Boekbesprekingen
Ronald K. Rittgers en Vincent Evener (red.), Protestants and Mysticism in Reformation Europe [St Andrews Studies in Reformation History] (Leiden/Boston: Brill, 2019) 459 p., € 156,00 (ISBN 9789004393172).
Lange tijd heeft het wetenschappelijke onderzoek een nogal scherpe tegenstelling gezien tussen protestantisme en mystiek. De mystieke traditie werd gezien als een voornamelijk middeleeuws, rooms-katholiek en dikwijls ook monastiek gebeuren, waarvan de individuele, mensgerichte focus in contrast stond met de protestantse nadruk op het Woord en de rechtvaardiging. Met name door de publicaties van de grote mystiekkenner Bernard McGinn is hierin echter verandering gekomen. Het overzichtswerk van Rittgers en Evener gaat dan ook uit van de overtuiging dat men zowel de oorsprong als de ontwikkeling van het protestantisme alleen kan verstaan als de invloed van de mystieke traditie daarbij betrokken wordt.
Terwijl het eerste hoofdstuk een overzicht biedt van de belangrijkste mystieke auteurs, bespreken de hoofdstukken daarna allerlei vertegenwoordigers van de protestantse hoofdstromingen: het lutheranisme, het gereformeerd protestantisme en het anabaptisme.
Als Volker Leppins de mystici behandelt die de voornaamste betekenis hebben gehad in protestantse kring, noemt hij vooral Bernard van Clairvaux. Dit is niet erg verrassend, maar opvallend is wel de aanzienlijke invloed van de veertiende-eeuwse Rijnlandse mystici als Meester Eckhart, Heinricht Suso en Johannes Tauler. We zien dit bijvoorbeeld bij Luther, die met name in zijn visie op geestelijke verootmoediging en aanvechting invloed van Tauler laat zien. Ronald K. Rittgers doet de suggestie om in toekomstig Lutheronderzoek de notie van de gemeenschap met Christus bij de hervormer nauwkeurig te analyseren om zowel de overeenkomst als de verschillen met de mystiek helderder te krijgen. Bij Calvijn lijkt minder mystieke invloed zichtbaar te zijn. Toch is het volgens G. Sujin Pak de moeite waard om onderzoek te doen naar de eventuele mystieke bronnen en implicaties van enkele centrale noties bij Calvijn, zoals de gemeenschap met Christus, de verborgen activiteit van de Heilige Geest en de geestelijke ervaring. Andere protestanten die aan de orde komen, zijn onder anderen: Thomas Müntzer, Andreas Bodenstein von Karlstadt, Sebastian Franck, Andreas Musculus, Jacob Boehme en Johann Arndt.
Het Engelse puritanisme krijgt aandacht in twee artikelen. Randall J. Pederson bespreekt de vroege puriteinse vertegenwoordigers Richard Greenham en William Perkins. Aangezien de relatie tussen het vroege puritanisme en de mystieke traditie grotendeels braakliggend terrein is, wordt de vraag actueel hoe sterk mystieke invloed aanwezig is bij deze auteurs. Terwijl deze bij Greenham zichtbaar wordt in zijn aandacht voor meditatie, bruidsmystiek en geestelijke verlatenheid, lijken mystieke bronnen en thema’s bij Perkins echter veel minder aanwijsbaar te zijn. Het hoofdstuk van Tom Schanda over Paul Baynes en Richard Sibbes levert meer op. Het onderzoek heeft namelijk helder gemaakt dat de mystieke component bij Sibbes veel sterker naar voren komt dan bij eerdere puriteinse auteurs, maar de vraag hoe dit te verklaren valt, is nog nauwelijks aan de orde gekomen. Het antwoord hierop zou de minder bekende Baynes kun nen zijn, want hij blijkt een belangrijke schakel te vormen tussen Perkins en Sibbes.
Terwijl hij Perkins opvolgde als prediker te Cambridge, was hij het middel voor de bekering van Sibbes. Omdat het niet voor de hand ligt om te veronderstellen dat mystieke invloed op de latere puriteinse traditie via Greenham en Perkins loopt, is het de moeite waard om te onderzoeken of Baynes hiervoor verantwoordelijk is. Daarbij kan ook de vraag worden meegenomen hoe hij mystieke bronnen op het spoor is gekomen en hoe hij deze heeft verwerkt.
De Nederlandse situatie komt in beeld in het artikel over Willem Teellinck van de hand van Willem op ’t Hof, de belangrijkste kenner van de Nadere Reformatie. Hij geeft niet alleen (opnieuw) aan hoe sterk de vader van de Nadere Reformatie is beïnvloed door de moderne devoot Thomas à Kempis, maar suggereert ook dat Teellinck Thomas in Engeland heeft ontdekt: toen hij in 1605 in puriteinse kringen te Banbury verbleef. Dit zou goed kunnen en daarmee wordt dan niet alleen de disciplinaire inslag van Teellincks vroomheid verklaarbaar, maar tegelijk die van het vroege puritanisme. Deze boeiende suggestie vraagt echter nader onderzoek.
Het slotartikel van Vincent Evener maakt helder dat de relatie tussen mystiek en protestantisme er niet een is van eenvoudigweg tegenspraak of continuïteit. De conclusie van deze bundel artikelen is dat protestantse hervormers de mystieke erfenis op verschillende manieren hebben verwerkt. Deze varieerden van transformatie van mystieke opvattingen tot herplaatsing ervan in een andere theologische of spirituele context. Soms was er echt een uitgesproken afwijzing. Dit overzichtswerk kan dienen als een prima uitgangspunt om zowel de herkomst als de verwerking van de mystieke component in het protestantisme verder te onderzoeken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019
Theologia Reformata | 112 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019
Theologia Reformata | 112 Pagina's