De haan
Bij het voorbereiden van een preek vind je altijd wel wat ‘nieuws’. Zo zou ik onlangs preken over Petrus’ verloochening. Lang dacht ik na over de functie van de kraaiende haan. De grote Schepper van mens én dier gebruikte een haan om een discipel, een kind van God, te waarschuwen en tot berouw te brengen. De haan moest kraaien. Jezus Zelf had het voorzegd. Alle evangelisten hebben déze voorzegging opgeschreven. Als de haan tweemaal zou hebben gekraaid, zou Petrus de Heiland driemaal hebben verloochend. Het is uitgekomen. Als de haan te middernacht –een ongebruikelijk moment– voor de tweede keer kraait, draait Jezus het hoofd naar Petrus en ziet hem aan. Dan wordt Petrus indachtig het eerder door zijn Meester gesproken woord. Die ogen, dát woord, brengen hem in de schuld.
Tijdens de dienst vroeg ik de kinderen welke andere dieren er in de Bijbel worden gebruikt om mensen te waarschuwen of bijzonder te helpen. Eén ding is duidelijk: als dominee heb je dan echt de volle aandacht van de kinderen. Het waren: een ezelin voor Bileam, een walvis voor Jona, raven voor Elia, varkens voor de jongste zoon in de gelijkenis.
Het is raadzaam om aan de hand van de dierenwereld onze kinderen Bijbelles te geven. Wie de Bijbel doorbladert, ontdekt dat veel dieren als levende voorbeelden voor mensen worden gebruikt. „Het ruime hemelrond, vertelt met blijde mond, Gods eer en heerlijkheid” (Ps. 19). Door middel van dieren leert de Heere ons hoe wij ons voor Zijn aangezicht moeten gedragen. We lezen over de os en de ezel (Jes. 1:3), de ooievaar, de tortelduif, de kraanvogel (Jer. 8:7), de zwaluw, de mus (Psalm 84), over koeien en lammeren (Hos. 4:16). De Heere Jezus vergelijkt Zichzelf met een hen die zich ontfermt over haar kuikentjes. En Hij benadrukt de wijze waarop musjes en andere vogels worden onderhouden door de hemelse Vader. „Zij zaaien noch maaien, noch verzamelen in de schuren.” En wat doet God voor deze diertjes? „Uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve” (Matth. 6:26). Dat geldt van nog veel meer dieren. Achter elke schepsel zien wij als het goed is de grote Schepper en Onderwijzer staan. Het gedrag van het dier, de manier waarop het voor zichzelf en anderen zorgt, is niet ”toevallig”. De almachtige Schepper heeft lessen in deze dieren gelegd. Wijsheidsleraar Agur laat het ons in Spreuken 30 zien aan de hand van tal van grote en heel kleine dieren. Niet alleen voor dít leven, maar ook voor na dit leven. Het is opmerkelijk dat in de prachtige tekening van de nieuwe aarde de dieren een plaats hebben. Een koe, een leeuw, een luipaard, een os en een lam. En heel kleine kinderen zien wij spelen met dán ongevaarlijke slangen, zoals de adder (Jes. 11: 8). Mens en dier in volkomen harmonie met God en met elkaar. Dát is het vrederijk van Vorst Messias.
Dordrecht. Ds. W.A. Zondag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 april 2021
Terdege | 130 Pagina's