+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste jongelui.

Jullie herinneren je nog wel uit ons vorig schrijven, dat er een gesprek was tussen twee vriendinnen over de vraag of alle mensen zalig worden, ja dan neen. Althans, de één stelde dat de Heere Jezus voor alle mensen gestorven was, en de ander voelde aan zonder dit nu precies onder woorden te kunnen brengen, dat dit toch niet waar kon zijn. Hoe zit dat nu?

Ik kan mij zulk een gesprek tussen twee meisjes van 14 à 1 5 jaar heel goed voorstellen. Waarschijnlijk komen beiden uit een verschillend Milieu. Ieder brengt dan zo van huis uit zijn eigen gedachten mee. De één is ruimer van opvatting dan de ander. De één kan zijn gedachten weer beter onder woorden brengen dan de ander. Tenslotte loopt het vast. Men komt er niet uit. Overtuigen kan men elkander niet. Gelukkig als er dan nog een derde is, die in dit geval een bijbels antwoord kan geven.

Onze meisjes hebben met hun gesprek heel wat overhoop gehaald. Veel meer dan ze zichzelf wellicht bewust zullen zijn. Want dit zijn zaken waar de gehele mensheid bij betrokken is. Zij zijn daarom niet de enigen, die over deze dingen hebben gesproken.

Het gaat over „alle mensen”. Er worden in de brief genoemd: heidenen, roomsen en zondaren.

Wat zegt de Bijbel daar nu van” De Bijbel zegt, dat alle mensen verloren liggen. God heeft van de hemel nedergezien ot er iemand verstandig was, of er iemand was die goed deed, of er iemand was, die naar God zocht. Maar Hij vond er geen Niemand! Lees er Romeinen 3 maar eens op na. Als je daar goed over denkt, is dat een verschrikkelijke werkehjkheid Alle mensen van God afgevallen, alle mensen liggen verloren niet één uitgezonderd. Over deze dingen wordt menigmaal zo gemakkelijk gesproken. Men gevoelt dan de ernst er niet van aan. Men stelt dit koud, rechtzinnig vast. Punt! Uit!

Als men er echter een indruk van heett wat het zeggen wil, dat alle mensen verloren liggen, dan is het om van schrik de haren te berge te doen rijzen Dat dit nu zo is daar kan niemand God de schuld van geven. Een mens wil dat wel. Hij geeft veel liever God de schuld, dan dat hij zelf zijn schuld aanvaardt. Daarin komt zijn vijandschap tegen God openbaar. Zodra er liefde in het hart tegenover God komt, dan houden de beschuldigingen aan het adres van God op. Dan gaat men er iets van beleven wat David zeide:

Ik heb gedaan, dat kwaad was in Uw oog; Dies ben ik Heer’ Uw gramschap dubbel waardig; ’k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog; Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.

Want we zijn door vrij- en moedwillige ongehoorzaamheid van God afgevallen. Ontdekking door de Heilige Geest leer dat we niet willen wat God wil, ook al denken we soms dat wij wel gewillig zijn. Doch het tegendeel is waar. Wij willen niet wat God wil, als het er op aan komt. Ga dit maar na in je eigen leven. O zeker, we willen nog wel wat godsdienstig zijn, maar dan zo op onze eigen manier. Eigenwillige godsdienst wordt dat genoemd. Maar daar kunnen we God niet mee behagen. Als nu alle mensen verloren liggen, worden dan alle mensen niet zalig? De Heere Jezus is toch voor alle mensen gestorven? Dat is dan de vraag waar het altijd nog om gaat. Velen zouden dat wel willen. Men heeft dat ook wel geleerd en men leert dat nog. Degenen, die dat leren, zijn voorstanders van de leer der alver zoening. Doch dat is een vleselijke leer, een leer, die de mens graag wil. Dan kan hij net doen wat hij wil. Hij wordt immers toch zalig? Doch deze vleselijke leer, die miljoenen aanhangen, is een vreselijke leer. Want ze is niet uit God, maar uit de duivel, die de mensen maar graag gerust stelt. Ze gaan dan gerust in de gedachte heen, dat alle mensen zalig worden. God zal wel niemand doen verloren gaan. Dat is te wreed, te hard gedacht van God. Dat God ook rechtvaardig is en heilig en dat Hij de zonden straiten moet, dat komt in hun gedachten niet op. Als men daar toch over spreekt, dan zegt men: Nou, de Heere Jezus is toch voor alle mensen gestorven, dan behoef ik toch niet meer het oordeel te dragen. Laat je met dergelijke goedkope redenering nooit gerust stellen. Want het is bedrog, omdat de Bijbel het anders leert.

