Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Met een trauma terug uit Bosnië

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met een trauma terug uit Bosnië

” PTSS WERD IN 1995 NOG NIET SERIEUS GENOMEN”

12 minuten leestijd

Na zijn diensttijd in Bosnië duurde het bijna een kwarteeuw voordat voor Henk de Pater (47) zijn angst-, schaamte- en faalgevoelens overwon. In zijn boek ”United Nothing” schrijft de inwoner van Tholen over zijn ervaringen als militair bij Dutchbat en zijn posttraumatische gevoelens.

Kort na zijn terugkeer uit Bosnië in 1995, nadat hij de eerste beelden van de val van Srebrenica zag, dook Henk de Pater onder een tafel omdat een ober in een restaurant een afruimwagen te vol laadde.

De bovenste plaat met serviesgoed brak, en daarna de volgende en dan de derde. „Iedereen kon erom lachen, maar ik helemaal niet. Die enorme herrie van vallend servies en brekend glas leek minutenlang te duren en ik werd zo wit als een doek. Mijn vrienden maakten er een paar grappen over, maar ik had me moeten realiseren dat er iets niet goed zat. Zeker toen ik kort daarna op Hoog Catharijne nog zo’n ervaring had.”

In Utrecht begon onverwacht achter een muur een sloophamer te ratelen. In zijn boek beschrijft De Pater dat het leek alsof de vloer onder hem wegzakte. Wit weggetrokken kon hij zichzelf nog maar net inhouden om dekking te zoeken. „Maar ja, in Bosnië hadden wij toch niet in een oorlog gezeten toch? ”Peacekeepersstress” of ”moral injury”, daar had nog nooit iemand van gehoord. PTSS, posttraumatische stress, werd nog niet serieus genomen. Nazorg was er niet of nauwelijks.”

De gebeurtenissen brachten hem niet aan het praten, integendeel. „In mijn optiek werden na de val van Srebrenica alle Nederlandse VN-militairen met een scheef oog aangekeken. Ik had voor mijn gevoel ook niet veel om trots op te zijn. Van binnen schaamde ik me diep. Niet alleen voor Defensie, maar ook voor de VN-vlag waaronder ik zes maanden had geopereerd. Het voelde onrechtvaardig, maar het leek me het beste om maar te zwijgen. Mijn mening deed er niet toe. Iedereen om me heen leek beter te weten wat er wel en niet had moeten gebeuren.”

HEFTIGE BERICHTEN

In de zomervakantie van 1993 ontmoet Henk de Pater, op dat moment nog woonachtig bij zijn ouders in Zeist, op een jongerenkamp in Frankrijk een Nederlandse dienstplichtige in spe. „Hij had zich opgegeven voor een missie naar Bosnië. Samen maakten we elkaar enthousiast.” De Zeistenaar heeft zijn mts-diploma op zak, wacht op een oproep om gekeurd te worden en speelt met de gedachte om beroepsmilitair te worden. „Een andere kennis van me was al eerder naar Kroatië vertrokken om daar als vrijwilliger tegen de Serviërs te gaan vechten, maar een VN-missie leek mij een betere en een officiële manier om te helpen op de Balkan.”

Hij weet dat het niet ongevaarlijk is in het voormalige Joegoslavië, dat in de jaren na de val van de muur in brokken is uiteengevallen. „Ik las in kranten heftige berichten over gijzelingen en etnische zuiveringen. Tijdens de opleiding kwamen dat soort dingen wel aan de orde. Ook dat het mandaat van de VN-troepen heel beperkt was en dat het buiten de enclaves lastig was om de missie handen en voeten te geven. Hoewel ik er als idealist naartoe wilde, kreeg ik vaak het idee dat ik erheen ging als een soort bewapende hulpverlener en niet als militair. Wat dat betreft was de voorbereiding volstrekt onvoldoende.”

GRAFSTENEN

In november 1994 arriveert de genist van Support Command – de ondersteunende eenheid van Dutchbat– in Bosnië. Onderweg ziet hij de eerste tekenen van de oorlog in de vorm van vele verse graven en nieuwe grafstenen op de begraafplaatsen, die elkaar om de paar kilometer afwisselen. Ook de verwoeste stad Mostar laat bij hem diepe indrukken achter.

