+ Meer informatie

Openingswoord conferentie

4 minuten leestijd

Broeders, we spreken vanmorgen met elkaar over het huisbezoek. Ik meen dat het huisbezoek –onder meer- een onmisbaar en onopgeefbaar middel is om geestelijke leiding te gev en aan de gemeente. Hiertoe zijn wij immers als ambtsdragers geroepen, volgens de woorden van Petrus: “Hoed de kudde van God, die bij u is en houd daar toezicht op.”

Ds. Van Pelt heeft het huisbezoek de woorden “mooi en moeilijk” meegegeven. “Mooi en verantwoordelijk”, voeg ik daar aan toe, omdat het God is die roept. Hij wil ons gebruiken om Zijn boodschap door te geven, ook in de intimiteit van het huisbezoek. En tegelijk ook moeilijk, want wij hebben onze zwakheden, tekorten en gebreken. Niettemin mogen we deze roeping in dienst van Hem verrichten als een voortreffelijk werk. Volgens het voorbeeld van de Opperherder als de Goede Herder.

We lazen zojuist in Johannes 10 over de gelijkenis van de Goede Herder. Als we de voorafgaande aanleiding van deze gelijkenis lezen, dan zien we dat er ook verkeerde leiders en herders zijn. In de geschiedenis van de genezing van de blindgeborene in hoofdstuk 9 zijn dat de Farizeeën. Zij keuren de genezing af omdat die op de sabbat plaatsvond en wordt de blindgeborene door hen uit de gemeente geworpen omdat hij belijdt dat Jezus een profeet is. Dat is wangedrag van verkeerde geestelijke leiders.

Ook in Ezechiël 34 worden de leiders van Israël aangeklaagd omdat zij geen goede maar slechte herders zijn. We worden gewaarschuwd voor herders die zichzelf weiden. In hoofdstuk 10 van Johannes zijn de verkeerde herders degenen die over de muur klimmen en zij die vóór de Here Jezus zijn gekomen en die roven en slachten. Maar Christus is gekomen opdat wij leven hebben en overvloed. Hij is de Goede Herder die Zijn leven geeft voor de schapen. In navolging van Hem mogen wij onderherders zijn, maar dan wel naar Zijn voorbeeld en niet volgens het voorbeeld van de geestelijke leiding van de Farizeeën.

Ds. Van Pelt zal vooral ingaan op het huisbezoek zelf, de historie, het doel, de verbinding met het Heilig Avondmaal en de veranderingen in de laatste decennia.

Ik wil bij deze openingswoorden nog kort iets zeggen over de ouderling zelf, de ambtsdrager die het huisbezoek brengt. Allereerst is daar de roeping: Bent u zich ten volle bewust en overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God zelf tot deze heilige dienst geroepen bent? Een bekende vraag voor ons, nietwaar? Deze persoonlijke roeping geeft houvast bij de mooie en moeilijke taak van de ouderling bij de uitoefening van zijn ambt. Door alles heen wordt de stem van de Here vernomen, de ambtsdrager is onderherder van de Grote Opperherder, hij is een soort tussenpersoon om met volmacht het heil van God in Christus te bedienen en zo de gemeente, de schapen te weiden. Indien deze volmacht wordt verwaarloosd is de bediening zonder waarde.

Dit betekent dat de ambtsdrager dus geen partijvertegenwoordiger is van gemeenteleden. Gemeenteleden dienen te beseffen dat de ouderling niet op huisbezoek komt om de belangen van het gemeentelid te verdedigen in de kerkenraad. In dat geval heeft men uit het oog verloren dat de ambtsdrager niet komt met zijn eigen verhaal maar met het verhaal van zijn Koning, in wiens dienst hij staat. We lijden ook in de kerk soms aan democratisering. Hoorzittingen zijn goed en de ambtsdrager zal vooral ook goed moeten luisteren op het huisbezoek, maar het collectief van de kerkenraad zal vooral geestelijke leiding geven aan de gehele gemeente.

Het lijkt mij dat vooral jonge ambtsdragers makkelijker onder druk kunnen komen om belangen te dienen in plaats van een gesprek van hart tot hart te hebben. Het lijkt mij goed juist voor hen deze ambtsvisie scherp in het oog te houden. Maar dat vergt ook onderhoud zoals we dat tegenwoordig zeggen. Een ambtsdrager zal zich met gebed en hulp van de Heilige Geest voortdurend en intensief moeten bekwamen en oefenen in de verborgenheden van het geloof. Een ambtsdrager moet zich beijveren om in genade te groeien. We moeten waken voor de verzakelijking van het ambt, het is geen sociale taak. Juist ambtsdragers moeten in nauw contact met de hemel blijven door veel in de Bijbel te lezen. Dat geeft een diepere band met de Here, dat maakt wijs en vol vertrouwen.

Broeders, het zijn deze overwegingen die het comité voor de opdracht plaatsten om meer aan gerichte toerusting te gaan doen met name voor nieuwe en jonge ambtsdragers.

Broeders, vorige week werd het nieuw rapport GOD in Nederland 1966-2015 gepresenteerd. Dat onderzoek heeft al verschillende keren in de afgelopen 50 jaar plaatsgevonden. Bij het lezen viel mij onder meer de volgende passage op: De RKK en de PKN hebben samen vier keer zoveel leden als “de kleine protestantse kerken” maar in die kleine kerken zit getalsmatig evenveel jeugd als in de hele PKN of in de hele RKK. Die jeugd zal de toekomst bepalen, stelt onderzoeker Berntsen.

Onze kerken zullen met Woord en daad moeten “investeren” in onze jongeren. Deze jongeren zullen straks de groep zijn waaruit ambtsdragers zullen worden gekozen. Vandaar ook deze plannen tot toerusting, die later in deze conferentie nog nader zullen worden toegelicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.