+ Meer informatie

DE OUDERDOM IN BIJBELS PERSPECTIEF

10 minuten leestijd

Ouderdom in onze maatschappij

Het is me een voorrecht en genoegen om deze lezing in de lokatie Naarderheem te mogen houden. Onze moeder heeft hier van 1975 tot aan haar sterven in 1983 gewoond. Wij zijn als haar kinderen dankbaar voor de goede zorg die zij hier heeft ontvangen. Vandaar dat ik hier een wederdienst verricht.

In de uitnodigingsbrief staat: In onze cultuur wordt ouderdom vaak op één lijn gezet met aftakeling en gebrokenheid. Maar vanuit de bijbel worden andere invullingen gegeven aan de ouderdom. Daarin is meer positieve waardering voor de rijpere mens.

Juist vanwege deze tegenstelling tussen het klimaat in onze samenleving en het bijbelse denken is het goed heel kort er op in te gaan hoe er tegen ouderdom in onze maatschappij wordt aangekeken.

Oudere en jongere ouderen

We willen onderscheiden tussen ouderen die nog niet aan het dementeren zijn en ouderen voor wie dat wel het geval is. Met mensen uit de laatste groep is het moeilijk te communiceren. Daarom zullen onze woorden en handelingen aangepast en afgestemd moeten worden op hun situatie.

In onze samenleving wordt onderscheiden tussen jongere ouderen van 55-70 jaar en oudere ouderen van 70 jaar en daarboven. Deze laatsten zijn er fysiek, mentaal en psychisch over het algemeen minder goed aan toe dan de eersten. Zij hebben ook een andere herinnering aan het verleden. Zij hebben twee wereldoorlogen meegemaakt, althans velen van hen. Zij weten van de economische ontwikkelingen na de oorlog, terwiji de crisis van de dortiger jaren hun nog goed voor ogen staat.

De jongere ouderen hebben meer opieiding gehad. Zij hebben meer genoten van de sociale vooruitgang, van de verzorgingsstaat. Zij zijn mondiger geworden en kennen hun rechten. Zij besteden meer aandacht aan hun uiterlijk en aan vakantie.

Deze laatste groep profiteert van meer positieve aandacht voor de ouderen. De 55-plussers zijn in hun derde levensfase en voelen zieh - althans veelal - aan de goede kant van het leven staan.

Ze zijn niet langer producent, maar belangrijk als consument. Als zodanig zijn ze ook reclame-object (hoe lelijk dat woord ook klinkt). Ze zijn voor politici belangrijk en tevens voorwerp van zorg.

Deze waardering voor de oudere mens doet mee in de cultuuromslag. Ze willen genieten. Het hedonisme gaat hun niet voorbij. Het leven moet goed en mooi zijn. Wie echter niet meer kan genieten, verliest zijn betekenis. Voor velen is het leven dan niets meer dan de schil van de vrucht, waarvan het sap is opgebruikt. Men kan de schil, in dit geval het leven, weggooien.

Hier zie ik juist het verschil met de bijbelse waardering van de ouderdom.

De bijbel over de oudere mens

De bijbel spreekt positief over de ouderdom. Ik noem enkele teksten.

Psalm 92:15: Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen. Fris en groen zullen zij zijn; om te verkondigen dat de HERE waarachtig is, mijn rots in wie geen onrecht is.

Spreuken 16:31: De grijsheid is een sierlijke kroon. Zij wordt op de weg der gerechtigheid gevonden.

Spreuken 20:29: Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden glorie is hun grijsheid. Zie ook Job 12:12.

Van Abraham (Genesis 25:8) en van Job (42:17) wordt gezegd dat zij van het leven verzadigd stierven. Daarin ligt ook een uitspraak over hun ouderdom, en hoe zij die beleefd hebben.

Men leze in Genesis 49:33 hoe Jakob zijn voeten terugtrok op het bed en, zo mogen we geloven, in vrede stiert, nadat hij zijn zonen bevelen had gegeven.

We komen rond de gebeerte van Christus Simeon en Anna tegen (Lukas 2:25-39). We denken aan de blijde levensavond van Naomi (Ruth 4:14-17).

