+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

6 minuten leestijd

De Contra-Reformatie en de kunst.

Het ligt voor de hand, dat de opleving van het katholicisme zijn invloed deed gelden op de cultuur, bijzonder op het gebied der kunst; niet het minst op het gebied van de bouwkunst en de beeldende kunsten (= schilderkunst, beeldhouwkunst).

Men noemt die kunstuiting: het Barok. Men kan dit alleen leren kennen aan de hand van de kunstobjecten zelf of door middel van goede afbeeldingen.

Het Barok is de stijl van het „te", zegt Prof. Dr. Bakhuizen. Inderdaad. Dat blijkt het best als men de Jezuïetenkerken beschouwt (b.v. de Gesukerk te Rome). Zij hielden van die stijl, omdat zij door de pracht en praal, de kleuren schittering tegelijk de heerlijkheid van hun kerk en van haar macht wilden uitdrukken. Met behulp van deze stijl wilde de kerk suggereren, haar heiligen voor het voetlicht brengen.

Wij noemen enkele namen. De schilder Murillo in Spanje schilderde gaarne de extatisch-mystische figuren van zijn vaderland. De bekende Vlaming Rubens uit Antwerpen was een echte vertegenwoordiger van het Barok. Enerzijds schilderde hij in wilde voorstelling en heftige kleuren heiligen figuren van zijn kerk, anderzijds ontbraken ook de sterk wereldse figuren en voorstellingen niet. Ook de bekende St. Pieter van Rome is in barokstijl. Aan haar is de naam van Michel Angelo verbonden.

Bij dit weinige zullen wij het laten. Wie er zich voor interesseert, raadplege eens een kunstgeschiedenis.

De godsdienstoorlogen in West-Europa. Inleiding.

Het was een gewichtig ogenblik, maar ook een ogenblik van grote tragiek, toen in okt. 1555 Karei V heer der Nederlanden, te Brussel afstand deed van de regering.

Naar het lichaam voortijdig verzwakt, had hij ook veel van zijn idealen te gronde zien gaan.

Immers in Duitsland had hij in dat jaar aan de Luthersen de religievrede van Augsburg moeten geven. Wel gold ze niet voor de Calvinisten, maar deze zouden blijken de krachtigste tegenstanders van Trente, de Jezuïten, in een woord van de opkomende Contra-Reformatie, te zijn. Zo gaarne had Karei zijn zoon ook op de duitse keizerstroon gezien, maar dat ontging hem: Kareis broer Ferdinand was de opvolger: dus toch weer een Habsburger!

In één zaak had hij niet gefaald: hij kon te Brussel aan zijn zoon de verenigde Nederlanden overdragen, bloeiende erflanden; helaas, niet één in religie, waarnaar hij altijd gestreefd had.

Zo kwam dan zijn zoon Philips II aan de regering. Hij was vóór alles Spanjaard; Spanje het land, waarom al zijn erflanden, dus ook de Nederlanden bestonden! Hij streefde naar een spaanskatholieke wereldrijk. Onze landen leefden zo onder de dreiging hun politieke vrijheid te verliezen.

Maar erger was, dat hij zich voor alles en boven alles rooms gevoelde. Ook zijn vader was „bon catholique" geiweest, maar bij deze speelden politieke overwegingen een grote rol. Zo was het bij Philips niet.

De Kerk d.i. de roomse kerk stond bij hem in het centrum van zijn denken en doen. Zijn koninklijke macht was 1 voor hem het middel, om die kerk te handhaven, te beschermen, uit te breiden.

„Over ketters te regeren was hem onverdraaglijk. Liever duizend levens, zo hij ze had, verliezen dan verandering van godsdienst te vergunnen." (Groen)

Gewetensvrijheid dulde hij dan ook niet. niet.

Deze man werd nu geplaatst in de wereld der Contra-Reformatie! Zeker, een waardig zoon der „heilige moederkerk." Het zou niet aan hem liggen als zijn kerk geen successen boekte. Althans zo meende hij.

Maar nu ontmoet hij het Calvinisme met zijn onverzettelijke kracht. Loyola en Calvijn! Reformatie en Contra-Reformatie!

