Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van hebzucht naar broederschap, van hysterie tot tolerantie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van hebzucht naar broederschap, van hysterie tot tolerantie

22 minuten leestijd

In deze boekenschap passeert een keur aan gelezen boeken de revue. Niet over georganiseerde misdaad of veiligheid, wel over allerlei politiek-filosofische inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen en internationale relaties. Maar ook over de rol van vrouwen in de politiek en de manier waarop we met onze toegenomen welvaart zijn omgegaan. Tolle lege.

Wat is het goede leven? Dat is de vraag die boven komt bij het lezen van dit inzicht gevende boek dat de opvolger is van de besteller Gouden jaren (2014). Het leven is sinds de jaren vijftig ingrijpend veranderd. We werden rijker en welvarender. Veel feiten in dit rijk geïllustreerde boek roepen nostalgische gevoelens op. Het leven was overzichtelijk en men genoot van het kleine geluk, in de gezinnen en allerlei sociale activiteiten. De computer had het sociale weefsel nog niet aangetast. Opvallend is dat het aantal boeken vroeger minder was terwijl men meer tijd had om te lezen. Toch is er geen reden tot verheerlijking van het verleden. De verhoudingen waren vaak zo hiërarchisch dat de grens tussen gezag en macht vaak overschreden werd. De wereld werd langzamerhand opengebroken, met name door de televisie. De gezelligheid verdween en langzaamaan sijpelden niet-christe-lijke denkbeelden de cultuur binnen. De zondag veranderde van een rustdag in een dag om erop uit te trekken.

Van Bergen constateert dat een rustdag een groot gemeenschappelijk goed is. “Een gemeenschappelijk vrije dag is het sociale element van een samenleving.” Maar dat cement wordt aangevreten door de vrije tijdseconomie waardoor de zondag steeds meer een gewone werkdag wordt. Er is een behoefte aan een gemeenschappelijk rustpunt, een collectief ritme voor de werkzaamheden en de rust.

Tijdens de ongekende welvaartsexplosie van de jaren zestig hebben de provo- en andere emancipatiebewegingen (vooral de studenten) de kiem gelegd voor een grote culturele en maatschappelijke omslag. De oude sociale orde werd omver geworpen. Vrouwen ging betaald werk verrichten, de gezinnen werden kleiner (mede door een sterk verbeterde anticonceptie) en mensen richtten zelf hun leven in. Vrijheid en welvaart zijn zegeningen, maar ze hebben het geluk lang niet altijd gebracht. De schrijfster constateert dat er nog steeds mensen zijn die grote zorgen hebben over de toekomst. Is er nog zicht op een vaste baan door onder meer de robotisering en globalisering? Kan iedereen zich wel handhaven in de kenniseconomie die steeds ingewikkelder wordt? Onze rijkdom heeft ons kwetsbaar gemaakt. “Er is zoveel te verliezen dat velen van ons eerder banger dan tevreden mensen zijn geworden.” Kortom, welvaart als zodanig brengt dus niet vanzelfsprekend geluk en tevredenheid voort!


De kwestie van de vrouw in de politiek heeft de SGP langdurig beroerd. Dat was ook het geval in antirevolutionaire, orthodox-protestantse kringen. Deze bundel beschrijft de setting van christelijke debatten over deze kwestie tegen de achtergrond van de opkomst van het feminisme. Tussen 1916 en 1922 werd in Nederland het vrouwenkiesrecht ingevoerd. Het boek beschrijft in verschillende bijdragen de ontwikkeling van het vrouwenkiesrecht in de negentiende en twin-tigste eeuw. George Harinck laat zien hoe Kuyper en Bavinck duidelijk het verschil tussen man en vrouw in kerk en samenleving erkenden. Vanuit het perspectief van de Bijbel hadden man en vrouw elk hun eigen aard en roeping. Maar de beide calvinisten waren niet blind voor de toenemende gelijkheid van man en vrouw in de samenleving en vonden dat dit ook gehonoreerd moest worden. Vrees dat erkenning van algemeen kiesrecht zou leiden tot vrouwen in het kerkelijk ambt – nog steeds een motief bij SGP’ers – is volgens hen misplaatst. De bundel laat zien hoe laat, maar ook hoe snel de opmars van de vrouw in de politiek is geweest. Honderd jaar geleden kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer, het SDAP-lid Suze Groeneweg. Was in de periode na de oorlog tot midden jaren zeventig de participatie van vrouwen niet hoger dan tien procent, is dat in 1998 al gestegen tot 36,6 procent. In 1946 kwam er de eerste vrouwelijke burgemeester en in 1956 was Marga Klompé (KVP) de eerste vrouwelijke minister. We zijn benieuwd hoe de SGP het zal vergaan.


