Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk- en theologiegeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk- en theologiegeschiedenis

4 minuten leestijd

W. de Greef, De Reformatie, het Oude Testament en de Joden (Delft: Eburon, 2017) 201 p., € 22,00 (ISBN 9789463011525).

Collega De Greef heeft al verschillende publicaties over de Reformatie op zijn naam staan sinds hij in 1984 promoveerde op Calvijn en het Oude Testament. Zijn overzicht van Calvijns geschriften, ook in het Engels uitgegeven als The Writings of John Calvin: An Introductory Guide, is een handig hulpmiddel om de werken van de Geneefse reformator in hun historische en biografische context te plaatsen. Na zijn boek over de Joden bij Calvijn Van één stam: Calvijn over Joden en christenen in de context van de late Middeleeuwen (2012) heeft hij in het herdenkingsjaar van de Reformatie opnieuw over dit thema gepubliceerd, maar ditmaal de kring wat breder getrokken.

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken waarvan het eerste beschrijft hoeveel moeite het aan het begin van de zestiende eeuw nog kostte om Hebreeuws te leren en hoeveel belang de centra van de Reformatie, Wittenberg, Zürich, Straatsburg en Genève, hechtten aan het onderwijs in het Hebreeuws.

Het wordt niet helemaal duidelijk hoe deze reformatorische interesse zich verhield tot de algemenere humanistische belangstelling voor de tres linguae sacrae, de drie ‘heilige talen’ en hoe uniek de Reformatie was, andere universiteiten doceerden immers ook Hebreeuws.

In het tweede hoofdstuk, getiteld ‘De betekenis van het Oude Testament volgens de reformatoren’, bespreekt De Greef de visies van Luther, Melanchthon, Zwingli, Bullinger, Bucer, Capito en Calvijn. Luther ziet in zijn Vorrede auf das Alte Testament (1523) het Oude Testament als een wetboek, terwijl het Nieuwe Testament een boek van genade is. Ook bij Melanchthon is de tegenstelling tussen wet en evangelie belangrijk.

Bij de reformatoren uit Zwitserland is dat anders, daar bepaalt het ene verbond van God de hermeneutiek. Het nieuwe verbond is voor Calvijn geen ander verbond, maar het oude verbond in een nieuwe bedeling (administratio). Het is opvallend hoezeer het geding met de dopers van meet af aan de hermeneutiek beïnvloedt.

Het derde hoofdstuk behandelt de relatie tussen de reformatoren en de Joden uit hun eigen tijd. De Greef laat de ontwikkeling zien die Luther doormaakt tussen de publicatie van zijn vriendelijke Dass Jesus Christus ein geborener Jude sei (1523) en zijn verschrikkelijke Von den Juden und Ihren Lügen (1543). Hij ontkent echter dat de oproep tot geweld tegen de Joden te verklaren is vanuit de teleurstelling over het feit dat zij zich niet bekeerden, omdat Luther die hoop al na enkele jaren had opgegeven en in 1537 nog aan Josel van Rosheim schreef dat de Joden mild behandeld moeten worden (89). In de jaren daarna zag Luther de Joden steeds meer als bedreiging voor de christenen; mogelijk onder invloed van het geschrift van de bekeerde Jood Antonius Margaritha Der gantz jüdisch Glaub (94).

Dat Zwingli en Bullinger minder negatief waren, kwam wellicht doordat er in Zwitserland geen Joden mochten wonen en zij zich dus ook niet hoefden uit te laten over de rol van de overheid. Of Calvijn ooit met Joden gesproken heeft, weten we niet, maar in zijn commentaren verdisconteert hij de rabbijnse uitleg vaak wel. De positie van Calvijn vat De Greef samen door te stellen dat gelovige heidenen samen met de Joden tot het ene volk van God behoren (128). De Greef concludeert aan het eind van het hoofdstuk dat de Reformatie ondanks de positieve aandacht voor het Oude Testament niet tot een verbetering van de relatie met de Joden heeft geleid.

Het laatste hoofdstuk biedt een beknopt overzicht van de diverse posities in de Nederlandse theologie met betrekking tot de visie op Israël. In de laatste paragraaf geeft De Greef zijn eigen positie weer. Vanwege Gods verkiezende liefde en de verwevenheid van de christelijke hoop met Gods beloften voor Israël benadrukt hij dat voor christenen verbondenheid met het Joodse volk onopgeefbaar is. Ook het land is door God blijvend ‘aan Israël gegeven om daar in alle concreetheid van het bestaan God te dienen’ (170).

Als echte historicus is De Greef terughoudend en voorzichtig met het delen van zijn eigen visie, maar uiteindelijk wil hij met betrekking tot het Joodse volk als volk van God wel verder gaan dan de (gereformeerde) Reformatie door de aanzetten tot een positieve waardering van het Oude Testament om te zetten in een uitgesproken hoop op Gods koninkrijk waarin Joden en heidenen door het geloof in Christus mogen delen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Theologia Reformata | 112 Pagina's

Kerk- en theologiegeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Theologia Reformata | 112 Pagina's