Spoedig wordt hem duidelijk dat het voor de VN-militairen nauwelijks mogelijk is om veel bij te dragen aan vrede tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen, die ieder vanuit hun eigen perspectief met elkaar strijden. Een dieptepunt vormen verschillende beschietingen. „Daar heb ik achteraf het meest last van gehad. Een slechte periode beleefde ik, toen ik in Centraal-Bosnië betrokken was bij de bouw van een nieuw VN-kamp. We leefden als het ware twee maanden in een openluchtgevangenis, je kon het terrein niet verlaten. Er was op het kamp veel onderlinge ruzie, gezeur en agressie.”

Toch zijn er ook andere momenten. „Ik vond het contact met de lokale bevolking het mooist. Er was veel VN-activiteit rondom Tuzla, waar we toen verbleven. De stad had slechte toegangswegen. Het voedsel kwam er voor de bevolking naartoe via een paar geitenpaden. De mensen daar waren positief over onze aanwezigheid, ondanks de continue conflicten tussen de VN en het Bosnische regeringsleger. Tijdens mijn bezoeken in 2018 en 2019 was dat nog steeds zo. De negatieve sfeer rondom de VN-militairen werd lang niet door iedereen gedeeld.

Vooral de plaatselijke bevolking dacht er vaak heel anders over. Zeker rond Tuzla was een groot deel van de bevolking wel pro-VN. Heel anders dan in Sarajevo en Kroatië; daar konden ze op ons spugen.”

KLADBLOKKEN

Eind mei 1995 zit de diensttijd van de Nederlander erop. Kort voor de val van Srebrenica, op 11 juli, waarbij vele duizenden moslimmannen in koelen bloede worden vermoord. „Ik ben blij dat ik dat niet heb meegemaakt. Dat zou wellicht heel wat meer krassen hebben opgeleverd. Maar ik vind tegelijkertijd dat de focus in de Bosnië-oorlog te veel ligt op deze gebeurtenis. Ik wil niet bagatelliseren, maar de hele oorlog heeft in totaal 100.000 slachtoffers gevergd. Alleen al bij de belegering van Sarajevo zijn 15.000 mensen omgekomen. Te veel focus op Srebrenica ontneemt een beetje het zicht op het lijden van veel andere slachtoffers in deze oorlog.”

Vanaf de eerste dag beschrijft Henk de Pater de verschillende gebeurtenissen in een dagboek. „Niet met de bedoeling daar mogelijk later iets mee te doen. Het was meer in de vorm van brieven. Ik wilde wat ik meemaakte, delen met mijn familie thuis. Ik schreef op kladblokken en kopieerde de bladzijden, zodat ik de brieven ook kon opsturen. Na mijn terugkeer uit Bosnië heb ik alles uitgetypt en verwerkt. Het werden in totaal vijf mappen. Ik had een voor die tijd aardige camera bij me en heb alles voorzien van de nodige foto’s.” De mappen verdwenen in een lade. „Ik heb er jarenlang niet meer naar omgekeken.”

Terug in Nederland heeft hij een terugkeergesprek met een psycholoog. „Dat stelde niet veel voor. Ik herinner me alleen dat ik heb aangegeven dat het goed met me ging. Achteraf gezien was het natuurlijk zwaar ontoereikend.

Ze hadden veel meer in groepsverband moeten delen en, op een laagdrempelige wijze, aan de orde moeten stellen wat de missie nu eigenlijk had opgeleverd.”

GLAZEN KOKER

Henk de Pater gaat weer aan het werk. Kort na zijn terugkomst ontmoet hij zijn latere vrouw, vindt hij werk bij KPN en vervolgens in de energiesector. „Wel had ik achteraf bezien een beetje een verstoorde kijk op risico, angst en veiligheid. En als ik een leuke dag had gehad met mijn verloofde, voelde het na afloop soms alsof zich een glazen koker om me heen sloot.”

