+ Meer informatie

IK ZAT IN DE GEVANGENIS… Over pastoraat aan gemeenteleden die gevangen zitten

7 minuten leestijd

Regelmatig krijg ik als justitiepredikant de opmerking: ‘het werken als dominee in de gevangenis is toch wel heel wat anders dan werken in de gemeente’. En dan geef ik vaak als antwoord: ‘als we eerlijk zijn, dan moeten we toch zeggen dat we allemaal boeven zijn?’ En daar bedoel ik eigenlijk mee dat pastoraat aan ingeslotenen niet wezenlijk anders is; we zijn immers allemaal mensen! Natuurlijk, de problemen in de gevangenis zijn uitvergroot, maar als je dieper doorvraagt, zitten er dezelfde worstelingen achter waar heel veel mensen mee zitten. Iemand heeft pastoraat in de gevangenis wel eens vergeleken met een vergrootglas. De problemen zijn hetzelfde, alleen meer uitvergroot.

ALSOF U SAMEN MET HEN GEVANGEN ZAT

Hoe benader je nu gevangenen? Een belangrijk basisprincipe voor pastoraat, en dus ook voor het pastoraat aan gevangenen, is dat wij ons niet verheven voelen boven de ander maar dat we ons met hen verbonden weten. In Hebreeën 13:3 staat het heel mooi: ‘bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat’. Hoewel de problemen in de gevangenis uitvergroot zijn, zijn we allemaal mensen die worstelen met de zonde en de gebrokenheid van deze wereld. De Here Jezus zelf kijkt ook niet neer op gevangenen, maar identificeert zich zelfs met hen: ‘ik zat in de gevangenis’ (Mat. 25). Het is een roeping van de kerk om te zien naar de mensen aan de rand van de samenleving en dus ook oog te hebben voor gevangenen.

Een houding van verbondenheid verwondert de ingeslotenen vaak en daardoor ontstaat er een opening om diep met elkaar te spreken over de dingen die er gebeurd zijn en te kijken naar de toekomst. Terwijl veroordeling er dikwijls voor zorgt dat contacten niet tot stand komen of uiteindelijk doodlopen.

Het is een uitdaging om als kerk na te denken wat je voor hen kunt doen. In dit artikel zal vooral gesproken worden over gemeenteleden die in de gevangenis zitten: ‘in wat voor wereld zijn ze terecht gekomen en wat kun je als kerk/ambtsdrager dan betekenen?’

Laten we wel beseffen dat onze roeping breder ligt dan alleen ‘onze’ gemeenteleden. Een mooi voorbeeld is een vrijwilligster in Zoetermeer. Ze meldde zich bij mij aan nadat ze in een andere gevangenis een familielid opzocht. Ze zag al die andere mannen in de bezoekzaal en ze vroeg God of ze misschien meer kon betekenen voor deze groep mensen die we normaal gesproken niet in het oog hebben…

EEN GEMEENTELID IN DE GEVANGENIS?

Uiteraard moet er in zo’n geval aandacht zijn voor de directe familie, als die er is. Ook zij hebben pastorale zorg nodig. Het is heel heftig als je partner, kind, broer of zus in de gevangenis belandt. Laten we hen niet vergeten. Het is ook goed om te weten dat een organisatie als Gevangenenzorg Nederland vrijwilligers inzet speciaal voor de familie van… Vaak wordt deze aandacht zeer op prijs gesteld!

BEPERKINGEN

Het is een schok als je te horen krijgt dat iemand uit je gemeente in de gevangenis zit. Wat is er gebeurd? Als iemand net is opgepakt, is het vaak niet mogelijk om hem of haar in de gevangenis te bezoeken of een kaartje te sturen. Zolang het onderzoek nog loopt, kan de rechter namelijk beperkingen opleggen voor contact met de buitenwereld. Deze periode van beperking verschilt per situatie. Soms duurt het een paar dagen, soms weken of zelfs maanden.

In die periode kun je eigenlijk alleen maar bidden, omdat direct contact onmogelijk is. Onderschat dat bidden niet. Als men tijdens die beperkingen op zichzelf is aangewezen, bijna 24 uur tussen vier muurtjes zit, is er veel tijd voor bezinning. Heel vaak zijn er in deze periode goede contacten met de justitiepredikant van wie men wel bezoek mag ontvangen. God kan deze moeilijke periode gebruiken om mensen tot zichzelf te laten komen.

HUIS VAN BEWARING

Als de zogenaamde ‘beperkingen’ zijn opgeheven moet men wachten tot de zaak voorkomt bij de rechter. In die periode zit men in het Huis van Bewaring. Sommigen weten binnen een paar weken waar ze aan toe zijn, maar het onderzoek van justitie kan ook maanden tot meer dan een jaar in beslag nemen.

Als de beperkingen zijn opgeheven is contact met de buitenwereld weer mogelijk. De familie en vrienden mogen op bezoek komen, telefonisch contact is mogelijk (al worden alle gesprekken wel opgenomen en mogelijk afgeluisterd) en men mag post ontvangen (wat ook eerst bekeken wordt door de beveiliging).

