Matige leerling werd wereldberoemd
Als student presteerde hij niet zo veel, als kunstenaar des te meer. Maurits Cornelis Escher is bekend bij oud en jong, vanwege zijn kunst waarin hij speelt met perspectief.
Vissen die overgaan in vogels. Een trap die zo veel dimensies heeft dat het onmogelijk een echte trap kan zijn. Een weerspiegeling van zichzelf in een glazen bol die griezelig precies klopt. Eschers werk fascineert. En dat vindt niet alleen Judith Kadee, conservator van het museum Escher in Het Paleis in Den Haag. „We hebben over belangstelling voor Eschers werk nooit te klagen. In het buitenland is hij bijna nog bekender dan in Nederland. Iedereen houdt van de grapjes in zijn werk en de verbazing die het oproept. Daar zit een soort magie in.”
Eschers kunst is nog steeds overal te vinden. In studieboeken. Op ansichtkaarten. In agenda’s. Of in een wiskundelokaal. Toen ze als kind in de tandartsstoel lag, zag ze werk van Escher boven haar hoofd hangen, vertelt Kadee lachend. „Door de optische illusies houdt zijn werk een charme waardoor het bij het publiek blijft leven. Ook mensen die weinig met musea en kunst hebben, voelen zich door Escher aangetrokken. Je hoeft geen voorkennis te hebben om met veel liefde en diepgang naar het werk hier te kunnen kijken. Dat maakt het voor jong en oud leuk.” Ook kinderen zijn geïntrigeerd. „Ik stond eens bij een groepje kinderen dat hier rondliep met hun meester. Een van de leerlingen draaide zich na het bestuderen van een werk om en zei vol ontzag tegen de docent: „Meester, Escher was een genie.” Ik smolt een beetje, dat snap je.”
Zelf is ze vooral gefascineerd door Escher vanwege de mix van ambacht en visie die hij in zijn werken laat zien: „In een periode waarin er nauwelijks computers waren, deed hij alles in zijn hoofd. Dat is ontzettend knap. Hij maakte zich los van alle kunststromingen en werd een one-man-movement. In een tijd waarin abstracte kunst populair was, behield hij zowel de techniek als de nieuwsgierige blik van een kunstenaar.”
Het Eschermuseum bevindt zich in het voormalige winterpaleis van koningin-moeder Emma, aan het Lange Voorhout in Den Haag. Prachtige kroonluchters belichten in het verder uitgestorven museum de werken van Escher aan de muren. De grote spiegels die her en der hangen, veroorzaken een droste-effect: ze weerkaatsen de ruimte niet één keer, maar tientallen keren.
Eschers eerste werken zijn verrassend eenvoudig, blijkt in de introductiezaal. Een weergave van een Italiaans stadje, gezien vanaf een heuvels eromheen. Een bloem. Een portret. De toren van Babel. „Toch wel escheriaans”, noemt Kadee die. „Als je ziet hoe hoog hij het onderwerp benadert vanuit vogelperspectief.”
Maar al snel verandert zijn kunst. Zijn landschappen worden minder realistisch. De gebouwen worden vierkanter, het landschap blokkeriger. Kadee: „Ook dan zie je hem al spelen met dimensies en vervreemdende effecten. Dat is een voorbode van wat er nog komt.”
Zaal na zaal ontwikkelt Eschers kunst zich voor het oog van de toeschouwer. Hij voegt nieuwe perspectieven toe, verdiept zich in andere wiskundige elementen en systematiek. Kadee: „We tonen hier de werken van het begin van zijn carrière tot aan het laatst, waarin hij experimenteert met optische illusies van bijvoorbeeld trappen die eindeloos door lijken te gaan.”
In zijn jongere jaren was Eschers kunst overigens niet populair. Hij leefde toen grotendeels van een toelage van zijn ouders, zegt Kadee. „Pas in de jaren 50 werd zijn kunst opgepikt door Engelse en Amerikaanse media. Dan wordt hij op slag beroemd en moet hij zijn prenten continu bijdrukken.”
Beroemd is zijn kunst van een op het eerste gezicht normaal trappenhuis. Maar bij verdere inspectie blijken de trappen alle kanten op te lopen. Kadee: „Leuk weetje: dat trappenhuis is bijna identiek aan dat van zijn oude middelbare school.”
Ze laat een van haar eigen favorieten zien: een afbeelding van een man die naar een kunstwerk kijkt, dat verandert in een stadje, en het stadje weer terug in de tentoonstelling. Ook heeft ze bewondering voor het portret van Escher waarin hij zichzelf heeft getekend, weerspiegeld in een glazen bol. „Een onderzoeker heeft dit nagemaakt op de computer. En wat bleek: alle vervormingen en formaatwisselingen klopten, alleen de tafel stond iets verkeerd. Terwijl Escher het zonder computer heeft gedaan.”
Het museum heeft gewoonlijk een almaar groeiend aantal bezoekers. In 2019 waren dat er 170.000. „Eigenlijk willen we verhuizen naar een ruimer museum. Als je ziet hoe populair Escher nog steeds is. Dat is een ode aan zijn kunst.”
Nieuwe tentoonstelling
In afwachting van de opheffing van de lockdown komt het museum Escher in Het Paleis in maart met een nieuwe tentoonstelling: ”Geniale graici: Escher en zijn tijdgenoten”. In de tentoonstelling wordt graiek van het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw getoond, van Eschers leermeesters, zijn vrienden en andere kunstenaars. Kadee: „Het is mooi om te zien dat de thema’s die Escher gebruikte ook bij zijn tijdgenoten terugkomen.” Het gaat daarbij bijvoorbeeld om landschappen, portretten en stadsgezichten.
Het museum is daarvoor een samenwerking aangegaan met Kunstmuseum Den Haag. „Sommige van de prenten die we laten zien, komen voor het eerst in tientallen jaren uit het depot. Prenten zijn erg gevoelig voor licht.” De tentoonstelling is erg interessant voor liefhebbers van Escher, denkt Kadee. „Veel kunstenaars die bekendstaan om hun schilderkunst, maakten ook graiek. Denk aan Mesdag. Zijn prenten zijn heel interessant, maar worden minder tentoongesteld.”
Levensloop
Maurits Cornelis Escher leefde van 1898 tot 1972. Hij was afkomstig uit een bemiddelde familie. Zijn vader was waterbouwkundig ingenieur.
Hij blonk niet uit op school, maar begon omwille van zijn vader aan een studie aan de TU Delft. Vervolgens stapte hij over naar de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten in Haarlem. Tijdens zijn opleiding werd hij ontdekt als een grafisch talent.
Zijn eerste werk bestond met name uit landschappen en natuurtekeningen. Later richtte hij zich onder meer op wiskundige principes die hij toepaste in zijn werk, zoals zijn fascinatie voor oneindigheid.
Pas in de jaren 50 werd hij onder een groot publiek bekend. Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk thema’s uit hun vakgebieden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 maart 2021
Terdege | 120 Pagina's