Weer aan de slag
Stel je bent jaren thuisgebleven bij de kinderen. Als ze allemaal naar school zijn, gaat het kriebelen. Je zou best weer wat buiten de deur willen werken. Kun je dan zomaar aan de slag? „De markt is momenteel goed voor mensen die weer willen solliciteren. Veel werkgevers doen nu niet moeilijk over gebrek aan recente werkervaring.”
Makkelijk voelt het niet altijd, herintreden op de arbeidsmarkt. Ze zien je immers aankome je diploma van rond het millennium en je werkervaring uit het jaar nul. In sommige vakgebieden is dat misschien inderdaad zo, weet Marieke van de Beek, juridisch medewerker bij de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU). Toch zijn er ook genoeg werkgevers die schreeuwen om goed personeel.
„Neem een werkveld als de gehandicaptenzorg. Ik hoor veel over leerwerktrajecten in die sector.”
Het relatief lage werklozenpercentage werkt daarbij in het voordeel van herintreders op de arbeidsmarkt. Veel werkgevers doen niet moeilijk over gebrek aan werkervaring. „Dat was een jaar of twintig geleden anders, toen ook de arbeidsmarkt krapper was.”
Wat zijn aandachtspunten voor herintreders? Het salaris bijvoorbeeld, zegt Van de Beek. Het kan goed zijn om je voorafgaand aan een sollicitatie te verdiepen in de salarisschalen binnen een bepaald vakgebied, want daar kan in een aantal jaar tijd best wat in veranderd zijn.
„Misschien heb je eerder een met bepaald bedrag verdiend, toen je nog buiten de deur werkte, maar het is verstandig opnieuw te kijken naar wat nu een reëel loon is voor de functie waarnaar je solliciteert. Daarin kunnen wij als RMU meedenken.”
Verder zijn ook de arbeidsovereenkomst zelf en de pensioenopbouw van belang om naar te kijken.
Of het nog uitmaakt of iemand niet vanwege de kinderen maar vanwege ziekte langere tijd niet aan het werk is geweest? Van de Beek: „Dat is nooit onderzocht, maar mijn inschatting is dat sommige werkgevers huiverig zijn om mensen met een ziekteverleden in dienst te nemen. Deze werkgevers zijn vaak niet op de hoogte van regelingen als de no-riskpolis, een polis die hen veel kosten bespaart als een werknemer die een bepaalde arbeidsbeperking heeft gehad toch weer ziek wordt.”
Ook is het voor de sollicitant zelf vaak lastiger om vanuit een ziekteverleden weer aan de slag te gaan, dan wanneer daar geen sprake van was. „Al is er vaak een integratietraject van twee jaar en hoef je de overstap naar ander werk dus niet gelijk te maken. Maar het is vaak wel even aftasten, zeker als re-integratie bij de eigen werkgever niet is gelukt.”
Coaching
Voor degenen die het spannend vinden om opnieuw buiten de deur aan de slag te gaan, is er de mogelijkheid van loopbaancoaching. Jannie van der Mark, sinds 2016 loopbaancoach bij de RMU: „Herintreders zitten vaak met vragen als: Wat vind ik leuk? Waar begin ik met zoeken? Ik ben er zo lang uit geweest, kom ik dan nog wel aan een baan? En wat als er van me gevraagd wordt om bij te leren, kan ik dat dan wel?”
Dat zijn vragen waar Van der Mark bij kan helpen. „We gaan met degene die voor hulp aanklopt, inzichtelijk maken wat hij of zij graag doet. Dat doen we met allerlei opdrachten, loopbaanscantesten en persoonlijkheidstesten. Zo krijgt een coachee inzicht in wie ze is, wat ze wil en wat ze kan. Daarnaast zijn ook vragen belangrijk als: wat voor bedrijfscultuur past bij me, welk werkritme kan ik aan, wat past bij mijn gezin? Als dat helderder wordt, kan een cliënt bijvoorbeeld vragen of ze mee mag gaan lopen bij een bedrijf of bij een opleiding.”
Ziet de ene cliënt allerlei leeuwen en beren op het pad, de ander staat te springen om weer aan de slag te gaan, merkt Van der Mark. Wat de grootste gemene deler is tussen de herintreders die ze begeleidt? „Het is over het algemeen een kleine groep van voornamelijk vrouwen die al wat ouder zijn. Want de meeste jongere vrouwen hebben financieel niet de keus om te stoppen met werken. Dat is geen optie meer.”
