Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wereld verandert door internet en corona

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wereld verandert door internet en corona

11 minuten leestijd

Dát corona iets ‘doet’ met onze manier van leven en samenleven is de laatste maanden wel duidelijk geworden. Ook wie de ziekte niet krijgt, wordt erdoor geraakt. Doordat bekenden overlijden aan de ziekte en door de maatregelen om verspreiding tegen te gaan. Zo’n tijd van verandering biedt ook gelegenheid om het internet en ons economisch handelen tegen het licht te houden.

“Ja, het internet is stuk. Alle internet gerelateerde technologie is geïnfiltreerd door veiligheidsdiensten, overheden en techbedrijven. Ze zitten in de camera en microfoon van je mobiele telefoon, in je USB-stick, je harddrive, je apps, je speelgoed. Met browsers, zoekmachines, mailprogramma’s, spelletjes, stappentellers, deelstepjes en ovulatieapps maken datadieven zonder enige scrupules ons onder valse voorwendselen persoonlijke data afhandig. We worden genudged, getrold, gefakenewsd, gegamificeerd. Urenlang schuiven we infantiel balletjes, snoepjes en poppetjes heen en weer, en scrollen we door onze nieuwsbubble.” Zo begint het boek van Marleen Stikker. Zij is internetpionier van het eerste uur en directeur van Waag in Amsterdam, een onderzoeksinstituut voor kunst, technologie en samenleving.

Eigenlijk weten we het allemaal wel. De meerwaarde van het boek van Stikker is dat ze het daar niet bij laat. Allereerst beschrijft ze ‘Een alternatieve geschiedenis van het internet’ over hoe het internet in de beginjaren idealistisch begon, tussen hackers en kunstenaars, en hoe het uiteindelijk kwam tot een internet waar data geld zijn, waar de macht in handen ligt van grote techbedrijven en de overheid en burger zo’n beetje machteloos toeziet. Daarnaast geeft ze achtergronden van wat er mis is met het internet nu. Dat gaat bijvoorbeeld over ‘techoptimisme’ - de verheerlijking van artificial intelligence en techniek -, over waar het geld van de techindustrie eigenlijk vandaan komt, over de regels van de EU die het beter en slechter maken, over 5G en Uber. En ten slotte, het derde deel van het boek oppert Stikker een hele reeks ideeën ‘om het internet te repareren’.

Een aanrader dus om te lezen. Een paar interessante gedachten wil ik hier vast delen. Een eerste: dat hoe het internet nu is vooral komt door ‘de libertaire ideologie waarbij de markt en de eigenaren van de technologie vrij spel krijgen, de staat op grote afstand moet blijven en het individu het onderspit delft’. Een tweede: dat het internet net als de straten van de stad een ‘publiek domein’ is waar een overheid regels af moet spreken en moet handhaven. Een derde: dat techproducenten ons graag in mysterieuze onwetendheid laten over hoe de technologie precies werkt en hoe hun producten in elkaar zitten, en daardoor meer macht over ons krijgen of houden. Een vierde: dat het beeld niet klopt dat innovaties grotendeels door marktpartijen tot stand komen, maar dat veel grote innovaties juist door overheidsinvesteringen het licht zien (Stikker verwijst hier naar Mariana Mazzucato’s boek ‘De ondernemende staat’). Een vijfde: dat het energieverbruik van het internet alsmaar stijgt, en niet echt aan banden wordt gelegd.

Een kritische noot wil ik wel noemen. Stikker gaat uit van de gedachte van ‘soevereiniteit’: het idee dat we als mensen helemaal vrij moeten zijn om te handelen en te doen wat we willen, voor zover we anderen niet schaden natuurlijk. Als christen ben ik ervan overtuigd dat we kostbaar en vrij zijn, maar niet soeverein – alleen God is soeverein. Bovendien kunnen we vast wel wat doen aan ‘reparatie’ van zaken die het internet betreffen. Maar ook met die goede reparaties blijven mensen slechte dingen doen en brengt het internet die voor bijna iedereen binnen handbereik. Internet blijft een bron van porno en een gemixte bron van goede informatie en veel ongerechtigheid. Van vuiligheid en machtsmisbruik kan een christen niet echt blij worden. Daar willen we uiteraard iets tegen ondernemen. Maar we eten ook dat aan het misbruiken van techniek geen eind zal komen - totdat de Heere Jezus terugkomt.


De Sloveense filosoof Žižek is in staat om in kort bestek een provocerende beschouwing te schrijven over de opschudding die het coronavirus veroorzaakt, zowel in politiek en samenleving, in economie en gezondheidszorg. Het boekje laat hij beginnen met de woorden die Jezus op de Paasmorgen tegen Maria Magdalena spreekt: ‘Raak mij niet aan’. Om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, mogen we elkaar niet aanraken. ‘Het grootste gebaar van liefde is afstand nemen van elkaar’, schrijft Žižek treffend. Aan het eind van de introductie werpt hij de vraag op: ‘Wat is er mis met ons systeem dat we onvoorbereid werden betrapt door deze catastrofe, ondanks het feit dat wetenschappers ons er al jaren voor waarschuwen?’

