Organisatie der anarchie
Modern problems require ancient solutions
In deze Politiek Klassiek kiezen we voor een ongebruikelijke benadering. De leidende vraag voor dit artikel is wat de profetische Groen van Prinsterer (1801-1876) zou schrijven aan ons – gegeven dat Groen eens in zijn leven de wonderbaarlijke mogelijkheid zou hebben gehad om (daadwerkelijk) in de toekomst te kijken. Wat zou de reactie van Groen geweest zijn, wanneer hij in onze huidige werkelijkheid een blik kon werpen op de nationale en internationale ontwikkelingen? De auteur heeft haar fantasie gebruikt, alle schuingedrukte citaten zijn echter afkomstig uit het werk Ongeloof en Revolutie en zijn dus onverkort Groens oproep aan ons vandaag.
Geliefde Christenen,
Na een moeilijke droom ben ik geruime tijd ziek geweest. In de gegeven omstandigheden was het voor mij onmogelijk om mij tot u te richten. Wel gaf dit mij de mogelijkheid gedurende een lange tijd een ordening aan te brengen in mijn gedachten en gevoelens. Ik hoop dat de overweldiging der droom tijdens het schrijven haar inwerking ietwat verliest, zodat ik mijn theorieën over de oorzaken en gevolgen der ontwikkelingen in heldere taal u kan voorstellen.
Tot ontzetting van mijn ziel heeft mijn geest in een droom uw tijd aanschouwd, een tijd die een zeer droevig aanschijn heeft. De opgeblazenheid van een onchristelijke wetenschap en politiek (…), waarvan elke trek merkteken is van den zich onafhankelijk wanende mens; onaandoenlijkheid voor al wat terecht goed en groot heet; miskenning en verzaking van voormalige voortreffelijkheid en luister, woelziek onvermogen, zedelijk ontzenuwd en verlamd zijn, versterving en levensloosheid 1 , het betreft hier woorden uit mijn eigen historische voorlezingen in 1847.
In 1868 meende ik te moeten schrijven over mijn voorlezingen dat mijn overtuiging, in de hoofdgedachte van een christelijke-historische of anti-revolutionaire wereldbeschouwing, niet slechts dezelfde gebleven was, maar na verloop van tijd, versterkt geworden is. Ik schreef toen, geliefde Medechristenen, dat de Moderne Maatschappij, met al haar uitnemendheden, in de dienstbaarheid der ongeloofstheorie geraakt zijnde, telkens meer wordt verleid tot stelselmatige verloochening van den levenden God. 2 Ik kan niet in woorden uitdrukken hoezeer mijn droom heeft laten zien en doen gevoelen hoe mijn schrijven een profetisch en apocalyptisch schrijven bleek te zijn. Ik heb dingen gezien, een uitnemendheid der techniek, een voortstuwend woelen der tijd, een duivels haasten naar de dingen die beneden zijn, een omwenteling der (internationale) geesten van de tijd; het heeft mij lichamelijk in zeer grote mate vreselijk aangegrepen.
