+ Meer informatie

OUDERLING EN ‘LEESDIENST’

7 minuten leestijd

Van verschillende kanten kwam onlangs de vraag om in Ambtelijk Contact weer eens aandacht te geven aan allerlei praktische vragen die samenhangen met diensten waarvoor geen predikant beschikbaar is.

De laatste keer dat daarover in AC geschreven werd, was in 1998 (een artikel van B. Lanting, AC 98/270). Daarvóór moet men een heel eind terug gaan om iets te vinden; K. Geleijnse schreef erover in 1974 (AC 74/87), A.C. de Geus in 1965 (AC 65/415) en F. van Smeden in 1964 (AC 64/314). Wie de jaargangen heeft bewaard, kan nu nalezen wat er toen over gezegd werd. Zou de bijna 25 jaar durende stilte rond dit onderwerp iets te maken kunnen hebben met het feit dat er veel minder leesdiensten zijn dan vroeger? Het is op z’n minst opmerkelijk! Hoe het ook zij, de dominee heeft een vrije zondag en er is geen ‘vervanger’ voor hem; of de gemeente is vacant en het is niet gelukt een dominee voor een bepaalde zondag (geheel of gedeeltelijk) te krijgen. Dan organiseert de kerkenraad een ‘leesdienst’. Het is een raar woord, maar ik voeg me maar in het kerkelijk spraakgebruik. Het zijn, als ik de pastoralia in de kerkbladen goed interpreteer, niet de meest geliefde zondagse diensten: er wordt nogal eens aan herinnerd dat ook dát ‘dienst des Woords’ is, zodat de gemeente een positieve prikkel krijgt om ter kerke te gaan.

DE VRAGEN

Er rijzen verschillende vragen bij het fenomeen ‘leesdienst’, die in dit artikel aan de orde komen. Wie leidt de leesdienst? Wat mag degene die de leiding heeft, doen en wat niet? Zijn er verschuivingen in dit opzicht waar te nemen? We proberen er in dit kort bestek zicht op te krijgen.

DE HUIDIGE STAND VAN ZAKEN

In onze kerken komt men het woord ‘leesdienst’ of ‘preeklezen’ in de kerkorde niet tegen. Wél stuit men er op bij het reglement op de kerkvisitatie: aan vacante gemeenten wordt gevraagd of er, indien er geen predikant voorgaat, uitsluitend preken gelezen worden van predikanten van onze kerken of haar wettige voorgangers of van buitenlandse kerken waarmee we in correspondentie staan. De vraag kan terecht gesteld worden of die vraag dan niet in ge-meenten gesteld hoeft te worden die een predikant ‘rijk’ zijn, maar de formulering zal wel verband houden met het gegeven dat vacante gemeenten het meest naar te lezen preken moeten omzien. Ook wordt ernaar geínformeerd wie de preken leest: een ambtsdrager of een ander gemeentelid? En ‘leidt in het laatste geval een ouderling de dienst en gaat hij voor in gebed’?

Een paar jaar geleden kwam er op de tafel van onze deputaten ‘kerkorde en kerkrecht’ een vraag over het lezen van een preek van een predikant uit de 19e eeuw. Of dat mocht? Uit de vorige alinea is het duidelijk: dat mag. Men kan zelfs nog wel verder gaan: van alle broeders, die behoorden tot een kerk waaruit de Chr. Geref. Kerken geacht worden voortgekomen te zijn, mogen preken voorgedragen worden.

Er worden dus hier en daar nog wel preken gelezen van dominees die uit een nóg eerder tijdperk stammen, maar voor zover ik weet, is dat een zeldzaamheid. Het is aan de plaatselijke kerkenraad om aan te geven wat men, gezien de geestelijke situatie van de gemeente, tot stichting acht. Wat níet mag, zo is uit de formulering duidelijk, is dat er preken gelezen worden van predikanten uit andere kerkverbanden. Daar past een kleine nuancering bij: in die gemeenten waar men samenwerking heeft met de Ned. Geref. en/of Geref. Kerken (vrijg.) kan ook uit die kring een preek gekozen worden. In die gemeenten zijn immers ook predikanten bij het voorzien in de zondagse erediensten welkom - op grond van bijlage 6 van onze kerkorde.

