Verlangen
Talloze lege banken gapen je aan. Diep ademhalen, denk ik dan. Hoger opzien...„Ik ben verblijd, wanneer men mijGodvruchtig opwekt: Zie wij staan gereed, om naar Gods huis te gaan.”
Een meisje mailde mij met de vraag of de gemeente heel Psalm 122 zou kunnen zingen als op 1 juni een kleine groep mensen weer naar de kerk zou mogen gaan. Een moeder vertelde dat het gezin, dat op Tweede Pinksterdag was uitgenodigd om naar de kerk te komen, gewoon in feeststemming was. Eindelijk weer naar de kerk! Iemand uit de gemeente die dicht bij de kerk woont, luchtte haar hart: „Wij horen zondags de klokken luiden en dan zetten wij het raam open. Maar het blijft bij het horen van het klokgelui. Je ziet geen mensen opgaan naar Gods huis.” Wie denkt niet regelmatig aan de dichter van Psalm 84 die jaloers was op de mussen en de zwaluwen, omdat die onbekommerd in de nabijheid van de altaren konden komen. In gedachten horen wij de klaagtonen van Psalm 42, waar het verlangen naar opgaan naar Gods huis wordt vergeleken met hert dat intense dorst heeft: „Ja, mijn ziel dorst naar den HEER’; God des levens, ach, wanneer zal ik naad’ren voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen?”
Die hartenpijn heb ik ook tijdens elke eredienst. Waar normaal rondom de Dordtse Julianakerk –midden in de wijk Krispijn– sprake is van een gezellige drukte van jonge en oudere mensen die lopend en i etsend naar de kerk komen, is het nu stil. In de consistorie ontmoet je doorgaans één broeder. Je mist dan de broederkring. En dan het moment dat de deur naar de kerkzaal opengaat. Talloze lege banken gapen je aan. Diep ademhalen, denk ik dan. Hoger opzien... Mijn ogen zijn op U! Juist in deze tijd ervaar ik de kracht die ligt in de woorden van het votum. „Onze hulp is in de Naam des Heeren Die hemel en aarde geschapen heeft.” En wat de Heere belooft, dat doet Hij ook. „Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen” (Matth. 18:20). Als ik dan in de camera kijk (de gemeente kan met beeld en geluid meeluisteren), weet ik dat er velen elke keer trouw meeluisteren. Die trouw is er zelfs (onder jongeren) in het beluisteren van de wekelijkse Bijbellezing op woensdagavond. In gedachten zie ik dan de ouderen, de jongeren, de vaders en moeders, de alleenstaanden gereed zitten om naar het Woord te luisteren. En tijdens het preken? Hoe het dan is? Ik mag schrijven dat de Heere niet beschaamt. Met ernst, bewogenheid en liefde mag het Woord van God worden uitgelegd en aan het hart van de luisteraar worden gelegd. Wat geeft het een vreugde als je mag horen dat de Heere ook op deze wijze grote dingen wil doen door middel van de prediking. „Alzo zal Mijn woord”, zegt de Heere, „niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen hetgeen dat Mij behaagt” (Jes. 55:11).
Dordrecht.
Ds. W.A. Zondag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020
Terdege | 178 Pagina's