+ Meer informatie

TER OVERWEGING

13 minuten leestijd

Dr. H. Baarlink, Het evangelie van de verzoening. Uitg. Kok Kampen 1998. 141 blz. f 27,50.

De schrijver is de voorganger van prof. Den Heijer op de leerstoel Nieuwe Testament in Kampen, Hij kiest in dit boek positie tegen zijn opvolger. Het boek is thetisch van toon. Baarlink laat de Schrift spreken en onderzoekt de gegevens uit de Evangeliën en de brieven. Daaraan vooraf gaan enkele overwegingen van methodische aard. Juist in dit hoofdstuk komen de vooronderstellingen van de exegetische aanpak van Den Heijer aan de orde.

Het is opmerkelijk dat Den Heijer zes tot zeven jaar geleden een uitleg van de verzoening gaf, die hij nu als onhoudbaar verdedigt. Nergens geeft hij rekenschap van deze totale omkeer. Baarlink laat zien dat Den Heijer een andere visie op de Schrift heeft gekregen. De moderne wetenschap beslist over de interpretatie van de tekst.

Baarlink gaat ‘zakelijk’ te werk, in die zin dat hij vraagt naar wat er staat en hoe dat in het geheel van de Schrift verstaan wil (moet) worden. De breedheid van de exegese van Markus 10:45 bevredigt mij niet. Er wordt zoveel bij gehaald dat de spits van de losprijs gedachte van zijn scherpte wordt beroofd.

De wijze van exegetiseren onderscheidt dit boek van Den Heijers populaire redenering. Deze aanpak brengt wel mee dat dit boek zich moeilijker laat lezen dan dat van Den Heijer.

Niettemin is het de moeite waard.

Drs. Ft. van Kooten, Heiligt Mijn Naam en Mijn dag. Het derde gebod. Het vierde gebod. Uitg. Den Hertog Houten 1998. 320 blz.

De schrijver heeft al twee boeken gepubliceerd over de tien geboden (het eerste, tweede en vijfde gebod). Nu dan de Naam en de dag des Heren.

Aan het derde gebod zijn vijfenzeventig bladzijden gewijd. Aan het vierde gebod ruim tweehonderdvijfentwintig. Dit onderwerp wordt breed behandeld, zowel exegetisch als historisch. Alle teksten die in de bijbel over de sabbat en de dag des Heren gaan worden besproken.

Het is boeiend te zien hoe de schrijver de zondag niet zonder meer met de sabbat van het vierde gebod gelijkstelt en toch een duidelijk verband tussen beide ziet. Hij wijst op Gods leiding in de geschiedenis van de Kerk ten aanzien van “het ontdekken van dat verband”. Een originele redenering, waar veel voor pleit. Zelf zou ik nog iets sterker dan de auteur doet, de messiaanse bevoegdheid van Jezus om de wet te interpreteren (Markus 2:28) willen benadrukken.

Ook zou de vraag besproken moeten worden wat het voor de praktijk van de Kerk in onze en later tijd betekent dat dat verband zo lang niet duidelijk is onderkend.

Deze twee wensen onderstrepen alleen het belang van dit boek. Het is de moeite waard het te bestuderen. Ja, sterker nog, wie over de zondag wil meepraten kan om dit boek niet heen. De samenvattingen in punten aan het einde van elk hoofdstuk (soms 30 of 50 punten) maken het de lezer gemakkelijk zijn weg te vinden in dit soms wel wat erg breed opgezette betoog.

Neem en lees, is mijn advies.

Dr. C. Trimp, Kerk in aanbouw. Haar presentie en pretentie. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre Goes 1998. 228 blz. f 30,-.

Dr. Trimp heeft veel geschreven over de Kerk en de belijdenis (vooral de Nederlandse Geloofsbelijdenis) en over de Kerk.

Artikelen uit de laatste jaren (vanaf 1993) zijn hier thematisch gebundeld.

Trimp is een leerling en verdediger van K. Schilder. Hij licht diens bestrijding van Kuypers pluriformiteitsgedachte uitvoerig toe. Daardoor komt er een andere Schilder te voorschijn dan het portret dat velen van Schilder voor ogen hebben.

