+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De Fransen, onze bondgenoten, drongen dan zelfs Vlaanderen binnen (zie vorig artikel). Zo begrijpen wij, dat de Prins een weinig begon af te remmen. Hij had best nog Antwerpen, Gent en Brugge kunnen belegeren, maar deed het niet. Men was hier van mening: Spanje moest niet al te zwak worden en Frankrijk niet te sterk. In ons belang zeer begrijpelijk. En ook begrijpelijk, dat ve-

len, inclusief de Prins, voor vredesluiting te vinden waren. Zijn laatste wapenfeiten waren de verovering van Sas van Gent in 1644, Hulst in 1645.

Verder werd door Condé aan de landzij, gesteund door Tromp aan de zeezij, met succes een aanval gedaan op Duinkerken, tot groot gerief van onze kooplieden.

2. Vrede te Münster.

Het sluiten van de Westfaalse vrede vrede van Münster en Osnabrück) ging nu niet bepaald van een leien dakje. Dat blijkt wel als men er op let, dat de vredehandel heeft geduurd van begin 1646 tot 30 januari 1648!

Reeds in dec. 1646, dus nog bij het leven van de Prins, waren de „preliminairen" getekend, d.w.z. de voorlopige punten goedgekeurd en vastgesteld, waardoor men tot de officiële sluiting zou kunnen komen. Frederik Hendrik kon er zich, door zijn ziekte weinig mee bemoeien.

Allen waren, zoals wij boven gezien hebben, voor vredesluiting, uitgezonderd Zeeland (ook Utrecht aanvankelijk niet). De Zeeuwen verdienden zoveel met de kaapvaart, dat zij dit illuster bedrijf nog graag wat hadden voortgezet; ja, zij dreigden zelfs, bij vredesluiting de oorlog met onze bondgenoot Frankrijk te zullen voortzetten.

Maar Holland (vooral Amsterdam) wilde hoe eer hoe liever vrede. Die grote vooruitgang van onze bondgenoot kon wel eens uitlopen op de verovering van Antwerpen, de dreigende concurrente van Amsterdam. Dan zou de Schelde weer geopend worden, enz. enz. Men begrijpt het wel.

De grootste moeite gaf ons Frankrijk en dat was te begrijpen. Het had de wind in de zeilen en wilde doorvechten. Er was echter in 1635 bij de sluiting van het aanvallend en verdedigend verbond bepaald, dat geen van beiden een afzonderlijke vrede zou sluiten. Samen uit en samen thuis!

Maar Spanje, wie het erg tegenliep, beproefde aan dit verbond te tornen door verbreking of ontduiking van de zijde van de Republikeinen — had geluk.

Onze afgevaardigden Pauw en Knuyt togen naar Westfalen en de Staten-Generaal besloten met 6 stemmen tegen 1 in 't begin van 1648 een afzonderlijke vrede aan te gaan. Tevergeefs had een frans gezant nog getracht de Staten-Generaal van die stap terug te houden. Ook Utrecht en Zeeland hadden toegegeven en de vredesluiting met Spanje kon dus voortgang vinden:30 januari 1648.

Als men de bepalingen van deze vrede nagaat, staat men versteld! Vergeleken bij 1568 en de bloedjaren van Alva was het een wonder. Dat had God gedaan! Wij kunnen niet nalaten hier een uitspraak van de geschiedschrijver Bor te geven: „Dat God dese landen altijds, in den meesten en uittersten nood, uit hare groote zwarigheden, de menschelijke hulpe falgerende, heeft verlost en geholpen ter contrarie, so wanneer wy ons verlatende op de hulpe en groote macht van menschen en onse groote geweldige heyrlegers, dat wy dan minst hebben uitgericht; opdat waerachtig blijve, t gene ick gheseid hebbe, dat God alleen den lof, prys, eere toekomt van onse verlossinge, voorspoed en welvaert."

Zo was het. De uitgeschreven en gehouden dankdag was wel zeer op zijn plaats. Maar onwillekeurig confronteert men hiermee de tijden van nu. Nederland moge zijn geschiedenis eens voor ogen stellen!

Wij willen nu de voornaamste bepalingen van de munsterse vrede hier neerschrijven.

Philips IV erkende de Republiek der Verenigde Nederlanden als vrije en souvereine (= onafhankelijke) landen.

Ieder behield, wat hij op clat ogenblik hield en bezat. D.w.z. de Staten-Generaal behielden hun veroveringen in Brabant, Limburg en Vlaanderen (de z.g. Generaliteitslanden), alsmede clie in vreemde werelddelen. (Om zich een juiste voorstelling van cle situatie te vormen, is het beslist nodig een historische atlas te raadplegen, ook met het oog op cle latere geschiedenis).

Er waren bijv. vooruitgeschoven posten o.a. Wezel, Rijnberk en Emmerik en langs de Eems: Embden en Lerort. Deze waren als zovele bastions, om bij mogelijke aanvallen van buiten, deze op te vangen.

Brabant had gaarne als afzonderlijk gewest in de Unie opgenomen willen worden; maar te vergeefs.

De Generaliteitslanden waren overwegend rooms.

De Schelde bleef gesloten. Men kan hier een lelijke vergissing maken. Het wil namelijk niet zeggen, clat er geen schepen mochten opvaren; maar, dat deze convooien en licenten moesten betalen. Tevens moesten zij hun waren overladen in kleinere schepen. Dat gebeurde te Lillo, een fort van ons en te Liefkenshoek (zie cle kaart).

En om concurrentie tegen te gaan en alzo verplaatsing van de handel, mochten in de andere vlaamse havens geen lagere invoerrechten geheven worden.

Amsterdam kon meer clan tevreden zijn. Maar voor Spanje viel het niet mee.

De paus ging hevig te keer, omdat bij de westfaalse vrede godsdienstvrijheid aan de ketters werd vergund. Tevergeefs. Spanje heeft nog beproefd voor de roomsen in deze gewesten godsdienstvrijheid te verkrijgen. Dat is niet gelukt.

Opmerkelijk is verder, waarop zeker historische schrijver cle aandacht vestigt, clat de afkondiging van de vrede van Münster plaats vond op cle gedenkdag van de onthoofding van de nederlandse edelen Egmond en Hoorne, tachtig jaar geleden.

3. Frederik Hendrik sterft. (1647)

De Prins heeft het sluiten van de vrede niet meer mogen beleven. In maart 1647 was hij overleden.

Men noemt zijn tijd de Gouden Eeuw. En met recht. Een landje met 2.000.000 inwoners is door God op een plaats gezet (want Hij heeft het gedaan), clat menselijke gedachten en krachten te boven g in g-

Het sprak mee in de lotgevallen der volken van Europa; zijn handel was wereldhandel; de welvaart buitengewoon. Het volksleven openbaarde zich in zijn letteren en wetenschap en kunst. Maar bovenal bloeide Gods kerk, eenmaal Verjaagd en ten dode vervolgd.

Dit laatste was het cement van ons volksbestaan!

In dit leven had het Oranjehuis een dominerende plaats, haar door God gegeven.

Maar — ook waren reeds cle verschijnselen van een teruggang merkbaar. Wij komen op dit alles terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.