Guido’s vertoog aan de overheden
Een minder bekend geschrift bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis
Het pakketje dat in de nacht van 1 op 2 november 1561 over de muur van het kasteel in Doornik werd geworpen, bevatte naast de Confession de foy en de brief aan koning Filips II nog een stuk van de hand van Guido de Brès. Het betreft een Vertoog aan de overheden der Nederlanden, te weten Vlaanderen, Brabant, Holland, Zeeland, Henegouwen, Artois, het kasteleinschap van Rijssel en andere omliggende streken. Gedeelten uit de tekst van dit vertoog worden hier weergegeven met een korte toelichting. 1
Guido geeft eerst aan waarom hij de geloofsbelijdenis ook aanbiedt aan de overheden van genoemde Nederlanden: ‘Nadat wij door zoveel verdrukkingen overwonnen zijn, hebben wij onze toevlucht genomen tot de goedertierenheid van de koning, onze opperste vorst en heer, en hem ootmoedig, in de Naam van God, gebeden om niet over onze zaak volgens de geruchten en aanklachten van onze tegenstanders te willen oordelen, maar volgens de geloofsbelijdenis, door ons aan zijn majesteit aangeboden. Wij hebben niet willen nalaten, dit ook aan u, o vrome overheden en grootmoedige heren te doen, daar wij, zoals wij met hart en mond belijden, dat de koning door God over Zijn volk is aangesteld, ook u erkennen als Zijn stadhouders en bestuurders over Zijn landen 2 , en daardoor in macht verheven bent in uw heerschappij, ambten en bedieningen, niet alleen door de koning, maar ook door de levende God 3 , van Wiens rechtvaardigheid u als dienaren bent geroepen, tot wraak en vrees der bozen, en tot steun en vertroosting der goede. Dit geeft ons temeer vrijmoedigheid om onze aanklacht en ons vertoog u aan te bieden, in de hoop, dat, gelijk uw staten door God zijn verordend, Hij u hulp en bijstand verlenen zal in het vellen van een oordeel over zoveel arme, onschuldige lieden, die tot nu toe meer werden veroordeeld dan ondervraagd wegens hun geloof en verdediging daar- van, veelmeer verbrand dan in hun onschuld en rechtvaardigheid verhoord.’
Twee soorten vijanden
Dat dit onrecht geschiedt, verwijt Guido de tegenstanders die desinformatie verspreiden over gereformeerde gelovigen: ‘Wij willen echter wel bekennen, dat dit van u niet afkomstig is, maar van twee soorten van mensen, beide onze vijanden, die door verschillende, tegenovergestelde beginselen worden gedreven, doch hierin allen overeenkomen om hun machtige invloed te doen gelden op uw oordeel en vonnissen en die tot volvoering van hun wreedheid te leiden. Al is er ook een groot aantal lieden dat het Evangelie vervolgt, zodat Christus de Zijnen een kleine kudde noemt 4 , en de Profeet met verwondering uitroept: “Wie heeft onze prediking geloofd?” 5 .’
‘Nochtans zijn er twee soorten, die op ons aanvallen als woedende dieren, en die alles aanwenden om u te veranderen, waardoor u uw natuurlijke goedertierenheid en goedheid verandert voor hun bloeddorstigheid en woedende wreedheid. De eerste ijveren op een onverstandige wijze uit liefde van enige, zonder te weten welke, godsdienst, en steunen alleen op een algemene en verouderde dwaling. De anderen vervolgen ons, niet omdat wij hen in hun godsvrucht hinderlijk zijn, want zij bezitten geen godsvrucht, maar omdat het Evangelie, waarnaar wij ons verlangen te reformeren, in strijd is met hun goddeloosheid, gierigheid, eergierigheid, hoererij, moordlust, dronkenschap en andere boosheden, waarin zij wroeten en zich wentelen als dieren. Aangaande de eerste soort weten wij, dat zij tot hen behoren, van wie Jezus Christus spreekt, die menen God een dienst te bewijzen door ons tot de dood over te leveren 6 en die in de ogen van mensen onschuldig zijn maar inderdaad schuldig zijn voor God, aangezien de godsdienst die dergelijke wreedheid bedrijft niet gegrond is op Gods Woord, maar op hun verbeelding en de denkwijze van hun voorouders.’
Waarheid of verzinsels?
