+ Meer informatie

De ontwikkeling van een onstuimige atheïst

Psychiater dr. Frank van Ree: Ik heb meer oog gekregen voor de grenzen van mijn denken

13 minuten leestijd

Zijn vader had een diepgewortelde afkeer van het christelijk geloof, waarvan hij radicaal afstand had genomen. Frank van Ree ging op die weg verder, zij het langs een ander spoor. Hij sympathiseerde met de provobeweging, propageerde het marxisme en boeddhisme en was berucht vanwege zijn grove taalgebruik. Van het laatste is weinig meer te merken. De licht ontvlambare psychiater kwam tot rust. Zijn jongste boek is een appèl op vakgenoten om meer aandacht te besteden aan de levensbeschouwing van patiënten. Een opmerkelijk pleidooi van een overtuigde agnost.

Negen jaar geleden legde dr. Frank van Ree in het autobiografische "Dicht op de huid" rekenschap af van zijn turbulente leven. Een leven dat gestemp eld werd door een autoritaire vader, chirurg van professie, die het niet kon zetten dat zijn zoon de psychiatrie verkoos boven de snijderij. De geest was voor hem niet meer dan een product van de stof. De laatste woorden die de door een beroerte getroffen arts uitte, waren aan zijn zoon gericht: "Nu gaat de lampoot dood. Het is mooi geweest."

In de decennia die erop volgden, probeerde Frank van Ree zich aan de invloed van zijn vader te ontworstelen. Voor een deel door hem te imiteren. Grof en ongenuanceerd hekelde hij de misstanden die hij in de psychiatrie aantrof. Meer dan eens ontging hem daardoor een professoraat. Met het schrijven van zijn autobiografie zette Van Ree een streep onder het verleden. Sindsdien bleef het lange tijd rustig rond de inmiddels 73-jarige specialist. Met zijn jongste publicatie, die eind juni verschijnt, doorbreekt hij de stilte. Als motto gaf de veelbesproken psychiater zijn 27e boek een woord van Blaise Pascal mee. "De laatste stap van het verstand is te erkennen dat er oneindig veel dingen zijn die het te boven gaan; het is door en door zwak als het niet tot deze kennis komt." Een opmerkelijk keuze voor iemand die jarenlang overtuigd atheïst was.

De psychiater uit Bennebroek beschouwt "Levensbeschouwing en psychiatrie" als een gerijpte vrucht. "Vanaf mijn aantreden in de psychiatrie heb ik het gevoel gehad dat het waanzin is om je voor andere levensbeschouwingen af te sluiten. In het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang heerste een, ik mag wel zeggen, kerkelijke dictatuur. Daar heb ik me enorm tegen verzet. Tegelijkertijd waren degenen die ertegen streden in het algemeen fanate atheïsten, die evenmin toegankelijk waren voor andere opvattingen.

Ik heb altijd gezegd dat het absurd is om het levensbeschouwelijke aspect, ongeacht of dat christelijk, islamitisch, boeddhistisch of materialistisch van aard is, buiten de psychiatrische behandeling te houden. Het probleem voor mij was echter dat ik zelf levensbeschouwelijk aan een soort dwaaltoc ht bezig was. Het is verschrikkelijk moeilijk om helder over dit onderwerp te schrijven, als je nog geen duidelijke stelling hebt ingenomen. In de tweede plaats zat ik met een aantal persoonlijke beschadigingen. Het schrijven van "Dicht op de huid" was voor een belangrijk deel een ontlading van allerlei problematiek waarmee ik zat. Die moest als het ware eerst bezinken. Pas toen was ik in staat dit boek te schrijven."

De wilde kreten zijn veranderd in een bezonken oordeel?

"Dat denk ik ja. Ik ben nóg een emotioneel mens, maar de agressie is eruit. Die agressie hing samen -ik bedoel dat niet als rechtvaardiging- met de twee oorlogen die ik meegemaakt heb: de oorlog thuis en de wereldoorlog. Mijn verwoording van tal van zaken was voor een deel een projectie van dat verleden. De manier waarop de elektroshock destijds in Vogelenzang werd toegepast, was onmenselijk. Ik vertaalde dat door de mensen die eraan meewerkten vuile SS'ers te noemen. Dat was natuurlijk onzinnig, maar hun gedrag herinnerde mij aan de SS, en aan mijn vader, die heel heftig tegen mijn moeder kon uitvaren. Met name als een patiënte agressief benaderd werd, bracht dat mij meteen in de sfeer van thuis terug en reageerde ik paradoxaal genoeg in de taal van mijn vader. Nu begrijp ik dat mensen daar moeite mee hebben gehad. Ik heb het idee dat ik wijzer geworden ben. Dat felle, zwart-witte is veranderd in een genuanceerder denkpatroon en gevoelsleven. Als ik me niet vergis is dat ook in mijn nieuwe boek zichtbaar."