In deze periode kan de kerk zich actief bekommeren om de ingeslotenen. Het meest eenvoudig is het sturen van een kaartje of brief. In deze onzekere, vaak ook eenzame periode, doet het heel goed om te merken dat er aandacht voor hen is. Kaartjes worden meestal dankbaar op het prikbord van de cel opgehangen. Het is heel belangrijk dat de kerk in deze periode betrokkenheid laat zien, omdat heel veel mensen het juist in zo’n tijd laten afweten. Vaak hoor ik van ingeslotenen: ‘dominee, nu weet ik pas echt wie mijn vrienden zijn…’.

Het is goed om te beseffen dat in het Huis van Bewaring mensen nog ‘verdachten’ zijn. Het kan ook gebeuren dat mensen onschuldig vast zitten. We moeten dus voorzichtig zijn met ons oordeel.

AMBTELIJK BEZOEK

Het bezoeken van gemeenteleden aan ingeslotenen is niet vanzelfsprekend. Iedereen heeft in het Huis van Bewaring en de gevangenis recht op tenminste één uur bezoek per week. Meestal komt dan de directe familie op bezoek. Men kan tijdens dit bezoekuur ook bezoek ontvangen van de kerk, maar men doet dit niet zo vaak omdat dit ten koste gaat van het andere (familie)bezoek. Het is wel mogelijk om, als de gedetineerde dit zelf (!) wenst, via de justitiepredikant een ambtelijk bezoek te regelen. Dit ambtelijk bezoek geldt voor ambtsdragers (predikanten, ouderlingen). Zij kunnen via bemiddeling van de justitiepredikant, buiten het ‘normale’ bezoekuur langs komen. Meestal krijgen ze dan een advocatenkamertje toegewezen waar in alle rust met elkaar gesproken kan worden. Er is ruimte om van hart tot hart met elkaar te spreken, te bidden en Bijbel te lezen (als dit passend is). Niet iedere gevangene staat hiervoor open, maar meestal is men dankbaar voor deze mogelijkheid.

Iedereen in detentie heeft de mogelijkheid om naar de wekelijkse kerkdienst of gespreksgroep te gaan en persoonlijke gesprekken te voeren met de dominee van de plaatselijke gevangenisinrichting. Toch is het van grote betekenis als de eigen dominee of ambtsdrager af en toe op bezoek komt. Meestal moedig ik dit soort ambtelijke bezoeken van harte aan.

In sommige situaties kan het beter zijn om afstand te houden. Dan denk ik met name aan loyaliteitsconflicten. Een dominee of ouderling kan ook verantwoordelijk zijn voor de geestelijke begeleiding van slachtoffers van de ingeslotene (soms is dat de eigen familie, denk aan incestslachtoffers). Uit pastorale overwegingen kan het dan verstandig zijn om goed na te denken wie de slachtoffers begeleid en wie zich ontfermt over de dader die in de gevangenis zit. Overleg met de plaatselijke justitiepredikant is dan ook verstandig.

Wat voor keuze er ook gemaakt wordt, het is belangrijk dat het gemeentelid dat ingesloten is, merkt dat er een gemeente is die naast hem/haar staat. Dat ze niet worden vergeten en afgeschreven!

GEVANGENISTIJD

Als iemand schuldig is bevonden en de rechter de straf heeft uitgesproken, gaat men zo spoedig mogelijk naar een gevangenisafdeling. Het kan zijn dat dit een andere afdeling is in dezelfde inrichting, of dat men overgeplaatst wordt naar een andere inrichting. Hier moet men de straf gaan uitzitten.

Zeker als de straf lang is, komt het er op aan om trouw te zijn. Groot respect heb ik gehad voor een collega-dominee die in Zoetermeer elke maand trouw op bezoek kwam bij ‘zijn’ gemeentelid. Hij sloeg echt geen maand over. Hij hield dit vol, ook toen het meer dan een jaar duurde! Die trouw is erg belangrijk, want hoe langer een straf duurt, hoe meer mensen er afhaken. In onze trouw laten we iets zien van de trouw en het geduld van onze God.

NA DE DETENTIE

Men zal, afhankelijk van de strafduur, ook weer plannen maken voor de toekomst. Als kerk kun je dan meedenken en kijken wat je kunt betekenen. Dat is een grote meerwaarde van de kerk. Waar de taak van al het gevangenispersoneel (en ook van de justitiepredikant) eigenlijk stopt als men de poort van de gevangenis verlaat, daar kan de kerk doorgaan. Juist daarom is pastoraal contact van de gemeente tijdens de detentietijd van enorme betekenis! De waarde van de kerk mogen we niet onderschatten. Na een gevangenisperiode is het moeilijk om een plek te vinden in de samenleving. Heel vaak heeft men de neiging om terug te vallen in oude (verkeerde) patronen omdat geen band met de samenleving ervaren wordt. Juist daarin kunnen we als kerk een verschil maken. In de kerk, het lichaam van Christus, hebben we allemaal ons plekje. We weten ons met elkaar verbonden, door Christus die ons heeft liefgehad. En zoals Christus ons aanvaard heeft, mogen ook wij elkaar aanvaarden (Rom. 15:7).

Ds. Plantinga (1974) is in 2008 vanuit de CGK ’s-Gravenhage-West uitgezonden als justitie-predikant in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.