Vervolgens betoogt Guido dat wie zich aan het Woord van God houdt niet kan dwalen, maar wie aan Christus’ Evangelie ongehoorzaam is, wel moet dwalen. Dan volgt een aantal scherpe, retorische vragen: ‘O mens, wie u ook bent, durft u wel degene die zich vertroost, en op het Evangelie steunt als schuldige voor de rechter te dagen? Durft u hem voor een ketter houden en het oordeel van dood en vervloeking over hem uit te spreken, die zich ziet en voelt vrijgemaakt van de verdoemenis der wet door Jezus Christus, Die in zijn plaats een vloek geworden is en een losprijs voor zijn schuld? Daarom nu probeert zijn gelovige ziel te genieten van de door Christus verworven heilige vrijheid en te laven met het levende water, waartoe hij uit genade geroepen is. Hij vergenoegt zich daarmee en is ermee tevreden en wil niet uit deze waterbakken, grachten en stinkende bronnen putten die u voor uzelf hebt gegraven, dat wil zeggen jullie verzinsels waarvan hij vastgesteld heeft dat ze in strijd zijn met Gods Woord; en moet u zich op zó’n manier daartegen verklaren? De eeuwige en almachtige God heeft van de hemel verklaard, dat Jezus Christus Zijn geliefde Zoon is, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. 7 U, die slechts een mens bent, dat is, aan alle zwakheid en verderving onderworpen, zult u nu zeggen, dat het welbehagen van God niet in Christus is, maar in uw verzinsels? Indien u het vertrouwen dat de gelovige martelaar stelt op Jezus Christus niet kunt ontnemen, terwijl hij te midden van de vlammen en in de benauwdheid van de dood is, zult u dan niet moeten erkennen dat u Jezus Christus als opnieuw vervolgt en kruisigt? (…) Wij bidden u, in de naam van God dat u uw dwaze en wrede ijver wat wilt matigen, en bedenken dat de Apostel Paulus, niettegenstaande zijn ijver tot bescherming van Gods wet en zijn strijd daarvoor, een vervolger van Christus wordt genoemd. 8 (…)’
Eerst bewijzen, dan oordelen
‘En u, o eerbare en edele heren, hoelang zult u hen lijdzaam aanhoren, die zeggen, dat het licht duisternis is en de duisternis licht? Hoe lang zult u de onschuldige onverhoord veroordelen en u niet verzetten tegen het geweld van zijn tegenstanders, die hem tegelijk beschuldigen en veroordelen en u slechts tot uitvoerders en dienaren maken van de veroordelingen, gevoelens en meningen der monniken, priesters, geprivilegieerden en leraars, die vooral interesse hebben in het voornaamste van deze zaak en van het misbruik waarvan sprake is. Zal het tot in eeuwigheid voortduren dat zij u voor wereldlijke, ongewijde of onheilige lieden achten, zodat u niet over de Schrift zult mogen spreken en niet zult mogen oordelen over de leer en zaken van de godsdienst? Toen de Heere Jozua aanstelde tot een leidsman en bestuurder van Zijn volk, gebood Hij hem, dat het boek der wet niet zou wijken van zijn ogen noch uit zijn handen. Zullen deze lieden u het met geweld ontrukken, zodat u geen kennis zou krijgen van hun lasteringen tegen God? (…)
‘Alzo behoort men, alvorens men onze personen zo wreed overvalt, te bewijzen dat wij ketters zijn en dwalen in het geloof. Ook dient men ons ervan te overtuigen door plaatsen uit de Bijbel of het Evangelie, en ons niet voordat alle bewijzen geleverd zijn ons aan het vuur over te geven of de tongen uit te snijden en de monden met ijzeren haken te sluiten van hen, die niets anders verlangen dan te bewijzen dat hun leer gegrond is op de Rotssteen, welke is Christus.’
Niet dwingen tot geloof
Vervolgens wijst Guido op het standpunt van de kerkvaders dat men niet mag dwingen tot geloof en dat de overheidstaak gericht is op het handhaven van de openbare orde en vrede in de samenleving: ‘De meeste vroegere leraars meenden, dat het hun niet geoorloofd was de gewetens aan te tasten, die geweld aan te doen en te dwingen in het geloof. Dit omdat hun het stoffelijk zwaard in handen gegeven is om de rovers, dieven, doodslagers, en anderen, die het openbaar bestuur in beroering brengen te straffen. Maar wat de godsdienst betreft en wat tot de ziel behoort, daar moet het geestelijke zwaard van het Woord van God met ijver tussentreden, om onderscheid te maken tussen de valse ijver en de godsdienst die iemand beschermt tegen oproer en omverwerping van de regering. (…) Wij geven toe dat de overheid de ketterijen moet kennen die onrust en oproer veroorzaken in een gemeenschap, maar dan wel op voorwaarde dat onder dit voorwendsel niet de onschuldigen worden verdrukt, enkel op een aanklacht van de vijanden, zonder dat zij gehoord of verhoord worden. De overheid zou moeten bedenken wat de wijze man zegt: “Wie de goddeloze rechtvaardigt en de rechtvaardige verdoemt, die beiden zijn de Heere een gruwel.” 9 Waarbij het echter nodig is, dat de rechter voor zichzelf erkent en verzekerd is van de onrechtvaardig-heid en ketterij, overtuigd door het Woord van God, vóórdat hij de hand uitstrekt om de beschuldigde te treffen.’