Komt het niet wat aan de late kant? In de psychiatrie is al veel meer aandacht voor levensbeschouwing dan tien jaar geleden.

"Dat is zo, maar in de opleiding wordt er nog steeds niet over gesproken. Pas sprak ik een psycholoog die net officieel geregistreerd is als psychotherapeut. Ik vroeg hem: "Wat heb jij nou meegekregen over godsdiensten en levensbeschouwingen?" Niets! Een afgestudeerd, gespecialiseerd, geregistreerd psychotherapeut! Geen woord over religie gehoord, in de hele opleiding. Dat is toch vergaand. Iemand die werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg moet in mijn ogen kennis hebben van de grote religieuze stromingen en levensbeschouwingen. Anders maak je vroeg of laat blunders.

Een assistent op Vogelenzang had wekenlang gesprekken met een patiënte die steeds over suïcide begon. Toen ik hem naar het geloof van die mevrouw vroeg, moest hij het dossier raadplegen. Ik was witheet. Hoe kun je met iemand over suïcide praten, als je niet weet wat de dood voor die persoon inhoudt? Denkt die dat-ie in een zwart gat valt, dat-ie naar de hemel gaat, dat-ie na de dood z'n familie terugziet...? De doodswens hangt vaak samen met de voorstelling van dat wat achter de dood ligt."

Hoe verklaart u de enorme belangstelling voor dit boek, nog voor het in de boekhandel ligt?

"Dat heeft mij ook verbaasd. Er zijn denk ik een paar verklaringen voor. De geestelijke volksgezondheid als geheel staat enorm in de belangstelling . Het tweede is dat niet alleen in de psychiatrie, maar in de hele maatschappij begint door te dringen dat er iets fout is gegaan. In de jaren zestig en zeventig is, in mijn ogen terecht, een stuk van de dogmatische, rechtlijnige hiërarchie ondermijnd. Toen ik in het gereformeerde Vogelenzang kwam, werd de confessie zo ontzettend stringent toegepast dat ook patiënten die niet-gereformeerd waren op zondag gedwongen werden naar de dominee te luisteren. Dat heeft weerstand opgeroepen. Die ontwikkeling is echter doorgeslagen naar wat je bijna een soort anarchie kunt noemen."

"Tot de jaren zestig kregen psychiatrisch verpleegkundigen in opleiding verplicht godsdienstlessen. Op het moment dat het protest tegen het gezag losbarstte, weigerde het merendeel nog langer naar de dominee te gaan. Daar heb ik me fel tegen verzet. Dat was merkwaardig, want ik was destijds de enige atheïstische psychiater van Vogelenzang. Ze vonden me in allerlei opzichten erg progressief, en daar waren ze enthousiast over, maar op dat punt was ik veel te ouderwets.

Nu zien we de gevolgen van het doorslaan van de slinger. Normen en waarden die door de religie in ons land zijn gebracht, zijn voor een groot deel weggevallen. In plaats daarvan hebben we een marketingnormering gekregen. Hoewel ik geen econoom ben, is me wel duidelijk dat begrippen als "budget" en "efficiency" niks met ethiek te maken hebben. De liberale boodschap van vandaag grenst aan het nihilisme. Daardoor ontstaat onder de mensen vanzelf weer behoefte aan ethische normering en aandacht voor levensbeschouwing. Je ziet dat in de opleving van religieuze groeperingen en de belangstelling voor alternatieve therapieën met spirituele kanten."

Freud typeerde religie als een neurotisch verschijnsel. Ligt daar niet de oorsprong van de verwaarlozing van de levensbeschouwing in de psychiatrie?

"Dat heeft zeker een grote rol gespeeld. Een tweede factor van betekenis is dat de geneeskunde natuurwetenschappelijk-biologisch gefundeerd is. Psychiatrie werd als een entstuk op de geneeskunde beschouwd. Belangstelling voor het spirituele hoorde daar niet bij, hoe gek het ook klinkt, want we hebben het over een geesteswetenschap. Heel paradoxaal! Voor mij heeft altijd vastgestaan dat de levensbeschouwing, religieus of niet, een essentieel bestanddeel van het leven is en dus ook van de psychiatrische patiënt. Bij de psychotherapeutische gemeenschap die ik in Vogelenzang had, heb ik al snel een katholieke en een protestantse geestelijke betrokken.

