Boekbesprekingen
Daniel Trocmé-Latter, The Singing of the Strasbourg Protestants, 1523-1541 [St Andrews Studies in Reformation History] (Farnham/Burlington: Ashgate, 2015) xviii + 385 p., £ 120.00 (ISBN 9781472432063).
In 1541 verschijnt in Straatsburg een schitterend uitgegeven Gesangbuch, waarin een keur aan psalmen en geestelijke liederen uit de traditie van Wittenberg, Straatsburg en andere steden bijeengebracht is. In een uitgebreid woord vooraf schrijft reformator Martin Bucer over het belang van het zingen voor de christelijke gemeente en over de noodzaak om kinderen vertrouwd te maken met ‘heilige, goddelijke liederen’, in plaats van ze bezig te laten zijn met lichtvaardige en slechte liedjes.
Het Gesangbuch van 1541 is een kerkmuzikale mijlpaal in de geschiedenis van de Straatsburgse Reformatie, zo laat dr. Daniel Trocmé-Latter in zijn studie The Singing of the Strasbourg Protestants zien. Het boek is een publieksversie van de dissertatie waarop de auteur een paar jaar geleden aan Magdalene College in Cambridge promoveerde.
Trocmé-Latter laat de geschiedenis van het reformatorische kerklied in Straatsburg beginnen in 1523, het jaar waarin de eerste geschriften verschijnen die ingaan op de rol die muziek mag spelen in de eredienst.
Duidelijk wordt dat de reformatie van de liturgie in een stad als Straatsburg een proces van jaren is. In de jaren twintig van de zestiende eeuw lopen op kerkmuzikaal gebied dan ook allerlei oude tradities en nieuwe vormen door elkaar heen: koorzang in het Latijn én gemeentezang in de volkstaal, orgelspel tijdens de eredienst én geluiden over afschaffing van instrumentale muziek, het zingen van Duitse psalmen en andere bijbelliederen én ruimte voor vertaalde misgezangen en oudkerkelijke hymnen.
Hoofdrolspelers in dit hele proces van afschaffen van de mis en vormgeven van een volkstaalliturgie zijn de predikanten Martin Bucer en Wolfgang Capito en de musici Wolfgang Dachstein en Matthias Greiter. En niet te vergeten: Wolfgang Köpfel, die als een van de belangrijkste Straatsburgse drukkers een grote hoeveelheid gezangbundels en dienstboeken-met-liederen op de markt brengt. Trocmé-Latter geeft in een appendix een lijst met bewaard gebleven en verloren gegane dienst- en liedboeken die in de periode 1524-1541 in Straatsburg gedrukt worden en komt tot bijna vijftig (!) uitgaven in achttien jaar tijd.
Het mooie is dat de auteur ook allerlei onontgonnen materiaal uit de Straatsburgse archieven heeft betrokken bij zijn onderzoek, zoals brieven, manuscripten, pamfletten en blaadjes met polemische liedjes. Dat levert een aantal nieuwe gezichtspunten op.
Bijvoorbeeld het gegeven dat Straatsburg een van de eerste plaatsen is waar de kinderen worden ingeschakeld om de gemeentezang in goede banen te leiden. Of het feit dat het lastig blijkt om, zelfs nog rond 1540, het ‘Ave Maria’ helemaal uit te bannen. Of het inzicht dat de visie op de aanwezigheid en het gebruik van orgels in de kerk in Straatsburg minder uitgesproken negatief was dan bijvoorbeeld in Genève.
Trocmé-Latter heeft het Duitstalige protestantse kerklied in Straatsburg bestudeerd.
In het laatste hoofdstuk, over het Gesangbuch van 1541 en de uitstraling daarvan naar andere steden en landen, besteedt hij echter onder andere ook aandacht aan de Franse vluchtelingengemeente die vanaf 1533 in de stad samenkomt. Dat is de gemeente die Calvijn tussen 1538 en 1541 dient en waarvoor hij in 1539 zijn eerste liedboekje maakt:
Aulcuns pseaulmes et cantiques mys en chant.
Een bundel die qua melodieën (de teksten zijn met name van Clément Marot) is ontleend aan een paar Duitstalige psalmbundels die even daarvoor in Straatsburg zijn verschenen. Het is niet de enige invloed die Calvijn van Straatsburg ondergaat. Trocmé- Latter laat zien hoe de visie van Bucer op de muziek voor de eredienst (gemeentezang in de volkstaal, de kracht die muziek op het hart uitoefent, het beroep op Paulus en de patres) helemaal terugkomt in het woord vooraf dat Calvijn in 1543 in een Geneefs psalmboek schrijft. En die voorrede heeft weer grote invloed uitgeoefend in de Nederlanden, omdat Dathenus die in 1566 in vertaling in zijn psalmboek opnam. Zo komt deze rijke studie van Trocmé-Latter heel dicht bij onze eigen kerkliedtraditie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019
Theologia Reformata | 130 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019
Theologia Reformata | 130 Pagina's