Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Met Aart Romijn op de barricade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met Aart Romijn op de barricade

8 minuten leestijd

Rotterdam 1964. Halfwees Piet Lindenberg (11) verslindt Aart Romijns verhaal over boekverkoper Geert Dammers. Geen wonder dat er een vonk overspringt: Piet zelf weet al sinds z’n zesde dat hij boekhandelaar wordt. Voor het werk van Romijn reserveert hij dan ook voorgoed een aparte plek. “Maar de echte essentie ervan heb ik pas later ontdekt.”

Als 10-jarig jochie leest Lindenberg op één zondag met gemak tien jeugdboeken uit. Komt hij door de week uit school, dan smijt hij zijn tas in de hoek en rent naar “de winkel” beneden, de boekhandel van zijn vader. Hij leest alles wat los en vast zit, ook kranten, al doen zijn medescholieren dat niet. „Tja, je wilt boekhandelaar worden of niet”, peinst hij een halve eeuw later.

”IK HIELD ER WEL VAN LANGS ANDERE PADEN TE LOPEN”

Zijn vader sterft helaas als Piet nog maar 11 jaar is. De boekhandel wordt voorlopig door een zus voortgezet. Een onuitputtelijke voorraad leesvoer blijft daardoor binnen handbereik en op die manier krijgt Piet ”Geert Dammers” te pakken, een trilogie die opmerkelijke parallellen vertoont met zijn eigen bestaan.

Niet alleen heeft Geert een passie voor boeken en wil hij boekverkoper worden, ook is hij, net als Piet, een beetje een buitenstaander. Lindenberg: „Ik hechtte als kind al aan een eigen mening en ben altijd mijn eigen weg gegaan. Wat dat betreft heb ik me wel een eenling gevoeld. Nee, eronder geleden heb ik niet. Ik vond dat juist een pré. Ik hield er wel van een beetje langs andere paden te lopen dan anderen deden.”

”NIET VOOR NIETS WERD HIJ EEN ROOIE CHRISTEN GENOEMD”

Geert Dammers groeit op in een harmonieus, maar armoedig arbeidersgezin. Hij voelt zich sociaal minderwaardig ten opzichte van zijn klasgenoten, ook al is hij de slimste van de hele groep. Tegelijk groeit hij door zijn intelligentie weg van het milieu van zijn ouders. Dat brengt hem in verwarring. „De maatschappelijke strubbelingen gingen destijds natuurlijk nog langs mij heen”, blikt Lindenberg terug, „maar toen ik het boek een jaar of twee later weer las, begon die problematiek tot me door te dringen. Net als het centrale thema bij Aart Romijn. De essentie daarvan kan ik —denk ik— het beste uitdrukken zoals hij dat zelf deed: „Christus centraal stellen in een goddeloze wereld”. Dat is wat Romijn wilde. Niet voor niets werd hij een ”rooie christen” genoemd. In ”Geert Dammers” —de drie delen verschenen tussen 1948 en 1953— komt dit nog niet zo duidelijk naar voren, maar heel sterk zie je het in ”Wie zonder zonde is” (1964). Die roman durf ik gerust het testament van Aart Romijn te noemen.

Hoofdpersoon is een verwaarloosd meisje, Jopie, dochtertje van een hoer. Haar (stief)vader is een ploert die zijn vrouw laat tippelen. Hij staat de onderwijzer van Jopie twee keer naar het leven, want: die man doet alles om Jopie op het rechte spoor te houden.”

Lindenberg citeert: „Vol overgave zong Jopie ”Ga niet alleen door ’t leven” mee. Toen (…) stak ze haar vinger op. „Wat is dat eigenlijk, meester: Ga tot uw Middelaar?” Ai! Haar vraag trof me pijnlijk. Ik had het vers een week geleden op het bord gezet, driestemmig, en me geen ogenblik gerealiseerd, dat er kinderen zouden kunnen zijn, die de woorden niet begrepen. (…) „Je hebt wel gehoord, dat ik het in de Bijbelles soms heb over de Heiland?” Ze knikte. „Net zo’n soort naam is het woord Middelaar. Als wij mensen weer kwaad gedaan hebben, en je weet waarschijnlijk zelf wel, dat de mensen, ook de kinderen, nogal eens kwaad doen, dan doen wij daar God verdriet

“Ik werd emotioneel, al kende ik het boek uit mijn hoofd” mee, groot verdriet zelfs. Als we weer aan het begin van het Oude Testament zijn, zal ik daar ook wel van vertellen. Toen hadden de mensen het op de aarde zo bont gemaakt, dat het God speet, dat Hij ze ooit geschapen had. (…). In de Kerstnacht is de Here Jezus op aarde gekomen, en alle schuld van alle mensen draagt Hij... Wanneer de mensen zoveel kwaad gedaan hebben, dat God zou zeggen „Ik maak er een eind aan”, dan gaat de Heiland voor ons bemiddelen bij God, snap je… ’t Is net, of Hij dan tegen Zijn Vader zegt: Probeert U het nog maar weer met ze… Ik ben voor hen op aarde gekomen.” In deze aangrijpende roman klinkt de vraag door: Hoe kun je als christelijke school in een arme Amsterdamse volksbuurt een stukje Evangelie kwijt? Jopie blijkt haar verdere leven dit zaadje te hebben meegedragen en moet bekennen dat ze goed wil, maar dat het kwade dichtbij ligt. Tegelijkertijd gaat het boek over morele dilemma’s, die wij allemaal kunnen herkennen.