Hysterie mag weliswaar sinds de jaren tachtig geschrapt zijn uit het diagnostisch en statistisch handboek van psychische aandoeningen. Maar in de samenleving tiert dit verschijnsel welig, zo betoogt Marc Schuilenberg, filosoof en criminoloog. We leven in een cultuur die hysterie niet alleen aanmoedigt en daarvan geniet, maar die haar zelfs misbruikt en beloont. Overal is hysterie: asielzoekers, zwarte piet, koopgekte in de huizenmarkt, onveiligheid, hamsteren. “We worden hysterisch omdat zoveel anderen hysterisch zijn.” Zo is de samenleving hysterisch over gebrek aan veiligheid, terwijl de criminaliteitscijfers nog nooit zo laag zijn. De angsthysterie leidt tot ingrijpende maatregelen die helemaal niet in verhouding staan tot de ernst van het gevaar. We zijn verslaafd aan controle, uit angst voor terroristische aanslagen, criminaliteit en overlast.

De schrijver baseert zijn conclusies op concreet onderzoek in een Rotterdamse wijk Hillesluis waar mensen het vertrouwen in de overheid verliezen bij het oplossen van structurele problemen. Frustraties en boosheid stapelen zich op en leiden tot een diepgewortelde wrok tegen de overheid. Economisch staan alle seinen op groen, maar we geloven er geen bal van en worden steeds pessimistischer. Nederland scoort hoog in de geluksfactor maar staat ook in de top tien van landen als het gaat om het aantal inwoners met depressieve symptomen. Angstbeelden voor het vreemde en onbekende hebben een enorme impact op de vitaliteit van de maatschappij en burgers. Deze beelden hangen nauw samen met de hysterische toon in de westerse samenleving. Die is er ook in politiek waar de laagste instincten het voortdurend winnen van feiten en nuance. Hysterie is het gevolg van oververmoeidheid, gecombineerd met angst en onzekerheid. Schuilenburg spreekt van de succes-paradox: “Hoe beter het met ons gaat, hoe hysterischer we ons voelen door het resterende tekort, van onze veiligheid, gezondheid, welvaart, enzovoort.” Ik moest bij het lezen van dit boek denken aan het coronavirus. Er hoeft maar iets te gebeuren en het systeem van onze zekerheid en veiligheid stort in elkaar.


Wat vroeger een ondeugd was, is nu een deugd: hebzucht, zo betoogt de auteur, docent sociale en politieke filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De hele samenleving is er zelfs op gebaseerd. Hebzucht is de oorzaak van de financiële crisis geweest, nu is het hét medicijn voor het aanjagen van de economie, de motor van de welvaart. Het neoliberale regime spoort mensen aan tot inhaligheid en de wortels ervan gaan eeuwen terug. Het kwaad van de hebzucht was al in de oudheid verdacht. Tevredenheid met wat je had en matigheid betrachten, golden als bij uitstek deugdzaam. De aristotelische traditie leert dat het doel (telos) van al onze handelingen in dienst staat van ‘het goede leven’. En dat geldt derhalve ook voor het najagen van geld en rijkdom. Geld is slechts een van de middelen, waarmee het doel van het goede leven gerealiseerd kan worden.

