Ooit een stoer donjon
nu een elegant zomerverblijf
De met eiken omzoomde oprijlaan baant zich slingerend een weg richting kasteel Duivenvoorde. Hier en daar pronken paarse rododendrons met hun bloemenpracht. Een haasje steekt over. Alleen de schrille schreeuw van een statige pauw verstoort af en toe de rust van het bijna 800 jaar oude landgoed.
De Steengrachten zijn echte verzamelaars. Porselein, exotische schelpen, schilderijen - het kan niet op
Duivenvoorde is een oase van groen. Tussen Leiden en Den Haag, net buiten het langgerekte dorp Voorschoten, beginnen de bosschages. In april kwam over deze heerlijkheid het boek ”Duivenvoorde in vogelvlucht” uit. Het vertelt de rijke historie van het kasteel en zijn bewoners.
Wat Duivenvoorde uniek maakt, is dat het van 1226 tot 1960 in handen was van één adellijk geslacht, zij het met wat kronkelingen langs de vrouwelijke lijn. Daardoor veranderen wel de namen van de eigenaren, maar blijft Kasteel Duivenvoorde in de familie.
Conservator Simone Nieuwenbroek doet er in het kasteel zelf graag iets over uit de doeken. Ze bedient de voordeur op afstand, waardoor het bezoek zelf de hal mag binnengaan. Die stap voelt bijna als een overtreding. De ingelijste stamboom van drie meter hoog tegenover de voordeur vertelt wie hier tot zestig jaar terug de baas waren.
In de groen behangen eetkamer, onder een enorme glazen kroonluchter, vertelt Nieuwenbroek hoe “Duivenvoorde” begon. ,,De eerste vermelding ervan is in 1226, wanneer Philips II van Wassenaer Duivenvoorde in zijn bezit krijgt. Hij bouwt er een echt middeleeuws kasteel met een vierkante toren.”
Het kasteel zoals het nu is, is in 1631 gebouwd. Het was toen niet langer meer trendy om zo’n stoer donjon te hebben. Johan van Wassenaer, die een voornaam huis kocht in Den Haag, toverde Duivenvoorde om tot een elegant zomerverblijf.
WUFT
Nieuwenbroek troont haar bezoek mee naar de Marotzaal. Daar heeft Arent van Wassenaer (die ook wel de Negende genoemd wordt omdat er al zoveel Arents in het voorgeslacht zijn) het decor bepaald. Om zijn adellijke afkomst te etaleren, laat hij vijf levensgrote portretten maken: van de vier voorgaande generaties en van zijn eigen gezin. Zijn wufte pruik vormt een bijzondere combinatie met zijn stoere harnas.
Met deze portrettengalerij zijn meteen de laatste Van Wassenaers op het doek gezet. Arent laat alleen twee dochters na. De vrouw van Arent de Negende, Anna Margaretha Bentinck, beheert na zijn dood het landgoed met strakke hand. Ze is een echte zakenvrouw die het toch al niet geringe vermogen nog flink doet toenemen.
Nieuwenbroek houdt even stil bij het portret van wat toen de machtigste vrouw van Voorschoten en Leidschendam was. In een vuurrode jurk kijkt ze op de zaal neer. ,,Een molenaar vroeg haar toestemming om op het landgoed een tweede windzaagmolen te bouwen. Dat mocht alleen op voorwaarde dat hij de “ambachtsvrouwe” -want zo luidde haar titel- vier gulden per jaar afdroeg voor het gebruik van de wind.”
RUPSEN
Na de dood van Anna Margaretha van Wassenaer- Bentinck staat het kasteel bijna honderd jaar leeg. De dochters van Arent en Anna Margaretha komen door hun huwelijk elders te wonen. In 1817, vijf generaties later, krijgt de 10-jarige Henriëtte van Neukirchen genaamd Nyvenheim een bijzondere vraag voorgelegd: ,,Wil jij het kasteel Duivenvoorde hebben?” Pas als ze met de steenrijke Nicolaas Steengracht trouwt, heeft ze geld genoeg om het verwaarloosde Duivenvoorde te restaureren.
De Steengrachten zijn echte verzamelaars. In de tentoonstelling “Liefdevol verzameld” krijgt de bezoeker een tipje van de sluier opgelicht. Porselein, exotische schelpen, schilderijen – het kan niet op. De bibliotheek herbergt een schat aan boeken, waarvan een belangrijk deel over natuurhistorie gaat. Topper in die collectie is het Surinameboek van Maria Sybilla Merian. Nieuwenbroek legt het met zorg op een boekenkussen. Op een van de eerste prenten heeft “de vlindervrouw” zichzelf getekend met een netje in de handen. De rupsen lijken door de heldere kleuren en scherpe weergave bijna van de bladzijden te kruipen.
NICHTJE
Wanneer een dochter van de Steengrachten eind negentiende eeuw met baron Schimmelpenninck van der Oye trouwt, komt daarmee de laatste familienaam Duivenvoorde in. In 1960, draagt hun kleindochter het landgoed over aan de Stichting Duivenvoorde. Alleen in een zijvleugel van het kasteel blijft nog een familielid wonen, een nichtje. Nieuwenbroek: ,,Toen zij er nog woonde, vond ik het altijd bijzonder om me te realiseren dat, wanneer ik ’s morgens de voordeur open deed, er eigenlijk al iemand binnen was.” In 2019 verhuist Ludolphine Emilie van Haersma Buma geboren Schimmelpenninck van der Oye echter, waardoor het kasteel nu niet meer bewoond wordt.
Een groep van 125 vrijwilligers en een vaste staf van vier medewerkers houdt het kasteel goed bij. Buiten zijn twee tuinmannen aan het werk alsof een adellijke bewoner hen vanachter het raam nog in de gaten houdt. Maar een blik op de tuin in Engelse landschapsstijl maakt hen ook al duidelijk dat hun arbeid de moeite meer dan waard is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 augustus 2020
Terdege | 114 Pagina's