Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbesprekingen

8 minuten leestijd

Arie van der Knijff, Bevindelijk preken: Een empirisch-homiletisch onderzoek naar bevinding in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten (Apeldoorn: Labarum Academic, 2019) 439 p., € 34,95 (ISBN 9789402907155).

Dat de auteur, na het syndroom van Asperger en twee burn-outs ‘in betrekkelijk korte tijd’ dit lijvige proefschrift kon voltooien verdient bij voorbaat al respect. Voegt men daarbij de brede oriëntatie in eigen kring maar ook daarbuiten, die de lange lijst van doorzochte literatuur aangeeft, dan wordt de waardering nog groter. Daaruit blijkt ook dat hij zijn onderzoek heeft geplaatst in een breder theologisch kader, met oriëntatie op onder anderen G. van den Brink/C. van der Kooi, K.H. Miskotte, J.G. Woelderink, W. Verboom, A. de Reuver, H. (in plaats van B.) de Leede, J. Hoek en (uiteraard) zijn promotor F.G. Immink en copromotor T.T.J. Pleizier . Van der Knijff heeft preken onderzocht uit de volle breedte van zijn kerkverband. Ik zeg ‘volle breedte’, omdat er binnen de Gereformeerde Gemeenten de nodige variëteit in prediking is. Die variëteit komt wel impliciet maar niet expliciet aan de orde. Het gaat hem niet om die variëteit maar wat volgens hem de (een) gemeenschappelijke noemer is. Dat mag iets onbevredigends hebben, het doet niets af aan de grondigheid waarmee hij zijn thema behandelt. Het gaat hem om bevindelijk preken. De kerngedachte daarvan binnen de Gereformeerde Gemeenten is: het ‘aanwijzen van manieren waarop God het geestelijk leven van Zijn kinderen leidt’; met als subcategorieën; ‘het onderzoeken van het geestelijk leven van de gemeenteleden, het belichamen van dat geestelijk leven vanuit Gods (eeuwig) Wezen en het soteriologisch duiden van de Bijbeltekst.’ Het hart daarvan vormen ‘wegwijzers op de levensweg’ (verkiezing, wedergeboorte, rechtvaardiging, heiliging), waarbij de invloed van John Bunyan als excurs wordt opgevoerd, de oproep tot zelfonderzoek, met ‘kenmerken’ en ‘soorten geloof en separatie’ en ‘De eeuwigheid in het hart’.

Om recht te kunnen doen aan het naar mijn oordeel meest essentiële in het grondige en veelzijdige onderzoek, richt ik me op het laatste. Ik citeer: ‘De predikanten plaatsen de beleving van de verzoening tussen de oriëntatie op Gods liefde in Zijn eeuwige besluiten en de eeuwige toekomst van de kerk. Ze stellen de persoonlijke beleving van de verzoening aan de orde tegen de achtergrond van de eeuwige verkiezing en de Raad des Vredes.’ Hierbij stelt Van der Knijff dan echter de terechte vraag naar de betekenis van het historisch karakter van de bijbelse geschiedenis. ‘Het heil in de persoonlijke levensgeschiedenis berust immers op het historische handelen van God. Wanneer die historiciteit vervluchtigt, verdwijnt ook de grond voor de bevinding.’ Bovendien signaleert hij een selectieve tekstkeuze ‘op grond van het bevindelijk potentieel van de Bijbeltekst’, waarbij bijbelteksten die corrigerend werken op de eigen visie inzake de geloofsbeleving buiten beeld blijven. De focus op persoonlijke verkiezing verdringt ook de gemeente als geheel, die niet als ‘verbondsgemeente’ kàn worden aangesproken. Van der Knijff laat weliswaar niet onbenoemd dat bij dit alles in verwondering wordt gezien op ‘het hart van de Eeuwige’, maar dat laat onverlet dat hij ook de pastorale nood van de enkeling voor het voetlicht brengt. Hij plaatst dit alles zelfs in het kader van gemeentetheologie: ’De gemeentetheologie heeft tot gevolg dat in de prediking sprake is van een sterke terughoudendheid in het aanbieden van de genade.’ Sterker nog: ‘Uitgaande van de gedachte dat maar weinig mensen de persoonlijke rechtvaardiging beleven, betekent dit dat veel van de gelovigen (hun leven lang) worstelen met onzekerheid en de beleving van schuld.‘ Op dit punt had de auteur wel expliciet de variëteit in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten kunnen benoemen. Opvallend is hierbij, dat de visie van dr. C. Steenblok slechts aan de orde komt in de historische inleiding inzake het kerkverband. Diens lezing over de algemene genade (1944) leidde ‘tot grote spanningen tussen verschillende predikanten’. Dat die spanningen er tot op heden zijn komt niet uit de verf.

Van der Knijff vat genoemde noties adequaat samen in een van de stellingen: ‘Het oriënteren op de eeuwigheid met betrekking tot de verkiezing, zoals dat in de preken binnen de Gereformeerde Gemeenten te vinden is, brengt op een heel eigen wijze ‘de eeuwigheid in het hart’. Enerzijds kan dat leiden tot existentiële worstelingen als het gaat om de vraag of er persoonlijk in de verkiezing wordt gedeeld. Anderzijds kan deze oriëntatie brengen tot het stamelend uiten van een loflied op Gods welbehagen.’

Tot hier een indruk van dit lezenswaardige proefschrift. De uiteindelijke beoordeling van de preken binnen de Gereformeerde Gemeenten is aan de auteur, die overigens in verbondenheid kritisch is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Theologia Reformata | 130 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Theologia Reformata | 130 Pagina's

PDF Bekijken