Doch het zou mijn gevoelen tekort doen als ik niet ook zou schrijven over mijn vreugde van het zien van ons Evangelie-bondgenootschap door de Eeuwen heen. Het heeft mij op verwonderenswaardige wijze gesterkt dat mijn werk haar doorwerking heeft gehad in de geslachten op een manier die ik onmogelijk achtte. Het is tot mijn grote blijdschap dat ik u als Medechristenen herkende, in een tijd waarin de nieuwere wijsheid, die de Openbaring onbewimpeld verwerpt, overaltegenwoordig is. De beginselen, die wij voorstaan, worden geenszins door de meerderheid van tijd- en landgenoten beaamd. Vandaar somwijlen een gevoel van verlatenheid, van isolement. Evenwel, in de algemeenheid der bestrijding ligt een verzoeking voor het geloof; een middel ter geloofsverlevendiging en versterking daarentegen in het zien op de wolk der getuigen, die van den beginne der wereld tot op dezen dag, onder tegenspraak en verdrukking, verkondigers der waarheid en kracht van de in het Paradijs gedane en aan het kruis vervulde belofte geweest zijn. Laat u niet ontmoedigen. Ik ben ook ontmoedigd geweest, gezien de hooghartigheid onzer dagen. 3 Bedenkt, zo wij, bij alleenheersing der dwaalbegrippen, somtijds een lastig gevoel van zonderlingheid hebben en tegen den geest onzer eeuw geïsoleerd zijn, die Eeuw zelve staat alleen! 4
De Revolutionaire Staat In Het Heden
Mijn Mede Evangelie-belijders, ik meen in uw tijden een verwezenlijking te zien van datgene wat ik mijn historische voorlezingen uitvoerig heb uiteengezet. Ik voorzag toentertijd een uit het Ongeloof opkomende denkrichting, die zonder Evangelie, een radicaal revolutionaire Staat zou doen ontstaan. Immers, gelijk in de waarheid, die uit God is, alle waarheid steun vindt, zo bezit men den algemenen grondslag van rechten en plichten in de souvereiniteit Gods. Wanneer deze vervalt, wanneer zij verloochend wordt, waar blijft dan de oorsprong van het gezag, van het recht, van elke heilige en plichtmatige betrekking, in de staat, in de maatschappij, in den huiselijken kring?
Het Ongeloof ziet de mens als in wezen goed en zijn verkeerde driften idem. Dit leidt in zedelijk opzicht tot een steeds vreselijker anarchie, niet alleen omdat het losgelaten volk iederen band ondragelijk vindt, maar omdat de revolutionaire vrijheid op ontbinding uitloopt. 5 Sloping der zelfstandigheid van elk gezag is, uit het standpunt des Ongeloofs, wegneming van een mensonterend misbruik. Uit dat standpunt bezien niet ten onrechte, want het ongeloof kent geen ander dan menselijk gezag. De volkssouvereiniteit, waar door de voorstanders van het Ongeloof hoog over wordt opgegeven, heft in eerste instantie alle individuen omhoog. Tegelijk, als ge haar in de toepassing beschouwt, vernietigt zij zelfs het kleinste individu. Niemand bezit rechten tegenover het recht dat door allen wordt vastgesteld. 6 Dit alles zal onvermijdelijk leiden tot een vervolging van de Evangelie-belijders, die aan de ordeningen Gods vasthouden, die door de Liberale Staat worden verloochend. Een der zaken die hebben geleid tot grote droefheid gedurende mijn ziekte, is dat u daadwerkelijk leeft in het midden der tijdperken der Revolutie, zoals ik heb geschetst in mijn voorlezingen. Thans leeft u in een tijdperk van volledige godvergetenheid 7 . Ik zag een verzaking der Openbaring, van een Staat die verrijst uit een vereniging van vrije en gelijke mensen en wier algemene wil de enige wet is. Ik noemde deze beginselen van regeringsloosheid ook wel het charter der mensheid in mijn schrijven in 1847, in mijn droom werden zij de Mensenrechten genoemd. Daarnaast heb ik gezien in mijn geest dat de theorie der omwenteling geen vrije loop had. Alle waarheden kunnen verzaakt worden, zij blijven desniettegenstaande toch nog vaak een poos staan: de zon schijnt even helder, al ziet de blinde haar niet. U bent in het tijdperk van weerstand tegen de Revolutie beland. Veeleer, tegen natuur en historie gekant, ontmoet de Revolutie telkens bezwaren. 8 De genderpolitiek, een factie uit de volkssouvereiniteit, die haar zin wil opdringen aan de gehele Nederlandse Staat, krijgt in nationale en internationale zin tegenstand. Zo heeft Frankrijks regering van president Macron in 2021 tegenwicht geboden aan het ‘wokisme’ 9 , en wordt gewaarschuwd door academici in Europa voor een inperking van de wetenschappelijke vrijheid. 10 Er is een internationale beweging van matiging op gang gekomen. 11
De Willekeur Zal De Overhand Behouden
Vergist u echter niet in de aard van de Revolutie. Met elken voortgang der Revolutie zijn er meer, die zich tegen de onvoorwaardelijkheid der toepassing verzetten. Natuurlijk. Door hetgeen aanvankelijk voor weinigen schadelijk was, worden weldra zeer velen getroffen (…). Toch voorzie ik een teleologische richting. De verwantschap met het Ongeloof zal ook in den ijver ter vernietiging van het geloof blijken, en de revolutie met een geest der hel, in het vervolgen van godsdienst en deugd, bezield zijn. Het onzinnig voortjagen der praktijk kan dan wel met de matiging zijn afgenomen, de leer is geenszins in discrediet geraakt. 12 De willekeur zal dus de overhand behouden.
