadenken, dat hebben we zelf ook zo nodig.”

HOE UIT ZICH DE WEERSTAND TEGEN HET EVANGELISATIEWERK?

„Die krijg je zeker van de kant van moslims. Zodra je over Jezus spreekt, merk je dat zij er een heel andere visie op na houden. Vaak komen er mensen bij staan, bijvoorbeeld familieleden. Zo zijn ze dat in hun cultuur gewend. De reacties zijn dan zo fel, dat je beter geen discussie kunt aangaan. Dan loop je weleens tegen een muur aan.

Maar aan de andere kant kwam ik ook eens een oudere moslim tegen, zittend op een stenen trapje. Dan daal je af en heb je toch een goed gesprek.

Ik herinner me ook een moment waarop we folders uitdeelden. Zelf houd ik trouwens niet zo van die lyers. Een collega deelde een folder uit aan een jongen. Hij frommelde het papier op en gooide het propje recalcitrant op straat. Een meisje, een puber, was kennelijk wél geïnteresseerd in wat er in de folder stond. Ze pakte het propje op en begon te lezen. Ik zie zulke dingen als iets kleins wat God kan gebruiken.”

EVANGELISEREN IS OOK LEREN?

„Het is zeker een leerschool. Er kan iets moois uit ontstaan, ook voor het eigen geestelijke leven. Elke dag leer je nieuwe lessen, door genade.

Vergelijk het maar met sportvissen, iets wat ik ook graag mag doen. Elke keer als ik een hengeltje uitgooi en ik heb beet, dan spartelt de vis aan de haak. Dat is een les in het vak genade: die vis, dat ben ik. Ik wil niks, ik wil niet evangeliseren en een ander wil het Woord niet ontvangen. Maar laat het geen hoge drempel zijn. Zolang het werk Bijbels ingevuld wordt, kun je dat doen op je eigen manier en met je eigen karakter. Petrus en Paulus hadden verschillende karakters, maar God heeft hen allebei willen gebruiken. En uiteindelijk werkt God de zaligheid Zelf, door het geloof, naar Zijn welbehagen. Ook in Roosendaal.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's

Evangeliseren is net sportvissen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's