Ridders en ratten in het Muiderslot
Als de kasteelmuren van het Muiderslot konden praten, zou er heel wat te vertellen zijn. Over ridders en jonkvrouwen, heldendaden en kameraadschap. Maar ook over bloedige gevechten, kerkers vol ratten en een gat boven de slotgracht als wc.
De ophaalbrug is inmiddels van steen. Opgehaald worden kan hij dus niet meer. Maar dat mag de pret niet drukken. In gedachten maken we hem gewoo hout en horen we het lawaai van stampende paardenhoeven. Ongeduldige stemmen roepen om de brug op te halen bij de komst van vijanden. De kettingen rinkelen als het mechaniek van de brug in werking wordt gezet.
Het is een machtig bolwerk dat we betreden, dit zevenhonderd jaar oude kasteel. Een vesting met muren van wel anderhalve meter dik, bedoeld om niet alleen koude en regen tegen te houden, maar vooral vijanden.
Dat wordt meteen duidelijk als je het kasteel binnenkomt en de trap naar boven oploopt. Daar kom je uit op een doodlopend bruggetje. Een tactisch stukje kasteel, bedoeld om binnengedrongen vijanden te laten verdwalen. Even verderop, in een ruimte die zich boven de ophaalbrug bevindt, zitten grote gaten in de muren – tegenwoordig voorzien van ijzeren tralies om te voorkomen dat al te nieuwsgierige kindjes in de slotgracht vallen. Die gaten dienden vroeger voor het bekogelen van vijanden die het waagden zich op de ophaalbrug te begeven. Stenen werden naar beneden gekeild, en scherpe voorwerpen. Hete olie, drek en uitwerpselen.
Hoe die ophaalbruggevechten er aan toe gingen, wordt voor bezoekers inzichtelijk met een computerspelletje waarbij je je vijanden met stenen mag bekogelen. En dat gaat best lekker, blijkt als de kinderen bijna niet meer mee te krijgen zijn naar de rest van het kasteel.
Niet mals
De kerker spreekt ook tot de verbeelding. Zeker als duidelijk wordt dat je hier voor allerlei vergrijpen werd opgesloten, lichte en zware. Daar zat je dan, vastgeklonken aan de boeien terwijl de ratten om je heen liepen te snuffelen en af en toe een uitval deden naar je tenen. Boeien zoals die vroeger gebruikt werden, liggen ter illustratie op de vloer. Om de de bezoeker een idee te geven van hoe het er vroeger was, hangt in een put een rat. Een neppe, dat wel.
Op een poster aan de muur van de kerker staan de straffen uitgebeeld die je kreeg voor bepaalde overtredingen. En dan blijkt al snel dat we de Middeleeuwen niet moeten romantiseren. Je hand werd afgehakt voor diefstal, je tong doorboord bij het verkondigen van een dwaalleer. Je kreeg een brandmerk als je het waagde om te bedelen en je werd onthoofd voor moord. In de Middeleeuwen waren ze niet mals voor elkaar. De kinderogen naast mij worden groot als ze lezen dat de straf op spionage het uitsteken van je ogen was. Die hand eraf, nou ja, dat zal nog wel gaan. Maar je ogen eruit, brr.
In wat vroeger een huiskamer geweest moet zijn, staat een vitrine vol wapentuig. Of daar ook echt mensen mee doodgemaakt werden, vragen de kinderen wat benauwd, met hun blik op de meterslange lansen en hellebaarden met bijlen en haken eraan. Helaas wel. Doodden de ridders zelf niet, dan werden ze wel gedood. Gelukkig droegen ze harnassen ter bescherming, al werd het vechten er met zo’n dertig kilo wegend stalen omhulsel er vast niet makkelijker op.
Gemak
Er zijn ook vrolijkere taferelen te zien in het Muiderslot. We lachen om de wc, destijds het gemak genoemd: een groot gat boven de slotgracht. Zonder deuren, zodat je lekker kon blijven kletsen als je je behoefte deed. Niks om je voor te schamen, toch?
De kinderen zien al meteen voor zich hoe de uitwerpselen in de gracht plonzen. En als we via de audioapparatuur vernemen dat het zicht er niet mooier op werd als de gracht bevroren was, klinkt er een hoop gegrinnik.
We wandelen door de Prinsenzaal: een logeerkamer met een ledikant en een bedstee. Die laatste is een beetje klein. Maar de mensen sliepen vroeger vaak zittend, ontdekken we, uit angst om te sterven.
Na de Prinsenzaal komt de Ridderzaal. Daar staat een tafel met munten erop. Leuk feitje: hier moesten boetes betaald worden. Om te horen of er wel echt met degelijke zilveren munten betaald werd, en niet met nikkel, werden de munten op het kalkstenen tafelblad geworpen. Rinkelde het, dan zat je goed. Klonk het dof, maakte dan je borst maar nat. Vandaar de uitdrukking: met klinkende munt betalen.
Beddenkoets
De tour eindigt in de slaapkamer, waar een beddenkoets staat. Nog gebruikt door de beroemde schrijver P.C. Hooft (1581-1647), drost van Muiden en baljuw van Naarden. Hij bewoonde het kasteel vanaf 1610 en maakte er een woonhuis van.
Als de muren konden praten, hadden ze ook over die nieuwe era van het kasteel veel kunnen vertellen, blijkt in die laatste kamer. De beddenkoets getuigt van weelde en welvaart, maar dat is maar het halve verhaal. Want P.C. Hoofts leven was verre van een sprookje. Op het Muiderslot verloor hij zijn vrouw Christina en alle vier zijn kinderen, waarna hij in een diepe crisis belandde, een „naere nacht van benaude drie jaeren’’, zoals hij het zelf omschreef. In 1627 hertrouwde hij en kreeg hij nog twee kinderen.
Het imposante slot is nu vooral een plek waar verhalen van vroeger tot leven komen. En waar hier en daar nog nieuwe verhalen worden gemaakt. Want niet alleen is de oude vesting beschikbaar voor trouwreportages, het Muiderslot kan ook gehuurd worden voor bijeenkomsten. Bijzondere bijeenkomsten, dat wel, met gasten als koning Willem-Alexander bijvoorbeeld. Want een kasteel blijft toch iets wat voor gewone stervelingen een beetje onbereikbaar is.
Graaf Floris
Het muiderslot werd rond 1285 gebouwd door graaf Floris de vijfde op de plek waar vroeger de Zuiderzee en de rivier de Vecht samenkwamen. Korte tijd later werd het kasteel alweer grotendeels vernield, nadat de graaf was vermoord. Pas in 1370 werd het muiderslot herbouwd.
In de achttiende eeuw raakte het kasteel steeds sterker verwaarloosd, totdat het in 1825 op de nominatie stond om gesloopt te worden. Het tij keerde toen er protest opging tegen deze plannen. Het kasteel werd in 1895 gerestaureerd door architect Pierre cuypers. De tweede restauratie, waarbij ook de directe omgeving in zeventiende-eeuwse staat werd teruggebracht, vond plaats in 1955. ‘s maandags gesloten, op de overige dagen zijn bezoekers welkom van 10.00 tot 17.00 uur. Entreetickets kosten 17,50 euro voor volwassenen en 10 euro voor kinderen van 3 tot 12 jaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024
Terdege | 244 Pagina's