+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

5 minuten leestijd

De dood zijner moeder was voor Bernard een bitter verlies en hij besloot, aangespoord door verschijningen zijner moeder in de droom ten klooster te gaan. Hij was toen 22 jaar oud.

Verbijsterend was zijn welsprekendheid. Hij wist zijn oom, zijn broers, zelfs zijn vader in 't klooster te krijgen.

„Moeders verborgen haar kinderen voor hem; vrouwen hielden haar mannen, de mannen hun vrienden terug, opdat hij ze niet wegnemen zou."

Het klooster Citeaux, waarin hij vertoefde, was een der strengste. Vandaar uit werd hij met 12 orde broeders naar een woest dal gezcnden: het Alsemdal. Hier stichtte hij 't beroemde klooster Clara Vallis-Clairvaux

= Lichtdal.

Men zei van hem, dat hij de wondermacht bezat. Hij was de beschermer van de Heilige stoel; maar indien nodig bestrafte hij de pausen onbevreesd.

Onrecht duldde hij niet. Ootmoed, nederigheid was zijn hoogste deugd. Dat ondervond zijn zuster, die zich eens aan het klooster vervoegde en erg modieus gekleed was.

Zij werd daarover flink onderhanden genomen.

Hij had zeer hoge ambten kunnen krijgen, maar weigerde: hij wilde niet naar hoge dingen staan.

Zijn leerlingen bezorgde hij ze wel. Een er van is zelfs paus geworden (Eugenius III.)

Bernard is vóór alles mysticus, practisch mysticus.

Zijn theologie is de theologie van het hart, van de innerlijke vroomheid, niet van het hoofd, niet scholastisch.

Toch verwarre men zijn mystiek niet met mysticusme.

Berkhof maakt dan ook bezwaar tegen het woord mystiek bij Bernard. Er is bij hem geen sprake van één worden der ziel met God. De kerkvader hield zich nl. zeer dicht bij de H.S. en onderscheidde scherp Schepper en schepsel.

Hij onderscheidde in de H.S. een drievoudige zin: een historische, een morele en een mystische zin, gewijzigd naar de verschillende behoeften. Als de waarheid er maar door verdedigd en de liefde er door gesticht werd.

Berkhof noemt Bernard dan geen mysticus maar de schepper van een nieuwe vroomheidsvorm.

„Bij de Germanen, " zegt deze schrijver, „was Jezus de strijdende en overwinnende Leider van de gelovige als zijn soldaat en vergeling.

Eeuwen lang zag men Jezus op de afstand van de heersende koning.

Zelfs in afbeeldingen van de Gekruisigde ziet men het Koninklijke en tronende.

Dit is in overeenstemming met het theocratische besef van die tijd.

Na de kruistochten gaat dat veranderen: clan is het Jezus' lijdende mensheid, die op de voorgrond treedt en wie te naderen gemakkelijker viel dan de heerser Jezus.

Bernard dringt dan ook aan op beschouwing van die lijdende Jezus (Jes. 53.) Dit zal leiden tot zelfkennis, berouw, deemoed, navolging en het navolgen van armoede en lijden

Nog verder gaat het: de onmiddellijke aanraking met Jezus Goddelijkheid. Hier is Jezus de sponsus, de bruidegom; de ziel de sponsa, de bruid. Dit heeft Bernard behandeld in zijn verklaring van het Hooglied — bruidsmystiek.

Men lette hier op het woord „ziel." Ook bij Thomas a Kempis komt herhaaldelijk de samenspraak tussen Jezus en de ziel voor. En men zou geneigd zijn te menen dat deze Jezus devotie een sterk individualistiscche trek had. Toch houde men voor ogen, dat voor Bernard de kerk de eigenlijke bruid is.

Verder zou men denken, dat Bernard een vijand van de wetenschap was als hij schrijft: God wordt slechts in zoverre gekend als hij geliefd wordt. En: God wordt door te bidden gemakkelijker en op waardiger wijze

gezocht en gevonden dan door disputeren. Toch niet.

Even wel: de theologie van het hart stond bij hem op de voorgrond en de middelen waren: gebed, meditatie inwendige verlichting en heiliging.

Van een terugtrekken uit de wereld is bij hem geen sprake. Hij staat midden in het publieke leven: kerk, staat en maatschappij hebben zijn volle belangstelling. De 2e kruistocht ging op zijn aansporing door, maar liep slecht af.

Dit was voor zijn prestige niet bevorderlijk.

Verder was hij de raadgever, vermaner, bestraffer, vredestichter van en tussen velen.

Hij verlangde wel eens sterk naar het hemels Vaderland, naar de aanschouwing Gods, om te drinken uit de beek van Gods wellusten.

Maar dan dacht hij weer aan de broederen en uit liefde tot hen wilde hij nog wel wat blijven.

Veel van zijn volgelingen zijn later gevallen in het zoeven genoemde individualisme.

Ook werd het armoede ideaal voor velen een nadoen Bernard heeft veel innig-mystieke verzen vervaardigd. Voetius hield er buitengewoon veel van. Brakel verkwikte er zich mee, toen hij op zijn sterfbad lag, God dankend, dat zij gemaakt waren.

In 1153 ging Bernard de eeuwige rust in.

De Victorinen. Zo noemt men de mystici Hugo van St. Victor en Richard van St. Victor zijn leerling.

St. Victor was een kloosterschool te Parijs. Daar werkte in deze tijd Hugo, zoon van een graaf van Blankenburg, vriend van Bernard en groot geleerde. Te merkwaardiger is die vriendschap omdat Hugo ontzaglijk veel meer wetenschap voelde en veelzijdig ontwikkeld was.

Zijn toenaam „alter (= een tweede) Augustinus", door zijn tijdgenoten hem gegeven, zegt genoeg.

Deze Hugo streefde er naar scholastiek en mystiek met elkaar te verzoenen en dus de tegenstellingen weg te nemen.

Hij stierf, betrekkelijk jong, in 1141.

Richard van St. Victor was een Schot.

Petrus Lombardus. Ook deze was met Bernard bevriend.

Als scholasticus trachtte hij de pogingen van Hugo zoveel mogelijk te steunen. Hij is de schrijver van de eerste dogmatiek, voor 't grootste deel bestaande uit aanhalingen uit de kerkvaders en systematisch gerangschikt.

Het werk kreeg de naam van Senfentiarum Libri IV — 4 Boeken der Sententiesen en werd de gezaghebbende dogmatiek der Middeleeuwen, talloze malen gecommentarieërd.

De „magister der sententiarum", zoals men Lombardus noemde stierf in 1164. Hij is ook nog bisschop van Parys geweest.

Gratianus. In de rij der genoemden past ook Gratianus, een monnik uit Bologna.

Hij verzamelde en voegde bijeen de bestaande kerkrechterlijke bepalingen (ong. 1150.) Het werk draagt de naam van „decretum Gratiani" en is de grondslag geworden van de in 1483 afgesloten corpus juris canonici, bevatten de rechtsgeldige bepalingen van het canoniek of kerkrecht.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.