Trimp laat dit boek uitlopen op een appèl om Schilders diepste motieven vandaag te honoreren. Daarbij staat de schrijver middenin de gebrokenheid van kerkelijk Nederland. Hij heeft daar oog voor, maar houdt daarbij niet stil. De toon is anders dan we voor enkele decennia in vrijgemaakt gereformeerde kring hoorden. Daardoor des te klemmender.

Het boek is wellicht wat breedsprakig. Dat komt omdat het voor een groot deel teruggaat op artikelen uit De Reformatie.

Het is een waardig boek middenin de nood van de gebrokenheid. Het wil een bijeenvergadering van Christus’ Kerk naar gereformeerd belijden. Mijn waardering en respect voor dit boek, dat het laatste is in de Reformatorische Boeken-serie (50e jaargang) van Oosterbaan & Le Cointre te Goes. Een waardige afsluiting van de serie.

Gerben Heitink, Pastorale zorg. Theologie. Differentiatie. Praktijk. Handboek praktische theologie. Uitg. Kok Kampen 1998. 298 blz. f 59,-.

Prof. Heitink heeft ruim twintig jaar geleden zijn dissertatie gepubliceerd: Pastoraat als hulpverlening, met als ondertitel Inleiding in de pastorale theologie en psychologie. Dat boek heeft de trend gezet. Het vertoont de sporen van zijn leermeester, prof. Firet. Heitink ging toen in dat spoor en heeft nu twintig jaar later de lijnen doorgetrokken.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik veel respect heb voor de hoeveelheid stof die in dit boek verwerkt is. Vrijwel heel de literatuur over pastoraat en geestelijke verzorging is hierin verwerkt. Heitink onderscheidt ze van elkaar en houdt ze toch bij elkaar. Behalve de hoeveelheid literatuur valt ook op de grote systematiek waarmee de schrijver zijn stof en de besproken literatuur ordent. Werkelijk uitermate knap.

Ons tijdschrift is niet de plaats om op uitwerkingen of details in te gaan. Daarom beperk ik mij ertoe het standpunt van de schrijver te typeren en de aanpak enigszins weer te geven.

Heitink zegt zelf dat hij onder de indruk is van de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Als gevolg daarvan is er een groeiende pluraliteit op het gebied van religie en levensbeschouwing. Wat opvalt is dat Heitink het eigene van het pastoraat (de bijbelse betekenis ervan) in direct verband wil brengen met wat in de maatschappij plaatsvindt en verandert. Voor beide polen heeft hij evenzeer aandacht. Dat geeft aan het boek een wijde strekking, maar ook een intense spanning. Van beide terreinen bespreekt hij (kort en krachtig) stromingen en woordvoerders. Hij probeert ze recht te doen en in zijn conceptie te integreren. Alle veertien hoofdstukken besluit hij met een balans.

De slotparagraaf heeft meer weg van een samenvatting. Soms bevat hij ook een korte evaluatie. Een boek dat door zijn breedte en synthese scherpte mist. Dat heeft mij het meest getroffen in deel 1: ‘Theologie’. Men vindt hier de uitgangspositie van 1977, maar verbreed; en daarmee is de spanning opgevoerd. Wie zo bipolair te werk gaat, moet water van de hulpwetenschappen bij de wijn van de openbaring doen. Een wat merkwaardige beeldspraak mijnerzijds, omdat de bron ons water aanreikt en geen wijn — maar toch.

Het tweede deel ‘Differentiatie’ bespreekt pastorale zorg in het individuele pastoraat, in en vanuit de gemeente, in maatschappelijk perspectief en in instellingen. Hier herkent men de schrijver van het in 1993 verschenen ‘Praktische theologie’. Vooral in dit deel is de dissertatie uit 1977 uitgewerkt en aangevuld.

In het derde deel ‘De Praktijk’ wordt het pastorale gesprek behandeld en pastorale zorg als ambacht met aanwijzingen (overigens niet al te breed) voor de praktijk. Ik acht het een gevolg van de brede aanpak dat dit deel achteraan komt. Ik zou de inhoud hiervan veel eerder hebben verwacht.

Dit boek is inderdaad een handboek. Het heeft allure. Het is synthetisch van uitgangspunt en uitwerking. Wie wetenschappelijk met pastoraat bezig is, kan aan dit boek niet voorbij.