Dankbaar
Ook gescheiden vrouwen en weduwen krijgt Van de Mark soms over de vloer. Met beide groepen heeft ze een klik, maar zelf herkent ze zich vooral in de laatste. Dat komt doordat haar eerste man ruim twintig jaar geleden is overleden. „Ik was toen begin dertig en werkte nog een dag in de week, maar dat heb ik stopgezet om voor mijn zieke man en daarna voor de kinderen te zorgen.”
Toen haar kinderen naar school gingen, vroeg Van der Mark aan haar zus, die bij de RMU werkte, of ze daar geen vrijwilligerswerk kon doen.,,Zo ben ik in 2004 langzaam in het vak gerold van juridisch medewerker. Vervolgens heb ik me gespecialiseerd in loopbaancoaching. Ik ben de organisatie nog altijd heel dankbaar dat die me deze kans gegeven heeft en me zo liet groeien en re-integreren na een ingrijpende verlieservaring.”
De groep die gaat herintreden na ziekte, komt meestal niet bij Van de Mark terecht. „Vaak hebben die mensen al te maken met een re-integratietraject vanuit hun voormalige werk. Alleen als hun ziekte te maken heeft met hun werk, bijvoorbeeld omdat dit niet bij hen past, komen ze soms bij mij voor loopbaanbegeleiding.”
Of herintreden ook weleens niet lukt? Van der Mark aarzelt even. „Soms gaat het moeizaam. Bijvoorbeeld als een cliënt moeite heeft met veel prikkels of bepaalde stress, of niet om kan gaan met werkdruk. Onze maatschappij heeft maar weinig banen meer die je in alle rust kunt uitvoeren. Dat is soms intens verdrietig voor die mensen. Ze willen wel, maar het gaat niet.”
Dat geldt echter maar een kleine doelgroep. Veruit de meeste mensen lukt het wel.,,Als je een beetje flexibel bent, wilt bijleren en van aanpakken weet, kan er heel veel.”
Sandra den Braber-Potappel (44) uit Stavenisse:
„Ik ben een jaar of twaalf thuisgebleven voor de kinderen. Voor die tijd werkte ik in de supermarkt. Ook toen de oudste twee er waren, ben ik nog een dag per week blijven werken. Daarna ben ik gestopt. We kregen vijf kinderen. Mijn man werkte toen ze klein waren op de grote vaart en was vaak zes weken aan een stuk van huis. Stavenisse is een klein dorpje zonder kinderopvang, dus blijven werken was geen optie.
Toen onze jongste vier werd, ben ik gaan kijken of ik onder schooltijd zou kunnen gaan werken. Ik heb een seizoen appels geplukt en in de pioenrozen gewerkt. Daarna ben ik bij Curadomi in dienst gekomen om het huishouden te doen bij oudere mensen.
Het leek me mooi om aan de slag te gaan bij het zorgcentrum hier op Stavenisse, want het trok me niet om langer in het huishouden te werken. Op een gegeven moment poetste ik veertien wc’s in de week en kon ik daarna nog thuis aan de slag. Daar was ik klaar mee. Ik wilde wat anders. Daarom heb ik gevraagd of ik een dagje mocht meedraaien bij het zorgcentrum, om te kijken of het wat voor me was. Vervolgens ben ik op mijn veertigste begonnen aan een opleiding in de zorg. Dat viel in het begin niet mee. Ik moest eerst tien weken twee dagen per week naar school en zestien uur per week werken. Ik heb weleens met mijn handen in het haar gezeten: waar ben ik aan begonnen? Bovendien moest alles op school digitaal ingeleverd worden. Ik had geen idee hoe ik op de computer moest knippen en plakken in een werkstuk.
Mijn man zei op een gegeven moment: „Weet je wat? Je gaat gewoon weer poetsen.” Maar dat wilde ik niet. Hij zei: „Maar je moet wel een beslissing maken. Je gaat of stoppen met de opleiding, of stoppen met zeuren.” Dat hielp mij om door te zetten. Gelukkig heeft mijn man me altijd gesteund. Hij werkte toen inmiddels aan wal en kon’s morgens de jongste twee naar de lagere school brengen. Ik had dit traject nooit kunnen doen als hij nog had gevaren. Inmiddels ben ik klaar met mijn opleiding. Ze hebben op school nog geprobeerd om me warm te maken voor het vak van verpleegkundige, maar dan moet ik nog twee jaar doorleren. Dat hoeft voor mij niet. Ik vind het prima zo.
