‘Wie des mensen bloed vergiet…’
Over de doodstraf als statement vóór het leven
De SGP pleit in haar Program van beginselen voor de doodstraf. 2 In haar laatste verkiezingsprogramma uit 2017, waarin de SGP zich profileerde als partij voor het leven, was het traditionele pleidooi voor de doodstraf verdwenen. Dat is een pragmatische keuze geweest. Het zou echter principieel onjuist zijn wanneer de doodstraf vroeger of later ook uit het beginselprogramma zou verdwijnen.
Death is the gold standard from which the currency of punishment draws its credit.
Oliver O’Donovan 1
Natuurlijk kunnen er pragmatische redenen zijn om in verkiezingstijd keuzes te maken. Het kost namelijk nogal wat moeite om mensen van tegenwoordig uit te leggen hoe het één te rijmen valt met het ander: pleiten voor het leven en tegelijkertijd sommige mensen het recht op leven willen ontnemen. Dat lijkt op het eerste gezicht logisch tegenstrijdig. En dan maak je het jezelf met allerlei mensen die tegen de doodstraf zijn al snel moeilijker dan nodig lijkt.
Toch valt bij nader inzien op een uitstekende manier te verdedigen dat de doodstraf een pleidooi voor leven juist ondersteunt. Dat is wat ik hierna probeer duidelijk te maken aan de hand van de klassieken. Ik zeg klassieken, omdat hier het beroep op enkele Schriftplaatsen zondermeer onvoldoende duidelijk maakt welke argumenten in het huidige tijdsgewricht nog altijd legitiem zijn. Ook de SGP wil bijvoorbeeld geen doodstraf voor homoseksualiteit, zoals in de Mozaïsche wetgeving wel geëist wordt. Voor een bijdrage aan het huidige debat zijn daarom aanvullende argumenten uit de traditie noodzakelijk. Daarin is geprobeerd om de geest van wat ons in de Schriften wordt gezegd op het spoor te komen. Voor de traditie is op grond daarvan tot voor kort altijd duidelijk geweest dat een pleidooi voor de doodstraf onvermijdelijk is. 4
SCHENDING VAN HET BEELD VAN GOD…
Kern van het pleidooi dat de SGP in haar beginselprogramma voor de doodstraf voert, vormt het gebod van God aan Noach in Genesis 9 vers 6: 5
Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.
Anders dan de toelichting op het beginselprogramma stelt, is het niet deze tekst die kan gelden als bewijs voor de opdracht om van overheidswege in voorkomende gevallen de doodstraf toe te passen. Hier gaat het namelijk om de zogenaamde bloedwraak. Die diende door familieleden van degene die vermoord was te worden toegepast.
Vaak is in dit gebod aan Noach, en als onderdeel via de Mozaïsche wetgeving aan Israël, niet veel meer gezien dan een legitimering van de primitieve neiging tot wraak. Maar ook dat is een misvatting. Want de familie wordt hier niet aange-spoord tot eerwraak. Integendeel, het is niet de eer van de familie, maar de eer van de menselijke waardigheid van het slachtoffer als beelddrager van God die hier in het geding is.
Dit gebod tot vergelding van deze schending van de menselijke waardigheid gold niet alleen voor Israël, maar is universeel van karakter. Aldus de toelichting op het beginselprogramma. De grote vraag is alleen: vereist dat ook nu nog de doodstraf uitgevoerd door familieleden van het slachtoffer? Zo niet, op basis van welke bijbelgegevens dan wel redenering zijn wij inderdaad van mening dat het verbod op eigenrichting gehandhaafd dient te blijven en de doodstraf op een (eventueel meervoudig) levensdelict opnieuw dient te worden ingevoerd?
…TE BESTRAFFEN DOOR EEN BEVOEGDE OVERHEID…
Was ten tijde van de Mozaïsche wetgeving de doodstraf inderdaad voorbehouden aan de familie, onder het Romeinse gezag wordt dit recht toegekend aan de overheid. Want, zo stelt Paulus in Romeinen 13 vers 4:
…zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf van degene die kwaad doet.