André F. Troost, Verder als herder. Pastor zijn en pastor blijven. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001. 95 blz. f 21,49.

Ds. Troost kan inmiddels putten uit een rijke ervaring als predikant. Dat doet hij dan ook in dit boek. Daarbij heeft hij al zijn collega’s op het oog, die — net als hij bij tijd en wijle — als herder een andere herder nodig hebben die voor hen zorgt, en voor hen bidt (!). Het beroep (ambt) van de pastor is immers meer en meer ingewikkeld geworden. Ook in onze Chr. Geref. Kerken weten we ondertussen mee te praten over vastgelopen predikanten: stress, burn-out, overspanning, men hoort er telkens weer van. Het ambtelijk leven kan een ‘woestijn’ worden. Er zijn veel oorzaken van het ‘niet verder menen te kunnen’ op te noemen. In dit boekje komt er een aantal van aan de orde. De schrijver wil zo graag het zelfbeeld van zijn collega’s waar nodig corrigeren, en vooral: hen vanuit kruis en opstanding van de Heiland weer in het vuur van de Geest laten delen. Men zou vele citaten (over principiële en praktische aspecten van het predikantswerk) kunnen geven.

Beter is het als kerkenraden de inhoud van dit boekje eens bespreken met hun predikant, op een bezinningsvergadering van de raad bijv. Men zal er niet slechter van worden.

Richard Bewes, Preken en spreken met effect. Uitg. Voorhoeve Kampen 2000.158 blz. f 29,90.

Het valt niet te ontkennen dat ons preken en spreken qua vormgeving zwaar onder druk staat onder invloed van de vele andere vormen van communicatie en overdracht. We zijn daar vaak bang voor, verwijzen dan naar Paulus en zijn weinig retorische gaven, of beargumenteren ons gelijk met de gedachte dat het evangelie niet naar de mens is (waardoor appels met peren vergeleken worden). De Heiland leerde ons echter al zó te spreken dat — voor zover het de menselijke factor betreft — er zo min mogelijk barrières worden opgeworpen.

Dit boek is daar een hulpmiddel bij. Het valt in drie gedeelten uiteen: de voorbereiding, de presentatie en ‘hoe verder te gaan’. Vele nuttige tips die het contact tussen de (s)preker en de gemeente die hij voor zich heeft en bij wie hij toch — mag men aannemen — het Woord bij het hart wil brengen. We hoeven geen ‘hour of power’-dominees te worden. Liever niet zelfs. Gebruik dus niet alles van dit boek, maar laat het ook niet geheel ongebruikt.

C.J. Haak, Kerk in de 21e eeuw. Weer kerk voor de wereld zijn. Uitg. Voorhoeve Kampen 2000 (tweede druk), 96 blz. f 19,90.

Drs. C.J. Haak doceert o.a. evangelistiek in Kampen (vrijg.). Hij maakt zich — terecht — zorg om de neergaande lijn die de kerken onder ons tekent. Hij zoekt naar nieuwe wegen, die uitgezet moeten worden op het oude principe: het hernieuwd lezen van de Schriften, die moeten brengen tot (echte!) verwondering rond de Heiland; zo zullen schatten opgedolven worden die eeuwenlang zijn ondergesneeuwd. Voor dat alles is durf nodig, maar bovenal… geloof! Het boekje zal op onderdelen zeker tegenspraak ontmoeten (ik denk bijv. aan de gewenste functie van de belijdenis blz. 86), maar ik hoop dat dat geen reden is om het dringende appel van de auteur als kerk naast ons neer te leggen.

Huub Oosterhuis, Om liefde. Met illustraties van Geertrui Charpentier. Uitg. Kok Kampen 2001. 63 blz. f 26,50.

Een aantal gedichten van de bekende auteur. Zoals altijd te lezen met tegengestelde gevoelens: soms afwerend, zoals daar waar sprake is van ‘god’ als het om God gaat, blz. 29, of daar waar sprake is van een niet-bijbelse gedachte over God, als op blz. 23, waar sprake zou zijn van God die ‘niet dacht aan mij’; soms ook ontroerend en teer, zoals op blz. 59, waar het gaat om Hem die ons, weggelopen en blind, heeft opgezocht. Gedichten die geënt zijn op bijbelse beelden, die soms op en over elkaar springen. Maar dat is juist Oosterhuis. Een stevige prijs, maar bedenkt u wel daarbij, dat u de prachtige illustraties er zomaar bij krijgt!

