+ Meer informatie

DE INVLOED VAN DE GEMEENTE OP DE TEKSTKEUZE BIJ DE PREDIKING

9 minuten leestijd

Waar het over gaat

In de gemeente is er waarschijnlijk geen onderwerp dat meer besproken is dan de zondagse prediking. Terecht of niet terecht krijgt de prediking een zwaar accent bij de beoordeling of men “iets gehad heeft” aan de kerkdienst. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat in de eredienst onder andere ook de schuldbelijdenis en de lofverheffing in gemeentezang en gebeden een plaats hebben. Alle genoemde zaken vormen tezamen een eenheid.

Zij versterken elkaar!

Daarnaast geldt dat als de gemeente bij elkaar komt daardoor ook gestalte wordt gegeven aan het lichaam van Christus.

Hoezeer we echter het accent van de eredienst willen leggen bij de gemeente als geheel, het blijft een feit dat de voorganger, de dominee, sterk bepalend is voor de gang van zaken.

In de preek staat doorgaans een bepaald deel van de bijbel of een bepaalde tekst centraal. De boodschap van de preek wordt daardoor bepaald. De mate waarin men zich aangesproken voelt hangt af van de snaar die bij de toehoorder geraakt wordt. Of die snaar geraakt wordt, heeft veel te maken met de situatie en persoonlijke omstandigheden waarin mensen zich bevinden. Hier liggen relaties met de persoonlijke geestesgesteldheid, gezondheid en allerlei omgevingsfactoren. Eerlijkheidshalve moet ook gezegd worden dat de ontvanger van de boodschap ook daarvoor open moet staan. Er rust in dezen een belangrijke verantwoordelijkheid op de schouders van de hoorder.

Er rust echter ook een belangrijke taak op de schouders van de predikant.

Enerzijds ligt er het autonome gegeven dat hij de opdracht heeft om de boodschap van God onverkort door te geven. Hij heeft daarover bij Hem ook verantwoording af te leggen. Anderzijds wordt hij door de mensen tot wie hij de boodschap richt, vrij direct afgerekend.

In dit artikel wordt ingegaan op de wijze waarop de tekstkeuze beïnvloed kan worden door de gemeente. Daarbij wordt gezocht naar middelen welke predikant en kerkenraad ten dienste staan.

De les van de bijbel

In de bijbel leest men op vele plaatsen dat de boodschapper van het evangelie zich laat leiden door de situatie in de gemeente. Dat gegeven treffen we aan in het boek van de Handelingen der Apostelen, in de brieven van Paulus en de Openbaring aan Johannes. Opvallend is dat de apostelen daarbij expliciet refereren aan brieven die zij hebben ontvangen uit de gemeenten en berichten die zij van boodschappers hebben gekregen. De apostelen waren zeer goede luisteraars. Zij waren sterk gericht op het opnemen en verwerken van de signalen welke zij via brieven en boodschappers binnenkregen. Zij waren zich ervan bewust dat hun boodschap vooral dan effect kon hebben als zij wisten wat er speelde in de gemeenten en bij de mensen. Aan de hand van die signalen stelden zij vast welke boodschap God voor die ene gemeente, dat ene geval had. Natuurlijk waren zij ervan overtuigd dat de voortgang van Gods Koninkrijk niet afhing van hun inspanningen. Zij wisten dat zij een werktuig in Gods hand waren. Zij beseften echter ook, dat God vraagt dat er met “overleg en beleid” te werk gegaan wordt. Dat er op een verantwoorde wijze gearbeid wordt in de gemeente.

De boodschap is dus vooral eerst luisteren en dan handelen.

De situatie in de gemeente

De gemeenten in onze kerken zullen niet zo heel veel van elkaar verschillen waar het gaat om de wijze waarop met de prediking wordt omgegaan binnen een kerkenraad. Het onderwerp “prediking” staat eén-of tweemaal per jaar op de agenda. Daarnaast komt de vraag over de prediking aan de orde op kerkvisitaties. In een aantal gemeenten wordt voor bijzondere zondagen wel eens een gesprek rond het thema van de preek georganiseerd.

