Een aparte ziekte
Jan-Kees en afke vechten elke week tegen corona
Ze werken beiden met Covid19-patiënten, het echtpaar Van den Berge uit Alblasserdam. Afke (28) als verpleegkundige op de longafdeling, Jan-Kees (29) als arts. ”We hebben veel meegemaakt, het afgelopen jaar.”
Jan-Kees is arts, Afke verpleegkundige. “Veel mensen vragen: Hebben jullie elkaar in het ziekenhuis ontmoet? Maar zo is het niet gegaan.” J
Thomas, een peuter van bijna vier, scharrelt heen en weer tussen beide ouders, terwijl zijn eenjarige zusje Sarah de vloer onveilig maakt. Jan-Kees en Afke zijn deze maandagmorgen allebei thuis, iets wat de laatste maanden niet vaak is voorgekomen.
Ze ontmoetten elkaar twaalf jaar geleden via een gezamenlijke vriendengroep. Afke woonde in Tholen, Jan-Kees in Krabbendijke. Afke deed de opleiding tot verpleegkundige, Jan-Kees studeerde geneeskunde. Het klikte, al was dat niet per se vanwege hun interesse in de zorg. Jan-Kees, lachend: „Dat vragen mensen heel vaak. Hebben jullie elkaar in het ziekenhuis ontmoet? is het dan.” Afke: „Ze zien, denk ik, gelijk een romance voor zich tussen een arts en een verpleegkundige. Maar zo is het dus niet gegaan.”
Als ze trouwen, studeert Jan-Kees nog voor basisarts. Afke werkt dan op de longafdeling van het ziekenhuis in Dordrecht.
Pas als Sarah geboren is, begint Jan-Kees met zijn specialisatie tot cardioloog. „Ik loop nu stage op allerlei afdelingen in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. Begin vorig jaar werkte ik op de spoedeisende hulp en zag daar de patiënten binnenkomen die waren besmet met corona. Na de zomer werkte ik op de longafdeling. En nu sinds januari op de intensive care. Stuk voor stuk afdelingen waar coronapatiënten liggen.”
Nu ze allebei met Covidpatiënten werken, gaat het thuis vaak over corona, zeggen ze. Afke: „We moeten soms opletten wat we aan tafel zeggen. Thomas krijgt er al iets van mee.” Jan-Kees: „Dan zegt hij bijvoorbeeld: Papa, moest je nog patiënten omdraaien vandaag?
Want coronapatiënten die op de intensive care liggen en geïntubeerd zijn, moeten vaak van buik naar rug gedraaid worden of andersom. Dat heeft hij dus al door.”
Zelf heeft het stel het virus ook gehad. Haast onvermijdelijk, noemt Afke dat. „Ik heb het overduidelijk meegenomen uit het ziekenhuis. Waarschijnlijk toch een keer niet zorgvuldig genoeg mijn pak uitgedaan.”
Opmerkelijk was de reactie van de kleine Thomas toen Afke ziek werd. „Hij moest huilen toen ik positief werd getest. Heel verdrietig vroeg hij: Moet je nu naar het ziekenhuis? Door onze verhalen denkt hij dat iedereen die corona krijgt opgenomen moet worden.”
Reukvermogen
Het ziekteverloop was gelukkig mild bij het stel. Afke: „De eerste vijf dagen voelde ik me beroerd. Daarna werd Jan-Kees ziek.” Jan- Kees: „Ik heb heel lang last gehad van een verminderd reukvermogen. De vieze luiers van onze dochter rook ik bijvoorbeeld niet.” Afke: „Als ik de trap oploop ben ik nog steeds wel sneller buiten adem dan vroeger. Maar verder hebben we er gelukkig niets aan overgehouden.” Ook nu gaat het thuis nog vrij vaak over hun vak, zeggen ze. Afke: „Als je iets meegemaakt hebt, vertel je dat natuurlijk tegen elkaar. Maar gelukkig kunnen we het ook nog over gewone dingen hebben.”