Nogmaals, om het u nog één keer voor te houden, in welk tijdperk u zich bevindt, aan de hand van de woorden van Albert de Broglie: ‘(…) nu de mensen niet anders meer zijn dan gelijke eenheden, die elk op zichzelf machteloos zijn, maar almachtig wanneer ze zich bij elkaar voegen, staat ieder zonder verweer tegenover het grillig alvermogen van een meerderheid… Zo wordt langzamerhand midden in elk volk een abstract en reusachtig groot wezen gevormd dat men den Staat noemt…’ 13 Heeft deze Staat een onchristelijk karakter, dan is de urgentie van het ogenblik groot. Van het atheïsme, omdat het alle godsdiensten gelijk stelt, meent men verdraagzaamheid te mogen verwachten. Ge bedriegt u. Het erkent in elk geloof een doodsvijandin. Het verdraagt alleen een geloof dat zwijgt en buigt en zich aan de vormen en voorschriften van het ongeloof onderwerpt. 14
Geliefden, wij leven voorwaar in een drukkende atmosfeer. De grondtrekken der heersende gemoedsstemming zijn ongewisheid en twijfelarij, moedeloosheid, vadzige onverschilligheid, lijdelijke of baatzuchtige berusting. De Christen kent een beginsel, dat vastheid aan de wetenschap geeft; dat, opgevolgd, genoegzaam zijn zou om de wankelende staatsgebouwen op onwrikbaar fundament te herstellen. Eén ding is nodig. Maar wanneer wij dat ene bezitten, moet de vrucht ervan openbaar worden in alles: vasthouden aan de waarheid eist vasthouding aan de plichten, naar elks bijzondere standplaats en betrekking opgelegd. 15
Een zeer welgemeende groet in verbondenheid over de Eeuwen heen,
Guillaume Groen van Prinsterer
Bronnen
1 Mr. G. Groen van Prinsterer, Ongeloof en revolutie. Een reeks historische voorlezingen (1976, Franeker, Uitg. Wever) [oorspr. 1847], 14.
2 Groen van Prinsterer, Ongeloof en revolutie, 15.
3 Ibidem 28.
4 Ibidem 33.
5 Creatief gebruik van een zinsnede uit Groens voorlezing. Hoewel niet passend in de oorspronkelijke tekst, is het wel naar de geest van de tekst.
6 Groen van Prinsterer, Ongeloof en revolutie, 180.
7 Ibidem 166, 167.
8 Ibidem 165.
9 Clea Caulcutt, ‘French education minister’s anti-woke mission,’ Politico, 19 Okto ber 2021 en NOS, ‘Hoe de betekenis van woke veranderde in 2022,’ 26 december 2022.
10 Sarah Lamote, ‘Hoe gevaarlijk is woke?,’ De Tijd, 2 Oktober 2021 en DUB Universiteit Utrecht, ‘Is “woke” een bedreiging voor de academische vrijheid?,’ 19 mei 2022.
11 Met dank aan de analyse van Johannes de Jong, directeur van Sallux, de denktank van de ECPM.
12 Ibidem 171, 172.
13 Ibidem verwijzing 13 van Historische voorlezing 10: De Revolutie-leer in strijd met natuur en recht
14 Ibidem 144.
15 Ibidem 22, 26 en 27; hier zijn zinnen bij elkaar gevoegd, die in de oorspronkelijke tekst niet bij elkaar staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2023
Zicht | 96 Pagina's