Boekbesprekingen
Stephen Milford, Eccentricity in Anthropology: David H. Kelsey’s Anthropological Formula as a Way Out of the Substantive- Relational Imago Dei Debate (Swords: Griffin Enterprises, 2017) 247 p., $ 30.61 (ISBN 9780955418037).
In 2017 promoveerde Stephen Milford, momenteel pastor van de Brackley Baptist Church in Northamptonshire (UK), aan de PThU op een studie naar David Kelseys visie op het imago Dei in diens tweedelige theologische antropologie Eccentric Existence (2009). Volgens Milford biedt de ‘antropologische formule’ van Kelsey een uitweg uit de vastgelopen controverse tussen voorstanders van de substantiële en relationele benadering van het imago Dei.
Milton ontwaart in zijn proefschrift allereerst een aantal gezamenlijke tekortkomingen van de substantiële en relationele benadering. De belangrijkste daarvan is dat beide reductionistisch van aard zijn. Ze herleiden het menselijk wezen tot een beperkte set eigenschappen die de mens apart zetten van de rest van de schepping, en sommige medemensen buiten de boot doet vallen. Zo stellen substantiële benaderingen overwegend dat cognitieve vermogens bepalend zijn, terwijl de relationele benadering het primaat legt bij relationaliteit en de wijze waarop de mens deze vormgeeft en ontwikkelt in de relatie tot God, medemens en de niet-menselijke schepping. Het bezwaar van Milford daarbij is dat er sprake is van een twijfelachtige universaliteit: niet alle mensen beschikken over de nodige hersens en/of vaardigheden om de desbetreffende relaties te ontwikkelen. Zij kunnen Gods beeld dus blijkbaar niet (voldoende) uitdragen.
Alvorens aannemelijk te maken dat Kelseys visie op het imago Dei een antwoord biedt op deze tekortkomingen, analyseert en bespreekt Milton diens antropologische formule. Die formule valt samen met wat hij ziet als de betekenis van het imago Dei en luidt: het menselijk wezen is een ‘basic unsubstitutable identity of an actual living human personal body’ (82). Aangezien elk afzonderlijk woord van deze formule voor Kelsey als ‘placeholder’ dient voor een uitgebreide theologisch-antropologische uiteenzetting, is het nauwelijks mogelijk een beknopte omschrijving te geven. Waar het primair om gaat, is dat Jezus Christus in zijn Mens-zijn het eigenlijke beeld van God is, terwijl mensen ‘beeld zijn van het beeld van God’ (dus van Christus). Mensen zijn ‘beeld van het beeld van God’ niet vanwege bepaalde eigenschappen, maar in de wijze waarop zij het van God ontvangen leven (de ‘basic identity’) op veelzijdige wijze gestalte geven in hun alledaagse contexten (de ‘quotidian identity’). Daarbij is het centrale uitgangspunt van Kelseys Eccentric Existence dat het menselijk wezen ‘excentrisch’ geworteld is in de drievoudige wijze waarop God zich in scheppende zegening, in eschatologische voltooiing en in verzoening verhoudt tot alles wat niet God is. Net als Christus als Mens beeld van God is in de drievuldige relatie van God tot de mensheid en de wereld, zijn ‘gewone’ mensen dat ook. De enige grond van het menselijk bestaan – en daarmee de inhoud van het imago Dei – is gelegen in God zelf.
Hoe biedt Kelseys excentrische visie nu een uitweg uit de impasse in het debat over de substantiële en relationele benadering?
Wat Kelseys visie onder andere zo vernieuwend maakt, volgens Milton, is dat Kelsey zich niet baseert op de aanwezigheid van bepaalde eigenschappen of functies als bepalend voor het beeld Gods. In plaats daarvan vertrekt hij vanuit het algehele menselijke bestaan, met al zijn facetten, zoals dat afhankelijk is van God. Doordat er zowel sprake is van een onvoorwaardelijke gift van het menselijke bestaan (onze ‘basic identity’) als van een menselijke roeping (onze ‘quotidian identity’), is het bovendien in de praktijk mogelijk dat onze leefwijze niet beantwoordt aan wie we werkelijk zijn. Dat neemt echter niet weg dat we allemaal, universeel, Gods beelddrager zijn. Zo komt Kelsey, aldus Milton, enkele problemen rondom substantiële en relationele benaderingen te boven.
Het is intussen zeer de vraag of Miltons typering van de relationele benadering niet eenzijdig is, en of Kelseys visie bij nader inzien niet als een variant ervan te beschouwen valt en dus minder vernieuwend is dan Milton doet voorkomen. Bestaat de kern van de relationele benadering niet uit de ‘excentrische’ relatie die van God uit gelegd wordt?
Menselijke relationele vaardigheden zijn van belang, maar niet allesbepalend: de mens is in de eerste plaats voorwerp en ontvanger van Gods liefde en genade, niet de vormge- ver ervan. Verder is het vreemd dat Milton nauwelijks aandacht besteedt aan de evenzeer invloedrijke functionele benadering van het imago Dei, zoals die met name steun geniet onder bijbelwetenschappers. Hij meent die te kunnen pareren in een voetnoot. Dat lijkt me een aderlating voor een gezonde systematische theologie. Desalniettemin vormt Miltons studie een grondige en gedegen verwerking van Kelseys theologische antropologie. Daarmee geeft hij niet alleen een impuls aan de voortgaande debatten over de betekenis en implicaties van het beeld Gods, maar levert hij ook een bijdrage aan de hedendaagse historische theologie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019
Theologia Reformata | 130 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019
Theologia Reformata | 130 Pagina's