Merrill F. Unger, Klein bijbels handboek. Uitg. Kok Kampen 2001.352 blz. f 39,90.

In een handzaam formaat en een stevige band verscheen dit keurig uitgegeven werk. Men vindt er in kort bestek overzichten van de bijbelboeken en hun betekenis in heilshistorisch perspectief, landkaarten, foto’s, tabllen en registers. Bij de bijbelboeken is ook een korte inhoud per hoofdstuk gevoegd. De doorkijkjes daarin zijn soms vrij willekeurig (bijv. bij Isaäk wordt wel een typologische verwijzing naar Christus gegeven, bij Jozef niet). Soms zet men anderszins een vraagteken, bijv. bij de opmerkingen bij Openb. 20. Maar dit neemt niet weg dat er sprake is van een fris en i.h.a. principieel betrouwbaar handboek.

ds. P van der Kraan e.a., Leren om te leven. Catecheseserie. Uitg. Groen Heerenveen 2001. per lesboek f 14,95.

De redactie ontving vier delen om verder kennis te maken met deze serie, die sinds korte tijd verschijnt. Hij is gericht op de catecheten en catechisanten in de kring van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, maar zeker ook bruikbaar in kerken die zich daar geestelijk mee verwant voelen, zoals de onze. Voor de groep van 12–14 jaar zijn de delen 1a en 1b, die handelen over de bijbel, het OT en het NT. ledere les bestaat uit een inleiding, bijbelgedeelte, informatie, verwerking, toetsing van het begrijpen van de stof en gesprek. Die inleiding vind ik overigens erg sober en weinig uitnodigend. Positief is de grote eerbied voor het Woord van God.

Voor de groepen van 14–16 jaar zijn deel 2a en 2b. Zij handelen resp. over onderwerpen uit de geloofsleer (De Schepper, het schepsel, zonde en genade, de weg van Gods heil) en over kerkdienst, bidden en voleinding. De indeling is als in de eerste deeltjes, zij het dat het ‘begrijpen’ vervangen is door ‘onthouden’. De inleiding van iedere les is hier breder, maar ik twijfel erover of ze bij de leeftijdscategorie die men op het oog heeft, altijd doel treft. Vaak gaat het over een stukje grote of kleine kerkgeschiedenis. Niettemin is ook in deze deeltjes veel te vinden dat catecheten zal helpen bij dit soms moeilijke stukje (predikants)werk.

Anne van der Meiden, Dag-mens.366 bijrollen uit de bijbel. Uitg. Ten Have Baarn/Kampen 2001. 334 blz. f 39,90.

Prof. Van der Meiden heeft ongetwijfeld de gave om dingen zó te verwoorden, dat ze aan het denken zetten. Hij is niet voor niets emeritus hoogleraar ‘public relations’. In dit dagboek haalt hij een aantal bijbelse ‘randfiguren’ uit de schaduw. En dan licht er toch vaak iets bijzonders op. Niet altijd hoeft dat te betekenen dat men het met de auteur eens is: Als Demas (2 Tim. 4:10) besproken wordt, krijgt Paulus een veeg uit de pan. Onnodig en onjuist, lijkt mij. Anderzijds is het naar voren halen van Ana (Gen. 36:24, met die merkwaardige toevoeging) weer de moeite van het overwegen waard. De auteur is verder — terecht — niet bang voor wonderen: hij laat het drijven van de bijl in 2 Kon. 6 (op ‘bijltjesdag’!) als zodanig staan. Kortom: een dagboek dat om zelfstandige verwerking vraagt, maar dat in dat kader echt waarde heeft.

Hanna, Benedendeks. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2000. 144 blz. f 19,90.

Een nieuw boek in Telos-serie. Onder een schuilnaam verhaalt de auteur iets van de gruwelijkheden die zij moest ondergaan als verpleegkundige op een Grieks cruise-schip. De verwerking daarvan, evenals het weer ruimte vinden voor de beleving van het geloof in de hemelse Vader, vergden veel tijd, geduld en volharding. Zo keert in een geschonden leven het vertrouwen terug. Maar altijd zal dat verleden zijn sporen nalaten…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.