+ Meer informatie

De optocht

verhaaltjeslflèk

7 minuten leestijd

Jannie is boodschappen wezen doen. Ze loopt terug naar huis, de tas stevig onder haar arm geklemd. Opeens hoort ze haar naam roepen „Jannie". Ze kijkt om. Daar loopt een vriendinnetje, dat bij haar op gymnastiek zit. „Wacht eens", roept het vriendinnetje, „ik loop zo ver met je mee, ga je naar huis?"

„Ja", zegt Jannie, „ik moet deze tas met boodschappen thuis brengen." „Heb je zin om bij mij te komen spelen?" vraagt Sjoukje. „Ja, hoor, maar dan moet ik het eerst aan moeder vragen". Ze lopen naar moeder en vragen of Jannie bij Sjoukje mag spelen. „Goed", zegt moeder, „als je fnaar zorgt datje om kwart over vijf thuis bent". Dat belooft Jannie en even 'later huppelen de meisjes over de weg naar Sjoukje's huis.

„O zeg", babbelt Sjoukje, „zaterdag gaan we naar mijn. oma, daar wordt een optocht gehouden en dan kun je een prijs winnen. Mijn andere vriendinnetje mocht eerst mee, maar ze moet ergens anders heen.. Zal ik vragen of jij nu mee mag? Ja, doen?" Jannie • aarzelt. „Ik weet niet of ik mag. En wat is dat voor een optocht?" „O een soort versieroptocht, ik doe mee en als jij meegaat, kun je ook meedoen. Misschien winnen we wel een prijs."

Jannie begrijpt er' nog niet veel van. Ze komen'bij Sjoukje's huis en Sjoukje loopt gelijk naar haar moeder om te vragen of Jannie zaterdag met hen mee mag. Sjoukje's moeder vindt het best en als Sjoukje vraagt of Jannie dan ook iets mag maken voor de optocht, zegt ze: . „Gaan jullie je gang maar, de spulletjes die je nodig hebt, liggen in de schuur".

,JKom mee", zegt Sjoukje en ze trekt Jannie mee naar de schuur. „Kijk, hier staan stokjes, die we nodig hebben en er liggen ook takjes groen. We moeten de stokjes eerst verven, zullen vie daarmee beginnen?" Jannie knikt, ze vindt alles goed.

Een paar- minuten later zijn ze ijverig aan het werk. Sjoukje vertelt dat er ook nog lekkers aan de stokjes moet komen. „Maar dat krijgen we zaterdagmorgen", zegt ze. Jannie luistert aandachtig. „Wat moeten we zaterdag dan met de versiering doen?", vraagt ze nog eens. Het is allemaal zo vreemd voor haar. Sjoukje weet er alles van, ze heeft vorig jaar niet meegedaan, maar ze heeft met haar oma vooraan gestaan toen de optocht langs kwam. „Je moet gewoon in de rij gaan staan en als de optocht begint, lopen we 'gewoon mee, we zingen ook versjes onderweg. En onderweg staan mevrouwen en meneren, die schrijven op, wat ze de mooist versierde stokjes vinden".

Ondertussen zijn de meisjes klaar met het verven van de stokjes. Ze zoeken allerlei dingen by elkaar, die ze nodig hebben en dan is het voor Jannie al tijd om naar huis te gaan. „Kom je morgen weer", vraagt Sjoukje, „dan gaan we er mee verder". Jannie knikt, maar op weg naar huis moet ze telkens aan die versiering denken. ^,Hoe noemde Sjoukje het ook al weer?" Ze weet het niet goed meer, morgen moet ze het nog maar eens vragen, het had iets met Pasen te maken. „Wat ben je mooi op tijd", zegt moeder, „heb je fijn gespeeld?" „Ja hoor, we hebben een versiering gemaakt". „Een versiering?", vraagt moeder. „Ja en ik mag het morgen af komen maken, vindt ü dat goed?"

