Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds. J. Catsburg (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. J. Catsburg (1)

6 minuten leestijd

Een predikant was op zijn studeerkamer bezig een preek te maken over de deugden Gods. Op zijn bureau lag een opengeslagen Grieks Nieuwe Testament. Hij noteerde: We roepen u toe gemeente: ‘Komt verwondert u hier mensen.’ O kinderen van God, uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid! Dat heeft de Heere beloofd. Dan zijn we onszelf vergeten. Dan gaat het om de Heere en de roem van Zijn naam. Een dochtertje van vier zat op zijn bureau, terwijl hij dit schreef. Wat zong zij? ‘U alleen, U loven wij; Ja, wij loven U, o HEER’! … Dies vertelt men in ons land, Al de wond’ren Uwer hand.’ Over wie gaat deze gebeurtenis?

Biografie

In het gezin Catsburg te Zunderdorp, dicht bij Amsterdam-Noord, werd op vrijdag 19 april 1929 een zoon geboren die de roepnaam Jan kreeg. Hij was de oudste van vijf kinderen. Wellicht werd hij gedoopt in de links-confessioneel hervormde dorpskerk van zijn geboorteplaats. De mulo werd met succes bezocht na de openbare lagere school. Jan had van jongsaf het verlangen predikant te worden. Daarom werd, naast de dagtaak op kantoor, het avondgymnasium bezocht in onze hoofdstad. In 1952 slaagde hij voor het gymnasium-b diploma. Nu was de weg vrij om in Utrecht theologie te gaan studeren. Jan werd treinstudent en reisde vaak samen met de latere dominee W. Chr. Hovius. Beiden waren lid van de gereformeerde theologische studentenvereniging Voetius. Ze konden goed met elkaar overweg. In 1957 hield Jan zijn proefpreek over Micha 2:13 (Doorbreker). Het leervicariaat werd gedaan bij ds. J. van Sliedregt te Putten. Deze werd zijn geestelijke vader. Hij raadde hem aan om de werken van ds. I. Kievit te bestuderen. Mede door zijn invloed koos Catsburg bewust voor de hervormd-gereformeerde richting. Voor hem was de aloude, legitieme vraag van Luther gaan leven: Hoe krijg ik een genadig God? Een jaar later trouwde Jan met mw. M. van Meerveld. Het huwelijk werd bevestigd door ds. Van Sliedregt. De trouwtekst was Ex. 33:15 (Gods aangezicht). Hun huwelijk werd gezegend met vier kinderen. De oudste zoon werd predikant.

Gemeenten

Van Sliedregt bevestigde kand. Catsburg tot predikant in zijn eerste gemeente, het Noord-Brabantse Genderen-Doeveren, met de woorden van 2 Tim. 2:15 (waarheid recht snijden). Intrede werd gedaan vanuit Num. 6:22-26 (Hogepriesterlijke zegen). In deze gemeente richtte Catsburg enkele kerkelijke verenigingen op en in de burgerlijke gemeente gaf hij de aanzet tot het oprichten van een afdeling van de SGP. Ook ontmoette hij hier een leergierige catechisant die hij later in Poortvliet tot predikant zou bevestigen. De afscheidsdienst in 1962 ging over Hand. 20:32a (Gode bevolen).

Vanuit de gemeente Opheusden was een roep gekomen: ’Kom over en help ons.’ Zeven jaar al was deze gemeente vacant. Deze roepstem Gods mocht niet worden genegeerd. Op 1e kerstdag 1962 werd hij opnieuw bevestigd door Van Sliedregt met de woorden uit Luk. 2:7-14 (engelenzang). Onder andere werd in de preek gezegd dat het de taak van een predikant is om het Evangelie te brengen in de weg van Wet en Evangelie naar de Christus der Schriften. De intredetekst was Mark. 6:34-40 (Jezus innerlijk bewogen). In deze gemeente mocht worden ervaren dat er een geestelijke honger was naar het Brood des levens. Catsburg gaf hier zijn bestuurskracht, naast prediking, pastoraat en catechese, aan diverse vormen van christelijk onderwijs. Als afscheidstekst diende Lukas 19:41-42 (Jezus weent over de stad).