Wanneer de balans opgemaakt wordt van de intensiteit waarmee de gemeente bij de tekstkeuze van de preek betrokken is, dan vertoont zich een mager beeld. Officieel zijn er een paar “ijkmomenten”. Een continue aandacht en afstemming worden gemist. Dit is een vreemde constatering in een maatschappij waar meedenken en inspraak aan de orde van de dag is. De kreet dat “de klant koning” is wordt steeds meer gehoord. In veel gevallen is het zelfs een kwestie van overleven voor een bedrijf of instelling. De mondigheid van de mens en de wens gehoord te willen worden, nopen hiertoe. Gaan de kinderen dezer wereld dan met meer overleg te werk dan de kinderen des lichts? De vraag ligt er dus nadrukkelijk of en in hoeverre de gemeente invloed kan of mag hebben op de tekstkeus.

Legitimiteit van de invloed

De keuze van de tekst is de primaire verantwoordelijkheid van de predikant. Daar hebben we in de kerk goede afspraken over. Hij zal zich daarbij geleid weten door de Geest. Dat neemt echter niet weg dat de Geest kan werken door mensen die op zijn weg komen. Daarnaast geldt dat de inhoud van de eredienst en de prediking uiteindelijk een verantwoordelijkheid is van de gehele kerkenraad, dus van ouderlingen, diakenen en predikant samen. Wanneer deze verantwoordelijkheid beperkt blijft tot het op gezette tijden constateren dat er “schriftuurlijk” gepreekt wordt, dan wordt er tekort gedaan aan de gemeente. Het is van belang dat in de prediking doorklinkt dat er een “oor” is voor de vragen die in de gemeente leven. Om dit te kunnen realiseren zal er, net zoals in het geval van de apostelen, veel geluisterd moeten worden naar de gemeente. Om een vruchtbare prediking te versterken is het dus zeker legitiem dat er een beïnvloeding is van de tekstkeuze door de gemeente.

Beïnvloeding: op welke wijze?

- Van huisbezoek naar kerkenraadsvergadering

In onze kerken kan gesproken worden van een grote betrokkenheid van de gemeenteleden en van een relatief intensieve pastorale bearbeiding van de gemeente door predikant en kerkenraadsleden. Deze Stelling gaat zeker op daar waar een vergelijking gemaakt wordt met sommige andere kerkgenootschappen van reformatorische aard. Het is van belang dat we deze “sterkte” behouden en dat er van deze “sterkte” gebruik gemaakt wordt. De huisbezoeken van kerkenraadsleden en predikant kunnen heel veel nuttige informatie opleveren. In de gesprekken op huisbezoek kunnen de gemeenteleden verteilen welke zaken en vragen hen bezighouden. In die gesprekken kunnen zij aangeven welke wensen zij hebben aangaande thema’s welke in de preek behandeld zouden moeten worden. Die behoefte kan heel expliciet aangegeven worden. Het kan ook zo zijn dat het impliciet verwoord wordt. De ouderlingen en predikant dienen dan zelf nun conclusie te trekken aangaande de behoefte die er ligt.

Het kan het gesprek bij het huisbezoek richting en diepte geven, wanneer men van tevoren afspreekt dat bijvoorbeeld de tekstkeuze bij de prediking aan de orde gesteld zal worden. Een dergelijk gesprek mag echter niet ontaarden in het uitsluitend spuien van kritiek op de prediking. Dat gevaar is levensgroot.

Het gaat er juist om dat het gemeentelid meer over zichzelf zegt en minder over de ander.