Een psychoanalyticus vroeg de patiënt hoe de relatie met z'n vader en z'n moeder was en hoe het me de seks zat, maar over het geloof werd niet gepraat. Dat heb ik altijd gek gevonden. Op een gegeven moment ging ik psychotherapeuten opleiden. Ik kreeg onenigheid met die mensen over het intakeformulier voor patiënten. Daar stond ook "geloof" op. Daar mocht je niet naar vragen. Het ging je niks aan en het was bovendien onbelangrijk. Ik heb het toch doorgedrukt en een formulier ontworpen waarop zelfs gevraagd werd naar de beleving en de praktizering van het geloof. In de psychiatrie lijkt het mij belangrijker te weten wat het geloof voor iemand betekent dan of hij z'n appendix nog heeft."

Hoe ziet u de verhouding tussen de psychiater en de pastor?

"Ik kan niet anders zeggen dan dat die in zekere zin collegiaal bezig zijn. Beiden proberen de patiënt om wie het gaat uit de problemen te helpen, vanuit een verschillende invalshoek. Ik ben altijd sterk geïnteresseerd geweest in depressieve mensen. Die zitten heel vaak met intrinsieke geloofsproblemen. De oorsprong daarvan is niet altijd duidelijk. Komen de zingevingsvragen voort uit het feit dat het geloof niet duidelijk voor hen is, of is het geloof niet meer duidelijk omdat ze depressief zijn? Dat is niet altijd uit te maken. In eerste instantie probeer je zulke mensen zelf te behandelen, maar merk je dat je het in je eentje niet kunt behappen, dan moet je de andere poot van hulp erbij halen. Het is zelfs voorgekomen dat ik patiënten in goed overleg volledig heb overgedragen aan de pastor. Waarbij ik wel moet zeggen dat de geestelijk verzorgers van Vogelenzang een behoorlijke bijscholing in psychotherapie hadden gehad. Dat vind ik voor een hedendaagse pastor een vereiste. Zoals een psychotherapeut behoorlijk wat moet weten van religie en levensbeschouwing, zo moet een geestelijk verzorger meer in huis hebben dan bijbelkennis."

Hoe beoordeelt u de opvatting dat godsdienst ziekmakend kan zijn, zoals wel gesteld is voor de orthodox-gereformeerde religie?

"Uit recent onderzoek blijkt dat dat toch niet zo duidelijk is. Gedeeltelijk beschermt de gereformeerde religie mensen zelfs tegen psychiatrische aandoeningen. Alleen bepaalde vormen van zeer strenge orthodoxie kunnen misschien wat eerder tot depressie aanleiding geven, al moet je zelfs daar nog heel voorzichtig in zijn. Het is allemaal niet zo duidelijk als aanvankelijk werd gedacht."

"Zelf heb ik ervaren dat mensen heel veel steun aan hun geloof kunnen hebben, ik heb ook mensen ontmoet die erdoor in de knoop raakten. Het punt is dan: is het de inhoud van het geloof die steunt dan wel ziek maakt, of wordt dat bepaald door de wijze waarop mensen hun geloof interpreteren? Ik heb een jongen behandeld die het geloof aan de kant had gezet nadat hij onverwacht thuiskwam en daar de dominee met zijn vriendin in bed aantrof. Hoewel ik toen nog atheïst was, heb ik gezegd: "Wat is dit voor nonsens? Wat heeft dat met je geloof te maken, dat die dominee niet deugt? Dat wil toch niet zeggen dat het geloof niet deugt? Hoe kun je dat door elkaar halen?"

U geeft in uw boek aan "iedere dogmatiek en het zich baseren op zogenaamde eeuwige waarheden" te verafschuwen. Dat zal een bijbelgetrouw christen niet veel vertrouwen inboezemen.

"Dan moeten ze niet bij mij komen. Als in gesprekken met patiënten levensbeschouwelijke zaken aan de orde kwamen, heb ik nooit verheeld wat mijn overtuiging was. Volgens de psychoanalyse mag je als therapeut niks over je eigen ethische en levensbeschouwelijke opvattingen openbaren. Daar heb ik altijd tegen gezondigd. Even heel zwart-wit. Iemand komt bij me en zegt: "Ik heb een kind vermoord, vindt u dat erg?" Als analyticus hoor ik dan te zeggen: "Wat vindt u er zelf van?" Dat werkt niet. Mensen die zich door mij laten behandelen, hebben bovendien het recht te weten hoe ik denk. Tegelijk mogen ze begrip voor hun eigen overtuiging verwachten."