In 1967 kwam een roep uit het Zeeuwse Sint-Maartensdijk. Dit beroep gaf veel spanning in de pastorie van Opheusden. Wat te doen of te laten? Nadat aanvankelijk was bedankt, mocht het beroep toch worden aangenomen. Weer bevestigde Van Sliedregt zijn geestelijke vriend en ambtsbroeder en wel vanuit Ez. 3:17 (Wachter). De intreetekst was Hand. 10:4b, 29b en 36 (Cornelius en Petrus). Catsburg zei aan het eind: ’Gemeente, het doel van mijn prediking in uw midden is Jezus Christus en Dien gekruisigd. Naar u ben ik gekomen met de prediking van een rijke Christus voor een arme zondaar. En op Zijn eer zal het allemaal uitlopen, want in de hemel zal het hoogste lied zijn: ‘Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Amen.’ Ongeveer duizend aanwezigen maakten deze intreedienst mee.

Het beroep uit Katwijk aan Zee had in de Zeeuwse pastorie een zelfde gang als die in de pastorie van Opheusden. Beslissingen over een ontvangen beroep waren erg zwaar voor Catsburg. Toch mocht uiteindelijk vrede in het hart worden ervaren. De afscheidsdienst was Hand. 17:10-15a (Berea onderzoekt). Ook noemde hij deze Zeeuwse gemeente: een Schriftgebonden gemeente die hem veel liefde had gegeven. Door de prediking waren er in de gemeente geestelijke zegeningen ontvangen. Mensen die nooit meer ter kerke gingen, kwamen luisteren. En na een huisbezoek gebeurde het wel dat kinderen die naar de openbare school gingen, werden overgeschreven naar de christelijke school. In augustus 1972 was in Katwijk de bevestiger ds. A. Muilwijk. Hij sprak vanuit 1 Petrus 5:1-4 (weid de kudde Gods). De intreetekst was Hand. 16:14-15 (Lydia). Catsburg zei in de Nieuwe Kerk onder andere: ’Gemeente, het is waardevol dat een dominee intrede doet in een gemeente, maar nog groter wonder is het als de Heere intrede doet in het hart als eens bij Lydia! Lydia zit in de fuik gevangen en mag staan in de vrijheid der kinderen Gods. Maar de Heere wil dat ook het gezin in die fuiken van genade zal komen. Wie is er al gevangen?’ Ook in deze preek kregen verkiezing en verbond hun Schriftuurlijke plaats.

De afscheidsdienst in Katwijk in verband met het vertrek naar Garderen was uit Jes. 21:10 (doorgeven van het Woord Gods). Op 2e kerstdag 1977 bevestigde ds. H. van der Post ds. Catsburg met de woorden uit Amos 7:10-17 (profeteer). De intreetekst was Joh. 3:29 (vriend van de Bruidegom). In deze Veluwse gemeente mocht het zilveren ambtsjubileum worden herdacht. De tekst voor deze bijzondere dienst was opnieuw Num. 6:22-26. Hij sprak onder andere: ‘Gemeente, wij hebben die zegen verzondigd. Het fundament van die zegen ligt niet in onze bekering, hoe nodig ook. Het fundament ligt in het bloed van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden. Dat moesten we u in de afgelopen jaren voorhouden. En dat hopen we u in Gods kracht te blijven prediken. Hij alleen, Die op de troon zit en het Lam, Dat ons gekocht heeft en de Heilige Geest, Die ons de zaak heeft toegepast, deze Drie-enige God zij de lof en de dank en de heerlijkheid van nu aan tot in eeuwigheid. Amen.’ Tijdens een bijzondere dienst, ter gelegenheid van de ingebruikname na restauratie van het kerkorgel, werd gepreekt over Ps. 89:16a: ‘Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent.’ Garderens predikant was een liefhebber van het luisteren naar goede (orgel)muziek. Hij was daarbij bijzonder gehecht aan Psalm 25, zoals een catechisant, die hij later in een gemeente als haar predikant heeft bevestigd, meedeelde.

Sterven

In de vroege morgen van woensdag 9 mei 1984 overleed Catsburg plotseling aan de gevolgen van een hartinfarct. In de kerkbode, die twee dagen later verscheen, stond een meditatie over ‘Elia’s laatste gang’ uit 2 Koningen 2. Het was ongedacht iets profetisch over zijn eigen sterven. Als aandenken hieraan hangt in de consistorie deze meditatie ingelijst. Zaterdag 12 mei werd hij onder grote belangstelling begraven op het kerkhof te Garderen. De rouwdienst werd geleid door zijn vroegere vicaris, ds. W. Pieters. Deze sprak over 2 Kor. 5:20: ’Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade: wij bidden u van Christus’ wege, laat u met God verzoenen.’ Deze Bijbelwoorden stonden ook bovenaan de rouwbrief. Op de grafsteen van de overledene staan de woorden uit Openb. 21:7: ‘Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.’

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

Zicht op de kerk | 32 Pagina's

Ds. J. Catsburg (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

Zicht op de kerk | 32 Pagina's