Hier is dus duidelijk sprake van een ontwikkeling in het rechtsbesef gedurende de 2500 jaren die Paulus van Mozes scheidden. In plaats van eigenrichting dient alleen nog sprake te zijn van de overheid als instantie die straft. Hiermee correspondeert de moderne opvatting dat de staat een monopolie dient te hebben op het gebruik van geweld. Alleen in geval van zelfverdediging is geweld door gewone burgers legitiem – niet in het geval wanneer sprake is van strafmaatregelen tegen iemand die jou of iemand uit je naaste omgeving schade heeft berokkend. De Mozaïsche eerwraak, bedoeld om de eer van de familie te herstellen, is in onze moderne samenleving terecht illegitiem.
Bovendien kunnen schendingen van de menselijke waardigheid alleen bestraft worden nadat de rechter daartoe heeft besloten op basis van bestaande wetgeving. De uitvoerende macht heeft het vonnis slechts uit te voeren. Tenzij een vorst of regeringsleider de betrokkene strafvermindering toekent of gratie verleent.
…DOOR MIDDEL VAN DE DOODSTRAF?
Maar als we voor wat betreft de instantie die belast is met de uitvoering van de straf erkennen dat de Mozaïsche wetgeving haar geldigheid heeft verloren, zou dan hetzelfde ook niet kunnen gelden voor de toegepaste strafmaat zelf? In het oude Israël kwamen, naast doodslag, ook incest, verkrachting, homoseksualiteit, godslastering en schending van de sabbat in aanmerking voor de doodstraf. Waarom bepleit niemand in dergelijke gevallen tegenwoordig nog voor deze straf? Waarom willen we die alleen nog toegepast zien in het kennelijk bijzondere geval van doodslag met voorbedachten rade, dat wil zeggen: moord?
De orthodox-gereformeerde dan wel reformatorische traditie is op basis van de Schriften niet in staat geweest daarop een eenduidig antwoord te formuleren. 6 Inderdaad is moord een schending van de menselijke waardigheid. Maar dat geldt toch ook voor incest en verkrachting? Inderdaad verbiedt God ons anderen te doden. Maar de Bijbel spreekt zich ook uit tegen homoseksualiteit, godslastering en schending van de zondagsrust?
De orthodox-gereformeerde ethicus Jochem Douma – het is nog altijd wachten op een reformatorische ethicus van zijn formaat – moest concluderen dat hierin wel iets van willekeur schuilt. Volgens hem is het moeilijk vol te houden dat we met een beroep op Gods geopenbaarde wil kunnen zeggen dat een christen in de huidige situatie zonder enige twijfel voor de invoering van de doodstraf zou moeten zijn. 7 Het enige dat er zijns inziens over te zeggen valt, is dat de argumenten van tegenstanders, ondanks hun Schriftberoep en aangevoerde praktische bezwaren, niet steekhoudend waren.
OOK NA JEZUS CHRISTUS NOG?
Het is namelijk met name sinds Karl Barth (1886- 1968) onder protestante theologen gangbaar geworden om tegen de doodstraf te pleiten. 8 Aangezien in Christus’ kruisdood de zonden der mensheid zijn vergeven en God zich met de wereld heeft verzoend, zijn ook wij geroepen degenen die ons kwaad doen te vergeven, zo stelt men dan. Vaak wordt met het oog daarop de Bergrede aangehaald, waarin ons wordt opgeroepen, wanneer wij geslagen worden, onze vijand ook de andere wang toe te keren. Tegen deze redenering zijn de volgende argumenten in te brengen. Ik noem hier achtereenvolgens een publiekrechtelijk, een ethisch en een theologisch argument.
1. Zowel de hervormde theoloog Arnold van Ruler als de anglicaanse priester Oliver O’Donovan hebben erop gewezen dat men hier een persoonlijke ethiek verwart met de collectieve of publieke ethiek. Vergeleken met het individu heeft de staat een geheel eigen roeping. 9 Vandaar dat individuele vergevingsgezindheid ook niets afdoet aan de conclusie van Paulus dat de overheid geroepen is het kwaad te straffen. Zo zien we dat Jezus de moordenaar die zijn eigen schuld erkent, vergeving schenkt. Maar nergens lezen we dat, terwijl de schuldige het rechtvaardige van zijn straf erkent, Jezus hem daarop vrijpleit van de kruisdood.