De schrijver laat vooral de geschiedenis spreken. Er was eerst sprake van een worsteling met de hebzucht (onder meer bij Thomas More, Luther en Calvijn), later komt er een acceptatie van de onschuld en weldaden van de hebzucht (Bernard Mandeville). De mens als homo economicus verschijnt op het toneel, iemand die steeds berekent hoe hij zijn geluk kan optimaliseren (Jeremy Bentham), uiteindelijk eindigend in het (neo)liberalisme. Terwijl in het klassieke liberalisme de overheid de markt moest respecteren en beschermen, verlangde het neoliberale programma van de overheid zelf een bedrijfsmatige aanpak. Tegenwoordig staat het economisch rendement centraal. Een bijproduct van deze ontwikkeling is in Linssens ogen de normalisering van de hebzucht. We leven in een ondernemersmaatschappij die elk lid van de samenleving in haar greep heeft. De vrije markt heeft ontegenzeglijk gezorgd voor een enorme materiële verbetering, maar tegelijk heeft dat systeem de verwerpelijke menselijke eigenschap van de hebzucht op een voetstuk geplaatst. “Wat nodig is, is dat men weer morele grenzen gaat stellen aan de markt, aan de nietsontziende competitie, aan het pakken wat je pakken kunt, aan de graaicultuur.” De hebzucht staat vandaag de dag onder verdenking, maar van echte daden is het nog niet gekomen. Morele kritiek op hebzucht schiet te kort, omdat zij onvoldoende rekening houdt met de huidige ondernemersmaatschappij waarin individuen eigenlijk niet anders kunnen dan zich hebzuchtig opstellen. Een onthullend boek dat wijst op het fragiele fundament van onze cultuur.


Een bundel met beschouwingen over tolerantie en de verhouding tussen religie, kerk en staat in het publieke domein, veelal eerder verschenen. Veel bijdragen gaan over de verhouding tussen macht en de heilige zaken van een samenleving, de scheiding der machten, de laïcité, de relatie tussen theodicee en moderniteit, neutraliteit en secularisatie. Stuk voor stuk interessante onderwerpen. De titel wordt zo uitgelegd: tolerantie is één van de manieren van omgaan met wat voor mensen heilig of onaantastbaar is. Daarom kan tolerantie zelf niet de hoogste waarde van een samenleving zijn. Tolerantie en vrijheid verwijzen naar een hogere waarde, maar zijn zelf niet de hoogste waarde. Dat zijn de heilige dingen, die onaantastbaar zijn en die de grondslag van de samenleving vormen.

Het moderne begrip van tolerantie verwijst naar het politieke probleem van de theologische onenigheid: de strijd over de vraag welke uitleg van Gods Woord de juiste is. Er is nog steeds een behoefte aan een sacrale taal, nu de theologen zwijgen. Feit is dat godsdienst geen belangrijke rol meer speelt en andere wereldbeelden zich aandienen.

Het mooie is dat de schrijvers laten zien dat ook in de moderne samenleving er een verwijzing is naar het transcendente en een bindende kracht nodig is. Het is best moeilijk om precies na te gaan waar de auteurs zelf staan in dit spectrum. Het zijn politieke filosofen die diep nagedacht hebben over religie in het publieke domein. Terpstra staat bekend als een pleitbezorger van een politieke theologie. “De crisis van het christendom is ten nauwste verbonden met het verlaten van een institutionele en priesterlijke representatie van de sacrale kern van een samenleving. In plaats daarvan nemen de leken het over: de stichtingsverhalen zijn dan onderwerp geworden van een publiek debat tussen vrije mensen.”

Een samenleving kan haar innerlijke band alleen ontlenen aan een stichtend verhaal, dat gemeenschappelijk is aan alle leden van die samenleving. Het doelt op het geven van een verheven zin aan het leven van de mens op aarde in plaats van dat de wetenschappers en ingenieurs het voor het zeggen krijgen met hun ‘feiten’. In de religie gaat het volgens de auteurs allereerst om eerbied, niet over waarheid, al dan niet geopenbaard. Eerbied, ontzag, bewondering, toewijding zijn belangrijke waarden die verwijzen naar het transcendente.

Interessant is wat zij schrijven over de wending naar een polemische opvatting van de tolerantie, in die zin dat sommige van onze politici en intellectuelen openlijk intolerantie promoten als een bijdrage aan de beschaving. Betogen over culturele identiteit en onze ‘eigen’ nationale cultuur zijn dominant geworden. Tolerantie is dan een kosmopolitische deugd, die een scheidslijn maakt tussen het verdraagzame deel van de wereld en de dragers van ‘overleefde, achterlijke en intolerante tradities’. Wanneer tolerantie zelf gepromoveerd wordt tot de hoogste waarde van een li- berale samenleving of zelfs de naam wordt van de ideale wereldsamenleving, wordt tolerantie de laatste tiran (Alain Finkielkraut) en kan tolerantie eindigen in een homogeniserende politiek van “uitsluiting van de uitsluiters” (Scruton). Mooi citaat: “Dat wij primair met onze persoonlijke zelfverwerkelijking en zelfexpressie in de weer zijn, is in Nederland vaak zo zeer de heersende overtuiging, dat wij de inzet voor een politiek of ethisch ideaal of de trouw aan een godsdienstige overtuiging nauwelijks nog anders kunnen begrijpen dan als een schaamlap voor een emotionele behoefte of als een psychische eigenaardigheid.”