Het heeft ook voordelen om in hetzelfde vakgebied te werken. Afke: „Als ik iets niet snap, vraag ik het aan Jan-Kees. Hij weet er wat meer van. Was ik getrouwd met een man die iets totaal anders deed, dan kon ik mijn verhaal niet op dezelfde manier kwijt, denk ik.” Jan-Kees: „Tegenover anderen houden we het simpel.” Afke: „We vertellen onze familie niet altijd welke heftige dingen we soms meemaken. Het is ook lastig om uit te leggen als je er zelf niet midden in staat.”
Ander ziektebeeld
Want dat ze het afgelopen jaar veel hebben meegemaakt, staat vast. Afke: „Covid-19 is qua verloop een totaal ander ziektebeeld dan we op de longafdeling ooit eerder gezien hebben.” Jan-Kees: „Patiënten kunnen opeens hard achteruitgaan. Dat hebben we in het begin onderschat.” Afke: „Coronapatiënten moeten soms met bosjes naar de intensive care, achter elkaar. Dat heb je bij andere ziektes niet. Al wen je er ook wel weer aan, dat mensen zo ziek zijn.” Jan-Kees: „Dat zie ik ook bij de jongere assistenten in het ziekenhuis. Die staan er niet gek van te kijken als iemand op de afdeling 10 liter zuurstof krijgt. Maar dat deden we voor corona bijna nooit. Het is echt heel veel.”
Ze hebben dingen gezien die ze niet eerder hadden meegemaakt. Jan- Kees: „Dat iemand die van corona werd verdacht, meteen van zijn vrouw gescheiden werd. Ze konden geen afscheid nemen, alleen nog even naar elkaar zwaaien. Terwijl ze niet wisten of ze elkaar weer zouden zien. Of dat ik die eerste maanden discussies moest voeren met familie over hoe veel er het ziekenhuis binnen mochten om afscheid te nemen van een geliefde. Officieel mocht er maar twee man naar binnen, maar dan wilden ze bijvoorbeeld graag met z’n vieren komen. Terwijl er voor corona gerust tien man om een bed heen zat om afscheid te nemen. Heel bizar. Want het zal je vader of moeder maar zijn die gaat sterven.”
Afke: „Ik heb ook een keer gehad dat de gezondheidssituatie van een patiënt ineens achteruitging. Hij wilde nog even videobellen om afscheid te nemen van zijn vrouw en zoons, want hij wist niet of hij nog wakker zou worden na de intubatie. Hij zei tegen zijn zoons: Zorg goed voor je moeder, als ik er niet meer ben.” Jan-Kees: „Niet echt afscheid kunnen nemen gebeurde ook.” Afke: „Vreselijk als je nog zo veel onbesproken moet laten.”
Menselijker
De zorg is sinds die eerste lockdown vorig jaar gelukkig menselijker geworden, zeggen de twee. Jan-Kees: „Bezoek is nu meer gereguleerd.” Afke: „Bij ons mag nu twee keer per dag één bezoeker komen. En als iemand terminaal is, mogen er continu drie mensen aanwezig zijn. Ook daar zijn uitzonderingen voor mogelijk, als er bijvoorbeeld nog meer naaste familie is die afscheid wil nemen.”
Wel is de benadering van de patiënten anders dan vorig jaar. Afke: „Die worden soms met zuurstof naar huis gestuurd, iets wat daarvoor nauwelijks gebeurde. Via een app houdt een longverpleegkundige dan het ziekteverloop thuis in de gaten. De zorg is daardoor intensiever geworden, ook omdat we zo veel mogelijk zorg van de ic overnemen om daar meer plek te creëren.”
Laks
Of ze het vanwege hun ervaring met ernstig zieke patiënten moei-lijk vinden om te zien dat anderen soms laks met de coronamaatregelen omgaan? Ze knikken.
JanKees: „Dan loop ik ergens en zie ik toch een stuk of zeven jongeren bij elkaar zitten. Dan denk ik: Jongens, waarom doe je dat? Een poosje terug sprak ik iemand die het virus een vervanmijnbedshow noemde. Ik snap dat ergens wel als je niet van dichtbij hebt meegemaakt welke uitwerking het virus kan hebben. Zelfs binnen het ziekenhuis zijn er specialisten die versteld staan als ze op de intensive care komen.” Afke: „Veel mensen hebben niet door hoe het in het ziekenhuis is. Ik hoor ook vaak van de patiënten die bij ons liggen: Ik wist niet dat het zo erg was.”