Dit moest tot bloedige botsingen leiden en verhoogde activiteit van weerskanten.

Het is vooral in West-Europa, dat het Calvinisme opbloeit. Men kan hier van een gelijktijdigheid spreken: in Frankrijk, in de Nederlanden, in Schotland, in Engeland.

Zo is het dan te begrijpen, dat ook het katholicisme verzamelen blaast en tracht het Calvinisme te vernietigen.

In de genoemde landen zien wij dan ook een strijd oplaaien, die ook wel een politieke strijd is, maar bovenal een godsdienststrijd, een gewetenskamp. Al de draden van deze strijd voeren naar Madrid!

De hoofdstrijd zal gevoerd worden in de Nederlanden, nauw verbonden als het nu is met Spanje. Die strijd zal dubbel zijn: het zal gaan om de politieke vrijheid en om de vrijheid van geweten. We gaan nu achtereenvolgens de gang van zaken in opgemelde landen na.

7. Frankrijk.

1. Voor het verband der feiten moeten we even terug in de franse geschiedenis. In 1515 kwam koning Frans I, de permanente tegenvoeter van Karei V aan de regering. Ook hij had graag keizer willen worden, maar het ging hem voorbij. Sindsdien bleven ze rivalen.

Koning Frans wordt ons geschetst als een onverschillig luchthartig persoon, clie echter geen ketterjager was. Zo nu en clan liet hij wel de franse „lutheranen" (daaronder verstond hij alles wat niet rooms was-, „scheurmakers" noemde hij ze), vervolgen maar dat meende hij nu eenmaal aan de franse staatskerk verplicht te zijn.

Ook Calvijn moest, gelijk we weten, in die tijd maken dat hij wegkwam.

Een wonderlijk man. Hij beschermde cle humanisten, hoewel hij wist, clat onder hen velen overhelden naar het protestantisme.

Groot tegenstander van de Habsburger (Karei V!) steunde hij meermalen de Luthersen in Duitsland. Ook met enkele voormannen als Bucer (te Straatsburg) en Melanchton waren er contacten; al liep het op niets uit.

Veel steun ontvingen de protestantsgezinde franse humanisten van 's konings zuster Margaretha van Navarra. Wel brak zij niet met de kerk en was haar godsdienst niet van het eerste water, maar haar humanistische kring kon steeds op haar hulp rekenen. Zelfs haar hof bood zij in dagen van vervolging de bedreigden ter onderduiking aan!

2. Heel anders ging het onder de opvolger van koning Frans: Hendrik II (1547-1559). Ook uit onze vaderl. geschiedenis kennen we hem. Hij was degene, aan wie onze Willem van Oranje, toen hij in 1559 als gijzelaar aan het hof van de koning verkeerde, op handige manier het geheim wist te ontfutselen van het voorgenomen bondgenootschap tussen Philips en Hendrik, tot uitroeiing van de ketterij.

Overigens was deze Hendrik een onbeduidende figuur. Maar de vervolgingen en ketterverbrandingen waren aan de orde van de dag.

De Reformatie wies echter. Zij kreeg door Calvijn meer en meer een Calvinistisch karakter. Door brieven, geschriften en persoonlijke contacten wist hij de aanhangers tot de grootste heldenmoed aan te vuren.

Het was in deze tijd, dat de franse calvinisten de naam van Hugenoten kregen; naar men vermoedt een woord, dat „Eedgenoten" betekent.

3. Het jaar 1559 is voor cleze Hugenoten van grote betekenis geworden. Zij kwamen in dat jaar te Parijs in nationale synode bijeen.

In deze samenkomst werd een confessie aangenomen (cle Confessio Gallicana) in hoofdzaak aan Calvijn ontleend. Wie haar leest zal bemerken dat onze N.G.B. (opgesteld 1561) zeer nauw bij haar aansluit.

Ook werd naar het voorbeeld van Genève een K.O. opgesteld, maar uitgebreider.

Zoals bekend staat het gereformeerd kerkrecht cle zelfstandigheid en zelfregering (door cle kerkeraad) der plaatselijke gemeenten voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.