Hobbes is één van de voornaamste architecten van het Verlichtingsdenken en dus van de moderne wereld, zo stelt Kinneging in deze belangwekkende bundel over Thomas Hobbes. Hij brak met de traditionele metafysica en hing een materialistisch en deterministisch wereldbeeld aan. Zijn betekenis ligt vooral in zijn politieke filosofie. De mens wordt voortgedreven door zijn begeerten. Welwillendheid en naastenliefde zijn uiteindelijk ik-gericht. Ieder mens is op eigen voordeel en welzijn gericht. Een hedonistisch ik-gericht mens kan alleen samenleven als hij door een sterke macht beperkt wordt in zijn egoïsme. Maar Hobbes heeft geen antwoord op de vraag: wat als de sterke macht zelf egoïstisch is?

Terwijl de traditionele politieke filosofie (Plato, Aristoteles, het christendom) uitgaat van een noodzaak en mogelijkheid van een innerlijke transformatie van de machthebbers, van de elite, de bekering, gestoeld op onder meer ratio en deugden, ontkennen Hobbes en in zijn voetspoor moderne politieke denkers een dergelijke bekering. De mens is de ‘oude Adam’ en hij blijft het. Volgens Kinneging is Hobbes een denker van wereldhistorisch belang, een scharnierfiguur die de eeuwenoude intellectuele Traditie van Europa de wacht heeft aangezegd. Haar invloed is nu vrijwel nihil geworden. “Het denken van Hobbes heeft de dood van de Traditie ingeluid.”

De bundel biedt een rijke geschakeerdheid aan beschouwingen over Hobbes. Jean-Marc Piret typeert de religieuze burgeroorlog in Engeland als denkkader bij Hobbes. Hij laat zien dat Hobbes’ politieke theologie ten diepste een politieke neutralisering van de godsdienst is, het illegitiem verklaren van elke vorm van theocratische politiek. De Leviathan of sterfelijke God verenigt zowel het wereldlijke als het geestelijke gezag dat zogenaamd opruiende geestelijke denkbeelden de kop in wil drukken. Het waarheidselement ligt in het handhaven van de publieke vrede tegenover religieuze haatpredikers.

Hobbes is voor Theo W. A. de Wit de geestelijke vader het liberalisme en de liberale staat geworden. Maar Niels van Dijk laat zien dat Hobbes een protestantse interpretatie van de Bijbel aan banden wil leggen en elke aan-spraak van een kerkelijke autoriteit op het aardse leven in haar legitimiteit wil beperken. Hobbes vindt censuur noodzakelijk en aantrekkelijk, ter wille van de vrede, aldus Paul de Hert en Maarten Colette. Zij stellen dat de kritiek op Hobbes bleef aanzwellen vanwege zijn beperkte vrijheidsopvatting. Zij vragen wel enige coulance omdat Hobbes te maken had met radicale protestantse gemeenschappen die in de zeventiende eeuw de politieke stabiliteit bedreigden. Volgens Frederik Dhondt zijn de principes van Hobbes echter schadelijk. “Ze veranderen de mens in een beest, of in een vijand van elke samenleving. Met zijn theorie kan je hoogstens magistraten (rechterlijke of bestuurlijke) maken voor het beestenleven, maar nooit voor de moraal.”

Michel Huysseune stelt dat Hobbes’ kritische kanttekeningen bij de moderne beschaving gevoed werden door zijn wantrouwen jegens de menselijke natuur. De soeverein zou daarom zorg moeten dragen voor het geven van een juiste opvoeding. Maar hoe kan Hobbes dergelijke richtlijnen geven als hij zelf doorgaat als een materialist en vermeend atheïst? Terecht zegt Hakan Külcü dat Hobbes in de beklagenswaardige positie verkeert waarin slechts de waarde van de primitieve passies en de biologische waarde van het leven functioneren. Alle verwoede pogingen om de dierlijke strevingen te veredelen zijn gedoemd schipbreuk te lijden op de klippen van de subjectiviteit en de relativiteit van het goede. Een onthullend boek over de dubieuze drijfveren van het denken van Hobbes.