Žižek waarschuwt voor paniekreacties. Die helpen ons niet verder. Als christen-atheïst vindt hij dat we de verleiding moeten weerstaan “om de epidemie te behandelen als iets wat een diepere betekenis heeft”. “Het echt moeilijk te accepteren feit is dat de epidemie het resultaat is van een natuurlijk toeval in zijn zuiverste vorm, dat het gewoon gebeurd is en geen diepere betekenis herbergt.” Waarom dan toch deze publicatie geschreven?, denk ik dan. Want Žižek probeert wel degelijk de pandemie te duiden. Hij doet dat in zijn onnavolgbare stijl, waarbij hij allerlei denkers erbij haalt, zoals Hegel, Lacan, Latour en Marx.

Volgens Žižek zitten we gevangen in een drievoudige crisis: een medische, een economische en een psychologische (107). Hij kritiseert ‘alt-right en neplinks’ omdat beiden weigeren de volledige realiteit van de epidemie onder ogen te zien. Žižek vreest nieuwe vormen van barbarij ‘met een menselijk gezicht’ omdat in feite de zorg voor ouderen en kwetsbaren wordt gekortwiekt, waarmee we een hoeksteen van onze sociale ethiek opgeven (103). Ons maatschappelijk systeem verkeert in een diepe crisis en we kunnen niet verder gaan in de huidige liberaal-tolerante vorm. (148). De crisis is voor hem een bevestiging van het failliet van het marktdenken en van het nationale populisme.

Als alternatieve richting pleit Žižek voor een sociale vorm van ‘communisme’ – tussen aanhalingstekens, want hij heeft helemaal niets met de autoritaire ideologische vorm van het communisme dat hij meemaakte in zijn jeugd. Op een wat ironische manier beschrijft Žižek dat de economische crisis wordt bestreden met socialistische maatregelen, zoals een gegarandeerd basisinkomen; overheidscontrole op vitale economische organisaties en internationale samenwerking.

Waarom werden we erdoor overvallen? Omdat we niet echt geloofden dat het zou gebeuren (138). Overtuigingen spelen dus wel degelijk een rol. Het hele betoog van Žižek laat dat zien. Het boekje bevat scherpe observaties en zet aan tot denken, ook al zie ik Žižeks aanbevolen oplossingsrichting niet zitten.


Dit boekje beschrijft in beknopte vorm allerlei epidemieën die de wereld hebben getroffen. Van eeuwenoude ziektes, zoals pest en cholera, tot nieuwe dreigingen, zoals corona en biologische oorlogsvoering. Wat kunnen we leren van de manier waarop eerdere epidemieën en pandemieën zich ontwikkelden en vervolgens werden bestreden? Met name over die vraag gaat dit boekje, geschreven door Roel Coutinho, oud-directeur infectieziekten bij het RIVM.

Ieder land is kwetsbaar voor infectieziekten. Dat is wel duidelijk, nu corona ook in ons land is. Tussen 2011 en 2018 werden in 172 landen in totaal 1500 epidemieën geregistreerd. Iets wat mij eerlijk gezegd grotendeels is ontgaan; de ebola-epidemie in 2013 uitgezonderd. Infectieziekten spelen dus nog steeds een grote rol. Het is nog maar vijftig jaar geleden dat het optimisme werd gekoesterd dat deze zouden worden bedwongen door de medische wetenschap. Oude en nieuwe ziektes duiken van tijd tot tijd weer op.

Coutinho schrijft informatief en toegankelijk, onder meer over hiv/aids, de Spaanse en Mexicaanse griep, de pest en ebola. De kennis over het belang van hygiënemaatregelen drong de verspreiding van ziektes terug. De uitvinding van vaccins bracht effectieve bescherming. En antibiotica was een probaat medicijn tegen bacteriele infecties. Deze en andere ontwikkelingen in de medische wetenschap brachten belangrijke verbeteringen in de wereldwijde gezondheidszorg met zich mee. Maar biedt de wetenschap het laatste houvast voor een mens? In het hoofdstuk over de antivaxx-beweging lijkt Coutinho deze overtuiging toegedaan. De eerste pagina’s gaan over het ondeugdelijke, frauduleuze onderzoek van Wakefield, dateen verband suggereerde tussen de BMR-vaccinatie en autisme. Daarna schrijft Countinho over de bevindelijk gereformeerden die weigeren zichzelf en hun kinderen te laten vaccineren. Dat de auteur het geloof in de voorzienigheid van God en de predestinatieleer met elkaar verwart, duid ik hem niet euvel. Hij is tenslotte geen theoloog. Maar hij vliegt uit de bocht wanneer hij schrijft over ‘het streng gereformeerde Staphorst’ - wordt Amsterdam ooit ‘streng seculier’ genoemd? Ook breekt hij de staf over het feit dat de meeste bevindelijk-gereformeerden na de recente uitbraken van mazelen nog steeds inenting ‘halsstarrig bleven weigeren’ (125). Dergelijke sterke terminologie getuigt niet van wetenschappelijke objectiviteit en bovendien draagt het niet bij aan respect voor de geloofsovertuiging van mensen met gewetensbezwaren omtrent vaccinatie. Ook kan ik deze taal niet rijmen met artikel 11 van de Grondwet over de bescherming van de lichamelijke integriteit. Verder vermoed ik dat Countinho geen kennis heeft genomen van recent onderzoek van Helma Ruijs (Universiteit Nijmegen) over dit thema; hij heeft dit althans niet in deze publicatie verwerkt. Mijn ondeugende conclusie is dat zolang activistische wetenschappers als Countinho ‘halsstarrig’ blijven hinten op verplicht vaccineren, het noodzakelijk is dat de SGP blijft opkomen voor de vrijheid van geloof en geweten.

