Twee kantjes
Het was een bijzonder bezoek dat ik niet snel zal vergeten. De man bij wie ik langsging, wist van een groot verlies. Zijn vrouw was enkele jaren geleden van zijn zijde weggenomen. Een lege plaats. Vaak kwam deze beminde vrouw ter sprake. Opvallend vond ik wat de man over hun verkeringstijd vertelde. Zijn toenmalige meisje stuurde hem brieven. Van twee kantjes. En dat elke week. Het was een dubbele liefdesverklaring. Op de ene zijde betuigde zij haar liefde voor haar vriend. Op de achterkant verhaalde zij van de preken die zij zondags had beluisterd. Terwijl hij het vertelde, glansden zijn ogen. Zó was zijn vrouw. Zó had hij haar leren kennen. Zó herinnerde hij zich haar.
De briefwisseling tussen de jonge geliefden had een rijke vrucht. Ze keken in elkaars hart. ”Elkaars nieren proeven”, noemt de Bijbel dat. Er is verschil tussen ”kennen” en ”kennen”. Dít kennen is de basis voor volledige overgave aan elkaar. Later dacht ik bij mezelf: zouden jonge mensen elkaar nóg zó leren kennen in de verkeringstijd? Welke jongen schrijft er nog een brief aan zijn vriendin? Zeker, onze jonge mensen appen en bellen heel wat af. Maar bereiken zij ook de diepgang van een brief ”van twee kantjes”? Op (huwelijks)catechisatie wijs ik jonggehuwden erop hoe belangrijk het is om elkaar écht te leren kennen. Ook als het gaat om het geestelijke leven. Laat een man aan zijn (aanstaande) vrouw vragen wat de gehoorde preek met haar deed. En zij aan hem.
Een brief van twee kantjes… Ik moet denken aan wat de bekende oudvader Petrus Immens schrijft over Gods Woord, dat hij vergelijkt met een brief van God aan zondaren. Lees maar mee: „Tot u moet ik zeggen dat ik een brief heb van de God des hemels, waarvan het begin en het einde, en van achteren tot voren, niets anders is dan een aanminnelijk aanbod, om u te nodigen, dat u met God in een verbond zou komen. En deze nodiging wordt u in Gods Naam op het allerkrachtigst en ernstig voorgesteld, om, was het mogelijk, uw hart in te winnen. Hier is een God, Die staat met uitgebreide armen, met rommelende ingewanden van barmhartigheid, u toeroepende: zondaar, wat zal u de dienst van de zonden en de wereld baten? Wendt u naar Mij toe. In Mijn dienst is leven en zaligheid. En wat kan of mag u hier toch terughouden?”
Ook deze, van de Heere afkomstige, brief heeft –met eerbied gesproken– twee kantjes. Een algemeen deel en een bijzonder deel. Het is algemeen, omdat het gericht is tot alle zondaren. Niemand uitgezonderd. Het bijzondere deel maakt de brief van de Heere zó persoonlijk. Iemand zei eens: „Dan gaat Gods Woord ”mij” lezen. De Heilige Geest leert te ”mijnen”. Dan gaat het niet meer over dé zonden, maar over mijn zonden. Het gaat niet meer over dé Zaligmaker, maar over mijn Zaligmaker, niet over dé troost, maar over mijn troost in leven en in sterven.”
Dordrecht. Ds. W.A. Zondag
Het was een dubbele liefdesverklaring
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 november 2020
Terdege | 106 Pagina's