„Ga jij het morgen maar af maken, ik ben benieuwd waar je mee thuiskomt. Is het een versiering Voor je kamer?" „O nee". Jannie schudt haar hoofd, ,Jk weet het niet zo goed". „Jij bent ook een mooie mevrouw", lacht moeder. „Je bent een versiering aan het maken en je weet niet eens of het-voor je kamer is". Jannie schudt nog 'eens haar hoofd. Moeder denkt dat ze iets leuks aan het maken is, iets om op te hangen of neer te zetten, net als ze een poosje geleden heeft gedaan. Toen hadden Nellie en zij bakjes van klei gemaakt en daar later versierrandjes op geverfd. Nee, wat ze nu gedaan heeft, vertelt ze moeder niet. Ze vertelt ook niet, dat Sjoukje haar gevraagd heeft om mee naar haar oma te gaan, en van de optocht waar je een prijs kunt winnen. .

Ze gaat stil naar binnen. Nellie en Jan-Jaap zitten een spelletje te doen. Moeder kijkt haar meisje na. Wat heeft Jannie opeens. Ze zal toch niet ziek worden. Maar Jannie voelt zich helemaal niet ziek, ze moet alleen zoveel denken.

De volgende dag gaat ze weer naar Sjoukje, die staat haar al op te wachten. „Kom eens mee, kom eens kijken, wat mijn vader heeft gedaan". Ze loopt met Jannie naar de keuken, waar de versierspulletjes al klaar liggen. Takjes groen, denneappels, gekleurd papier, glinsterslingertjes en nog veel meer. Dan' ziet Jannie tegen de muur de stokjes staan. „Hoe vind je het", babbelt Sjoukje, „papa heeft ze vast gespijkerd, nu kunnen we gelijk het groen en de slingertjes eraan gaan hangen. En we hebben ook al lekkers gekregen om eraan te hangen. Goed hè". Jannie staat nog steeds te kijken,

Sjoukje vergeet verder te babbelen, „Wat sta je nu te kijken", vraagt ze verwonderd. ,Jk weet niet", hakkelt Jannie, „het lijkt net een kruis". „Ja dat is het ook", zegt Sjoukje, „we maken een versierd kruis, o en een berg lekkers dat we eraan hangen". „Maar dat is, dat lijkt net het kruis van de Heer e Jezus". „O dat weet ik niet", antwoordt Sjoukje, „waar heb je het over". Opeens weet Jannie het, ze heeft er immers zo over lopen denken. ,Jk ga zaterdag niet met je mee", zegt ze, „ik wil geen prijs verdienen met een versierd kruis en dat lekkers hoefik ook niet. Het wordt gauw Goede "Vrijdag en dan komt het Paasfeest, maar dat kun je niet vieren met versieringen en lekkers. Weet je wel waarom de Heere Jezus aan het kruis heeft gehangen?"

,Jkke niet", zegt Sjoukje. En dan vertelt Jannie van de Heere Jezus, die Zijn leven heeft gegeven ook voor Sjoukje f aan het kruis. „Begrijp je nu waarom ik een versierd kimis niet mooi vind", zegt Jannie. Sjoukje knikt. Het is haar niet helemaal duidelijk, maar ze begrijpt er toch wel iets van. Als Jannie naar huis is gegaan, loopt Sjoukje naar haar moeder en vraagt: „Mam kent ü de Heere Jezus?" Wat krijgen we nu, denkt moeder. ,Jk heb er vroeger wel eens van gehoord". „En hebt ü een Bijbel", houdt Sjoukje vol. „Kind waar praat je over ", zegt moeder wat boos, „hoe kom je aan die vragen",. „Van Jannie", antwoordt Sjoukje, „mam als U een Bijbel hebt, zoekt U die dan op en leest U voor mij eens het verhaal van het kruis". Of moeder wil of niet, Sjoukje blijft net zo lang vragen tot moeder achter uit een kast een Bijbel te voorschijn haalt en haar meisje voorleest. • En Jannie? Ze is naar huis gegaan en ze heeft moeder nu alles verteld. Moeder drukt haar meisje tegen zich aan. „Wij maken een andere versiering", zegt ze, „een versiering voor het Paasfeest".

Moeder haalt een pakje witte kaarten uit de kast en een doosje viltstiften. „Kijk", zegt moeder, „die kaarten mag jij nu versieren en dan zetten we er als het Paasfeest is, als we de tafel gaan dekken, bij ieder bordje één. Even later zit Jannie ingespannen te tekenen en te schrijven. Met mooie sierletters komt er op iedere kaart te staan: ,J3e Heere is waarlijk opgestaan .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.