2. Douma voegt daaraan toe dat, wanneer we de doodstraf om de eerdergenoemde reden afwijzen, er geen overtuigende reden overblijft waarom de overheid überhaupt nog straffen zou uitdelen. Waarom alleen de doodstraf afschaffen, en niet ook alle langere of kortere gevangenisstraffen? Als Christus de zonden der wereld al verzoend heeft en alle kwaad aan Hem reeds vergolden is, waarom dan bij andere misdaden nog steeds een reeks van strafmaten hanteren die rekening houdt met de zwaarte van een vergrijp? Met de afschaffing van de doodstraf is de gedachte van vergelding nog altijd niet uit het strafrecht verdwenen. Integendeel: ze vormt in zekere zin nog steeds de kern ervan. 10
3. Van Ruler en O’Donovan stellen met nadruk dat met Christus’ kruisdood de wereld niet ‘als vanzelfsprekend’ is verzoend met God. Integendeel, omdat dit kennelijk in het oude Israël niet aan iedereen duidelijk was, heeft God ons in het lijden en sterven van Jezus eens temeer laten zien dat de vergelding op de zonde uiteindelijk geen andere is dan de dood. 11 Van verzoening kan alleen sprake zijn, wanneer wij mensen het rechtvaardige van het oordeel van God over onze misdaden erkennen en ons aan Gods wil onderwerpen, zo voegt Douma daaraan toe. 12
ONDANKS DAT HET LEVEN BESCHERMWAARDIG IS?
Maar kunnen wij het recht om iemands leven te nemen aan een instantie als de overheid toekennen? Is daarvoor het leven van mensen niet te waardevol? Ook de christelijke traditie leert toch dat het leven, van het prilste begin tot aan het overlijden, een gave is van God? Het is toch uitgesloten dat een moeder, de familie, laat staan de staat zich het recht zou kunnen toe-eigenen daarop inbreuk te maken?
In het traditionele natuurrechtsdenken sinds Augustinus en Thomas van Aquino wordt de mens een natuurlijk recht op leven, vrijheid en privé-eigendom toegekend. Die vrijheid is absoluut. Niemand, ook de overheid niet, mag inbreuk maken op deze rechten. Wanneer iemand daarop wel inbreuk maakt, en andermans leven, vrijheid of bezit ontneemt, dan verliest diegene daarmee automatisch zijn absolute rechten, en dient iets van zichzelf aan de ander ter vergelding af te staan. De daarbij behorende straf dient wel ‘proportioneel’ te zijn – een term die geïnspireerd is op het Mozaïsche ‘oog om oog en tand om tand’-principe en door de scholastieken tot algemene richtlijn bij alle misdaden werd verheven. Vandaar dat bijna alle zonden die onder het oude Israël nog in aanmerking kwamen voor de doodstraf, daarvan nu uitgesloten zijn of, in het geval van homoseksualiteit, tegenwoordig niet langer in het wetboek van strafrecht voorkomen.
Alleen bij moord verliest degene dit delict begaat zijn recht op leven en dient de doodstraf bij wijze van vergelding nog altijd te worden toegepast. Bij vrijheidsberoving volgt gevangenschap. Bij stelen, of het anderszins toebrengen van schade aan andermans bezittingen, volgt materiële compensatie.
In het zogenaamde ‘nieuwe’ natuurrechtsdenken, voorgestaan door Amerikaanse rechtsgeleerden als Robert P. George en John Finnis, wordt de doodstraf als moreel volstrekt verwerpelijk afgewezen. 13 Volgens laatstgenoemden botst het principe van de proportionaliteit met een principe dat van een hogere orde is, namelijk het recht op leven. Dit recht op leven is elementair voor de menselijke waardigheid en bevindt zich voorbij elk onderscheid tussen goed en kwaad. Daartegenover zijn vrijheid en bezit, hoewel daartoe eveneens een natuurlijk recht bestaat, instrumenteel van karakter: het zijn niet meer dan middelen die kunnen worden aangewend voor een goed leven. Deze nieuwe natuurrechtsdenkers hebben daarom geen problemen met levenslange gevangenisstraf of boetes die in verhouding staan tot de schade die anderen is toegebracht. Maar met de doodstraf wordt naar hun opvatting een grens overschreden die door geen mens of menselijke instantie mag worden overschreden. Toepassing ervan is alleen aan God voorbehouden. Voor Paus Franciscus was dit reden om de betreffende passage in de Cathechism of the Catholic Church, waarin in geval van moord tot dan toe altijd gepleit was voor de doodstraf, aan te passen.
