Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dienstbaar aan de Wereldkerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dienstbaar aan de Wereldkerk

6 minuten leestijd

‘Er is geen persoon, samenleving, land, of gebied dat buiten de autoriteit van Christus valt.’ Deze opvatting staat volgens missioloog dr. Craig Ott op gespannen voet met de postmoderne benadering van de waarheid. De heersende opvatting in de samenleving is namelijk dat er allerhande opvattingen over God naast elkaar kunnen bestaan en dat een overkoepelend verhaal ontbreekt. Niets is echter minder waar. De Heere regeert. Dat toont de vrucht op het zendingswerk, al eeuwenlang.

God En De Kerk

De Heere Jezus had al de landen van de wereld voor ogen, toen Hij de discipelen uitzond om Zijn getuigen te zijn. Inmiddels zijn alle zes continenten bereikt met het Evangelie. Dit is niet allereerst het werk van mensen, maar van de Heere Zelf. We spreken over ‘missio Deï’; God doet het Woord verbreiden op de aarde.

Zending is niet het initiatief van enkele goedwillende mensen, die zich verenigen.

Hoewel zendingsorganisaties in de geschiedenis met zegen zending bedreven, ligt de eerste opdracht tot zending bij de kerk. De bekende zendingstheoloog dr. J.H. Bavinck (1895-1964) benadrukt dit: ‘In de lijn der Schrift is het volstrekt duidelijk, dat het de Kerk is, het lichaam van Christus,die het orgaan vormt, waardoor en waarin de verheerlijkte Christus Zijn grote verlossingswerk aan de wereld openbaren wil.’

Verandering

Voetius (1589-1676) hanteerde een drieslag als het gaat om het bedrijven van zending: bekering van de heidenen, planting van kerken en glorie aan Gods genade. Deze opdracht is in de afgelopen eeuwen met zegen uitgevoerd door zendelingen. Op alle continenten vinden we gelovige christenen, die in hun eigen taal de grote werken van God verkondigen. De Heere hield woord. Zijn Evangelieboodschap ging wervend door de wereld.

Waar het Woord kracht doet, raakt dit geheel het leven. Volken die in aanraking komen met de Bijbelse boodschap, blijven niet wie ze waren. Soms betekent het dat gewoonten moeten veranderen en zeden in het licht van de Schrift anders worden beoordeeld dan voorheen. De boodschap raakt heel de mens en zijn levenshouding.

Dr. J.H. Bavinck stelde daarom: ‘Christus zelf neemt het leven van de volkeren in Zijn bezit, het verminkte, het verwrongene, het ontaarde vernieuwt en herstelt Hij, Hij vult elk ding, elk woord, elk gebruik met een nieuwe gedachte en een nieuwe gerichtheid. Dat is geen ‘aanpassing’, geen ‘accommodatie’, het is in wezen de rechtmatige in-bezit-neming door Hem, aan Wie alle exousia, alle macht in hemel en op aarde geschonken is.’

Fasen

We bevinden ons niet meer in de eerste eeuw na Christus, toen de apostelen het Evangelie verkondigden. Door de eeuwen heen zien we veranderingen optreden. Met dat het Woord breder verspreid raakt over de wereld, verandert de zending in haar benaderingswijze.

Bavinck vat de zendingsgeschiedenis samen in vijf fasen: De oudste periode is die van de na-apostolische tijd. Zending rust in het spontane getuigenis van alle gemeenteleden.

De tweede periode zet in zodra het christendom staatsreligie wordt. Het cultuurvraagstuk dringt zich dan sterk naar voren.

Vreemde volken tracht men in te lijven in het ‘corpus christianum’. De derde periode is die van het piëtisme en aanverwante stromingen. Men keert terug op het korte front: de eenvoudige verkondiging van de boodschap. Er speelt een sterker eschatologisch element dan dat eerder het geval was. In de vierde periode beseft men dat ook volksopbouw en cultuur om antwoorden vragen, juist daar waar het gaat om niet-christelijke religies. De vijfde periode wordt gekenmerkt door een meer oecumenische visie op het zendingswerk. De jonge kerken worden meer betrokken en gevoelen zelf ook hun verantwoordelijkheid.

Zending Nodig?

Nadat in de negentiende eeuw het zendingswerk onstuimig groeide, zagen we in de twintigste eeuw hoe dit vrucht droeg op alle continenten. De zendingsverhalen waar velen van ons mee opgroeiden, toonden ons de levenwekkende kracht van het Evangelie. Velen kwamen vanuit het heidendom tot geloof in de Heere Jezus Christus.

