Vier keer de pont op
Al eeuwenlang maken veerpontjes deel uit van de Nederlandse cultuur en het landschap. Hoewel het niet altijd meer noodzakelijk is, wordt er nog volop gebruik van gemaakt. Overvaren heeft dan ook zijn charme. Vier keer de pont op.
„Vorige veerman had nog een roeiboot”
„Waar is de flesopener?” Er klinken paniekerige kreten in Theehuis Zalkerveer, dat een werkplek biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. „Waar is hij nou toch?” Het kopje thee is al geserveerd, maar de cola blijft weg. Er wordt naarstig gezocht naar de opener. Ook een begeleider is in geen velden of wegen te bekennen. Ten einde raad gaat de serveerster het flesje met een schaar te lijf. Zonder resultaat, natuurlijk. Gelukkig vinden we het gereedschap na een tijdje zelf op een tafeltje op het terras. De cola is gered.
Ook als we bij de kassa staan voor een kaartje voor de overtocht, slaat de stress toe. Hoe moet dat ook alweer, een retourtje met de veerpont aanslaan…? Het duurt even. Ondertussen groeit de rij. Aan een tafeltje zit een andere medewerkster schorten te vouwen. „Wil je even meehelpen?” vraagt haar collega. „Nee, ik heb geen dienst”, antwoordt de vrouw, en ze blijft rustig zitten.
Wie wil aanwaaien bij Theehuis Zalkerveer, doet er goed aan om een grote glimlach mee te nemen. De thee –van speciaalzaak De Eenhoorn in Kampen–, de baksels – alles uit eigen keuken–, én de cola, die toch uit de fles kon, smaken er niet minder om. De medewerkers maken deze plek uniek.
Het terras biedt zicht op de IJssel en het voetveer, waarmee je vanaf hier naar Zalk kunt varen. Langs het theehuis slingert een dijk: vanaf Kampen, voorbij Wilsum –met een van de oudste kerkjes van Overijssel– naar ’s-Heerenbroek. Voorbij het Zalkerveer gaat hij verder richting Zwolle, waarvandaan je kunt overvaren naar Hattem. Het blauw-witte motorbootje bij het theehuis heeft net een paar passagiers gelost. De schipper staat nog even na te kletsen, de lachsalvo’s galmen tegen de dijk op. Klingeling…! klinkt het dan. Het geluid draagt ver over het water. Aan de overkant luidt een fietser de scheepsbel. Hup, veerman, de plicht roept.
De oeververbinding op deze plek is al heel oud. Nadat de vorige schipper was gestopt, kwam het veer in 1996 in handen van Stichting Philadelphia Zorg, die ook het bijbehorende theehuis runt. Tegenwoordig maken vooral recreatieve wandelaars en fietsers er gebruik van.
Het bijzondere van dit veer is de omgeving, zegt de schipper, terwijl hij de boot behendig de rivier over stuurt. Aan beide zijden van de IJssel lopen diverse (langeafstands) routes voor fietsers en wandelaars. Vlak bij het veer ligt een laarzenpad, door de natuur rondom Zalk. Het is hier ontspannen in een weids landschap. Terwijl je kilometer na kilometer wegtrapt, klinkt door de stilte het geroep van de koekoek of het klepperen van een ooievaar.
Hoeveel mensen hij per dag overvaart, is afhankelijk van het weer, vertelt de schipper. „Nu staat het water hoog, door de vele regen. Als het zakt, krijg ik het drukker. Want dat betekent dat het mooier weer is geworden. Vroeger gingen er ook kerkgangers met de pont. De vorige schipper was, geloof ik, baptist. Hij ging nog met een roeiboot heen en weer. Een godsdienstige discussie hoefde niemand met hem aan te gaan. Dan legde hij gewoon z’n peddels neer.”