In zijn boek geeft hij als voorbeeld zijn betrokkenheid bij de aanleg van het eerste gsm-netwerk. Vaak werkt hij met collega’s op 50 tot 70 meter en zelfs op 300 meter hoogte. „Ik was heel slordig met klimbeveiligingen, want wat boeide dat nou.” Hij maakt enkele bijna-ongelukken mee en pas nadat een collega bij een val om het leven komt, gebruikt hij zijn klimmaterialen naar behoren.

Zijn roekeloze gedrag is daarmee nog niet voorbij, zo omschrijft hij een volgende fase in zijn leven. In 2003 reist de veteraan voor drie weken af naar de Nigeriaanse oliedelta om een automatiseringssysteem van een nieuw gasleidingnetwerk in bedrijf te stellen. „Een gevaarlijke omgeving, maar ik sloeg alle waarschuwingen van mensen om mij heen om vooral niet te gaan in de wind.”

Het verblijf in het Afrikaanse land laat veel verdrongen problemen naar boven komen. „Vanaf het moment dat ik uit het vliegtuig stapte, stond ik in code rood en voor mijn gevoel leefde ik in een continue gevechtsstand.” Hij wordt bedreigd, bijna gekidnapt en gebruikt in een levensbedreigende situatie heel veel fysiek en verbaal geweld. „Een buitengewoon verontrustende explosie van gewelddadigheid.”

ZWETEN

Eenmaal thuis lukt het nog steeds niet om te praten over de periode in Bosnië. „Ik klapte dicht. Tijdens pogingen om wat te zeggen, begon ik vaak te zweten, kreeg ik een hogere hartslag, trilde ik daarna en voelde ik me vervolgens heel leeg.

Ik had het gevoel dat ik iets met die geschiedenissen moest doen, maar ik wist niet hoe en was vaak onredelijk en opvliegend of trok me terug in mijn herinneringen en belevenissen. Ik was zeker niet altijd de allervriendelijkste en het probleem sukkelde voort. Ik had er sowieso niet altijd last van, dus de urgentie voor hulp was lang niet altijd aanwezig. Hoewel, rond oud en nieuw was het wel erg vervelend met carbidschieten bij Barneveld en Kootwijkerbroek. Dat hakte erin.

Verder zullen mensen over mij vast regelmatig gedacht hebben dat ik een moeilijk karakter had. PTTS, nee dat was voor mensen over wie ik las in veteranentijdschriften. Niet voor mij dus.”

Tot de geboorte van hun eerste kind, een dochter, droomt hij vaak. „Bijzonder genoeg is dat na haar geboorte overgegaan.” De inmiddels in Tholen woonachtige technicus werpt zich op zijn drukke baan en volgt daarnaast verschillende studies. Hij rondt zijn bachelor aan de hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) af en behaalt in 2010 een master aan de Technische Universiteit Delft.

In 2015 gaat het mis. „Ik ben mijn eigen onderneming begonnen, kreeg een grote opdracht van Boskalis en we kochten voor ons gezin een bouwkavel. Ik was zelf projectleider van deze bouw en er was daarnaast ook ziekte en narigheid in de familie. Ik voelde de baksteen in mijn maag groeien en sliep ’s nachts steeds slechter.

Toch wachtte ik nog bijna twee jaar voordat ik hulp zocht. Toen kwam ik voor de eerste keer bij een therapeut. Het klikte meteen en mijn boek, dat nog niet geschreven was, ging daarna open. Al snel bleek ik een stapelaar van traumatische gebeurtenissen te zijn, die ik diep had weggestopt. Zo was ik op m’n achttiende getuige van een zelfmoord op het spoor en maakte ik mee dat een deelnemer van een jongerenkamp van de kerk tijdens een stoeipartij overleed aan hartfalen. Ook andere ingrijpende gebeurtenissen bleken een rol te spelen in mijn leven.”

Tijdens de gesprekken wordt hem duidelijk waarom hij zo moet zweten als zijn vrouw vist naar de ervaringen in Bosnië. „Die vond ik lastig te verwoorden, en over Nigeria had ik thuis helemaal niet veel verteld. Uiteindelijk kreeg ik meer rust in mijn hoofd, maar aan de andere kant kwam er meer onrust en moest en zou ik naar Bosnië.”

