Boekbesprekingen
Oliver D. Crisp, Saving Calvinism: Expanding the Reformed Tradition (Downers Grove: IVP Academic, 2016) 176 p., $18.00 (ISBN 9780830851751).
De titel van dit boek is dubbelzinnig. De auteur, eerder werkzaam aan Fuller Theological Seminary in Pasadena, Californië en sinds kort hoogleraar analytische theologie aan de universiteit van St. Andrews, wil het calvinisme bevrijden van misverstanden. Hij is bezorgd dat het New Calvinism in de Amerikaanse context een verkeerd beeld van het gereformeerde protestantisme wekt. Tegelijkertijd geeft de titel aan dat het in dit boek vooral om de gereformeerde soteriologie draait.
Het boek is een populariserende versie van zijn eerder verschenen Deviant Calvinism: Broadening Reformed Theology (2014), dat door G.A. van den Brink in Theologia reformata kritisch is besproken (2015/2). Saving Calvinism bestaat uit zes hoofdstukken en een conclusie. Het eerste hoofdstuk bekritiseert een versmalling van het gereformeerde protestantisme tot vijf punten, vaak samengevat met de letters van het acroniem TULIP. Crisp pleit voor een breder calvinisme dat zijn neerslag vindt in de belijdenisgeschriften van de zestiende en zeventiende eeuw en dat uiteindelijk terug te voeren is in een hoge visie op de heilige Schrift. Ook uit hij zijn sympathie voor het calvinisme als een wereldbeschouwing in de lijn van Jonathan Edwards en Abraham Kuyper.
In elk volgend hoofdstuk bespreekt Crisp een aspect van de gereformeerde heilsleer en laat hij zien dat er op het desbetreffende punt ook afwijkende visies waren die zich binnen de bandbreedte van het calvinisme bevonden. Zo rekt hij de grenzen van het gereformeerd protestantisme wat op. Hij benadrukt bijvoorbeeld dat God niet genoodzaakt was om zijn rechtvaardige oordeel te laten gelden; Hij had ook kunnen vergeven zonder straf. Enerzijds wijst hij de supralapsarische interpretatie van de predestinatie af, maar anderzijds heeft hij ook veel sympathie voor de verkiezingsleer van Karl Barth. Het is natuurlijk de vraag hoe dat samen kan gaan, omdat Barth met zijn christologische concentratie eigenlijk een specifieke variant van het supralapsarisme biedt.
Het derde hoofdstuk behandelt de kwestie van vrije wil. Crisp sluit aan bij Edwards, die de zondaar moreel schuldig stelt omdat hij het kwade vrijwillig begeert. Tegelijk stelt Crisp dat er bij Edwards sprake is van een deterministische visie op vrijheid. Daartegenover beroept hij zich dan weer op de synchrone contingentie – de dingen hadden ook anders kunnen zijn – van vertegenwoordigers van de zeventiende-eeuwse gereformeerde orthodoxie en op de Amerikaanse presbyteriaan John Girardeau (1825-1898) die als calvinist leerde dat mensen echt een vrije keuze hebben. Ook bij deze combinatie van Edwards en Girardeau ontbreekt de consistentie.
Beide volgende hoofdstukken behandelen het universalisme – verwijzend naar de ruime opvattingen van calvinisten als Warfield en Shedd over het aantal mensen dat behouden zal worden – en de aard van de verzoening. Hij betwist dat de leer van de verzoening door voldoening – die hij eerst verdedigt tegenover misvattingen – de enige gereformeerde visie is. Zelf bepleit hij ruimte voor een visie die hij als non-penal substitution bestempelt waarbij Christus plaatsvervangend berouw heeft voor de zonde van het menselijke geslacht, een visie die hij ontleent aan de Schotse theoloog John McLeod Campbell (1800-1872). In ieder geval wil hij aantonen dat ‘there are a number of different ways of construing the atonement in Calvinism’ (125). Het verwondert dan ook niet dat Crisp in zijn laatste hoofdstuk – over de reikwijdte van de verzoening – tegenover de ‘L’ van Limited Atonement het hypothetisch universalisme van de school van Moses Amyraut (1596-1664) plaatst.
Het wordt de lezer niet altijd duidelijk waar Crisp precies voor staat behalve dat hij wil laten zien dat er binnen de gereformeerde theologie diversiteit mag zijn. De poging van Crisp om de grenzen van de gereformeerde theologie op te zoeken en op te rekken overtuigt niet, ondanks zijn goede bedoelingen om het calvinisme te redden van een karikatuur. Methodisch is het onjuist om steeds aan de hand van excentrieke posities te betogen dat afwijkende opvattingen ook nog wel voor echt calvinistisch door kunnen gaan en vervolgens al die posities bijeen te voegen. Zijn boek laat wel zien dat er grotere diversiteit is binnen de gereformeerde theologie dan soms door hedendaagse voor- en tegenstanders van het calvinisme wordt aangenomen. Het vertekende beeld van het gereformeerde protestantisme is ook een gevolg van de enorme invloed van de latere erfgenamen van deze traditie. Hun theologie is meer en meer als een lens gaan fungeren om de bronnen te bestuderen. Crisps pleidooi om met een frisse blik naar de bronnen te kijken verdient waardering maar het calvinisme laat zich zo niet redden, als dat al nodig zou zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's