Met broederschap in de leus van de Franse Revolutie werd het gemakkelijker om de kerk te winnen voor de revolutie. In het oorspronkelijk revolutionaire elan in Frankrijk was de christelijke inbreng aanwezig, maar toen de atheïstische geest bij de revolutie de overhand kreeg, moest broederschap zich uit de voeten maken. De woede tegen de kerk was enorm. De Tocqueville stelde dat de kerk op alle niveaus in de sociale kwestie het voor het gewone volk had opgenomen. De Franse strijd om emancipatie van iedere burger was ondenkbaar zonder de inbreng van de kerk. Christelijke naastenliefde was een belangrijke component in dat proces geweest.

Reedijk laat zien hoe bewogenheid het christendom invloedrijk maakte in de goede zin van het woord. Armenzorg, menslievendheid, zorg voor de ander, met name voor de geringst bedeelden, was kenmerkend. De kerk kwam weliswaar niet direct in actie tegen de slavernij, maar wel tegen de onheuse bejegening van een slaaf. Jezus was immers het voorbeeld van verbroedering en verzoening. Reedijk kritiseert de groeiende kloof tussen rijk en arm. De huidige verdeling van de rijkdom is niet te rechtvaardigen. De armoede van Christus zelf maakt dat nog altijd duidelijk. Veel historische figuren en denkers passeren de revue, een mix van filosofen en economen, allen van belang voor een bezielende omgang met de medemens en samenleving. Een inspirerend boek over een belangrijk begrip in de christelijk-sociale traditie. KvdZ


Wat hebben christelijke wetenschappers toe te voegen aan de bezinning op het vakgebied van de International Relations? Die vraag staat centraal in een interessante bundel studies onder redactie van Govert Buijs (hoogleraar aan de VU) en Simon Polinder (PhD-kandidaat VU en lector aan de CHE).

De meeste van de in totaal vijftien bijdragen vormen de neerslag van het Kuyper Seminar Christian Faith and International Relations dat al in 2014 plaatsvond. Hoewel daardoor allerlei actuele ontwikkelingen geen aandacht krijgen, is de bundel zelf daarmee nog niet gedateerd. Zeker niet als we bedenken dat internationale betrekkingen het onderwerp waren van een vakgebied dat tot nu toe gedomineerd werd door seculiere wetenschappers.

In twee mooie bijdragen aan de bundel laten Jonathan Chaplin (Cambridge, UK) en Robert Joustra (Redeemers College, Canada) zien wat de neocalvinistische traditie van Kuyper en Dooyeweerd kan bijdragen aan de bezinning op internationale verhoudingen. Deze traditie beleefde echter haar hoogtijdagen in een tijd dat de natiestaat de spil vormde binnen allerlei wereldwijde netwerken.

Het was Kuypers grote verdienste dat hij liet zien dat die natiestaat niet alleen maar een politieke eenheid was, maar ook kleinere verbanden, zoals gezinnen, kerken, bedrijven en verenigingen, omvatte. Elk van die verbanden was soeverein op een manier die geen staatsinmenging toeliet. Dat geeft elk van die verbanden ook een eigen verantwoordelijkheid in tijden van globalisering. Dat geldt bijvoorbeeld voor burgers en bedrijven wanneer het gaat om de vraag waar zij hun goederen vandaan betrekken. De keuze voor Fair Trade-producten en vormen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zijn daarbij voor de hand liggende opties. Nationale overheden zijn, zo stelde Dooyeweerd, in de eerste plaats geroepen om de orde te handhaven en hun onderdanen recht te doen. Maar om in dat kader vrede te garanderen dienen ook zij internationaal zorgvuldig te opereren.

Daarbij kenmerkt de neocalvinistische traditie zich door een grote scepsis ten opzichte van grote machtsconcentraties en scherp oog voor de pluraliteit van belangen wereldwijd. Daarbij leek ze te kiezen voor een realistische, meer dan voor een moralistische of idealistische, benadering. Het streven van latere neoconservatieven om wereldwijd een westers concept van democratie met behulp van militaire interventies ingang te laten vinden, zou volgens neocalvinisten tot mislukken gedoemd zijn wanneer er binnen de betreffende nationale culturen en staten geen traditie is op dat punt.