CIRKEL

Drie keer bezoekt hij het land, de eerste keer met zijn zoon en een jaar later met een broer. „Om de reizen structuur te geven had ik vooraf veel opgeschreven, ook wat ik wilde zien.” In 2019, 25 jaar nadat hij vertrok, arriveert hij voor de derde keer in Bosnië. „Voor mij was de cirkel daarmee rond. Voorbij is het nooit, maar ik kon het afsluiten. De eerste keer vond ik het heftigst. Ik ben op de plek geweest waar we werden beschoten en ook waar een collega is omgekomen.

Heel veel ademt er nog de oorlog van toen, vooral in Oost-Bosnië en Sarajevo, en veel mensen hebben oorlogsherinneringen. Het zit nog in hun hoofd. Aan de andere kant is het weer een beetje normaal geworden. Dat gevoel had ik sterk toen ik in Srebrenica geld uit een pinautomaat haalde. Ik begeleid nu Bosnische studenten als het gaat over duurzame energie. Hun ouders hebben de oorlog meegemaakt. Je hoort hun verhalen. Heel bijzonder.”

Zijn schriftelijke voorbereiding van de eerste reis vormt de opmaat voor het oorlogsdagboek. „Ik deelde ervaringen met andere veteranen en die haalden me over om mijn losse schetsen in een boek te bundelen. De uitgever was direct enthousiast en voor mij werd het schrijven en samenstellen een project met een deadline. Ook dat gaf stress, maar wel op een heel normale wijze.”

Hij geeft zijn oorlogsdagboek de titel ”United Nothing”, een tekst afkomstig van een graffiti-schildering op een muur van voormalige Dutchbatcompound in Potocari/ Srebrenica. „Heel passend. De VN was de speelbal van alle partijen en kon daartoe nauwelijks tot niet acteren.”

De schaamte over de missie is voorbij, geeft hij aan. „Ik kan nu aanvaarden dat ik niet de VNmilitair ben geweest die ik eigenlijk had willen zijn, maar alleen maar kon functioneren zoals dat toen mogelijk was onder het mandaat.” Of het ooit goed komt met het land, dat nog steeds worstelt met etnische verschillen? „Als ik luister naar de studenten die ik spreek, heb ik wel hoop. Aan de andere kant ligt het land in een regio waarin landen als Turkije en Rusland proberen hun invloed te laten gelden. Jonge en veelbelovende mensen trekken weg. Ik heb zo wel m’n twijfels.”

WONDER

De bij de gereformeerde gemeente van Tholen aangesloten voormalige Bosniëganger vertelt eerlijk dat hij tijdens zijn verblijf in het land niet echt veel steunde op zijn geloof. „Heel veel mensen werd een voortijdige dood niet bespaard.

Dat gaf me de nodige vragen. Er was veel narigheid. Meisjes die tot prostitutie werden gedwongen en mensen die soms boomschors moesten eten en stierven van de honger. Het blijft moeilijk om altijd te zien dat God mij toen gespaard heeft, dat is makkelijk gezegd als het goed gaat. Maar waarom andere mensen en collega’s dan niet gespaard bleven, dat blijft lastig te aanvaarden. Het werkelijk voelen van dankbaarheid lukt niet op eigen kracht. Ik ervaarde het wel als een wonder toen ik twee jaar geleden voor de eerste keer terug was op de locaties waar ik serieuze beschietingen meemaakte. Bij zo’n beschieting sneuvelde later een collega. Ik kreeg toen op die plek een hevige flashback. Ik hoorde weer granaatscherven vallen en zag burgers langs de weg wegduiken in de modder, maar was tegelijkertijd ook erg dankbaar dat ik daar 23 jaar later weer kon staan.”

N.A.V. ”UNITED NOTHING”, DOOR HENK DE PATER; UITG. BOEKS- COUT, SOEST; € 23,99. DE NETTO OPBRENGST VAN HET BOEK GAAT NAAR HET FONDS VETERA- NENHOND.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's

Met een trauma terug uit Bosnië

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's