Ik ben ervan overtuigd dat er veel autobiografische gegevens in verwerkt zijn. Romijn was ook onderwijzer. Je ziet in ”Wie zonder zonde is” hoe hij zelf met zijn leerlingen omging. Van hem is bekend dat hij in de oorlog twee joodse kinderen in zijn klas opnam, die daar tussen NSB-leerlingen zaten alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ook dat hoorde voor hem bij het christelijk-sociale denken.

Aart Romijn zat met die vraag rond de maatschappelijke relevantie van de kerk –beter: van het Evangelie– en dat heeft zijn werk volledig getekend. Het was een geluid dat hem in die tijd door een deel van de gereformeerde gezindte niet altijd in dank werd afgenomen. Waarom ík daar wel voor openstond? Aanvankelijk vanwege een stukje rebellie wellicht, maar er was meer dan dat… Ik heb onlangs ”Wie zonder zonde is” opnieuw gelezen en werd er emotioneel bij, ook al kende ik het verhaal uit het hoofd. De zeggingskracht vermindert niet.”

”HOE DE MEDEMENS ZALIG ZOU WORDEN, DAT HING ER EEN BEETJE BIJ”

„Ik zat destijds in wat wij nu zouden noemen de ”reformatorische bubbel”. Dé vraag was daar: „Hoe word ík zalig?” Hoe de medemens zalig zou moeten worden, dat hing er een beetje bij. Voor mij werd dat wel een vraag, zeker toen ik inderdaad al jong in de zaak terechtkwam en later een rol ging spelen in landelijke organisaties van algemene boekhandelaren. Romijn zag kans om het christelijke sociale denken te verwoorden in zijn boeken. Hij kreeg daardoor de naam een ”linkse” schrijver te zijn, maar hij liet ondertussen zijn hoofdpersoon de hand uitsteken naar een van God en gebod niets afwetende naaste.

Romijns werk is niet ingekaderd in de conventie. Hij durft op de barricade te staan en is daarmee een voorbeeld voor ons. Mij heeft hij wakker geschud.”

”ROMIJN KIEST NIET VOOR EEN ZOETSAPPIG HAPPY END”

Dat de auteur in diverse boeken pubers haarfijn weet uit te tekenen, is een andere sterke kant van Aart Romijn die Lindenberg vanaf het begin aanspreekt.

„Neem ”De weg die wij gaan”. Ook daarin zie je de rode christen en onderwijzer terug. Het boek begint met twee pubers die elkaar al heel lang kennen. Ze volgen samen de hbs. Hij heeft het voor het zeggen, zij volgt, maar dat wijzigt in de loop van de tijd. Ze groeien uit elkaar, want —het motto van het boek—: Als zij 16 is, is hij het ook. Als zij “al” 20 is, is hij ”pas” 20. Ze nemen uiteindelijk afscheid zonder elkaar los te laten.

Bij zo’n open einde kun je zelf van alles verzinnen en dat is typerend voor veel boeken van Romijn. Hij kiest niet voor het zoetsappige happy end, maar weet het verhaal altijd zo te draaien dat je nog een paar dagen nodig hebt om te fantaseren over hoe het verder zou kunnen gaan. Ik heb dan ook vaak een compleet vervolg in mijn hoofd gehad. Nee, opgeschreven heb ik dat nooit, haha. Daar liggen mijn kwaliteiten niet.”

”HET ZOU GOED ZIJN ALS JONGEREN IETS VAN ROMIJN LAZEN”

Leesclubs moeten zich maar weer eens op zijn werk storten, vindt de –jarenlang–bekende Rotterdamse boekhandelaar, die inmiddels in Zoetermeer woont. „Het zou bovendien goed zijn als jongeren iets van hem lazen. Óók vanwege de totaal andere tijd waarin deze romans zich afspelen. Mijn eigen kinderen kunnen zich geen wereld meer voorstellen waarin auto’s een zeldzaamheid waren. Rangen en standen? Probeer het ze maar eens uit te leggen. We zijn het allemaal kwijtgeraakt. Nee, dat is zeker lang niet altijd een verlies, maar we komen wel op een punt dat er zodanig gerelativeerd wordt dat alle gezag en respect verdwijnen. De tijd zal ons leren wat daarvan de gevolgen zijn.

Dé manier om jezelf te leren kennen, is door je te verdiepen in je ”roots”, je eigen geschiedenis. Het lezen van allerlei soorten literatuur is een middel daarbij.”

In de armste buurt

Aart Romijn (1907-1996) heeft meer dan dertig boeken op zijn naam staan. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werden zijn romans populair. Zijn loopbaan als onderwijzer begon hij in 1926 in een van de armste buurten van Amsterdam. Later stapte hij over naar het voortgezet onderwijs. Hij trouwde en kreeg een zoon en een dochter.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 oktober 2020

Terdege | 162 Pagina's

Met Aart Romijn op de barricade

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 oktober 2020

Terdege | 162 Pagina's