Het is ook niet zo, dat alle mensen kunnen zalig worden als ze maar willen. Zo wordt het ook geleerd en velen zijn er, die dat ook geloven. Dit heeft ook nog een schijn van waarheid. Maar hier schuilt een adder onder het gras waar onze jonge mensen toch wel op bedacht moeten zijn. Want hier wordt de mogelijkheid van zalig worden verlegd naar de wil van de mens. Zodat als de mens dan zalig wordt, dan heelt hij dit aan zichzelf te danken. Hij heeft immers gewild? Een ander wilde niet. Nu, dat moet hij dan zelf weten. Als hij dan verloren wil gaan dan is dit zijn eigen schuld. Hij wilde niet. Ik wilde wel. Ik ben dan toch een beetje beter. De mens krijgt dan uiteindelijk in het stuk van zalig worden zelf de eer.

Nu is het wel waar, dat als een mens verloren gaat, het zijn eigen schuld is. Want hij heeft niet gewild, dat God Koning over hem zou zijn. Dat staat letterlijk in de Bijbel.

Maar het is ook waar, dat als een mens zalig wordt, dan geschiedt dit niet omdat de mens het gewild heeft, maar omdat God het gewild heeft Er staat in de Bijbel: Het is niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods. En Hij ontfermt Zich die Hij wil en Hij verhardt die Hij wil. De voorwerpen van Gods ontferming zijn de uitveikorenen die van zichzelf ook niet willen. Daar komen zij wel achter. Maar ze worden door Gods Geest zodanig bewerkt, dat zij die niet wilden, nu metterdaad gaan willen. Want het is God, Die in hen werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen Voor diegenen nu is de Heere Jezus gestorven. Die komen ook allen tot het geloof in Hem en die worden zeker zalig.

Maar is de Heere Jezus dan niet voor alle mensen gestorven? Neen, niet voor alle mensen hoofd voor hoofd. Want er gaan er velen verloren. Dat leert de Bijbel duidelijk. Was de Heere Jezus nu voor alle mensen gestorven, dan zou Hij voor velen tevergeefs geleden hebben en gestorven zijn.

Hij is wel voor alle „soorten” mensen gestorven. En dan houd ik mij maar aan de volgorde van mijn vraagster: Heidenen, roomsen en zondaren. Ik mag hen zeggen, dat zij allemaal zalig kunnen worden. Want ze kunnen allemaal uitverkoren zijn. Dat laatste weet ik echter niet. Ik weet niet wie God uitverkoren heeft en wie niet. Dat zijn verborgen dingen, die de Heere voor Zichzelf houdt. Ik ben aan de geopenbaarde waarheid gebonden. En dan leert mij Gods Woord en ook jullie allemaal, dat wie de Heere vroeg zoeken, die zullen Hem vinden. En dat is zeker waar. Als je de Heere zoekt, dan mag je Hem daar nog op wijzen ook, en Hem zeggen, dat Hij dit Zelf gezegd heeft.

Ik zou zeggen, jongelui, maakt het de Heere maar heilig lastig met je zoeken. En je zult ervaren dat wie zoekt, die vindt; en: wie bidt, die ontvangt;, en: wie klopt, die zal worden opengedaan.

God is geen man dat Hij liegen zou. Noch eens mensen kind, dat Hem iets berouwen zou. Hij zal nooit herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken. Wat uit Zijn lippen ging, blijtt vast en onverbroken.

Ik ga jullie nu weer groeten. Tot de volgende keer D.V. Hoor ik intussen nog eens iets van deze of gene?

Uw aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.