Advent voor Israël deel 1 & 2: Week 2
Lezen: Psalm 102,14-29Stellen Jezus’ discipelen een domme of een gelovige vraag, wanneer zij informeren naar het moment waarop Jezus Christus aan Israël het Koninkrijk zal oprichten? De vraag wordt vaak als dom opgevat. Maar klopt deze uitleg?
Elke opvatting die zich beroept op Gods Woord moet de toets van de Schrift kunnen doorstaan, ongeacht wie deze uitleg huldigt. Deze stelling is een reformatorische oerprincipe, vergelijk artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Laten we stap voor stap de bekende uitleg van Handelingen 1:6 aan de Schrift toetsen. Samen met het Lukasevangelie vormt Handelingen Lukas’ tweedelige werk. In het slot van het evangelie beschrijft Lukas een ontmoeting tussen de opgestane Christus en twee van Zijn discipelen. Die hebben teleurgesteld Jeruzalem achter zich gelaten. In de avond keren ze terug naar Emmaüs. Tegenover een onbekende Wandelaar uiten zij hun diepe teleurstelling. Zij hoopten dat Jezus Degene was Die Israël zou verlossen (Lukas 24:21). Maar met Zijn kruisdood is hun hoop vervlogen. Die Vreemdeling haakt op hun teleurstelling in. Hij bewijst vanuit de Schrift dat de Messias moest lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan (Lukas 24:25-26). Het gesprek loopt uit op een maaltijd waarbij Jezus Zich openbaart in het breken van het brood (Lukas 24:30). Plotseling verdwijnt Hij uit hun gezicht. Dit gesprek zet zich diezelfde avond in Jeruzalem voort. Daar opent Christus het verstand van Zijn discipelen, opdat zij de Schriften zullen verstaan (Lukas 24:45).
Vanaf nu lezen Zijn discipelen de Schrift met een geopend verstand. Dat is: een door de Geest verlicht verstand. Zij lezen Gods Woord in overeenstemming met de zin en mening van de Heilige Geest. Vanaf dat moment verstaan zij de Schrift, zoals Jezus wil dat Gods Woord gelezen wordt. Met dit vernieuwde Schrift verstaan spreken ze met Hem aangaande de dingen van het Koninkrijk van God (Handelingen 1,3). Ze stellen geen domme vragen als voorheen, maar worden nu geleid door de Geest. Door de Geest stellen ze onder andere de vraag naar het moment waarop Jezus Christus in Israël Gods Koninkrijk zal oprichten. De vraag van Jezus´ discipelen of Hij in deze tijd het Koninkrijk aan Israël zal oprichten, is een legitieme, geestelijke vraag aan de verhoogde Christus. Ze verlangen naar de volkomen openbaring van Gods heerlijkheid aan Israël. Van die heerlijkheid sprak Jezus met hen in de achterliggende veertig dagen. Zijn onderwijs draagt vrucht.
Ds. C.P. de Boer is christelijk gereformeerd predikant te Renswoude en docent aan de HHS te Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 december 2024
Terdege | 96 Pagina's