Van vesting naar vesting
Buiten de Waterpoort blijft voor inwoners van Gorinchem en omgeving een trekpleister. De groene long, net buiten het centrum van de vestingstad, werd omgevormd tot recreatiegebied. Met een bescheiden park, een strandje en tal van bankjes met uitzicht op de Boven-Merwede. Aan de kaden en steigers meren binnenvaartschepen, veerponten en luxe cruiseschepen aan. Een bemanningslid van de Viking Einar heeft net de trossen losgemaakt.
Maatschappij Riveer verzorgt de veerdiensten vanuit Gorinchem naar Sleeuwijk, Hardinxveld, Werkendam en Woudrichem. Ik kies voor het traject Gorinchem - Woudrichem. Veertig jaar geleden viel deze lijn onder de veerdienst Janhudi, genoemd naar de eigenaren Jan, Nico, Huub en Judith. Het was een simpel pontje met een gemoedelijke veerman bij wie je een kaartje kocht. Vandaag kun je de oversteek maken met een elektrisch aangedreven ferry van aluminium. Na de nodige vertraging werden de eerste twee exemplaren begin 2024 in de vaart genomen. Kaartjes dien je te kopen via een QR-code op het informatiebord bij de steiger of een automaat aan boord. Wie enkel een portemonnee met contant geld op zak heeft, kan niet mee. Wat dat betreft was Janhudi klantvriendelijker.
Ook de snelheid van het nieuwe vaartuig is minder gemoedelijk dan die van het pruttelende scheepje van weleer, maar het tochtje over de rivier blijft een feest. Aan de ene zijde zie ik de skyline van Gorinchem, met als bekende punten de toren van de Grote Kerk, korenmolen De Hoop, de markante watertoren met zijn leien dak en het eeuwenoude Dalempoortje, waar mijn vrouw en ik onze trouwfoto’s lieten maken. Met een baan van schuim achter het schip koerst de Gorinchem Xii richting Woudrichem. Vertegenwoordigers van de grijze golf, met luxe elektrische fietsen, hebben allemaal plaatsgenomen op de banken aan dek. De scholieren, ook een belangrijke doelgroep van de veerdienst, zitten binnen met hun mobiele telefoon. Aan weerskanten van de ferry gaan volgeladen schepen stroomopwaarts en stroomafwaarts over de drukbevaren rivier.
Aan het vestingstadje in het land van Heusden en Altena, daar waar afgedamde Maas en Boven-Merwede samenkomen, veranderde in de achterliggende decennia weinig. Het bleef een samenraapsel van monumentale huizen en sfeervolle arbeidswoningen met voornamelijk rode daken, omgeven door de vestingwal. Op de voorgrond rijzen de masten van de historische schapen in het haventje omhoog.
De grijzegolvers maken zich gereed om hun tocht te vervolgen. De bankjes aan de kade van Woudrichem zijn gevuld met wachtenden die de tocht in omgekeerde richting willen maken. „O nee, het is zo’n elektrische boot”, constateert een bejaarde dame verschrikt als ze aan boord kan. „Een vriendin van me heeft drie kwartier rondgedobberd omdat de stroom was uitgevallen.” De fietsende senioren zijn op hun e-bike gestapt en rijden via de Gevangenpoort het centrum van Woudrichem in. Verderop zie ik de torens van Slot loevestein. In de maanden juli en augustus kan met een dagkaart van Riveer een trip door de historie worden gemaakt. Van de garnizoensplaats Gorinchem via het vestingstadje Woudrichem naar Slot loevestein, om vandaar de oversteek te maken naar Fort Vuren. De trip eindigt weer in Gorinchem. Wie buiten de reguliere tijden een overtocht wil maken, kan de watertaxi bellen. Een mooie service, maar daar betaal je dan ook stevig voor.
De Pontbaas Van Bronkhorst Zoekt Een Opvolger
„Ga zitten. Het is nu even een rustig moment. Je kunt er geen bal van op aan, daarnet was het nog druk. Mijn naam is Dirk Wijers, met ij. Tweeënzeventig jaar, ja. Ik woon in het huis dat daar staat.” (Zwarte hond in deuropening.)
