Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Als de dingen zingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als de dingen zingen

Pleidooi voor verwondering

10 minuten leestijd

Plots kun je geraakt worden. Door de schepping en het schone. Zo’n zeldzaam moment van verwondering overtreft mijn beeldschermen, de kunstige fabels van AI en de data die alles doorzichtig maken.

Een geel esdoornblad zeilt soepel over het rimpelende op­ pervlak van de snelstromende beek, langs een bosrand. Verde is er een verval, schitterend in het middaglicht. Dansend verdwijnt het herfstblad uit beeld.

In het Veluwse beekdal is het zo stil dat je de spreng hoort ruisen, onder ingetogen vogelzang. Half in het zand van de bedding liggen kiezels. Ik reik in het ondiepe, kraakheldere water en pak een steen. Een ietwat gebutst en geschramd exemplaar. In de palm van mijn hand voelt hij aangenaam koel, als verse sneeuw.

Verrassing

Verwonderd ben ik wanneer de dingen mij raken. Als wat ik waarneem mij aanspreekt en vanbinnen weerklank vindt, zoals de trillingen in een viool of piano. Als ik even perplex sta. Zulke onbetaalbare momenten kun je niet grijpen of vasthouden. Ze vallen je toe, spaarzaam en bij verrassing.

Verwondering is geen garantie bij een verre reis. Ze is niet te vinden in het spectaculaire, in wat de reclame aanprijst als ervaring of beleving. Wel heeft verwondering te maken met opleven. Zoals de Franse filosoof Albert Camus schrijft: „Soms sla je ’s ochtends de hoek om en daalt er in je hart een zoete dauw neer die ook weer vervliegt. Maar het frisse blijft, en precies dat heeft het hart altijd nodig.”

Voor mijn appartement staan monumentale beuken en een indrukwekkende linde. Het uitzicht is de aandacht waard, en toch is mijn blik vaak gericht op de laptop of smartphone. Mijn nichtje, op visite in het voorjaar, keek met andere ogen. Zij zag van driehoog de rode eekhoorn krokussen. Op het verstilde gazon, tussen de lila

Modern

De Duitse socioloog Hartmut Rosa (1965) maakte mij ervan bewust hoe modern ik ben. Zelden verbaas ik me over het eenvoudige feit dat iets er is. Dat de dingen er zijn, is niet voldoende. Ze moeten nut hebben, je wilt vooruitkomen. De moderne levenshouding is er een van gebruiken, efficiënt benutten en exploiteren. Rosa noemt dat agressie.

Dankzij de smartphone heb ik veel zaken in een oogwenk geregeld. Swipend baan ik me een weg door het leven. Kunstmatige intelligentie helpt mij de wereld om mij heen te beheersen. Bij alle handigheid gaat er volgens Rosa echter iets wezenlijks verloren. Als ik de dingen in de vingers heb, of onder de duim, verrassen ze mij niet langer. Dan word ik er niet door geraakt.

Snelheid

Ik wil grip op de dingen hebben, zekerheid. Daarom probeer ik alles te doorgronden, geholpen door de data op mijn schermen. Technische middelen en digitale media worden ongemerkt een doel in zichzelf. Het gaat om snelheid, vooruitgang en succes. Zelf ben ik een radertje in een systeem. Likes op Instagram en LinkedIn vertellen mij of ik nog meetel.

C.S. Lewis (1898-1963) schrijft over die moderne, technische levenshouding in ”De afschaffing van de mens” (1943). Als ik de dingen wil ontleden, begrijpen en benutten, sterft er iets. De analytische en cijfermatige blik maakt de werkelijkheid kil en abstract. „Wie alles ‘doorziet’, ziet niets”, zo stelt Lewis. „De doorzichtigheid van het raam is goed omdat de tuin en de straat ondoorzichtig zijn. Hoe nu als je ook door de tuin kon kijken?”

Ontvankelijk

Als ik druk bezig ben om de dingen naar mijn hand te zetten en mijn positie te handhaven, is er geen plaats voor verwondering. Die onttrekt zich aan mijn controle. Ik kan mijzelf niet verwonderen op commando, zoals ik ook niet kan besluiten om in slaap te vallen. Zo is er meer dat aan mijn beheersing ontglipt. Dat ongrijpbare maakt van de dingen een tegenover, iets dat ik ontmoet.

