Eerst De Heiliging Dan De Rechtvaardiging?
Dit artikel schrijf ik kort nadat we het eerste college hadden met studenten uit het laatste jaar van de studie. Het zijn studenten die al preken en zich daarom extra bewust zijn van de vragen die zich aandienen om de juiste woorden te vinden voor het heilgeheim van de geestelijke vernieuwing. We behandelden in dit eerste college het eerste hoofdstuk van mijn boek 'Word vernieuwd. Een theologie van persoonlijke vernieuwing'.
Het eerste hoofdstuk van dit boek is bedoeld als een inleiding op het hele boek en plaatst het thema van de vernieuwing of heiliging in een breder kader. Ook omdat ik het van groot belang acht dat de heiliging niet los komt te staan van de rechtvaardiging, start dit hoofdstuk met Luthers ontdekking van de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat noemde hij het artikel waarmee de kerk staat of valt. Calvijn bewaart deze kernen van Luther, maar hij heeft er wel een uitbreiding aan gegeven. Hij spreekt over ‘duplex gratia’ (tweevoudige genade) om rechtvaardiging en heiliging duidelijk te kunnen onderscheiden. Toch spreekt hij in het enkelvoud over het woord ‘genade’, om te laten zien dat rechtvaardiging en heiliging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Eeuwenlang hebben lezers van Calvijn zich gebogen over het wonderlijke verschijnsel dat hij in het derde boek van de Institutie eerst het christelijke leven behandelt (hoofdstuk 7-11) en dan pas de rechtvaardiging. Ook in dit college riep dat indringende vragen op bij onze studenten. Hoe is het toch mogelijk dat een heldere denker als Calvijn deze orde hanteert? Vallen we dan toch niet in de werkheiligheid terug? We kunnen deze volgorde in Calvijns Institutie relativeren, omdat hij in zijn staande uitdrukkingen doorgaans spreekt over ‘rechtvaardiging en heiliging’, in deze volgorde. Maar dan blijft toch de prangende vraag staan hoe Calvijn de omgekeerde volgorde kan hanteren in zijn systematische hoofdwerk waar hij levenslang aan heeft gewerkt en waarvan hij de orde zeer zorgvuldig heeft doordacht.
We zullen nooit precies kunnen achterhalen waarom Calvijn deze orde heeft gehanteerd, omdat de reformator daar geen rekenschap van heeft gegeven. We kunnen wel weten waarom Calvijn het verantwoord achtte om deze orde te hanteren. Het derde boek van de Institutie steekt in bij de geestelijke eenheid met Christus. Het tweede hoofdstuk handelt over het geloof. De volgende hoofdstukken gaan over berouw en bekering. Zo komt het christelijke leven in het vizier.
Op deze manier heeft Calvijn duidelijk willen maken dat de heiliging geen vrucht is van de rechtvaardiging, maar dat zowel de rechtvaardiging als de heiliging vrucht zijn van Christus. Ik vroeg aan de studenten wat het belang van dit onderscheid is. Dat leverde het inzicht op dat het christelijke leven pas in het vizier kan komen als we zicht hebben op de rechtvaardiging als de rechtvaardiging het fundament van de heiliging zou zijn. Aanvechting over de rechtvaardiging en de zekerheid dienaangaande werpt dan ook schaduwen over het christelijke leven.
In dit verband heb ik meermalen de anekdote van wijlen ouderling Boonstra uit Wouterswoude verteld. We liepen eens uit het oude kerkgebouw, onder de toren door, over de weg naar Maranatha waarin ook de consistorie gevestigd was. Midden op de weg draaide Boonstra, als ouderling van dienst, zich naar mij om en met een verheugd gezicht merkte hij op dat hij nu zag dat de heiliging geen vrucht was van de rechtvaardiging, maar dat zowel de rechtvaardiging als de heiliging vrucht van Christus zijn. Het was voor hem evangelie dat de heiliging geen vrucht is van de rechtvaardiging, maar dat we beide gaven in de gemeenschap met Christus ontvangen.
Zo werd in ons gesprek als docent en studenten wel duidelijk dat Calvijn niet minder Christocentrisch is dan Luther, maar dat hij het heil begripsmatig breder uitwerkt. Daar komt bij dat hij ook nadrukkelijk de leer van de Heilige Geest inbrengt. De Heilige Geest is niet alleen de band met Christus, maar Hij is ook actief om de gemeenschap met Christus te effectueren in ons leven. Zo is het effect van Christus’ dood het afsterven van de oude mens, terwijl de opstanding van de nieuwe mens het effect van Christus’ opstanding is. We bespraken ook het onderscheid met Melanchton, die zei dat het kennen van Christus het kennen van Zijn weldaden is. De keuze van Calvijn, die ook in onze Heidelberger herkenbaar is, is dan toch rijker en voller, omdat Christus niet wordt gereduceerd tot Zijn weldaden, maar dat Hij als Persoon een eigen betekenis heeft. We hebben veel meer besproken, maar dit is een klein inkijkje om te laten zien hoe studenten zich oefenen in het juiste begrip van de kernzaken, tot eer van God en tot een evenwichtig geestelijk leven in de gemeente.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2023
Zicht op de kerk | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2023
Zicht op de kerk | 32 Pagina's