„Die hoort hier. Hij komt even kijken of alles goed gaat met z’n baas.
Als jongen van zestien, zeventien jaar ben ik op de pont begonnen. Daarvoor hielp ik mijn vader al. Wat het meeste werkplezier geeft? Phoe. Dat je vrij bent. Je ziet de vrije natuur en je kunt een beetje je eigen gang gaan. Je zit niet altijd binnen.
Ik denk dat dit de oudste pont van Nederland is, 91 jaar.”
(Loopt even naar dek.)
„Hij heeft op drie plekken gevaren. Kinderdijk, Brakel en nu hier. Kijk, een groep fietsers. Dat is gezellig. De mensen zijn allemaal goed te pas. Je hebt afleiding.
Het belangrijkste is: de pont staat te koop. Als iemand het leest, enthousiast wordt en denkt: ik wil veerman worden, dan kan dat dus. Je moet een vaarbewijs, marifoonbewijs en radarcertificaat hebben.”
(Passagier komt betalen.)
„Hai. Twee euro.”
„Een beperking is dat veel mensen drie keer per jaar op vakantie willen. Dan moet je zeggen: twee vakanties op de pont, één keer weg. Dít is vakantie.
De rivier betekent: beweging. Er is altijd wat te doen aan die IJssel. De pleziervaart is van tien tot drie uur druk. Zonet kwam die speedboot nog langs. Er komt van alles door, hè, ook beroepsvaart. De langste schepen zijn 110 meter. Vroeger ging een schip nog weleens voor anker liggen. Dat doen ze niet meer.
De pont krijgt elke vijf jaar een apk. Hij is heel economisch gebouwd, gestroomlijnd. Ik vaar het hele jaar en verbruik maar 7000 liter dieselolie. Volgens de keurmeester gaat de pont nog 35 jaar mee. In een jaar kun je hem terugverdienen.”
(Even buiten. Marifoon murmelt.)
„Je voert hier geen ellenlange gesprekken. Een praatje over het weer, iemand die de route vraagt. Dan is het afrekenen en klaar. Sommigen willen zo snel mogelijk naar de overkant. Je moet het de mensen naar de zin maken.
Het Bronkhorsterveer werd in 1808 al genoemd. Mijn opa is erbij ingetrouwd, begin 1900. Er zijn nog allemaal aktes. Als je de pont koopt, dan koop je tevens het veerrecht.” (Maakt een praatje met bestuurder Land Rover.)
„Twee kanten, meer heb ik niet. Links, rechts. Een saai beroep? Dat mag je zelf invullen. Veel mensen zijn gehaast. Dan zeg ik: jongens, relaxen. Kijk rond, dan zie je de ooievaars. Drie jongen gaan nu net van hun nest.
Als je een raampje openzet, vliegen de zwaluwen dwars door de hut. Hieronder zitten al twintig jaar zwaluwnesten. Er zat ook een nest onder die laadklep. Wat een plek om eieren te leggen.
Soms zie ik een visarend. Of kraanvogels, grote joekels, op 80 meter hoog. Die hoor je. En lepelaars. Dan haal ik m’n kijker tevoorschijn. De ijsvogel: tjoep, dan is-ie weg. Als je er een fotootje van wilt maken, moet je rap wezen. Laatst zag ik een bever zwemmen, tegen de stroom op. Tjongejonge, wat een krachtpatsers. In de uiterwaarden hebben ze een burcht gebouwd. Kijk, daar heb je een zwaluw. Soms zitten er dertien jongen op de reling.”
Het vierminutenveer
Prelude: Gemoedelijk baant de Nederrijn bij Opheusden zich een weg langs de uiterwaarden. Bedrieglijk gemoedelijk. Want onder de wateroppervlakte staat een sterke stroming. Gelukkig is daar het Opheusdense veer. In slechts vier minuten brengt het je veilig en wel aan de overkant. Een verslag van de overtocht per minuut. 17:06: De pont legt aan. Ik ben de enige voetganger. Schipper Arend van Meersen komt langs. Even afrekenen: 1 euro.
