+ Meer informatie

COLUMN: OP DIE VRAAG HAD DE DOMINEE NIET DIRECT GEREKEND…

3 minuten leestijd

De eerste liturgische onderdelen van de eredienst waren gepasseerd: de lofliederen, de lezing van de Tien Woorden, het gebed om de opening van het Woord en de lezing van de Schrift.

Zoals altijd kwamen de kinderen, alvorens naar de nevendienst te gaan, nog even naar voren om in verkorte vorm en in woorden en begrippen op hun niveau, te horen waarover het in de preek zou gaan. De gemeente luistert daarbij altijd graag toe, omdat kinderen—gevraagd of ongevraagd—op wat gezegd wordt soms op treffende wijze reageren.

Het ging deze morgen over de liefde, over het liefhebben van de Here God en zijn Zoon Jezus, die ruim 2000 jaar geleden op deze aarde was om mens en wereld met God te verzoenen. Wat liefde tot God en Jezus is, werd door door dominee geduid met voorbeelden van liefde binnen de menselijke verhoudingen.

En toen gebeurde het…

Een van de jongsten op de voorste bank interrumpeerde op enig moment, met een heel wezenlijke vraag. “Maar dominee”, klonk het, “hoe kan ik nou houen van iemand die ik nog nooit gezien heb?” Er ging een licht gemurmel door de kerkzaal. En de dominee leek even van de wijs gebracht. Een kind stelde hier een op het eerste gehoor simpele vraag, één waarachter wel een diep geloofsgeheimenis schuilgaat. Een vraag waaraan ook de bijbel niet voorbijgaat.

De vraag werd onderwerp van gesprek in de eerstvolgende kerkenraadsvergadering.

Zij, die vraag dus, had in de samenkomst van de gemeente kennelijk even de vanzelf-sprekendheid waarmee over Jezus en ons liefhebben van Hem wordt gesproken en geschreven, doorbroken. We zijn binnen de lichtkring van het Evangelie geboren, gedoopt, in gezin en door onderwijs van de kerk wegwijs gemaakt in de christelijke geloofsleer, volwassen geworden en verbonden gebleven met de tradities van de kerk. We zetten ons met toewijding in voor allerlei kerkelijke en christelijke doelen en aan offervaardigheid ontbreekt het ons niet. we houden het erop dat het christelijk geloof uniek is en in onze wereld het “alleenvertoningsrecht” heeft, al knaagt vandaag aan velen de vraag -denkend aan miljoenen en nog eens miljoenen medemensen- hoe andere geloofstradities zich tot het christelijk geloof verhouden en onder welk oordeel van God deze vallen. We zingen op praise-avon-den opwekkingsliederen, met dreunend orgel en soms begeleid door combo-muziek, dat we van Jezus houden. Maar wat bepaalt die liefde, waaruit komt zij op en welke diepte heeft ze? Van iemand houden die je nooit persoonlijk hebt ontmoet, met wie je nooit oog in oog hebt gestaan… Wat voor liefde is dat dan? Een kinderlijke vraag die niet zomaar van een antwoord is te voorzien.

De gedachtenwisseling tussen de broeders mondde uit in het verzoek aan de dominee om de vraag op te pakken en op korte termijn een preek te houden over 1 Petrus 2:8 “Hem hebt gij lief zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke vreugde.” De preek is toegezegd. En er wordt naar uitgezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.