Stil
We mogen weer! Mondjesmaat, af en toe, ontsmet tot en met, en alleen als we niet verkouden zijn. Maar toch. Voor het eerst sinds maanden is ook de gebruikelijke zondagochtendspits weer terug. Martha, heb jij je hoed? Abel, ben je naar de wc geweest? Nee, het maakt niet uit welke snoepjes we mee hebben, dat zie je vanzelf... Ook al is het even hectisch, de dankbaarheid en de blijdschap omdat we weer naar de kerk mogen overheerst. Kom jongens, we gaan! Ik zet mijn hoed alvast op. Iedereen mag weten dat de kerken weer open zijn.
Het is heerlijk en vreemd tegelijk. Terwijl de mensen die thuis meeluisteren met hart én mond kunnen meezingen, is onze lofzang in stilheid. Nu er steeds meer aanwijzingen zijn dat het coronavirus zich vooral binnen verspreidt, vind ik het niet meer dan logisch dat de kerkenraad voorzichtig is. Maar ik had niet gedacht dat een dienst zonder samenzang zo kaal zou zijn. Stiekem droom ik van hagenpreken op een nabijgelegen weiland, waar genoeg plaats is om met de hele gemeente 3 meter afstand te houden (gewoon voor de zekerheid) en waar we naar hartenlust kunnen zingen. Een kerkrechtdeskundige waarschuwt in de krant dat het lastig is om buiten de muren van een gebouw juridisch nog van een kerkdienst te spreken, maar wat moet je daarmee? Historisch verantwoord is het in ieder geval – ik heb tijdens mijn geschiedenislessen tenminste nog nooit een kwaad woord gehoord over hagenpreken. Maar in het heden liggen zulke dingen toch vaak wat gevoeliger. En dus proberen we die zondag stilletjes in onze kerkbank over de psalmen te mediteren. Onwillekeurig neurie ik mee – dat zal toch niet zo veel kwaad kunnen?
Geheel volgens protocol verlaten we na de dienst het gebouw . Onze wandeling naar huis voert langs het plaatselijke woon-zorgcentrum. En dan hoor ik ineens een verweerde stem. Zomaar een oude man, achter een open raam. Door het wonder van de moderne techniek is hij verbonden met zijn gemeente, via de psalmen met de kerk van alle tijden en plaatsen. Helemaal zuiver klinkt het niet, maar hij zingt zijn slotzang vol overgave. „Welzalig dien Gij hebt verkoren, dien G’ uit al ’t aards gedruis doet naad’ren en Uw heilstem horen, ja, wonen in Uw huis.” Hier word ik nou stil van.
NELINE
IS GETROUWD EN MOEDER VAN MARTHA (6), ABEL (5), JOLIJN (3) EN REINOUT (1)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 augustus 2020
Terdege | 114 Pagina's