In de kerkenraadsvergadering kan de balans opgemaakt worden. Welke geluiden heeft men gehoord en welke signalen zijn opgevangen? Op dat moment is weer van belang dat men zich luisterend opstelt. Uiteindelijk zal een vertaalslag naar thema en tekstkeus gemaakt moeten worden. De kerkenraadsleden zullen samen tot een richting en een kader moeten komen waardoor de predikant zich kan laten leiden. In dit proces is het belangrijk dat er voor een goede structuur gezorgd wordt. Er zijn vandaag de dag vele kerkenraadsleden die vanuit hun werk kennis gemaakt hebben met technieken om tot beeldvorming en vandaar uit tot besluitvorming te komen. Er worden vele bedrijfscursussen gegeven op dat gebied. Maak hiervan gebruik! Waak er echter wel voor dat alle broeders meegenomen worden in dit proces. Niet iedereen is gewend zo’n proces mee te maken. Zo kan men op doelmatige wijze de signalen verwerken welke door de gemeente worden afgegeven.

Men kan ook kiezen voor het “hutje op de hei”. Dit kan naar twee kanten goed werken. Men leert als leden van de kerkenraad elkaar beter kennen en men is zeer intensief met het onderwerp bezig. Zorg er echter altijd wel voor dat praktische en haalbare doelstellingen geformuleerd worden. Een gemeente is geen bedrijf!

- De enquête

Het klinkt wat vreemd in de kerk, maar een enquête is ook een middel.

Waarom niet eens gericht gevraagd naar de wensen en vragen die leven? Daar kunnen verrassende zaken uitkomen. Ook een kerkenraad en een dominee kunnen bedrijfsblind zijn. Leg gewoon eens de vraag neer in de gemeente: waar zou naar uw mening nu eens veel aandacht aan besteed moeten worden in de prediking? Wat vindt u voor uzelf maar ook voor de gemeente van belang voor het geestelijk welzijn? Ook dit kan rijke stof ter overdenking vormen voor kerkenraad en predikant.

- Het rechtstreekse gesprek

Bij speciale gelegenheden, zoals doopdiensten, jeugdzondagen, themadiensten etc. kan de invloed zeer direct zijn. De predikant gaat dan rechtstreeks het gesprek aan met één of meer gemeenteleden. Dit draagt een meer incidenteel karakter. Het functioneert echter zeer goed bij speciale gelegenheden.

Voor de doorgaande lijn in de prediking zou een dergelijk gesprek een meer permanent karakter moeten hebben. Ook dat behoort tot de mogelijkheden. De organisatie zou via wijkgroepen, gesprekskringen, bijbelstudiegroepen of gebedskringen kunnen lopen. Bij deze werkwijze moet ervoor worden opgepast dat er geen groepsvorming in de gemeente ontstaat. Een deel van de gemeente zou zich buitenstaander kunnen gaan voelen. De predikant moet te allen tijde boven de materie blijven staan. De gemeente moet hem wel als de “bedienaar van het Woord” blijven ervaren. De rol van de kerkenraad is hier meer een toetsende rol.

De beperkingen

Niet alles kan en is nuttig.

Men moet ervoor waken dat de prediking niet beïnvloed gaat worden door incidentele wensen. Er moet geen individuele pastorale zorg bedreven gaan worden via de preek. Daarmee zouden anderen tekort gedaan kunnen worden. De tekstkeuze moet niet bepaald worden door specifieke wensen welke uit een speciale belangstelling van een enkel gemeentelid voortvloeien. Anderen kunnen daardoor afhaken.

Tenslotte

Kerkenraad en predikant moeten een permanente luisterpost vormen. Een luisterpost naar twee kanten, namelijk zowel naar wat God te zeggen heeft als naar signalen die de gemeente afgeeft.

Mede door het luisteren naar de gemeente wordt op verantwoorde wijze invulling gegeven aan de opdracht van God om via de prediking de sleutels van zijn Koninkrijk te bedienen.

Zo handelen kerkenraad en predikant in de geest waarin ook de apostelen handelden. Dan staat ook centraal dat God in de prediking tot de gemeente spreekt.

De heer Eberwijn is in het dagelijks leven secretaris bouwproces bij de Vereniging Grootbedrijf Bouwnijverheid.

Hij is ouderling in de kerk van Zoetermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.