Verwondering kan ontstaan als ik ontvankelijk in de wereld sta, met een basaal vertrouwen. Zonder alles te plannen. Dan kan er onverhoeds iets op mijn pad komen. Als treffend voorbeeld noemt Hartmut Rosa de sneeuw. Die verschijnt ongevraagd en verandert voor even de werkelijkheid om mij heen. In het ongrijpbare schuilt iets van een mysterie.

Als ik alles uitpluis, meet en becijfer, ontfutsel ik de dingen hun geheim en verdwijnt het wonder. Dan is het kwantitatieve belangrijker dan het kwalitatieve. Als voor mij alleen het praktisch nut telt, maak ik van de dingen gebruiksvoorwerpen, wegwerpartikelen, gadgets. Ik ga daarmee snel en gemakkelijk vooruit, als een tiener op een fatbike, maar waar naartoe?

De Franse cultuurcriticus Jacques Ellul (1912-1994) schreef: „Hoe verder we voortschrijden, des te minder we in staat blijken om de wereld die uit onze handen gekomen is te beheersen en te leiden.”

Schepping

Er is schoonheid in dingen die niet nuttig zijn. Wie dat als geen ander zag, is dr. F. de Graaff (1918-1993). Het schone –ook in muziek, kunst en literatuur– is volgens de cultuurfilosoof en predikant uit Hattem een flard van het paradijs. De ingeslapen geest van de moderne mens kan erdoor gewekt en verblijd worden. En tegelijk verontrust, doordat hij herinnerd wordt aan wat hij mist. Wie in de wereld sporen ziet van de schepping, krijgt volgens De Graaff „een nameloos heimwee.”

Zo steekt De Graaff een spade dieper dan de seculiere Hartmut Rosa. De dingen kunnen ons niet alleen aanspreken en raken, ze zijn ook vingerwijzingen naar een hogere werkelijkheid. Naar de wereld van Gods schepping en het Koninkrijk dat nabij is. Dan zijn de sterren getuigen van het verhevene, van een onuitsprekelijk geheimenis. „Het is een spreken zonder stem. Het is wel een taal, het is zelfs een gefluister”, zegt De Graaff in een preek over Psalm 19.

Stilte

In de werkelijkheid om mij heen ontmoet ik niet alleen het schone, maar ook verwording en ontzetting. Er is veel wat ontstelt en verwart. Oorlogsdreiging, klimaatrampen, wankelende democratieën: dingen buiten onze controle. Het ene pushbericht volgt op het andere. „Een carnaval aan informatie en nieuwtjes”, schreef Jacques Ellul al in 1948. Door alle sensatie vergeet ik eenvoudig uit mijn raam te kijken, naar de berijpte takken in het ochtendlicht. Dr. F. de Graaff herinnert mij eraan: „Het gaat niet om het shockerende, om het geschokt worden, maar om de verwondering.” Het „suizen van een zachte stilte” uit 1 Koningen 19 is in de Naardense Bijbel vertaald als „de stem van een zachte stilte.” In mijn alledaagse leven moet de stilte het meestal afleggen tegen rumoerige stoorzenders. Auto- en vliegverkeer, deadlines en volle agenda’s, de vervreemdende mengelmoes van verstrooiing en onheilstijdingen op de smartphone. De zeldzame keren dat ik echt geroerd werd door de dingen, was dat zonder uitzondering in een verstild moment.

Naïef

„„Er gaat niets boven vriendelijkheid”, zei het paard. „Stilletjes overstijgt dat alles.”” Een citaat uit ”De jongen, de mol, de vos en het paard” van Charlie Mackesy. Voor verwondering is kinderlijke naïviteit nodig, zeker in de wereld van vandaag. Zowel bij De Graaff en Ellul als bij Rosa vind je de gedachte dat wij met ons drukke bezig zijn en onze techniek in een gesloten, materialistische wereld leven. Afgesloten van een hogere, geestelijke wereld, of – bij Rosa– van alles wat niet doelmatig is. Als mijn leven in het teken staat van efficiency en concurrentie, is er geen ruimte voor empathie. Wie angstig en gestrest is, zal zich niet verwonderen. Hij ontmoet de ander en het andere niet werkelijk, en voelt zich vervreemd. Er is geen relatie, geen verbinding, geen dialoog, zoals in het fraaie prentenboek van Mackesy. De wereld verstomt.

