+ Meer informatie

Er is meer dan bejaardenzorg

6 minuten leestijd

Met deze woorden besloot ik een vorig artikel, want hoewel deze zorg een belangrijk facet is van de diakonale arbeid, zijn er ook andere, niet minder belangrijke zaken die onze aandacht vragen. Zoals er, ik noemde het reeds, plaatsen zijn waar (maatschappelijk- en sociale) werkers zijn die in het z.g.n. open bejaardenwerk zich steeds meer willen gaan bezig houden met het beleid van bejaardenzorg in verschillend opzeiht, zo zijn er ook plaatsen waar men zich toelegt op andere vormen van dienstverlening. Laat nu niemand denken dat ik dit alles veroordeel, integendeel, er wordt veel werk verzet en daardoor ook heel wat nood gelenigd. Niet overal echter treft men maatschappelijk werkers(sters) aan die hun dagelijks werk zien als een opdracht van de Here en die daardoor de hulpverlening meer inhoud zullen willen geven dan alleen maar voortkomend uit „medemenselijkheid”. Ik stel me ook voor dat deze mensen zullen proberen, in hun werk waar mogelijk diakoniën in te schakelen. Waar dit echter niet het geval is kan het gebeuren dat allerlei dienstverlening zoals b.v. gezinszorg, hulp bij huwelijksen opvoedingsmoeilijkheden, zich bijna of geheel aan de waarneming van onze ambtsdragers onttrekt.

Natuurlijk is dat verkeerd, maar het gaat geruisloos en als er dan geen vertrouwenssfeer tussen de leden der kerk en de diakenen is, en deze niet met de situatie in de gezinnen bekend zijn dan kan men moeilijk anders verwachten.

Alleen, nu doen zich nieuwe moeilijkheden voor met name voor Stichtingen voor maatschappelijke dienstverlening, en wel door overheidsmaatregelen.

Er moet bezuinigd worden!

Kortgeleden ontving ik een uitnodiging om een vergadering van zo’n stichting bij te wonen. In deze uitnodiging werd aan kerkeraden, parochieraden, verenigingen enz. meegedeeld dat het woord „bezuinigen” allerwege wordt gehoord, en dat dit ook voor de welzijnssektor geldt.

Gevraagd werd: „Staan we daardoor aan het begin van een nieuwe fase in het welzijnswerk? Gaan we weer terug naar de vrijwilligers? Wat voor gevolgen heeft dit? Zijn ze er nog wel, de mensen die vrijwillig willen meewerken?

Vraag voor deze avond was dan ook: „Bezuinigen - wat nu?”

Meer dan 200 personen waren aanwezig en dat is voor het „werkgebied” van ons dorp niet gering.

Bij navraag bleek mij dat het overgrote deel der aanwezigen bestond uit: gezinshulpen, maatschappelijk en sociaal werkers, allemaal aan de stichting verbonden, plus vrouwenhulporganisaties, enz. Na een inleidend woord werd in groepen (wat moeilijk vanwege het grote aantal in één zaal) een aantal vragen besproken, waarna pl.m. 15 rapporteurs(trices) aan het woord kwamen.

Ik kan natuurlijk hier geen verslag van het besprokene geven. Wat mij opviel was, dat geen enkele kerkeraad of diakonie het woord voerde. Een Bapt. predikant stelde enkele organisatorische vragen. Opmerkingen mijnerzijds in de groep gedaan, met betrekking tot het waarderen van diakonale arbeid, werden door de rapportrice niet doorgegeven. Zo er al „kerken” vertegenwoordigd waren was men het kennelijk met alles eens, of.. heeft men het hoofd maar in de schoot gelegd?

Een vraag van onderget. of deze avond ook gehouden zou zijn als er geen sprake van bezuiniging zou zijn, vond de voorz. moeilijk te beantwoorden temeer omdat ik er op wees hoe in het verleden het vrijwilligerswerk eigenlijk plaats moest maken voor het georganiseerde. „Nu we weer terug geworpen zijn op oude stellingen zou wel eens kunnen blijken dat er geen stellingen meer zijn en hoe stelt u zich dan voor dit alles weer op te bouwen?”

Een duidelijk antwoord bleef achterwege. Wel werd duidelijk dat een vrijwilligersorganisatie door de stichting zou moeten worden georganiseerd waartoe een beroep werd gedaan op medemenselijkheid en solidariteit.

In de hoop dat het bij een aantal aanwezigen wat wakker zou roepen heb ik gewezen op de bijbelse roeping voor iedereen n.l. om te helpen daar waar geen helper is, óók waar het onze buurman of buurvrouw betreft.

Waarom deze en nog enkele andere kritische opmerkingen wel met applaus, en niet met woorden werden onderstreept, is mij nu nog niet duidelijk. Waarom nu: diakenen opgelet! (opschrift 1.)

Het is u hopelijk duidelijk geworden. Ik ben teleurgesteld naar huis gegaan, mede omdat ik sommige opmerkingen niet kon weerleggen. Ik noem er een paar: „Vrijwilligers kun je niet meer krijgen of je moet ze óók betalen”.

„De meeste vrouwen werken al, tegen betaling uiteraard, op kantoren, fabrieken, in winkels enz. en willen dan ook nog wel wat vrije tijd hebben voor zichzelf”.

„Mannen hebben naast hun werk: hobbies, sport, t.v. en…. toch ook hun rust nodig, dus blijft er geen tijd over om bij ouderen, gehandicapten, eenzamen, eens wat klusjes op te knappen”.

Zwaar kwam ook bij mij over de overtuiging dat „de mensen elkaar niet meer kennen, al woont men vlak naast elkaar. Je spreekt elkaar amper en hoe zou je dan een ander in zijn moeilijkheden kunnen helpen”.

Was ik er nu maar van overtuigd geweest dan, in het algemeen, van „ons” anders gesproken kon worden, dan… ja dan….

Maar wéér, gelet op de praktijk kunnen we daar geloof ik niet zo gerust op zijn. (zie art. 12: de vruchten van de Geest, in de Wekker van 4 nov. ’77).

Nu: natuurlijk hopen en bidden we allemaal dat de economie in ons land weer spoedig een keer ten goede mag nemen, maar zèlfs al is dat zo, dan zou ik nog willen zeggen: „Jet op” en ga eens na of die „oude Stellingen” toch niet bruikbaar zijn, al moet er misschien wel het nodige hersteld worden.

Of zou de bijbelse opdracht van het dienen van elkaar, het dragen van elkanders lasten hebben afgedaan??

Het is belangrijk om aandacht te schenken aan wat ver over de grenzen nodig is, maar laten we niet vergeten wat vlak bij de deur ligt.

Dáár de gemeente op attent maken en voor mobiliseren vraagt van de ambtsdragers kennis van wat er in de gemeente nodig is.

Weet men dat, dan pas zal men „de liefde van Christus zichtbaar maken door in noden en moeilijkheden, van onderscheiden aard met raad en daad steun verlenen”. (bevest. formulier).

Dan kan het ook niet anders of de diakenen gaan zoeken naar passende middelen en wegen… en dan wordt de gemeente opgewekt barmhartigheid te bewijzen aan de naaste.

Dan krijgt de liefde van Christus gestalte in de gemeente.

Misschien vindt iemand mij wat pessimistisch. Mogelijk valt er wetenschappelijk/ technisch veel aan te merken op wat ik hier schreef. Welnu, een ander geluid vanuit de praktijk van het diakonale werk zal zeker welkom zijn. Uiteindelijk is schrijver dezes maar een oud-diaken, die het niettemin wenselijk, zo niet nodig vond deze dingen te signaleren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.