Eén van mijn voorgangers in de gemeente van Sint-Annaland is ds. D.J. van Dijk. Hij overleed in 1987 op 89-jarige leeftijd. Jarenlang schreef hij in het zendingsblad Alle volken over ontwikkelingen ten aanzien van het zendingswerk dat door de Gereformeerde Zendingsbond werd verricht. Zelf diende hij vele jaren in Toradjaland (Indonesië) als zendeling. Eens doopte Van Dijk meer dan 300 mensen op één dag. Dit zijn aantallen die ons bevattingsvermogen haast te boven gaan. Een kerk vol.

Meer dan eens is mij de gedachte bekropen: Moeten we nog wel zending bedrijven? Is Nederland niet zelf een zendingsland? Dat laatste is zonder meer waar. De velden zijn wit om te oogsten en de arbeiders zijn weinig. Toch ligt er nog wel degelijk een opdracht voor het bedrijven van zending in de wereld.

Als bestuurder van NET Foundation maakte ik in de afgelopen jaren kennis met het werk van Bijbelscholen op diverse continenten. Indrukwekkend om de verslagen terug te lezen van werkers in de wijngaard van de wereldkerk. De toegevoegde waarde van de Westerse kerk werd mij daarbij al helderder.

Toerusting En Vorming

Waar veel voorgangers in de wereldkerk nauwelijks opleiding kregen, mag de Westerse kerk delen van de rijke erfenis waar zij uit kan putten. We zijn als theologen in Nederland breed gevormd. Een predikant in Nederland is gewend om te putten uit een brede bibliotheek. Geregeld verzuchten we als predikanten tegen elkaar: ‘Het leven is te kort om alles te lezen wat ik heb staan.’ Wie structureel studeert, doet gaandeweg een schat aan kennis op die verkruimeld wordt in pastoraat, prediking en onderwijsgevende taken. De vreugde van studie in de stilte, is dat het vruchtbaar wordt op de terreinen van het leven waar we mogen dienen en zaaien.

Vanuit deze schat mag gedeeld en gezaaid worden in Nederland. De blik mag echter verder gaan. De wereldwijde kerk is verlegen om Bijbels, gereformeerd onderwijs. Terwijl allerlei dwalingen hun spoor trekken, dienen voorgangers die de Schrift trouw blijven hun onderwijs vruchtbaar te maken voor de wereldkerk. Dit vereist uitzendingen, waardoor medebroeders in de wereldkerk meer ontdekken van de rijkdom van de Schrift.

Ik hoorde van voorgangers in Afrika die reeds geholpen waren met een kinderbijbel, om focus aan te brengen bij de boodschap van hun preek. Hoeveel te meer zouden voorgangers in verafgelegen streken geholpen zijn als zij leerden putten uit de schatten van de traditie van de eeuwen. Dit vraagt om een periode van gezamenlijk optrekken en samen leren. Waarbij zowel de ontvanger als de gezondene, zich samen opstellen als leerling van de Schrift. Opleiding en vorming van voorgangers dient een belangrijk focuspunt te zijn bij onze zendingstaak in de wereld. Zodat het onderwijs dat gedeeld wordt, stem krijgt in de lokale taal, door voorgangers die de boodschap delen met hun eigen volksgenoten.

Zendingswerk krijgt gestalte in Woord en daad, spreken en dienen. Missioloog Leslie Newbigin (1909-1998) omschreef dit als volgt: ‘Christelijke zending is door het hele leven gestalte geven, voor de hele wereld, dat Jezus Heere is over allen.’

Zending Vandaag

In de afgelopen periode las ik het boek Encountering Theology of Mission van dr. Craig Ott en dr. Stephen J. Strauss. Twee mannen die een spoor van ervaring trokken, als het gaat om zendingswerk, op diverse continenten. Naast het vele goede wat ik hierin aantrof, raakte mij een enkele zin diep: ‘Wij zijn geroepen om dezelfde houding van dienstbaarheid en nederigheid aan te nemen, die getoond werd door Christus, Die afstand deed van Zijn bevoorrechte positie en de gestalte aannam van een dienaar (Fil. 2:5-8).’ Laat dit onze houding zijn, dienstbaar aan de wereldkerk.

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2024

Zicht op de kerk | 32 Pagina's

Dienstbaar aan de Wereldkerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2024

Zicht op de kerk | 32 Pagina's