+ Meer informatie

We oordelen misschien niet, maar we tellen wel

6 minuten leestijd

„ Volgens het grootste protestantse kerkgenootschap in Amerika, de Southern baptists, gaat 46,1 procent van de inwoners van de staat Alabama naar de hel." Dit is de eerste zin van een krantebericht, overigens niet uit het Reformatorisch Dagblad. Een schokkende mededeling, die afschuw wekt. Door de Southern baptists is precies nagegaan hoeveel mensen in Alabama "bornagain-christenen" zijn. Men concludeerde dat 1.860.000 mensen moeten worden aangemerkt als "niet-gered". Hoe zijn de baptisten aan dit getal gekomen? Ze stellen dat wie Jezus niet in zijn hart aanvaardt, niet gered zal worden. De tellers zijn ervan uitgegaan dat hoe dichter iemands geloof bij dat van de zuidelijke baptisten komt, hoe meer kans op redding er is. Op die grond worden Joden, moslims en boeddhisten al direct afgeschreven. Over de boze reacties die ze kregen, maakten ze zich niet druk. Mensen horen nu eenmaal niet graag dat ze naar de hel gaan, redeneren de baptisten.

Wat tellen wij?
Mijn reactie op dit bericht -en misschien ook wel de uwe- was: hoe durven ze! Een mens mag toch niet op Gods rechterstoel gaan zitten en oordelen over de genadestaat van anderen. Wij, mensen van de gereformeerde gezindte, zouden zoiets niet in ons hoofd halen. Wij weten toch veel te goed dat het de Heere is die het oordeel toekomt. Toch, al oordelen we niet, we tellen wel. Wat dan? Dopelingen? Nee, want elk kind van belijdende ouders wordt gedoopt. En dat is geen teken dat ze behouden zijn, dat weten we veel te goed. Jongelui die belijdenis doen? Die tellen we wel, maar meer om te weten met hoeveel leden de gemeente uitgebreid wordt. Dat ze ja hebben gezegd, wil niet zeggen dat ze de Heere Jezus werkelijk nodig hebben gekregen. Als het goed is hopen en bidden we wel dat ze het ware geloof (leren) kennen. Avondmaalgangers dan? Ja, die worden ook wel geteld. Die aantallen gaan soms het land door, vormen gespreksstof bij de koffie, worden genoemd in een interview. Vijftien avondmaalgangers op 1500 kerkmensen. De een vindt dat bedroevend, de ander normaal. Of, het omgekeerde: vijftien zittenblijvers op net zo'n volle kerk. Dat kan echt niet. Zijn we in het eerste geval ook bewogen met allen die niet aangaan, met onszelf? Nee, we oordelen natuurlijk niet. Maar welk getal, of welke verhouding zou nu eigenlijk wel onze goedkeuring hebben? Of hangt dat af van het kerkverband dat we op het oog hebben? Of van de plaatselijke gemeente?

Uiterlijkheden
Omdat we nu eenmaal niet over het hart kunnen oordelen, letten we vooral op uiterlijke dingen. Opvallend is dat de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs daarbij steeds meer als maatstaf gaan dienen. Als het gaat over verstarring en verrechtsing, dan worden algauw de regels die op bepaalde scholen gelden genoemd: kleding, haardracht, het moeten tekenen van een identiteitsverklaring, een hoed op bij de openingsbijeenkomst. Als het gaat om verwatering staan er weer andere scholen model: kleding, haardracht, het juist niet hoeven tekenen van een identiteitsverklaring. Sommigen slagen er zelfs in een rangorde vast te stellen van degelijkheid. Ik vraag me wel één ding af: zouden die leerlingen van de ene categorie scholen nu werkelijk zo veel "beter" zijn dan die van de andere categorie?

Persoonlijk
Ook op het gebied van uiterlijkheden tellen we. Hoe veel vrouwen hadden geen hoed op bij de opening? Hoe veel meisjes dragen buiten schooltijd een lange broek? In hoe veel gezinnen staat tv? Hoe veel leerlingen luisteren naar popmuziek? Hoeveel mensen zijn voor of tegen de vrouw in de politiek? Aan de hand van deze gegevens menen we ons toch een aardig beeld te kunnen vormen van de mate van degelijkheid. Ik bestrijd niet dat de verwereldlijking een sluipend kwaad is, dat onze gezinnen steeds meer aantast. Maar ik ben erg bang voor de gedachte dat het enige dat we kunnen doen is die secularisatie intomen door strakke regels te stellen en door scherp op te letten wie er zich aan houdt en wie niet. Wij zullen nooit zo ver gaan als de Amerikaanse baptisten door precies in cijfers uit te drukken hoeveel mensen er verloren zullen gaan. We hoeven ook niet in aantallen te denken; het gaat om ieder mens persoonlijk. Als er een begrafenis plaatsvindt waarop vrijmoedig getuigd mag worden dat de overledene uit genade een goede ruil heeft gedaan wordt dat -gelukkig- vaak doorverteld. Vooral als het jonge mensen betreft. Maar realiseren we ons wel dat het bij heel veel andere begrafenissen zo angstig stil blijft? Er klinkt slechts een waarschuwing voor degenen die rond het graf staan, voor wie het nog niet te laat is om God te zoeken. Als we die begrafenissen eens zouden tellen? Huiveringwekkende gedachte. We kunnen door-en-door reformatorisch zijn en toch zonder God leven. En als het dan sterven wordt?

Te hard
Mensen horen nu eenmaal niet graag dat ze naar de hel gaan, redeneren de baptisten. Dat geldt niet alleen voor wereldse Amerikanen, maar ook voor bijbelvaste, degelijke, reformatorische Nederlanders. Het klinkt zo hard. Zou dat ook niet komen doordat we diep in ons hart menen dat het toch wel een èrg zware straf is voor degelijke mensen? We horen elke zondag dat er een middel is om die welverdiende strafte ontgaan. Door onze Heere Jezus Christus, die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing geschonken is. (Zondag 6) Het belangrijkste wat daarbij in de weg staat, zijn we zelf Er gaan geen mensen verloren omdat het zo'n geesteloze tijd is, of omdat God Zijn hand zo stil houdt, maar door het ongeloof We geloven God niet als Hij zegt dat we zonder prijs mogen kopen. We verdienen het ten diepste liever zelf Maar de Heere kan ons daar vanaf brengen. Als Hij ons laat zien dat we met al onze gerechtigheden niets meer verdienen dan de hel, wil Hij ons ook tonen dat Christus nedergedaald is ter helle, en ons van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft. (Vraag 44, Catechismus) Dan worden we geteld, als in Israël ingelijfd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.