Daarmee lijkt het neocalvinisme inderdaad verwant te zijn aan het zogenaamde christelijk realisme in de internationale politiek, aldus Buijs en Polinder in hun concluderende hoofdstuk. Dit realisme volgt de lijn van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr, die tal van Amerikaanse politici heeft geïnspireerd, zo stelt Eric Patterson (Regent University, US) in een andere mooie bijdrage aan de bundel. Belangrijk christelijk motief daarin is de inherente zondigheid van ons mensen. Daarmee moet ook internationaal rekening gehouden worden. Dat weerhield Niebuhr ook van al te hoogstaande verwachtingen van internationale samenwerkingsverbanden. Daarvoor was de wereld al te vaak het decor van wereldoorlogen en brute machtspolitiek.

Het is tegen die achtergrond merkwaardig dat Patterson in dit verband geen aandacht schenkt aan de invloed van Niebuhr op de politieke opvattingen van de Amerikaanse oud-president Ronald Reagan. Ondanks het feit dat hij daar ooit een heel boek aan wijdde, verwijst hij in zijn bijdrage slechts naar de invloed die Niebuhr heeft gehad op Jimmy Carter, John McCain en Barack Obama. Zegt dat misschien iets over de insteek van de bundel? Van wetenschappers die van internationale relaties hun werk maken, kan men misschien weinig sympathie verwachten voor politici die een sterk nationaal bewustzijn bepleiten. Volgens Reagan was dat laatste nodig in de strijd tegen ‘het kwaad’ dat toen de Sovjet-Unie heette. Maar was juist Reagan niet een Realpolitiker, die begreep dat met diplomatie in een zondige wereld vrede alleen bereikbaar is door de wil en de power haar te verdedigen. Die overtuiging had hij destijds gemeen met de Engelse premier Margaret Thatcher. Buijs en Polinder geven toe dat er in de bundel ‘helaas’ geen aandacht is voor een vrouwelijke politica. Maar een bijdrage over Thatcher had mij razend interessant geleken, niet alleen maar omdat ze een vrouw was, maar vooral vanwege haar realisme.

Ondanks een zekere sympathie voor realisten, begrijpelijk vanuit de neocalvinistische traditie waarin zowel Buijs als Polinder staan, lijkt er bij de selectie van bijdragen toch een zekere voorkeur te bestaan voor supranationale instanties. Naast Kuyper (realist) wordt ook aandacht besteed aan meer idealistische mannen als Robert Schuman (dromer van een EU) en Dag Hammarskjöld (VN). Het realisme raakt nog verder uit beeld wanneer er bovendien ook nog eens aandacht wordt besteed aan de vermeende verwantschap tussen het neocalvinisme en nota bene de neomarxistische Frankfurter Schule. Dit vanwege het feit, zo stelt Scott Thomas (University of Bath, UK) in zijn bijdrage, dat ook de laatste traditie in de persoon van Jürgen Habermas recent oog heeft gekregen voor de religieuze dimensie van internationale politiek. De auteur vergeet te vermelden dat religie bij Habermas vooral niets met godsdienst of kerk te maken heeft, maar eerder met een revolutionaire politieke bezieling. Het soort bezieling dat 9/11 nooit echt als een schok lijkt te hebben ervaren, maar daarin, net als eerder Michel Foucault bij de Iraanse Revolutie, een bevestiging van religieuze bezieling als een belangrijke factor in de internationale politiek zag.

In hun afsluitende bijdrage stellen Buijs en Polinder dat aan internationale verbanden ook het recht moet worden toegekend om natiestaten tot de orde te roepen wanneer de laatste zich niet aan het internationale recht of elementaire mensenrechten houden. De vraag is ook hier: kan men zich daarbij echt beroepen op de neocalvinistische traditie? Wellicht is het realistischer om het primaat bij de natiestaten te leggen. Alleen Donald Trump is op dit moment zowel bereid als in staat om China sancties op te leggen vanwege het schenden van het internationale handelsrecht. En dan hebben we het nog niet eens over de mogelijkheden om iets te doen aan de mensenrechten in dat land. En dat internationale organen geen garantie zijn voor rechtvaardigheid, wordt telkens opnieuw bewezen wanneer de VN, op initiatief van nota bene de Arabische wereld, Israël voor de zoveelste keer veroordeelt om vermeende schendingen van de mensenrechten. En dan hebben we het nog niet over de vraag of de huidige ontwikkelingen binnen de EU ons nu vrolijk moeten stemmen of niet. Dat alles doet niets af aan het feit dat de bundel een belangrijke aanzet vormt voor verdere discussie over een christelijke benadering van internationale verhoudingen. Van harte aanbevolen.