Of ik de overstap van thuisblijven naar buiten de deur gaan werken weleens lastig heb gevonden? Eigenlijk vond ik het meteen heerlijk. Het is lekker om even gewoon Sandra te zijn, en niet alleen meer mama.
Ik vind het achteraf jammer dat ik voor mijn huwelijk nooit een vervolgopleiding heb gevolgd. Daarom zeg ik altijd tegen de jonge meiden met wie ik het hierover heb: Doe het nu, anders ben je net zo dom als ik en kun je op je veertigste nog in de schoolbanken kruipen.”
Roelien Kuijers (29) uit Staphorst:
„Tijdens de zwangerschap van onze dochter Salomé (nu 4) en vooral ook daarna kreeg ik enorme vermoeidheidsklachten. Lange tijd kon ik bijna niets meer. Nog steeds ben ik niet de oude, al is er wel verbetering vergeleken met eerst.
Voordat ik zwanger werd, was ik vier dagen per week juf op een basisschool. Nadat ik van 2021 tot 2023 in de ziektewet had gezeten, moest ik daarmee stoppen. Ik ben uiteindelijk voor 17 procent afgekeurd. Dat betekent dat ik weer voor 32 uur per week zou moeten kunnen werken, ook al heb ik maar energie voor 4 uur. Recht op een WIA-uitkering heb ik niet. En om mijn WW-uitkering te houden, moet ik verplicht elke maand vier keer solliciteren. Al is dat eigenlijk voor de vorm, want nergens worden banen aangeboden voor maar vier uur per week.
Ik heb verschillende keren bezwaar ingediend tegen de afkeuring voor maar 17 procent. Maar omdat ik nooit een diagnose voor mijn langdurige vermoeidheid heb ontvangen, kunnen ze er bij het UWV niks mee. Dat geeft een machteloos gevoel.
Ik zou heel graag weer een baan willen. Het is frustrerend om buiten de arbeidsmarkt te staan. Ik heb altijd normaal gefunctioneerd, een opleiding gedaan en gewerkt. Maar als je ziek wordt, ben je ineens overbodig. Niemand hoeft je meer.
Het is moeilijk om weer in te stromen op de arbeidsmarkt. Dat wordt vaak onderschat. Het UWV belooft van alles als het gaat om begeleiding bij het vinden van werk, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht, is mijn ervaring.
Veel werkgevers zijn huiverig om iemand met een ziekteverleden aan te nemen, ook als het om vrijwilligerswerk gaat. Ze denken misschien dat ze meer last dan gemak van je hebben. Vier maanden geleden is het gelukt om ergens vrijwilligerswerk te krij gen. Het is een soort secretaressefunctie: ik neem de telefoon aan en houd de mail bij. Dat geeft een voldaan gevoel. Het is fijn om weer even ergens bij te horen, na zo lang thuisgezeten te hebben. Ik miste het om eropuit te kunnen gaan, om collega’s om me heen te hebben.
Of het ook wennen is om weer aan de slag te gaan? Zeker. Hoewel ik het leuk vind, zie ik er toch elke keer weer tegenop.
Meestal ben ik met de autorit ernaartoe weg van 9uur tot kwart voor 12. Ik merk dat langer doorgaan nog niet slim is, dan word ik steeds trager.
Ik heb gemerkt dat je zonder baan voor veel mensen niet meer zo interessant bent. Ook raak je vrienden kwijt als je ziek wordt. Dat geeft een eenzaam gevoel. Gelukkig heb ik er ook weer fijne contacten voor in de plaats gekregen.
Het liefst zou ik baan hebben met een contract. Niet omdat ik per se geld moet verdienen, maar omdat ik dan meer verplichtingen en ritme heb. Naar zo’n baan ben ik nog steeds op zoek. Dat hoeft niet in het onderwijs te zijn: ik ben er de afgelopen jaren achter gekomen dat dit werkveld niet bij mij past. Ik ben goed in plannen en organiseren en geniet van creatief bezig zijn. Misschien komt er iets op mijn pad wat daarmee te maken heeft.