17:07: Het ijzer van de oplegplank piept en schuurt, als de boot zich in beweging zet. De pont zit vast aan drie bootjes. Omdat het een gierpont is, zegt Arend. Er gaat een kabel vanaf het veer via de drie bootjes naar het midden van de rivier, waar de kabel verankert zit in de bodem. Zo kan het schip ook door de sterke stroming heen de overkant bereiken.
17:08: De motor van het veer stuwt de boot grommend naar Wageningen: groene weilanden, velden vol gele bloemen.
17:09: We naderen de oever. De slagbomen gaan omhoog. Ik pak mijn telefoon erbij. Even zien wat andere pontvaarders van deze tocht vonden. „Prima”, zegt de een. „Kort maar duur”, meent de ander. „Beter dan zwemmen”, schrijft een grapjas. En dat is een waarheid als een koe.
Eenmaal aan de overkant ligt daar natuurgebied de Blauwe Kamer. De verleiding om er even een stukje te wandelen is onweerstaanbaar. Het groen spruit in het rivieroeverreservaat met zo’n overvloed uit de aarde dat je als schilder tinten tekort zou komen om het na te bootsen. Op een bankje aan het water luister ik naar de ganzen en eenden.
ik moet terug. Opnieuw is er het veertochtje-van-vier-minuten.
17:40: Schipper Arend vertelt dat hij al acht jaar op de pont vaart. Geen dag zo is hetzelfde, reflecteert hij tevreden. Zo nam-ie eens een vrouw mee wier auto op het pont volledig dienst weigerde. Twee uur lang voer de vrouw mee, heen en weer, heen en weer, totdat er eindelijk een reparateur kwam en ze weg kon rijden.
17:41: Geinig, de woordspelingen die je kunt maken met pont en veer.
Een wat bourgondisch Wagenings heertje nam de pont naar Opheusden, een keertje.
Hij was tonnetje rond,
wel zo’n vierhonderd pond,
Maar altijd nog lichter dan een veertje. 17:42: Ja, gek woord, dat veer. Het heeft blijkbaar een voor-Germaanse oorsprong en betekent iets per vaartuig transporteren, aldus Google. Weer wat geleerd.
17:43: Tjonge, deze veerovergang bestaat mogelijk al sinds de negende eeuw, aldus dezelfde internetzoekmachine. Moet je nagaan hoeveel mensen hier al vier minuten (of langer, toen de schipper nog moest roeien) hebben staan mijmeren.
Als ze de pont haalden, tenminste. Want dat ging nogal eens mis. Nu ligt er een paar kilometer verderop een brug, maar die was er voor 1956 nog niet. Het verhaal gaat dat dominee Van der Ent Braat, na een wat uitgelopen bezoek aan de overkant van de Nederrijn, te laat aan de oever van het water verscheen. Hij zag geen andere optie dan veerknecht Arie Geurtsen uit zijn bed te lichten. Die durfde de eerwaarde gelukkig niets te weigeren, en zo kwam hij toch nog veilig aan de overkant.
Een kleine schok gaat door het vaartuig. We zijn weer in Opheusden, vive la veer! Voor wie honger gekregen heeft, of dorst, is er restaurant ’t Veerhuis. Ik laat z’n genoegens even aan me voorbijgaan.
Arend van Meerten wijst me ten afscheid het huis op de oever waar Goos Mason woont, die al sinds 1988 eigenaar is van de pont. Nog mooier: het veer is al zeker een eeuw in zijn familie. Best bijzonder ja, zegt hij, als ik hem spreek. Nuchter: „Maar nu ook weer niet zó speciaal. Een neef van mij heeft een pont bij Culemborg die al bijna 300 jaar in dezelfde familie is.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 juli 2024
Terdege | 100 Pagina's