OF JUIST OMDÁT HET LEVEN BESCHERMWAARDIG IS?
Het mooie van het onderscheid tussen primaire rechten en instrumentele rechten is, dat je daarmee duidelijk kunt maken waarom wij tegen abortus zijn. Op het leven van ongeboren kinderen kan geen inbreuk worden gemaakt met een beroep op de vrijheid of autonomie van de moeder. Maar hetzelfde onderscheid levert geen overtuigend argument tegen de doodstraf, zo meent filosoof Edward Feser in een recente studie en daaropvolgende discussie met Finnis. 14 Integendeel: wanneer leven en vrijheid van andere orde zijn in de hiërarchie van rechten, dan kan moord nooit adequaat bestraft worden door een gevangenisstraf – ook geen levenslange.
Door in de discussie over de doodstraf alleen nog te verwijzen naar het recht op leven van de dader, wordt niet langer rekening gehouden met de geschonden waardigheid van het slachtoffer. Dit legt, om in lijn met O’Donovan te spreken, de bijl aan de wortel van elk strafrecht. De richtlijn die vanouds diende om kwaad te vergelden – die van de proportionaliteit – heeft daarmee zijn geldigheid verloren. Met als onbedoeld gevolg dat de rechten van (potentiële) slachtoffers, gebaseerd op het feit dat zij beelddrager zijn van God, worden gerelativeerd in naam van een vermeend, absoluut verklaard recht op leven van de daders.
Wie echter erkent dat het leven principieel beschermwaardig is, die zal niet alleen pleiten voor strafbaarstelling van abortus – zoals bijvoorbeeld Robert George, John Finnis en Paus Franciscus gelukkig nog steeds doen. Wie aan de intrinsieke waardigheid van het leven werkelijk gewicht toekent, die dient uiteindelijk ook principieel voor de doodstraf te zijn – zoals Augustinus, Aquino, Paus Benedictus XVI, O’Donovan, Feser of, hier te lande, Van Ruler en Douma.
TUSSEN TERUGHOUDENDHEID EN ROEPING…
Daarmee is niet gezegd dat deze straf bij iedere moord ook daadwerkelijk en consequent dient te worden toegepast. De staat en zijn rechtsspraak zijn feilbaar. Dat is één van de redenen waarom O’Donovan zegt blij te zijn dat de doodstraf uit het strafrecht is verdwenen. 15 Voor een principiële voorstander van de doodstraf komt dat op mij tegenstrijdig over. In plaats van de mogelijkheid van de doodstraf a priori uit te sluiten, zou een pleidooi voor een zeer grote terughoudendheid bij de toepassing ervan veel meer op zijn plaats zijn.
Het feit dat de SGP bij de laatste verkiezingen geen item van de doodstraf gemaakt heeft, zal naar mijn inschatting niet met het door O’Donovan geuite sentiment te maken hebben. En inderdaad kunnen pragmatische overwegingen alleszins legitiem zijn, bijvoorbeeld omdat het aan moderne mensen toch moeilijk uit te leggen valt hoe een pleidooi voor het leven past bij een pleidooi voor de doodstraf. Tijdens een verkiezingscampagne moet de boodschap wel overtuigend gebracht kunnen worden. Alles wat daarbij afleidt van het eigenlijke punt – ageren tegen abortus en euthanasie – dient dan even tussen haken te worden gezet.
…DIENT DE SGP INVOERING VAN DE DOODSTRAF TE BEPLEITEN
Echter, geredeneerd vanuit de het grote gewicht van de beschermwaardigheid van het beeld van God in de mens, inclusief het van Godswege verleende, natuurlijke recht op leven van de mens, kan een pleidooi tégen abortus en euthanasie wel degelijk samengaan met een pleidooi vóór de doodstraf. De beschermwaardigheid van het leven van slachtoffers van misdrijven mogen we immers niet op voorhand relativeren. Moord is de ultieme schending van het leven. Daarbij is de ultieme straf principieel passend.