De overgrote meerderheid van onze kerkenraden houdt zich aan deze bepaling en heeft er ook geen behoefte aan de leespreken in een ruimere kring te zoeken. Een aangewezen preeklezer zoekt een preek waar hij geestelijk en praktisch mee uit de voeten kan, leest die thuis zorgvuldig door, zet waar nodig enkele accenten, of voegt een paar woorden toe (in alle voorzichtigheid) en draagt zo zijn kerkelijke verantwoordelijkheid met ere. Daarvoor verschijnt elke maand (behalve in de maanden juli en augustus) een viertal preken, geschreven door predikanten van onze kerken, in de serie Uit de levensbron. Bij de kerkvisitaties komt men er achter dat er zo hier en daar toch nog wel eens ‘leentjebuur’ wordt gespeeld, veelal - zo is mijn waarneming - bij de Geref. Gemeenten. Bij navraag laat de kerkenraad dan weten te weinig materiaal te kunnen putten uit onze ‘eigen’ prekenserie. Die praktijk is, waar ze heerst, weerbarstig en niet gemakkelijk terug te buigen.

DE ROL VAN DE OUDERLING

In verreweg de meeste gevallen wordt de leesdienst geleid en de preek gelezen door één persoon, één van de ouderlingen van de gemeente. Maar, zoals uit de vragen bij de kerkvisitatie blijkt, dat is niet verplicht.

In de zestiende eeuw roept de praktijk bij gebrek aan dominees om een ‘noodvoorziening’. In 1563 wordt besloten dat er een eenvoudige Schriftlezing ‘zonder enige uitlegging noch beantwoording der vragen’ zal plaatsvinden door een ouderling. In 1593 wordt, ‘opdat in de vacante kerken de dienst niet gans desolaat zij’, aan de schoolmeester toegelaten een preek te lezen (behalve datgene dat hij toch al deed, zoals voorlezen, voorzingen enz.) Hij mag ook de in het kerkboek opgenomen gebeden voorlezen (dus geen eigen gebed uitspreken!). In 1887 wordt besloten dat het voorlezen van een preek moet geschieden onder toezicht van de kerkenraad door een lid van de kerkenraad of een door hem aan te wijzen lid van de gemeente. In het laatste geval ‘opene een ouderling de dienst en doe de gebeden’.

In de gewoonten in onze kerken vindt men de sporen van deze geschiedenis terug, ook als men nagaat hoe in de 20ste eeuw de vragen bij de kerkvisitatie telkens zijn aangepast. We zullen wel niet teveel moeten zoeken achter het verschil in de vroegere formulering (de gebeden doen) en de huidige (de dienst leiden en voorgaan in gebed): vanouds is de ‘leesdienst’ immers een - laten we zeggen - sobere dienst in vergelijking met de diensten waarin een predikant voorgaat: zonder groet aan het begin en zegen aan het eind van de dienst. Zelfs zó sober dat de preeklezer hier en daar zó de kansel opging, zonder de hand van de ouderling van dienst, namens de kerkenraad, te krijgen. Een tijdje geleden hoorde ik van een gemeente in onze kerken waar dat nog maar net is afgeschaft.

VERSCHUIVINGEN

Als men het veld overziet, ziet men dat er hier en daar verschuivingen optreden. Bijvoorbeeld: wie leidt de dienst? Hoe langer hoe meer ouderlingen geven aan er erg tegenop te zien een preek te lezen (heeft dat iets te maken met verlegenheid, of met de TV/video waardoor men het gelezen woord ontwent? Merkt men meer en meer dat de gemeente na de dienst veel commentaar geeft op presentatie of verstaanbaarheid en voelt men zich te onzeker?). Anderen lezen dan de preek, maar… leiden soms ook de dienst, onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Een verschuiving tegen onze kerkordelijke gewoonten in. Het geeft weinig vragen - misschien omdat het vaak toch broeders betreft die eens ouderling waren? Anders wordt het wanneer een broeder (al of niet ouderling) een ‘eigen’ dienst fabriceert, hetgeen hier en daar ook voorkomt. Alle reden voor de classis er de vinger bij te leggen.

Nog een verschuiving, zij het in andere kerken: in de GKV is het sinds een aantal jaren toegestaan dat de ouderling die de leesdienst leidt ook de groet uitspreekt en de zegen geeft aan de gemeente. Bij ons is daar ooit een begin van studie naar gedaan (jaren ‘80, classis Apeldoorn), maar dat is kerkelijk tot op heden niet verder gekomen. Soms duikt de vraag ernaar wél op. Maar bij mijn weten houdt men zich aan de vastgestelde orde. Blijkbaar voelen we iets aan van de ‘soberheid’ van de leesdienst vanouds.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.