JOvdB


Het bijbelboek Prediker lijkt allerlei aspecten van het leven te bespreken en legt een accent op de inspanningen die een mens zich getroost om kennis, rijkdom, macht en aanzien te verwerven. Met als conclusie dat het allemaal zinloos gezwoeg is dat nergens toe leidt. Je wordt er vooral moe en teleurgesteld van. Henk Post betoogt in 52 korte hoofdstukken dat we dan de Prediker misverstaan. Hij dringt juist aan op het kennen van God als onze Schepper, Hem liefhebben en eren. Zo’n leven in de vreze des Heeren geeft een mens vertrouwen, maakt hem levenswijs en biedt gegronde hoop. De Prediker verlangt er hartstochtelijk naar dat vooral jongeren God leren kennen en liefhebben. Dit zou topprioriteit in ieders leven moeten zijn. Hoe eerder je in een hartelijke relatie met God leeft, hoe meer voordeel je dat gaat brengen.

Dit boek kan ik aanbevelen, ook omdat het voor politici en bestuurders het nodige heeft te bieden. Zo gaat hoofdstuk 15 in op verrijking door onrecht en onderdrukking. Hoger geplaatsten die hun positie misbruiken, fraude en corruptie plegen, zijn gefocust op het eigenbelang. Daarom is het voor het land een zegen wanneer het een koning heeft die de voorkeur geeft aan een eenvoudige en sobere levensstijl. Dat heeft een matigende invloed op bestuurders en ambtenaren. Een volk is gebaat bij een overheid die onderdrukking en onrecht bestrijdt en haar burgers beschermt tegen het kwaad. In hoofdstuk 31 komt een speciaal voorbeeld van wijsheid aan de orde. De Prediker beveelt aan je te onderwerpen aan het gebod van de koning. Want je hebt een eed van trouw afgelegd. Meng je daarom niet in kwade zaken, maar houd je aan de wetten van het land. Wees loyaal, dan blijft je geweten zuiver. En bedenk dat wie onrecht doet, het gericht van God niet zal ontlopen. De gehoorzaamheid aan Hem gaat boven alles. Wijsheid wordt bedorven door dwaasheid, zoals dode vliegen de kostelijke zalf van de apotheker bederven (hoofdstuk 42). Een beetje dwaasheid, een kleine misstap en iemands reputatie ligt aan diggelen. Herkenbaar! Even te diep in het glaasje kijken, een leugentje om jezelf belangrijker te maken, een zoekgeraakt bonnetje… Het vele wat een politicus aan goede dingen heeft gedaan, valt in het niet door een (ogenschijnlijk kleine) dwaasheid.

Er is meer dwaasheid op belangrijke posities. Machthebbers gaan nogal eens in de fout door dwaze, incompetente lieden te benoemen op belangrijke posten (hoofdstuk 44). Dat is schadelijk voor de maatschappij. Maar ook: bekwame en wijze mensen worden daarbij gepasseerd. Het advies van Prediker is: blijf op je post en doe dat in een geest van zachtmoedigheid. Blijf kalm, geef een verstandige reactie, neem geen wraak, maar wees geduldig. Goede leiders hebben moed en zijn edel van geest en gezindheid (hoofdstuk 48). Ze laten zich niet verleiden tot dwaze uitspraken of besluiten. Principes verloochenen ze niet in moeilijke omstandigheden.

Prediker is voortdurend op zoek naar blijvend voordeel, zo schrijft Henk Post. De goede levenswijsheid die vrucht is van een leven in ontzag voor God, behoedt voor menige valkuil. Uiteindelijk zal God al onze daden, ook die voor anderen verborgen blijven, in het gericht brengen. Wie daarmee rekent, is wijs. En wordt bemoedigd en getroost door de wetenschap dat de Rechter ook de Redder is: Christus de Heere.

JAS


Dr. Klaas van der Zwaag, dr. Hans van de Breevaart en drs. Jan Schippers, redacteuren

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

Zicht | 112 Pagina's

Van hebzucht naar broederschap, van hysterie tot tolerantie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

Zicht | 112 Pagina's