Johan
BELEVENISSEN VAN EEN POLITIEAGENT
Een gure dag. Het is waterkoud en het regent onophoudelijk. Samen met mijn collega surveilleer ik in ons gebied. Op een carpoolstrook langs de autoweg zien we een peugeot staan. Op zichzelf niet zo bijzonder, behalve dan dat er een raampje openstaat, en dat met dit weer.
„Even een kijkje nemen”, zeg ik tegen mijn collega. We stappen uit ons voertuig en lopen naar de peugeot.
„Hé, er ligt iemand in”, stelt mijn collega vast. Ik loop naar de bestuurderszijde en zie een man van rond de 30, die onderuitgezakt zit te slapen. Hij is helemaal nat doordat het inregent in zijn auto. Ik maak de man wakker en hij kijkt me verdwaasd aan. Wat hij hier aan het doen is, kan hij niet vertellen. „Ik ben wat moe en verder niets”.
Ik zie dat hij ongecontroleerde bewegingen maakt en zijn gezicht vertrekt vaak vreemd.
„Wat heb je allemaal gebruikt?” wil ik weten. „Helemaal niets”, beweert hij, Mijn collega kijkt ondertussen via een app op zijn telefoon of deze persoon voorkomt in ons politiesysteem. Al gauw ziet hij dat de man als harddrugsgebruiker bekend staat.
„Hoe ben je hier gekomen?” vragen we hem. Ook hier draait de man omheen en hij wil duidelijk niets met ons te maken hebben. Maar ja, zo iemand kan de weg natuurlijk niet op.
„Heb je nog verdovende middelen bij je?” vraag ik. „Nee niets…” is het antwoord.
Mijn collega wijst naar een oud halliterlesje dat op de bijrijderstoel ligt. Volgens het etiket zou het Fanta zijn. „Wat zit daarin?” vraagt hij.
„Oh, da’s niet van mij”. zegt de man. Gezien zijn situatie en gedrag besluiten we een onderzoek in te stellen. Mijn collega pakt het lesjes en ruikt eraan. „GHB”, zegt hij tegen mij. En tegen de automobilist: „Je bent aangehouden op verdenking van overtreding van de opiumwet”.
Op het moment dat we de man handboeien om willen doen, werkt hij tegen. Zijn het de ongecontroleerde bewegingen of wil hij ontkomen? We werken hem naar de natte grond en daar weten we hem in de boeien te plaatsen.
Terwijl mijn collega de auto verder goed bekijkt, ga even bij de man zitten.
„Wat voor leven is dit, man?” vraag ik hem. „Lig je daar op een dinsdagmiddag kletsnat in je auto, zwaar onder invloed. Dit wil je toch niet?” De man mompelt wat.,. Ik probeer het gesprek gaande te houden, maar kom niet echt verder. Als een stakker zit bij met ongecontroleerde bewegingen voor me. Ja, ik kan met zoiemand te doen hebben. Wat een troep is het toch...
Johan Dubbeldam verzorgt op deze plek een wisselcolumn. Volgende keer ambulanceverpleegkundige Paul-Jan Dekker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 augustus 2020
Terdege | 106 Pagina's