Voor het overige wil ik beslist geen negatief oordeel vellen over deze publicatie. Wie meer wil weten over dit actuele onderwerp, maar geen behoefte of tijd heeft om een dikke pil door te ploegen, kan met dit ‘elementaire deeltje’ prima uit de voeten.

Dit boek bevat bewerkingen van eerder geschreven en deels gepubliceerde artikelen van Jurn de Vries, gepromoveerd theoloog en oud-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Dat economie en ethiek heel veel met elkaar te maken hebben, spreekt helaas voor lang niet alle economen vanzelf. En helaas ook niet voor alle christenen die soms uitgaan van de stelregel ‘zaken zijn zaken’. Alleen al daarom is het goed dat deze bundel met opstellen van een theoloog over economische ethiek verschijnt. Ik herinner mij nog uit mijn studententijd dat diverse economiestudenten bijzonder geïnteresseerd waren in theologische vragen. Als christen-economen kwamen we al discussiërend tot de slotsom dat wanneer de economie op zichzelf wordt gesteld, geïsoleerd van andere vakwetenschappen en in het bijzonder van de praktijk, dat economen dan het gevaar lopen in cirkelredeneringen te vervallen of dat zij hun eigen theorieën en modellen realistischer gaan vinden dan de werkelijkheid. Het hoofdstuk over economie en theologie in deze bundel geeft een korte en mooie introductie op de vruchtbare kruisbestuiving van deze twee vakgebieden. Terecht wordt Calvijnonderzoeker André Bièler geciteerd dat de te veelvuldige afwezigheid van materiele en sociale kwesties in de christelijke ethiek de gelovigen heeft gebracht tot tragische afzijdigheid of onoverkomelijke aarzelingen. … De manier waarop Calvijn het Woord van God toepaste op de maatschappij van zijn tijd, moedigt ons aan om dit ook voor onze tijd te doen.

Economie gaat over het handelen van de mens, over het maken van keuzes en (dus ook) het onderscheid tussen goed en kwaad. De Vries betoogt dat geld en bezit een zo grote aantrekkingskracht op mensen kunnen uitoefenen, dat die verworden tot afgoden. En dan gaat het mis, niet alleen in het persoonlijke, maar ook in het maatschappelijke leven. Bijbels-theologische bezinning draagt bij aan ontmaskering van deze afgoden. Maar vervolgens is het ook nodig om richting te geven aan het praktisch handelen, om handvatten te bieden voor economie bedrijven op een verantwoorde wijze. In de hoofdstukken 2 t/m 6 komen aspecten van verwerving en besteding van inkomen aan de orde, met aandacht voor inkomensongelijkheid, schuldenproblematiek en het renteverbod. De laatste drie hoofdstukken betreffen de overheidstaak ten aanzien van het economisch leven, met aandacht voor de verhouding tussen kerkelijk diaconaat en sociale zekerheid. Zondermeer interessant om te lezen.

De hoofdlijn van De Vries’ benadering deel ik, namelijk dat economische vrijheid niet ongebonden kan zijn, omdat de mens dan slaaf wordt van een ongebreideld welvaartsstreven. De Bijbel benadrukt dat niet de zelfzucht en het eigenbelang, maar de liefde tot God en de naaste ons leven moet stempelen en ons handelen dient te bepalen. Hebzucht en onmatigheid zijn verkeerde, zondige drijfveren. De Bijbel roept op om zelfbeheersing, matigheid, barmhartigheid en gerechtigheid te betrachten. De Vries komt in dit boek tot diverse consequenties van deze waarden en normen voor de economische praktijk. Het lijkt mij goed dat economen, theologen en bijvoorbeeld ondernemers hier kennis van nemen en reflecteren op hun eigen handelwijze en visie. In de referenties valt het mij op dat De Vries goed thuis is in hetgeen orthodox gereformeerde kring hierover naar voren is gebracht. Begrijpelijk. Ik zie uit naar een vruchtbare kruisbestuiving met inzichten over economie en ethiek vanuit puriteinse, oftewel bevindelijk gereformeerde kring, zoals naar voren gebracht door drs. A.P. de Jong, dr. J.J. Polder, drs. W.J. de Potter en ds. W. Visscher en anderen.


Aris van Dijk en Jan Schippers, redactieleden

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 2020

Zicht | 108 Pagina's

De wereld verandert door internet en corona

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 2020

Zicht | 108 Pagina's