Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Liever lassen dan in de schoolbank

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liever lassen dan in de schoolbank

7 minuten leestijd

Terwijl zijn ogen gericht blijven op het stalen hekwerk, trekt Joan Mieras (16) een rolmaat van zijn rechterheup. Het beveiligingshek meet hij af op 83 centimeter. Uit de borstzak van zijn overall komt een stift. Een streep op het staal. Slijptol op de lijn. Vonken vliegen in het rond.

Joan slijpt op een schooldag „Dit is veel beter dan in de banken hangen”, vindt hij. „Hier ben je lekker bezig, ben je tenminste nuttig. En trouwens, elke dag leer ik wel wat. Vorige week heb ik nog leren lassen.”

Joan loopt een dag in de week stage bij machinebouwer RMA in ’s-Heer Arendskerke. Hij helpt daar bij de bouw van een kaasbehandelingslijn. Een robot pakt planken met kazen op. Een machine kiepert de kaas van de plank en draait de goudgele schijven om. De plank wordt gewassen, de kazen worden geplastificeerd en weer teruggelegd op de plek waar ze lagen.

„In het begin hebben we in Joan moeten investeren”, zegt Marco Dieleman, hoofd engineering bij RMA. „Maar toen ik merkte dat hij graag wil, werd het leuk om hem dingen te laten doen. Joan heeft machinebouw in zich en is enthousiast en gedreven. Hij draait nu al mee in verschillende projecten.”

Ook stagecoördinator Arjan Witte van het Calvijn College is lovend over zijn pupil. „Ik zag in de eerste jaren op de vakhavo al dat Joan een leider is. Hij is een projectleider in de dop. Hij is communicatief heel sterk en heeft tegelijkertijd inzicht in techniek.”

Joan maakt met zijn collega een beveiligingshek rond de robotinstallatie. Hij heeft nog niet de illusie dat hij binnenkort zijn eigen machine zal bouwen, vertelt hij, als de slijptol pauze heeft. „Dit hier is een schakelkast” zegt Joan, wijzend naar een onderdeel van de machine. „Ik weet wat hij doet, maar ik heb nog geen idee hoe het werkt.”

„Ik zei: stuur mij maar naar kader, dan kan ik leuke dingen maken”

De vakhavo is voor „intelligente doeners”, zegt Johan van Steensel. „Ze kunnen op een behoorlijk niveau vakken als natuur-, schei-, en wiskunde aan en maken graag de vertaalslag van theorie naar praktijk.” Van Steensel is docent natuurkunde op het Calvijn College en een van de ontwikkelaars van het vakhavoconcept. „Ik merkte dat inactieve leerlingen op het puntje van hun stoel gingen zitten als ik een praktijkcasus inbracht”, zegt de Zeeuw. „Ik dacht, daar moet meer uit te halen zijn.”

Daarbij kwam dat Van Steensel merkte dat bedrijven in de provincie Zeeland „zaten te springen” om hooggeschoold technisch personeel. „We hebben de vakhavo niet opgezet om bedrijven een plezier te doen, maar het woog wel mee in de beslissing. En er zijn stageplaatsen genoeg. We moeten inmiddels twee op de drie stagebedrijven teleurstellen omdat we geen scholier hebben.”

„Wij zien vakhavoscholieren als onze nieuwe potentiële arbeidskrachten”, verklaart Matjan Minnaard de behoefte aan stagiairs. De directeur van interieurbouwbedrijf Goetheer & Huissoon in Kapelle biedt ieder jaar een stageplek aan voor een vakhavist van het Calvijn College. „Het zijn mensen die nog wat met de handen willen doen en ook het verstand hebben om het te realiseren”, zegt Minnaard. „Wij hebben in dit bedrijf niet alleen doeners nodig, maar ook mensen die daarbij willen denken. Vakhavisten hebben dat niveau. Ze kunnen goed met onze computergestuurde machines omgaan en vinden nieuwe technieken interessant.”

De 16-jarige Marit Maljaars uit ’s-Gravenpolder zit nu op kantoor bij Minnaard. De scholier ontwerpt met een tekenprogramma op de computer een kast voor de kantoorruimte van het bedrijf. Uiteindelijk moet ze die, met behulp van de machines in de werkplaats, zelf gaan maken.

„Ik zei altijd: stuur mij maar naar kader, want dan kan ik leuke dingen maken”, stelt Marit. „Maar ja, ik had havo-niveau. Dus toen ik hiervan hoorde, was dat echt een uitkomst.” Marit denkt daarbij dat ze vanwege haar praktijkervaring een voorsprong zal hebben op klasgenoten bij haar vervolgopleiding.

De scholier vermaakt zich prima op kantoor. „Op school zit je in de les en moet je huiswerk maken. Natuurlijk ben je hier ook voor school bezig, maar dan met leuke dingen.” >>

>> TERDEGE.NL/VAKHAVO VOOR EEN VIDEO


”Vakhavist kent beroepspraktijk”

Vhbo. Zo zou de havo eigenlijk moeten heten, volgens Govert Kamerik. Hbo met de ‘v’ van voorbereidend ervoor. Zoals vmbo leidt naar mbo, vwo naar wo.

