Wijsbegeerte
Herman Bavinck, Philosophy of Revelation: A New Annotated Edition, Cory Brock en Nathaniel Gray Sutanto (red.) (Peabody: Hendrickson Publishers, 2018) xxxiii + 251 p., $ 24.95 (ISBN 9781683071365).
Twee promovendi van James Eglinton bezorgden een geannoteerde heruitgave van de lezingen die Herman Bavinck in 1908 te Princeton hield over de filosofie van de openbaring. Brock is inmiddels predikant van een presbyteriaanse kerk in Jackson, Mississippi en Sutanto, afkomstig uit Indonesië, heeft onlangs een benoeming gekregen als docent in de systematische theologie aan het Reformed Theological Seminary in Washington, D.C. De inleiding, een bewerking van een hoofdstuk uit Brocks dissertatie, plaatst Bavincks werk in de historische en theologische context.
Eglinton, die gereformeerde theologie doceert aan de universiteit van Edinburgh, schrijft in zijn voorwoord dat het denken van Bavinck haaks op de huidige relativistische en seculiere context staat omdat hij stelt dat wij antwoorden moeten hebben op fundamentele vragen over God, onszelf, de geschiedenis, de wetenschap en religie om een goed leven te kunnen leiden.
Het boek van Bavinck is in het Nederlands en Engels integraal op internet te vinden; tegenwoordig zijn al zijn werken prachtig bijeengebracht op http://neocalvinism.org. De toegevoegde waarde van deze uitgave zit in de annotatie. Alle originele voetnoten zijn geactualiseerd en voorzien van de juiste vindplaatsen en hier en daar hebben de uitgevers verklarende voetnoten toegevoegd.
Wijsbegeerte der Openbaring bestaat uit tien hoofdstukken, waarvan de eerste drie de fundamentele vragen van de epistemologie behandelen. Van groot belang is daarbij Bavincks insteek bij het menselijke zelfbe-wustzijn, waarin de mens zich tegelijk volstrekt afhankelijk (Schleiermacher) en vrij en zelfstandig (Kant) weet. ‘In self-consciousness God makes known to us man, the world, and himself’ (66). Daarom is atheïsme de mens van nature vreemd. In de voetnoot schrijft de redactie dat Bavinck hier, overeenkomstig het in het eerste hoofdstuk gestelde doel, aangeeft dat de theologie het conceptuele domein van de openbaring moet verbreden. Zij doelen daarmee op wat Bavinck aan het slot van het eerste hoofdstuk schrijft over de relatie tussen de algemene en de bijzondere openbaring; de theologie heeft die algemene openbaring niet diep genoeg doordacht. De moderne wetenschap heeft met behulp van de evolutietheorie de natuur, de geschiedenis en de mens aan de openbaring onttrokken en de theologie is daarin meegegaan. Na de drie inleidende hoofdstukken volgen zeven hoofdstukken waarin de relatie tussen de openbaring en de natuur, de geschiedenis, de religie, het christendom, de religieuze ervaring, de cultuur en de toekomst aan de orde komen.
Bavincks rijpe meesterwerk borduurt voort op zijn eerdere publicaties Christelijke wetenschap en Christelijke wereldbeschouwing (beide uit 1904) en is bedoeld als een poging om niet alleen de wetenschap maar heel de werkelijkheid opnieuw vanuit de openbaring te doordenken. Christus is wel het middelpunt van de openbaring, maar haar omtrek breidt zich uit tot de einden van de schepping, of in het Engels:
The world itself rests on revelation; revelation is the presupposition, the foundation, the secret of all that exists in all its forms. [...] Together with all created things, that special revelation which comes to us in the Person of Christ is built on these presuppositions. The foundations of creation and redemption are the same.
Terecht merken Brock en Sutanto in de voetnoot op dat ‘redemption’ – in het Nederlands ‘herschepping’ – beter vertaald kan worden met ‘re-creation’. Zo geven zij af en toe nuttige aanvullingen op de oorspronkelijke vertaling. Een enkele keer zit de redactie er mijns inziens naast, bijvoorbeeld als zij stelt dat Bavinck in de Nederlandse tekst overschakelt op het Engelse woord ‘Absolute’ (63 n60) terwijl uit de context niet blijkt dat hij daar opeens in het Engels denkt. Het Nederlandse woord wasdom (groei) is wisdom geworden (205 n24), maar mogelijk heeft daar de autocorrectie van de tekstverwerker een rol gespeeld.
Een inhoudelijke vraag is ook nog wel of de bezorgers van deze uitgave niet meer dan Bavinck zelf de nadruk leggen op Gods zelfopenbaring (xi, xvii en xxii). Ook James K.A. Smith, die filosofie doceert aan Calvin University, schrijft in een zogenaamde blurb op de kaft dat de kern van het christendom daarin gelegen is dat God zichzelf heeft geopenbaard. Dat is inderdaad wel de kern van alle openbaring, maar Bavinck wil door bijzondere en algemene openbaring, herschepping en schepping, geloof en wetenschap te verbinden juist aangeven dat openbaring allesomvattend is. Een reductie van openbaring tot Gods zelfopenbaring is eerder barthiaans dan bavinckiaans.
Beide bezorgers hebben met deze uitgave de bestudering van Bavincks theologie opnieuw een stimulans gegeven en zijn ook treffende voorbeelden van de internationale belangstelling voor en invloed van deze gereformeerde theoloog uit Kampen en Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Theologia Reformata | 122 Pagina's