Vanuit die optiek dienen plegers van terreuraanslagen, meervoudige moord in het algemeen en soms ook enkelvoudige moord, principieel in aanmerking te komen voor de doodstraf. Neem het recente voorbeeld van Gökmen Tanis, die nu ruim een jaar geleden in koelen bloede zes mensen in Utrecht doodschoot, al dan niet uit wraak voor wat onze militairen moslims elders in de wereld aandoen. Hij liet er geen twijfel over bestaan dat zijn daad wat hem betreft voor herhaling vatbaar was. De rechter heeft hem veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Maar is die straf proportioneel? Staat zij enigermate in een evenwichtige verhouding tot de schade die de dader heeft aangericht? De vraag stellen, is haar beantwoorden. De doodstraf doet in een dergelijk geval meer recht aan de waarde van het leven dat de slachtoffers lieten.
Althans, volgens de Schriften, volgens de traditie, en gelukkig ook nog volgens het elementaire rechtsgevoel dan wel het geweten van veel burgers in ons land. De SGP heeft ook de roeping dat geweten in de politiek opnieuw stem te geven en daarmee een ondubbelzinnig statement vóór het leven te maken.
NOTEN
1 ‘The Death Penalty in Evangelium Vitae,’ in Reinhard Hütter & Theodor Dieter eds., Ecumenical Ventures in Ethics: Protestants Engage Pope John Paul II’s Moral Encyclicals (Grand Rapids 1998), p. 235.
2 Artikel 13 uit het Program van Beginselen.
3 Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van het commentaar van Jan Schippers op een eerdere versie van dit stuk.
4 In Nederland werd in 1870 de doodstraf afgeschaft. Bij de grondwetsherziening van 1983 werd de doodstraf zelfs geschrapt uit zowel het militaire recht als het oorlogsrecht.
5 Toelichting op het Program van Beginselen van de Staatkundig Gereformeerde Partij (’s Gravenhage 2003), p. 59.
6 Ook iemand als Rousas John Rushdoony, terecht overtuigd van de onverminderde relevantie van de Mozaïsche leefregels voor de dag van vandaag, helpt ons op dit punt niet verder in zijn 3-delige Institutes of Biblical Law (1973-1999).
7 Ethiek en recht (Kampen 1990), p. 90.
8 Zie voor Barth’s afwijzing van de doodstraf zijn Kirchliche Dogmatik III, 4 (Zürich 1951), S. 499-515; voor een theologische reflectie in dat spoor zie Hans Abma, Gerechtigheid zonder beul. Over doodstraf, recht op leven en christelijk geloof (Baarn 1997).
9 Van Ruler, ‘De doodstraf. Een hoofdstuk uit de theologische ethiek (1946)’ in Verzameld Werk VI-A (Zoetermeer 2016), pp. 482-483; O’Donovan, The Desire of the Nations. Rediscovering the Roots of Political Theology (Cambridge 1996), pp. 147-149.
10 Ethiek en recht, p. 86.
11 Van Ruler, ‘De doodstraf,’ pp. 512-517; O’Donovan, ‘The Death Penalty,’ pp. 234-235.
12 Ethiek en recht, p. 87.
13 George, ‘Always to Care, Never to Kill,’ National Review March 21, 2005; Finnis, ‘Intentional Killing Is Always Wrong,’ Public Discourse August 22, 2018; idem, ‘The Church Can Teach That Capital Punishment is Inherently Wrong,’ Public Discourse August 23, 2018; idem, ‘Intentional Killing is a Usurpation of God’s Lordship Over Life: A Reply to Edward Feser,’ Public Discourse December 15, 2018.
14 Edward Feser & Joseph M. Bessette, By Man Shall His Blood Be Shed. A Catholic Defense of Capital Punishment (San Francisco 2017) en Feser, ‘The Church Cannot Teach That Capital Punishment is Inherently Wrong: A Reply to John Finnis,’ Public Discourse September 13, 2018.
15 ‘The Death Penalty,’ p. 235.
dr. J.O. van de Breevaart, ‘Wie des mensen bloed vergiet…’
Dr. Hans van de Breevaart, redactielid 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020
Zicht | 112 Pagina's