Maar het voorbereidend hoger beroeps onderwijs (vhbo) bestaat niet. Die onderwijsrichting heet havo; hoger algemeen voortgezet onderwijs. En dat is „een beetje wonderlijk”, vindt de locatiedirecteur van het reformatorische Calvijn College in Goes.

„Algemeen is de opleiding zeker, maar voorbereiden op een vak doet de havo niet Je wilt havisten voorbereiden op hoger beróépsonderwijs. Ze moeten op hoog niveau een beroep kunnen uitoefenen.”

De havo bereidt leerlingen slecht voor op dat wat hun op het hbo te wachten staat, stelt Kamerik. Hij schudt wat statistieken uit z’n mouw. „Vanaf havo 4 haalt slechts 10 procent van de scholieren binnen de tijd die daarvoor staat een hbo-diploma. Uiteindelijk lukt het 60 procent van die leerlingen een papiertje te krijgen. De andere 40 procent gaat toch maar werken of stapt over naar mbo of wo.” Havisten doen vaak lang over hun vervolgopleiding, áls ze die al halen. „Het havo-probleem”, noemt Kamerik het. De vakhavo is zoals de havo zou moeten zijn, vindt de directeur. Of op z’n minst een stap in de goede richting. Doordat leerlingen elke week een dag ervaring opdoen in de beroepspraktijk, worden ze beter voorbereid op hun opleidings- en beroepskeuze. „De havo’er is geen vwo’er die minder goed kan leren, maar iemand die op hoog niveau praktisch aan de slag wil.”

Kamerik ziet de voordelen van „een vakhavo-achtige manier van opleiden” waarbij havisten meer praktijkervaring opdoen. „Vakhavisten zijn zich, meer dan reguliere havisten, bewust van hun competenties. Ook kunnen ze beter samenwerken –dat is meer dan het werk verdelen– en weten ze in havo 4 al bijna allemaal welke vervolgopleiding ze willen doen.”

Op het Calvijn College groeit de vakhavotak gestaag door. De school begon zes jaar geleden met een technische vakhavo. Die wordt nog steeds verder uitgebouwd. „We verkennen inmiddels ook de vakhavo in de richting economie.”

De droom van Kamerik is dat iedere havist een dag in de week praktijkervaring opdoet. „Ook leerlingen die zeggen dat ze geen richting zorg, kunst, economie, techniek of wat dan ook willen kiezen, maar liever ‘algemeen’ onderwijs volgen, zijn hierbij gebaat. Maak je proi elwerkstuk maar eens bij een bedrijf. Dan kun je proeven aan de werkcultuur. En misschien is het wel iets voor je. Of niet, maar dan weet je dat ook.”

Sinds twee jaar neemt de belangstelling voor het concept vanuit andere scholen toe, ziet Kamerik. Ook verschillende reformatorische middelbare scholen tonen interesse. „Inmiddels hebben we met 24 scholen de koppen bij elkaar gestoken om ervoor te zorgen dat leerlingen een vakhavo-examen kunnen maken. Onze havisten hebben veel in hun mars. Meer dan ik dacht.”


Op het Calvijn College groeit de vakhavotak gestaag door

Het ”Havo-probleem”

„De vakhavist haalt aan het einde van de schoolloopbaan een normaal havo-diploma met een plus voor techniek.” Dat stelt Johan van Steensel, mede-ontwikkelaar van het vakhavoconcept aan het Calvijn College. Havisten die in het tweede leerjaar kiezen voor de vakhavo, krijgen de theorielessen die normaliter over vijf dagen worden verspreid, nu in vier dagen. De vijfde dag is voor de techniek. Daarmee is de vakhavo „iets zwaarder” dan de reguliere havo, zegt Van Steensel. „Maar scholieren trekken het prima. Vorig jaar deed de eerste lichting examen. Ze zijn allemaal geslaagd.”

De koppeling tussen technische theorie en praktijk kan de vakhavist als geen ander maken, stelt Van Steensel. „We horen van stagebedrijven dat hbo-studenten die bij hen komen werken wel hoogopgeleid zijn, maar het gevoel met de beroepspraktijk missen. Dan zeggen ze tegen de ontwerper van een machine: Mooi dat je dit hebt getekend, maar heb je ooit bedacht dat iemand het ook moet gaan lassen? En: Leuk dat je daar een gat hebt getekend, maar het is onmogelijk om dat daar te boren.”

Onderwijsminister Arie Slob roemde het vakhavoconcept vorig jaar tijdens een bezoek aan het Calvijn College. „De gewone havo bestaat al heel erg lang en is als onderwijsvorm misschien niet altijd even bevredigend”, zei hij. En ook: „School en maatschappij staan vaak nog te los van elkaar, maar de vakhavo bewijst dat school en maatschappij elkaar nodig hebben.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's

Liever lassen dan in de schoolbank

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020

Terdege | 178 Pagina's