Wonderlijk

Mijn drukke leven is, in de woorden van De Graaff, een schijnbaar leven, een roes. Om oog te krijgen voor een diepere werkelijkheid, moet ik worden als een kind. Dan krijg ik een „wonderlijke, vertrokken kijk op de dingen.” Dan zie ik in de bomen, de wolken en de hemel iets van Gods schepping en Koninkrijk. Dat is geen sprookje of fantasiewereld. Juist onze keiharde realiteit, stelt De Graaff in een preek over Mattheüs 18:10, is „omfloersing en onttovering.” Een spooksel, „geschapen door de boze duivel zelf.”

Als ik me verwonder zoals dr. F. de Graaff dat kon, dan zie ik in de dingen iets van hun goede oorsprong en van hun aanstaande vernieuwing. Het zijn ritselingen. „In de avondkoelte van de hof kwam de Heere God. De bomen geven dat soms nog aan, als de mens daarnaar kan luisteren. Naar die wonderlijke tonen, die er ook in dit deel van de schepping waarin wij ons ophouden nog zijn.”

Broos

Felix Timmermans (1886-1947) dichtte: „De kern van alle dingen is stil en eindeloos. Alleen de dingen zingen. Ons lied is kort en broos.” De dood is de hardste grens aan het moderne menselijke project van maakbaarheid en controle. Een niet-kerkelijke auteur als Hartmut Rosa moet daar halt houden. De dood spreekt ons niet aan en wij kunnen er niet meer op antwoorden. Verwondering krijgt een nog veel diepere lading wanneer er perspectief is voorbij de dood. Met De Graaff kun je dan kijken naar de vogelen des hemels en de leliën des velds (Mattheüs 6:26) en zo de dagelijkse zorgen en drukte vergeten. In het schone zie ik dan iets van oorsprong én toekomst, tekenen van het Koninkrijk. Alle dingen worden nieuw.

Zolang Gij nog onzichtbaar zijt,

een zon diep in de nacht,

roep ik uw nadering reeds uit

omdat ik U verwacht.

(Willem Barnard)


Kiezelsteen

„Die steen, dat stukje grind op je hand…Denk eens even in, wat een verwonderlijk iets. Het ís iets. Hoe komt het, dat hij daar ligt? Hij zou in het niets kunnen verdwijnen. Wat een wondere macht is het, die hem het aanzijn geeft, die hem laat zijn. Eenvoudig de verwondering kan een mens overvallen dat iets is. Daar is een onmiddellijk verband tussen dat stukje grind en de Schepper, die het uitheft boven het niets en uit het niets. En dat is met alle dingen. Dat is zo verwonderlijk. Als dat gaat ruisen, als het door je heen gaat: het zijn, dat iets is. Schepping.”

(Dr. F. de Graaff, preek over mattheüs 6:24)


Winterstilte

De grond is wit, de nevel wit,

De wolken, waar nog sneeuw in zit,

Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.

Het fijngetakt geboomte zit

Met witten rijp beijzeld.

De boom houdt zich behoedzaam stil,

Dat niet het minste takgetril

’t Kristallen kunstwerk breke,

De klank zelfs van mijn schreden wil

Zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit,

Wat zwijgend tooverland is dit?

Wat hemel loop ik onder?

Ik vouw de handen en aanbid

Dit grootsche, stille wonder.

Jacqueline van der Waals, ”Gebroken kleuren”


Zuivere zee

„Een waterige ochtend brak aan, stralend boven een zuivere zee. Uit de hemel fris als een oog, eindeloos schoongespoeld en door al dat water teruggebracht tot zijn fijnste, helderste weefsel, kwam een trillend licht dat elk huis en elke boom kwetsbaar aftekende en er een verwonderde nieuwheid aan gaf. De eerste ochtend van de wereld moet de aarde in precies zo’n licht tevoorschijn zijn gekomen.”

(Albert Camus, ”Terug naar Tipaza”)


Verder lezen

- Jacques ellul, ”Staan in de wereld van nu. Uitdagingen in een postchristelijke beschaving”

- F. de Graaff, ”Als goden sterven. De crisis van de westerse cultuur”

- C.S. Lewis, ”De afschaffing van de mens”

- Hartmut rosa, ”Leven in tijden van versnelling. Een pleidooi voor resonantie”

- Hartmut rosa, ”Onbeschikbaarheid”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024

Terdege | 244 Pagina's

Als de dingen zingen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024

Terdege | 244 Pagina's