Praktische theologie
Leon van den Broeke en Eddy van der Borght (red.), Religieus leiderschap in post-christelijk Nederland (Utrecht: Kok-Boekencentrum, 2020) 302 p., € 29,99 (ISBN 9789043532624).
‘Waar mensen erkennen dat er geen bijbelsambtelijke blauwdruk bestaat en inzien dat ambtstheologie ook altijd contextueel is, kan creatief met de traditie om worden gegaan en bevrijd in worden gezet op een nieuw denken over kerkelijk leiding (geven) in een nieuwe missionaire context.’ Deze conclusie trekken de redacteuren van deze bundel, die tot stand kwam na focusgesprekken van een groep theologen met de leiding van ‘congregationalistisch-independistische, presbyteriaal-synodale en episcopaal-hiërarchisch georganiseerde kerken in Nederland en met hun erkende opleidingsinstituten’. Genoemde conclusie is kennelijk ontleend aan de bijdrage van Jack Barentsen (ETF Leuven en North-West University Potschefstroom) en Annemarie Foppen (promovenda religie en leiderschap, VU). Zij stellen dat het in ambtstheologie niet gaat om ‘een geopenbaarde blauwdruk’, geldend voor alle ambtsstructuren, maar om ‘een contextueel doordenken van hoe Gods openbaring wordt ontvangen’. ‘Bevochten’ theologische kaders hebben naar hun oordeel de neiging om te stollen en als standaard te blijven gelden. Maar in een nieuwe context ontwikkelen zich onder invloed van de Geest nieuwe structuren. Overkoepelende aspecten zijn echter wel het present stellen van de drie-enige God en de participatie in de Missio Dei.
Helène Evers (predikant PKN), Leo Koffeman (em. hoogleraar PThU) en Wim van der Schee (geen auteursvermelding) gaan in een bijdrage met het prikkelende opschrift ‘De boel bij elkaar houden’, in op leiderschap in een presbyteriaal-synodale organisatie, toegespitst op de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk en de huidige Protestantse Kerk in Nederland. Zij spreken over een ‘theologisch en spiritueel veelstromenland’ maar blijven binnen het kader van de presbyteriaal-synodale traditie. Opvallend is dat zij de ‘uitvinding’ van ouderling-kerkvoogd/kerkrentmeester niet veel meer achten dan het vormgeven en kanaliseren van een spanningsveld. Naar mijn oordeel is de ouderling-kerkvoogd echter ooit principieel gelegitimeerd in de huisbewaarder Gods (Tit. 1:7). Ze geven ook aan dat de raden in de NHK op allerlei terrein de ambtelijke vergaderingen gingen overvleugelen (de ‘Radenrepubliek’). Die raden zijn met de komst van de PKN gaandeweg afgeschaft, terwijl hun rol is overgenomen door de Dienstenorganisatie. Maar, zeggen ze, ‘daarmee is het spanningsveld niet verdwenen, integendeel’. Zij concluderen uiteindelijk dat de presbyteriaal-synodale kerkinrichting, wortelend in de tijd van de Reformatie, wordt gekenmerkt door een complex systeem van checks and balances, begrensd en gedeeld leiderschap. De ambtelijke vergaderingen zijn verantwoordelijk voor de basisbeslissingen over de toekomst van de kerk. Die ambtelijke vergaderingen delen echter hun verantwoordelijkheid ‘in praktisch en strategisch leiderschap’ met diverse, deels niet-ambtelijke instanties. In een ‘inhoudelijk diverse kerk’ achten zij ‘het gedeelde lei-derschap‘ een sterk punt. In een laatste uitvoerig gedocumenteerde bijdrage over ‘geordineerd ambt en leiderschap’ van Jan Martijn Abrahamse (CHEde), Henk Bakker (Baptistic and Evangelical Theologies, VU) , Leo Koffeman en Peter-Ben Smit (Oud-Katholiek Seminarie, Universiteit Utrecht) wordt de vraag gesteld hoe te voorkomen dat de macht van de geordineerde ambtsdrager alle initiatief van anderen wegdrukt. De vraag stellen is haar beantwoorden: een profilering van het geordineerde ambt hoeft niet te betekenen een ‘exclusieve koppeling van leiding aan ambt’. Kerkelijke en geestelijke leiding zijn niet voorbehouden aan geordineerde ambtsdragers. Over het geordineerde ambt zeggen de redacteuren, dat het niet alleen gaat om juridische bevoegdheid maar ‘dieper om waardigheid om voor te gaan in de liturgie, waarbij Christus en de kerk worden vertegenwoordigd’. Verder vragen Wim van der Schee en Henk Witte (Xaveriusleerstoel Tilburg) aandacht voor ‘de secularisatie van het ambt’, zijnde ‘de buitenkerkelijke voortzetting van functies die tot voor kort vanzelfsprekend als handelen van ambtsdragers werden opgevat’. Terwijl Stefan Paas (missiologie, VU) en Joke van Saane (rector van de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht) instructief schrijven over leiderschap en ambt in de laatmoderne samenleving.
Uit de focusgesprekken is bij alle ge sprekspartners duidelijk geworden dat leiderschap in de huidige context aan het veranderen is en om verandering vraagt. Dat was in de Hervormde Kerk al zo in de jaren ’60 toen het ambt dreigde te (d)evalueren tot een functie. Tot een ambtsrapport kwam het niet. Uit dit breed wetenschappelijk onderzoek blijkt nu dat ambt en functie meer en meer naar elkaar buigen, met een expliciete of impliciete tolerantie van diversiteit in visie op de ambtsstructuur. De conclusies die getrokken worden zijn ‘fragmentair en voorlopig’. Maar de bewoordingen in de titel spreken voor zich: religieus leiderschap! Ook voor wie het presbyteriaal-synodale systeem ‘heilig’ is, biedt dit boek echter stof genoeg voor doordenking hoe de ambten, met behoud van hun tweezijdig ‘tegenover’, adequaat laagdrempelig zullen functioneren, in een goede verhouding tot functies in de gemeenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020
Theologia Reformata | 102 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020
Theologia Reformata | 102 Pagina's