+ Meer informatie

Op bezoek bij een kooiker

5 minuten leestijd

Kooiker Leen van de Ham is als het ware opgegroeid tussen de eenden. Hij kreeg het vak nnet de paplepel ingegoten. Z'n vader was ook kooiker. Vroeger werden eenden gevangen 'om den brode'. Van de Ham vangt nog steeds eenden. Niet voor consumptie, maar voor wetenschappelijke doeleinden. Namens Staatsbosbeheer nodigt de kooiker u uit om kennis te komen makenmet het eeuwenoude kooikersbedrijf in de eendenkooi van Waardenburg, die tevens dienst doet als demonstratiekooi.

Midden in het vlakke komgrondenlandschap van de Tielerwaard staan een molen en een bosje bomen in de groene weilanden. In de sloot langs het landweggetje staan broedkorven opgesteld. Een aanwijzing dat we de goede weg volgen. Bij de ingang worden we verwelkomd door een eend die in een knotwilg zit te broeden. Kippen scharrelen gemoedelijk op het erf. De stilte en de rust zijn bijna opvallend.
„Om eenden te vangen moet er rondom de kooi absolute stilte heersen", zegt Van de Ham, die ons staat op te wachten in gezelschap van Raisa, het kooikershondje. „Wilde eenden zijn namelijk heel schuw. Bij het minste of geringste geluid gaan ze ervandoor. Rond een eendenkooi is dan ook een stiltezone van kracht. Daartoe is in de wet het afpalingsrecht vastgelegd om de noodzakelijke stilte te waarborgen. Dat wil zeggen dat de kooiker het recht heeft anderen te verbieden iets rond de kooi te doen wat de eenden verstoren kan. Bij de molen verderop staat het bord waarop vermeld is dat biimen een cirkel van 753 meter van de kooi het afpalingsrecht geldt"

Frisgroen oerwoud
De kooiker voert ons langs een doolhof van smalle paadjes en rietmatten. Het kooibos is een frisgroen oerwoud van varens, elzen, berken, eiken en knotwilgen. Het krioelt er van vogels, vlinden en bijzondere planten. „Ik leg de natuur geen strobreed in de weg. Integendeel zelfs. Alles wat hier groeit en leeft wordt zorgvuldig onderhouden en gekoesterd" merkt Van de Ham op. Door een kijkgat in de rietmat zien we een grote vijver waar rietschermen omheen staan. De eenden hebben er geen vermoeden van dat ze bespied worden. „Simpel gezegd is een eendenkooi een natuurlijke of aangelegde waterplas met gebogen sloten, omgeven door bos en natuurschoon. Door die bochten kuimen de eenden vanaf de plas het einde van de sloten niet zien. Daar zit namelijk het vanghok. De vangpijpen, zoals de bochtige slootjes officieel genoemd worden, zijn met netten en gaas overspannen om te voorkomen dat de eenden op de vleugels gaan. Het kraken van een tak kan al genoeg zijn. Langs de vangpijpen staan ook rietmatten, waarachter de kooiker en de hond zich onopvallend kunnen verplaatsen."

Stal- en lokeenden
„Op de plas leven de zogenaamde stal- en lokeenden. Zij moeten hun wilde soortgenoten lokken. Lokeenden zijn gekortwiekt, waardoor ze niet weg kunnen vliegen. Ze worden het hele jaar door gevoerd. Ze zwemmen nooit de uiteindelijke vangkooi in want ze kennen het klappen van de zweep. De lokeenden wonen als het ware op de plas. Hun aanwezigheid stelt trekkers en overvliegende soortgenoten gerust. Met de kans dat ze neerstrijken. Naast de lokeenden hebben we de stakenden. Vaak zijn dat jongen die in het kooibos geboren zijn. Overdag zitten ze samen met de lokeenden op de plas. Sommige staleenden zijn ooit ontsnapt uit de vangkooi. Desondanks blijven ze overdag op het water omdat het er altijd veiliger is dan 'buiten'. Ze hebben hun lesje geleerd en kijken wel uit om een tweede keer in de vangpijpen terecht te komen. Kiene beestjes", weet de kooiker.
„Eenden zijn nachtdieren, dus de staleenden vliegen er 's nachts op uit om voedsel te zoeken, hoewel ze tijdens het voeren een graantje meepikken. Overvliegende vreemde, wilde eenden sluiten zich gezellig bij de groep aan en foerageren gezamenlijk. Bij het krieken van de dag keren de staleenden terug naar de plas in gezelschap van de 'nieuwelingen'."

Kooikershondje
„Nu komt het kooikershondje in actie. Kooiker en hond doen muisstil hun werk. Afhankelijk van de wind verschuilen ze zich achter een van de matten bij de vangpijp. Als eenden wegvliegen doen ze dat tegen de wind in. Daarom zijn er ook meer vangpijpen. Mijn kooi heeft er vier, maar d'r zijn er ook die wel tien pijpen hebben. Zodra er genoeg wilde eenden op het water zijn, gaat het erom hun aandacht te trekken. De dieren zijn namelijk uiterst nieuwsgierig. Vanachter de rietmat strooit de kooiker stilletjes en ongezien wat voer in de vangpijpen. De lok- en staleenden komen eropaf, met in hun kielzog de wilde eenden. Om ze nog nieuwsgieriger te maken verschijnt Raisa op het toneel. Na een seintje loopt ze snel langs de rietmat zodat de eenden het grappige hondje heel even kunnen zien. Dat vinden ze prachtig. Ze komen dichterbij om het dier nog eens te zien. Op commando loopt de hond net zo vaak -en steeds een stukje dichter naar de uiteindelijke vangkooi- tot de wilde eenden in het vanghokje belanden. Via een systeem dat op afstand bediend kan worden, sluit de klep. De eenden zitten in de val waaruit geen weg terug mogelijk is. Duizenden eenden gingen vroeger op deze manier letterlijk de pijp uit. De lok- en staleenden zwemmen wijselijk niet in de vangkooi. Die vreten gewoon door", lacht Van de Ham.

Blauwgoed
„Voor de kou in het noorden invalt komt de vogeltrek op gang. Dan begint het seizoen op de kooi. Tussen de trekkers die op weg zijn naar het zuiden en het spul dat hier blijft, zit ook blauwgoed. Blauwgoed zijn bijzondere soorten als smienten, pijlstaarten en slobeenden. Naast wilde eenden vangen we ook die bijzonder soorten. Om ze te ringen. Dat doet Hans Kuindersma, want dat is weer een vak apart, 's Ochtends bij het eerste licht gaan we aan de gang. Hans is opzichter bij Staatsbosbeheer en ook vogelringer. Het ringen heeft als doel meer inzicht te krijgen omtrent trekroute, leeftijd en gedrag van de dieren. Na het ringen krijgen de beestjes hun vrijheid terug. Staatsbosbeheer houdt de eendenkooien niet alleen in stand voor dit soort wetenschappelijk werk maar ook om het reilen en zeilen van het oude kooikersbedrijf onder de aandacht van belangstellenden te brengen. Bovendien zijn veel kooien aangekocht als natuurreservaat vanwege de rijke flora en fauna, 's Winters heb ik steevast een paar roerdompen op de plas. En ijsvogels. Dat zijn mooie momenten. Want als het vriest, hak ik de plas en sloten open. Eigenlijk voor de eenden. Maar andere vogels profiteren er ook van."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.