Hierna volgt een uitgebreide passage waarin Guido met voorbeelden uit de kerkhistorie laat zien dat de leugen zich verhult en voordoet als waarheid, dat in vroeger tijden de profeten van God werden gedood door lieden die de ware godsdienst vervalsen, door zich te beroepen op gewoonten die niets anders zijn dan ingewortelde dwalingen. Daarbij gebruikt Guido heel scherpe woorden. In hardnekkigheid sluiten zij de ogen voor het licht, zelfs zozeer ‘dat in dit geval geen andere zonde wordt aangetroffen dan tegen de Heilige Geest, die door de mond van Jezus Christus onvergefelijk wordt genoemd, die daarin bestaat om tegen beter weten en zijn gemoed in hen te vervolgen, die in alle eenvoud belijdenis doen van het Evangelie.’ Dit geldt volgens Guido niet voor alle tegenstanders, want er zijn er ook die ‘alleen zijn vervuld met begeerte van het vlees en naar de wereld, even alsof er geen ander toekomend leven bestond dan het tegenwoordige, en zij hebben geen gevoel van iets dat christelijk is. Dit is het eenvoudige volk, dat zich zozeer en onbeschaamd aan dronkenschap overgeeft, dat men zelfs, behalve het gelaat, nauwelijks enig onderscheid tussen hen en de dieren kan opmerken (...).’
‘Het is inderdaad een beroemde uitspraak van Plato, dat “zo de burgers in de gemeenschap zijn, zo zijn ook de overheden” en: “de ondeugden vermenigvuldigen zich als de straf van weinigen niet bij velen vrees inboezemt”.’
Indringende smeekbede
Op bescheiden maar indringende wijze smeekt Guido de overheden om het geweld tegen gereformeerden fors te matigen: ‘Waar uw zwaard alleen maar wordt uitgetrokken om zich in ons bloed te dopen, bidden wij u ootmoedig: pas ervoor op dat u voor God niet schuldig gehouden wordt aan zoveel hoererijen, lasteringen en doodslagen, die onder het volk plaatshebben, en vergelijk de manier waarop wij leven met die van onze vijanden, want daardoor kent men de mens zoals de boom aan zijn vruchten. Wij danken God dat onze vijanden zelf ertoe gedrongen zijn enig getuigenis te geven van onze wellevendheid, vroomheid en lijdzaamheid, zodat ze gewend zijn om te zeggen: “Hij zweert niet, hij is een Lutheraan; hij hoereert niet en drinkt zich niet dronken, hij is van de nieuwe sekte.” Niettegenstaande deze getuigenissen van onze eerbaarheid, wordt er geen methode van straffen ongebruikt gelaten om ons te pijnigen.’
‘Begint dan, o onze heren, onze zaak ter hand te nemen en onze onschuld te onderzoeken, die door het bedrog, de lasteringen en het geweld van onze tegenstanders wordt onderdrukt, opdat de Heere Zijn gramschap over u niet uitstrekt. Veracht het wenen en zuchten van zoveel onschuldigen niet, opdat de Heere uw gebeden verhoort, en in alles wat u doen zult u gelukkig maakt. Amen.’
Noten
1 Voor de volledige tekst, zie: Guido de Brès, De Nederlandse geloofsbelijdenis (Barneveld 2009), pp. 182-187.
2 1 Samuël 8:9, I Timotheus 2:2, Handelingen 23:5.
3 Exodus 22:28, Deuteronomium 16:18, Exodus 23, Romeinen 13.
4 Lukas 12:32.
5 Jesaja 53:1, Romeinen 10:16.
6 Johannes 16:2.
7 Mattheüs 17:5.
8 Handelingen 8:1-3.
9 Spreuken 17:15.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2022
Zicht | 104 Pagina's