Op dit moment loopt er nog een medisch traject. Door de huisarts ben ik eindelijk, na drie jaar, doorverwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Heel lang werd gedacht dat mijn klachten in mijn hoofd zaten. Ik heb emdr gehad en allerlei therapieën, maar de vermoeidheid blijft grotendeels. Er is dus meer aan de hand.
Hoe de toekomst eruitziet weet ik niet. Maar ik heb de afgelopen jaren wel geleerd dat God een pad met mij heeft. Welk pad dat is weet ik niet, maar ik probeer rust te vinden in Hem. En afte wachten, hoe moeilijk dat ook is.”
Berthine Methorst (42) uit Lunteren:
„Na de middelbare school ben ik bij een winkel gaan werken. Na een aantal jaren wilde ik iets anders en volgde ik in de avonduren een cursus administratief medewerker. Ik solliciteerde bij een architectenbureau en werkte daar totdat onze oudste dochter werd geboren. Toen ben ik gestopt. Dat hadden mijn man ik van tevoren al besproken: als we kinderen kregen, zou ik thuisblijven.
Ik was te druk met moeder zijn om het werk en de collega’s te missen. Na de oudste volgden nog drie kinderen.
In 2013 werd ik voor de vijfde keer zwanger. Maar deze zwangerschap eindigde na bijna negentien weken in een stilgeboorte. Dat was voor mij een heel moeilijke tijd. Ik trok me steeds meer terug. Overdag had ik steeds minder afleiding, want onze jongste ging al naar de peuterspeelzaal. Daardoor werd de wens om weer te gaan werken steeds sterker.
Op een avond waren we op visite bij een tante die bij een bakker werkte. Zij vertelde dat ze daar wegging. Op de terugweg zei ik tegen mijn man: Is haar baan niets voor mij? We bespraken wat het praktisch gezien zou betekenen als ik weer aan het werk ging. Wie van ons de kinderen naar school zou kunnen brengen, bijvoorbeeld, en wat we konden doen als een kind ziek werd.
We besloten dat ik zou solliciteren. Mijn man werkt als zelfstandige in de bouw, dus hij is redelijk flexibel.
Ik begon eerst één dag te werken, en later twee. Omdat ik al om zes uur moest starten, was ik thuis voordat de kinderen uit school kwamen. Werd een kind ziek, dan bracht ik het soms naar mijn moeder. Die vond het niet erg om zieke kinderen over de vloer te hebben.
Natuurlijk kostte het in het begin energie om weer iets nieuws aan te leren, maar achteraf gezien had ik de gezelligheid van collega’s best gemist.
Na vijf jaar bij de bakker te hebben gewerkt, kreeg ik een baan op de afdeling secretariaat van Hoeflon B.V. in Barneveld. Dit is een internationaal bedrijf, waardoor deze overgang voor mij lastiger was dan die van thuisblijfmoeder naar werknemer. De dingen die ik twintig jaar geleden bij de cursus voor administratief medewerker had geleerd, waren inmiddels verouderd. Mijn collega’s noemen me regelmatig boomer, gewoon omdat ik de computertechniek en het Engels niet zo goed beheers als zij. Gelukkig is er binnen het bedrijf genoeg aandacht voor ontwikkeling. Overigens is er ook nog steeds behoefte aan personeel.
Als ik nu thuiskom, heb ik verhalen te vertellen aan mijn man. Ik denk weleens: wat vertelde ik hem dan toen ik nog thuisblijfmoeder was? Ja, dat er een tandje was bijgekomen, of dat ik vijf poepluiers had verschoond. Je wereld is dan best klein. Begrijp me niet verkeerd: als ik het opnieuw zou moeten doen, was ik weer thuisblijfmoeder geworden. Ik heb er geen spijt van. Maar het is mooi om nu ook weer wat anders te kunnen doen.
De lastigste momenten ontstonden in coronatijd. Mijn werk ging gewoon door. Op een gegeven moment wist ik niet meer hoe ik het moest combineren met mijn gezin. Er werd gerust om zeven uur ’s morgens gebeld dat de kinderen die dag geen les hadden. Maar waar moest ik dan zo snel een oppas voor vier kinderen vandaan toveren? Gelukkig konden ze al snel naar een speciale groep voor kinderen van ouders die moesten blijven werken. Toch voelde dat soms ook alsof ik mijn kinderen uitbesteedde. Ze blijven toch je eigen verantwoordelijkheid, werk of geen werk.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 februari 2025
Terdege | 96 Pagina's