Psalm 71 is bij uitstek een psalm voor de ouderdom. Hij is ook geschreven in de ouderdom. Men lette erop hoe de dichter teruggaat naar zijn jeugd (vers 5 en 6) en dan over zijn ouderdorn spreekt in vers 9. In vers 17 en 18 grijpt hij opnieuw terug op zijn jeugd. Aan Gods zorg van toen af ontleent hij de vrijmoedigheid ook nu om Gods bijstand te bidden. Merkwaardig dat liij dat doet in het woord: niet verlaten. Zit de sclirik van de ouderdom niet juist in het zich verlaten gevoelen?

Er is nog iets dat mij in deze psalm treft: de dichter herinnert aan het verladen. Hij maakt dat, bij wijze van spreken, nog eens door. Hij maakt dat voor nu en straks productief. Hij heeft ervan geleerd en neemt die les mee naar de toekomst.

Drie aspecten

Ouderdom in bijbels perspectief betekent vooral drie dingen.

- Dankbaar terugzien; niet in bitterheid. God heeft geholpen en blijft in de ouderdom Dezelfde. Daar moet wel om gebeden worden.

- Ouderdom heeft iets van de oogsttijd. Deze wordt binnengehaald doordat het verladen productief wordt gemaakt, voor de mens zeit en ook voor anderen. Het is opmerkalijk dat Psalm 71 en Psalm 92 Spraken over hat verkondigen aan anderen. Zij willen anderen erin doen delen.

- Er zit in de ouderdom ook hat vooruitzien, vooral als derde aspect na da beleving van de zojuist genoemde twee. Losgemaakt worden en zichzelf losmaken, onthachting an onthaasting, waardoor je voorbareid wordt op de eeuwigheid.

De taak van de pastor

Wat is nu de pastorale taak? Mensen begalaiden en halpen deze drie aspecten te belaven. Ik wijs op enkele arvaringen die tegengestald zijn aan het zojuist ganoemde. Een pastor zal daarop attent zijn en trachten het negatieve om te zatten in het positieve.

Soms treffen we aan:

- Weemoed om het wegvallen van leaftijdsgenoten; om het niet kunnen vasthouden van mooie dingen.

- Ondankbaarheid om wat iemand maent te kort gekomen te zijn. Man vergalijkt zich met de rijkdom van kinderen an vooral van klainkinderen. Dat alles hebben wij gemist. Zie eens hoe royaal ze het nu hebben. Hat lijkt wel of het niet op kan. Sommige ouderen spreken daarover in bitterheid.

- Onvrede vanwege datgene waarin men zelf te kort geschoten is; schuld die tegenovar mensen niet ongedaan gamaakt kan worden. Men zou nog eens met vader of moeder willen spreken. Zeg dan als pastor: Als God u vergeeft, dan zouden vader en moeder u stellig ook willen vergeven.

- Angst voor het sterven: hat gericht van God en de doodsstrijd; vrees vanwege mijn eindighaid en beperktheid.

We komen soms ook ean houding tegen van:

- Krampachtigheid. Het levan willen vasthouden: niet oud willen worden of lijken. Dank aan da manier waarop sommige oudere vrouwen slank en Jong willen lijken als de dochtar; het liefst nog als da klaindochter. Kleding, gepraat en gedrag verraden een kramphouding.

- Geen rust vinden omdat men zich inspant, anders maar niet minder dan vroeger. Een extra psychische belasting.

- Nog willen inhalen wat men gamist heaft. Het kan nog.

Gelouterd

Da pastor heeft vooral te wijzen op de harmonie die opgeslotan ligt in de verzoening met God en in de vrede die Hij geeft (Filippanzan 4:4-7).

Dan komt er iets van het gelouterd, gerainigd en geheiligd zijn. Dat bewerkan we niet uit onszelf. Dat doat God in ons. De pastor mag daarbij begeleider zijn, wegwijzer, gids en vriend.

We lezen in 1 Petrus 1:9 over hat bereiken van het einddoel des geloofs. Daarmee wordt niat enkal bedoeld de eindstreep, maar ook de groei naar de volle maat, de knop die in de bloem openbloaeit.

Zo de genade van God venwerken in een dankbaar leven. Elke dag is een geschenk en tegelijk ook voorbereiding. Zo geniat men van de oogst en brengt die als een dankoffer aan God. Vooral ook door met anderen erover te spreken en hen erin te doen delen.

Ik denk aan teksten als 1 Timotheüs 4:7, 8 en Titus 2:12,13.