Het week in, week uit werken met coronapatiënten trekt zijn sporen. JanKees: „Je kunt nauwelijks meer doen dan zuurstof toedienen. Een goede behandeling is er niet.” Afke: „Het werk met coronapatiënten is heel anders dan dat met andere longpatiënten.” JanKees: „Op de intensive care verloopt veel zorg nu hetzelfde. Normaal gesproken liggen er bijvoorbeeld ook mensen met een ernstige urineweginfectie. Maar een deel van die mensen komt nu blijkbaar niet naar het ziekenhuis toe. Zo hadden we in de eerste golf ook bijna geen patiënten met hartinfacten. Heel apart.”
Dreiging
Ook nieuw in hun werk: relatief veel agressie. Afke: „Er wordt wel met messen gedreigd. Dat is echt heftig, hoor. Zeker als je als fulltimer werkt. Familie van patiënten wil ons soms onder druk zetten om ervoor te zorgen dat we meer mensen toelaten. Of neem die vader die niet naar de ic werd gebracht omdat een behandeling voor hem geen effect meer zou hebben. Zijn familie kon dat niet begrijpen en zei: Dus als ik nu mijn vader neer zou steken, zou hij wel naar de ic mogen, maar vanwege corona niet? Het is voor achterblijvers soms heel onbegrijpelijk allemaal.” JanKees: „De behandeling van corona is vooral een langdurig traject met beademing. Dat is ook moeilijk te snappen.” Afke: „Dat is voor ons ook lastig.” JanKees: „We weten nog steeds zo weinig.”
Memorabel was ook de avond waarop er een demonstratie dreigde rondom het Ikazia Ziekenhuis. Jan Kees: „Dagdiensten werden eerder afgebroken. Een extra afdeling werd ingericht zodat specialisten konden blijven slapen. Gelukkig viel het uiteindelijk mee.” Afke: „Maar je maakt je wel zorgen. Alsof wij er iets aan kunnen doen dat corona er is, we doen alleen ons werk maar.”
Met alle complottheorieën hebben ze weinig op. Afke: „Een patiënt die bij ons werd opgenomen en daar na afloop over gefilmd werd, kreeg verwijten als: allemaal propaganda, we geloven er niets van, je verzint maar wat. Onbegrijpelijk. Het was mijn patiënt, ik heb met eigen ogen gezien hoe slecht hij er aan toe is geweest.” JanKees: „Sommigen zeggen dat het overlijdenspercentage maar klein is. Dat is zo, maar als het aantal zieken groot is, dan is het aantal overlijdens dat ook, ondanks het kleine percentage.” Afke: „Vandaar de maatregelen. Laat je die los, dan worden de ziekenhuizen overspoeld.”
Passie
Sarah is inmiddels bij haar ouders op de bank geklommen en doet verwoede pogingen de bril van haar moeder te pakken te krijgen. Thomas heeft een verhaaltje van Pietje Puk achter de rug en komt eens kijken waar zijn ouders nou blijven. Het jonge echtpaar trekt geduldig grijpende handjes weg en beantwoordt wat prangende peutervragen. Ze genieten van deze maandagmorgen. Omdat ze allebei diensten draaien, zien ze elkaar soms weekenden achtereen nauwelijks. JanKees: „We hebben vooral die eerste periode heel veel langs elkaar heen gewerkt.” Lachend: „Trouw nooit met een dokter, zeg je toch?”
Afke: „Hij is ook nog druk met zijn promotieonderzoek. Dus als hij avonddienst heeft, zit hij overdag vaak achter zijn laptop.” JanKees: „Maar het heeft ook voordelen om diensten te draaien. Als ik avonddienst heb, zie ik de kinderen veel meer.”
Ondanks het heftige jaar dat achter hen ligt, zouden ze het werk in het ziekenhuis geen van beiden willen missen. Afke: „Het patiëntencontact, de dankbaarheid van de mensen, de verpleegkundige handelingen: ik vind het gewoon een heel mooi vak.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 april 2021
Terdege | 130 Pagina's