Is begrip voldoende of vraagt de patiënt ook affiniteit met zijn levensovertuiging?

"Ik hoef geen affiniteit met de specifieke levensbeschouwing of religieuze richting van die persoon te hebben. Ik moet wel begrijpen wat de basisideeën ervan zijn en er werkelijk belangstelling voor hebben. Op het moment dat zijn levensbeschouwing zo strijdig is met mijn eigen opvattingen dat ik een innerlijke afkeer voel, moet ik hem naar een ander verwijzen. Anders krijg je een volstrekt vervalste relatie. Laat ik een voorbeeld geven. Een gereformeerde patiënt geeft aan dat hij bang is de zonde tegen de Heilige Geest te hebben begaan. Hoe kan ik daar eerlijk met die persoon over praten als ik het allemaal gezwets vind? Dan kun je toch geen psychotherapie plegen? Ik geloof er niets van dat psychotherapie volstrekt neutraal kan worden toegepast. U voelt in dit gesprek heel goed aan dat ik overtuigd ben van het belang van levensbeschouwing, maar dat ik geen christen ben."

Hoe staat u tegenover identiteitsgebonden instellingen, zoals het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis voor de reformatorische gemeenschap en het Sinaï-centrum voor de Joodse gemeenschap?

"Uitstekend! De verzuilde instellingen die ik bestreden heb, waren instellingen die andersdenkenden dwongen zich te conformeren aan het gedachtegoed en de gebruiken binnen de desbetreffende zuil. Het is iets heel anders als u zelf de wens uitspreekt behandeld te worden door een ger eformeerd of een Joods psychiater. Dat is uw goed recht. Een volgende stap is het stichten van een eigen riagg of psychiatrisch ziekenhuis. Als daar behoefte aan bestaat, waarom zou je dat dan tegenhouden? Ik ben ervan overtuigd dat zo'n instelling voor de mensen die ervoor kiezen een meerwaarde heeft, met name door de herkenbare cultuur. Voor orthodox-gereformeerde of -katholieke mensen is het een enorm gemis als aan tafel niet wordt gebeden en op zondag geen kerkdienst wordt gehouden."

U noemt uzelf nu een agnostisch humanist. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

"Als u mij vraagt of ik in het bestaan van God geloof, is mijn antwoord: "Nee." Het verschil met vroeger is dat ik toen zei: "Er bestaat geen God." Dat is veranderd. Woorden als "eeuwig" en "oneindig" noemde ik vroeger kletskoek. Nu zeg ik: "Ze gaan boven mijn verstand uit." Ik heb meer oog gekregen voor de grenzen van mijn denken. En van de wetenschap. Die geeft geen enkele zekerheid. Zowel de wetenschap als de religie verklaar ik uit de onuitroeibare dorst naar zekerheid en kennis. De mens wil op een of andere manier houvast vinden, een oriëntatiepunt hebben. Dat is de reden waarom ik het agnosticisme lange tijd moeilijk heb kunnen aanvaarden. Je moet als agnost bereid zijn om principieel onzeker te zijn. In het begin gaf me dat angst. Nu niet meer. Ik heb gewoon zin in het leven en in het contact met m'n medemensen. Dat is het uitgangspunt voor mijn denken en handelen. Ik heb geen behoefte aan richtsnoeren die buiten het medemenselijke liggen."

Hoe kwam u er dan bij uw boek als motto een woord van de overtuigde christen Blaise Pascal mee te geven?

"Omdat het de lading van mijn boek zo uitstekend dekt. Dan is voor mij niet belangrijk van wie die uitspraak is en hoe die persoon verder dacht. Ik heb nooit de neiging gehad om uitspraken pas goed te keuren als ze passen in mijn schooltje. Ik behoor trouwens tot geen enkele school, wil dat ook niet."

In zijn beroemde "Mémorial" schreef Pascal: "Vergeten de wereld en alle dingen, behalve God. Hij wordt slechts gevonden in de weg van het Evangelie."

"Ja... Dan denk ik: Dat is voor die man realiteit geweest. Dat respecteer ik. Misschien heeft-ie gelijk."

N.a.v. "Levensbeschouwing en psychiatrie", door Frank van Ree; uitg. Swets & Zeitlinger Publishers, Lisse, 2000; ISBN 90 265 1622 3; 308 blz.; 45,00.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.