Het wordt voltooid

We gaan terug naar ‘Het is volbracht’ (Johannes 19;30) en zien uit naar “Het wordt voltooid”.

Voor dit vooruitzien hebben we te weinig oog gehad, zeg ik vanuit mijn eigen ervarlng. We zagen dikwijls alleen achterem. Hoe nodig dat ook is, wij moeten en mogen vooruit zien. Daaraan ontlenen we moed en kracht. Zo hebben we perspectief.

Een gebedsgroep

Ik wijs nog op het bijeenbrengen van ouderen in een (kleine) gebedsgroep; vanuit een bijbelgedeelte samen bidden. Alleenwonende ouderen hebben er behoefte aan dat iemand met hen bidt. In onze gemeente vroeg een zuster, die nog enkele maanden te leven had, of er elke avond iemand wilde komen om een stukje te lezen en met haar te bidden. Dat hebben we gedaan, tot aan haar sterven.

Voorzover de kracht daarvoor toereikend is, kunnen we ook denken aan vrijwilligerswerk door ouderen. Natuurlijk niet meer dan ze kunnen, maar ook niet minder.

Bij demente bejaarden zijn de mogelijkheden zeer gering. Van Samuël Pfeiffer heb ik geleerd ook met kleine dingen, met kleine stappen in het pastoraat tevreden te zijn en er God voor te danken.

Een warme handdruk, een zachte streling, een woord dat vanuit het verleden bekend is of een vers dat herinneringen oproept, passen in deze pastorale zorg.

Welk een voorrecht is het om te mogen weten dat de HERE niet laat varen het werk dat zijn hand is begonnen.

Ritualen

In de bespreking kwam de vraag naar voren of we bij oude mensen niet meer met rituelen moeten werken. Deze zouden mijns inziens moeten aansluiten bij het verleden.

Zelf denk ik aan de mogelijkheid om de avondmaalsbeker en de brood-schotel zichtbaar aanwezig te doen zijn en daarop in een pastoraal gesprek te wijzen, ook als het avondmaal niet bediend wordt. Datzelfde mag gelden van de schaal waarin het doopwater wordt gedaan. Dat kan alleen als we met ouderen bij elkaar zijn. Toch ovenwege men op welke wijze in onze kring het zichtbare ook voor ouderen, zelfs voor dementerenden kan functioneren.

Ik denk ook aan het geven van de zegen. Reeds vele jaren heb ik bij pastorale zorg aan stervenden laatste gesprekken afgesloten met het uitspreken van de zogen. Nooit zai ik vergeten hoe mensen die zegen voor het laatste stukje van de weg als een weldaad beleefden.

Ik vraag me nu af of ik als pastor na het bezoek aan ouderen die op hun kamer verblijven en niet verder komen, de zegen niet zou mogen geven.

Ik weet: in onze kerken is de zegen verbonden aan de Woorddienst en aan de aanwezigheid van een medebroeder. De dominee beschikt niet over de zegen als een persoonlijk geschenk. Toch mag hij zich, ook als hij alleen is, dienaar van Christus weten. Wij zullen naar bevind van zaken, dat is in dit geval naar wat mensen nodig hebben en wat God hun gunt (dat is het allerbelangrijkste), mogen handelen.

Het bijbelse perspectief is volstrekt anders dan dat van onze geseculariseerde samenleving. Daarom vragen wij eerbied voor de ouderdom. Het is het vijfde gebod dat ons tot betrachten van respect en eerbied roept.

Perspectief is er voor eeuwig.

Ik sluit af met de woorden van Psalm 73:25-28:

Wie heb ik (nevens U) in de hemel?

Nevens U begeer ik niets op aarde;

al zou mijn vlees en mijn hart bezwijken,

mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig.

Want zie, wie verre van U zijn, gaan te gronde,

Gij verdeigt al wie overspelig U verlaat,

maar mij aangaande, het is mij goed nabij

God te zijn, de Here HERE heb ik tot mijn toevlucht

gesteld, en ik wil al Uw werken verteilen.

Deze woorden lezen we graag na een gesprek met oude mensen.

Lezing gehouden voor hen die pastorale zorg besteden aan de bewoners van de Gooimeenttehuizen.

De bijeenkomst vond plaats in Naarderheenn, Sussum, op 10 november 1998.

De tekst van de toespraak is niet gewijzigd. Er kamen enkele persoonlijke herinneringen in voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.